Wet van 23 juni 2021 tot wijziging van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers onder meer in verband met de harmonisering van het partnerpensioen en het wezenpensioen met de regelingen voor het overheidspersoneel alsmede tot wijziging van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer, de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen, de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman, de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement, de Gemeentewet en de Provinciewet betreffende de rechtspositie van politieke ambtsdragers, en aanpassing van de Wet privatisering ABP (Wet aanpassing Appa en enkele andere wetten 2021)

Type Wet
Publication 2022-10-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel I

Wijzigt de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.

Artikel II

Wijzigt de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer.

Artikel III

Wijzigt de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer.

Artikel IV

Wijzigt de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen.

Artikel V

Wijzigt de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman.

Artikel VI

Wijzigt de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement.

Artikel VII

Wijzigt de Gemeentewet.

Artikel VIII

Wijzigt de Provinciewet.

Artikel IX

Wijzigt de Wet Privatisering ABP.

Artikel IXa

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht, de Wet Nationale ombudsman, de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP, de Wet normering topinkomens, de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement, de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding en de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer.

Artikel X

Wijzigt deze wet.

Artikel XI

Wijzigt de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers.

Artikel XII
1.

Deze wet, met uitzondering van artikel I, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

2.

Artikel I, met uitzondering van de onderdelen Ra en AA, treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende onderdelen verschillend kan worden vastgesteld.

3.

Indien het bij koninklijke boodschap van 2 september 2020 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet op het Financieel toezicht, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de Loonbelasting 1964 in verband met de introductie van de mogelijkheid om een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen of op periodieke uitkeringen van oudedagsvoorzieningen in de derde pijler op de ingangsdatum daarvan te laten afkopen, de tijdelijke versoepeling van de pseudo-eindheffing bij regelingen voor vervroegde uittreding en de uitbreiding van de fiscale ruimte voor het sparen van bovenwettelijk verlof (Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen) (Kamerstukken 35 555) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel C, van die wet in werking treedt, treedt artikel I, onderdeel Ra, van deze wet op hetzelfde tijdstip in werking.

4.

Artikel I, onderdeel AA, treedt in werking drie maanden na het tijdstip, bedoeld in onderdeel 2.

5.

Vervallen.

6.

De artikelen II, onderdelen A, B en C, III, onderdelen A en B, IV, onderdeel 1, en VI werken terug tot en met 1 januari 2020.

7.

Artikel IX werkt terug tot en met 1 januari 2019.

Artikel XIII

Deze wet wordt aangehaald als Wet aanpassing Appa en enkele andere wetten 2021.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het partner- en wezenpensioen voor de nabestaanden van politieke ambtsdragers te harmoniseren met het partnerpensioen en het wezenpensioen voor nabestaanden van het overheidspersoneel en daartoe de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers te wijzigen, alsmede mede naar aanleiding van de evaluatie van de wetgeving in vervolg op de adviezen van de commissie Rechtspositie politieke ambtsdragers en de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, de Wet Schadeloosstelling leden Tweede Kamer, de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer, de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen, de Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman en de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement te wijzigen, en de Gemeentewet en de Provinciewet aan te passen in verband met de harmonisatie van de rechtspositie van decentrale politieke ambtsdragers;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.