Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 28 juni 2021, nr. 3379041, houdende een specifieke uitkering voor gemeenten in verband met de versterking van de lokale integrale aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme in 2022

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-07-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkering

De minister kan in 2022 op aanvraag aan een gemeente een specifieke uitkering verstrekken met het oog op het ondersteunen van de lokale integrale aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme door onder andere het bestrijden en verzwakken van extremistische bewegingen in Nederland, het voorkomen van nieuwe aanwas en het tegengaan van radicalisering.

Artikel 3. Voorwaarden

De minister verstrekt uitsluitend een specifieke uitkering aan een gemeente voor een of meer van de volgende activiteiten:

Artikel 4. Aanvraag
1.

Zowel de gemeente als de hoofdaanvrager kunnen een aanvraag voor de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, indienen bij de minister.

2.

Een aanvraag bevat in ieder geval:

3.

Indien de aanvraag wordt ingediend door een hoofdaanvrager is het eerste lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat uit het plan van aanpak tevens blijkt wat de betrokkenheid is van elk van de gemeenten en op welke wijze de regionale aanpak vorm wordt gegeven.

4.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.

5.

Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:

Artikel 5. Deskundigheidsbevordering

Deskundigheidbevordering van professionals wordt in beginsel aangeboden in de vorm van trainingen en andere vormen van professionele verrijking van het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering, tenzij de minister toestemming geeft tot het afnemen van een training op het gebied van het tegengaan van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme van een andere organisatie.

Artikel 6. Effectiviteit
1.

De gemeente die op grond van deze regeling een specifieke uitkering ontvangt werkt mee aan een door de minister ingestelde evaluatie van de effectiviteit van de besteding van de gelden in de gemeente of de regio waartoe de gemeente behoort.

2.

Het eerste lid is van toepassing op de gemeente die door middel van een hoofdaanvrager een specifieke uitkering ontvangt.

Artikel 7. Hoogte specifieke uitkering
1.

Het totale bedrag van de te verlenen uitkeringen op grond van artikel 2 bedraagt maximaal € 7.000.000,00.

2.

Op de aanvraag wordt positief beslist indien uit het ingediende plan en de daarbij behorende begroting blijkt dat de aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme in de gemeente of de regio van de hoofdaanvrager vanwege de dreiging noodzakelijk is.

3.

In afwijking van het tweede lid wordt op een aanvraag die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een activiteit waarvoor € 100.000,00 of meer wordt aangevraagd slechts positief beslist, indien de gemeente of hoofdaanvrager bereid is met betrekking tot deze activiteit een gedegen door een onafhankelijke organisatie opgestelde effectevaluatie uit te laten voeren.

4.

Bij de beoordeling van de aanvraag om een specifieke uitkering houdt de minister rekening met de dreiging, de weerbaarheid en de behoefte van de gemeente of de regio waarbinnen de gemeente ligt.

5.

Met inachtneming van het vierde lid verdeelt de minister het bedrag, genoemd in het eerste lid, naar evenredigheid.

Artikel 8. Voorschot

De Minister betaalt de gemeente of hoofdaanvrager een voorschot van 100% van de specifieke uitkering.

Artikel 9. Coördinatie
1.

De hoofdaanvrager coördineert:

2.

Intrekking of wijziging van een verlening van een uitkering werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uitkering is verleend, tenzij bij intrekking of wijziging anders is bepaald.

Artikel 10. Vaststelling
1.

Indien in de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, is opgenomen dat de activiteiten zijn afgerond, geldt deze mededeling als een aanvraag tot vaststelling van de uitkering.

2.

Nadat de minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, neemt de minister binnen 22 weken na die ontvangst een beslissing op de aanvraag tot vaststelling van de uitkering.

3.

De minister stelt een uitkering overeenkomstig de verlening vast, tenzij:

4.

Intrekking of wijziging van een verlening van een uitkering werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uitkering is verleend, tenzij bij intrekking of wijziging anders is bepaald.

Artikel 11. ambtshalve vaststelling

In afwijking van artikel 10, derde lid, kan de minister een uitkering geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien de beschikking tot verlening van de uitkering of tot vaststelling van de uitkering wordt ingetrokken of ten nadele van de gemeente waaraan de uitkering is verleend wordt gewijzigd.

Artikel 12. Onverschuldigde betaling

De minister kan onverschuldigd uitgekeerde bedragen terugvorderen.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2021.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering gemeente in verband met de versterking van de lokale integrale aanpak van radicalisering, (gewelddadig) extremisme en terrorisme 2022.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.