Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 9 juli 2021, nr. WJZ/ 20178120, houdende vaststelling van regels met betrekking tot de aanvraag en veiling van niet-landelijke commerciële FM-vergunningen met een lokaal bereik 2021 (Regeling veiling niet-landelijke FM-vergunningen met en lokaal bereik)
Gelet op artikelen 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepaling
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvrager: degene die een aanvraag heeft ingediend;
- activiteitsniveau: totaal aantal activiteitspunten waarover een deelnemer op een gegeven moment in de veiling kan beschikken en welk aantal de maximale biedbevoegdheid van die deelnemer bepaalt om actief te zijn of te blijven in de veiling;
- activiteitspunt: aan een te veilen FM-vergunning op grond van artikel 3, derde lid, toegekend punt ten behoeve van het bepalen van het activiteitsniveau van een deelnemer;
- bekendmakingsbesluit: Besluit bekendmaking veiling kavels B39 tot en met B54;
- beschikbare demografische ruimte: maximaal demografisch bereik minus het demografisch bereik van de vergunning of vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio, waarover degene die in aanmerking voor een FM-vergunning wil komen en een met diegene verbonden instelling ten tijde van zijn aanvraag beschikt, uitgaande van het demografisch bereik van vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio zoals op de dag na inwerkingtreding van het bekendmakingsbesluit door de Minister in de Staatscourant kenbaar is gemaakt;
- bod: bieding, uitgebracht door een deelnemer via het elektronisch veilingsysteem van de Minister en bevestigd door middel van dit elektronisch veilingsysteem;
- deelnemer: aanvrager die toegelaten is tot de veiling, bedoeld in hoofdstuk 5;
- FM-vergunning: een vergunning voor niet-landelijke commerciële radio, die ingevolge het bekendmakingsbesluit wordt verdeeld;
- maximaal demografisch bereik: maximaal demografisch bereik, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de Tijdelijke regeling gebruiksbeperking commerciële FM-radio-omroep;
- Minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- rente: volgens actual/360 berekende rente op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Overnight Index Average, minus 100 basispunten, met een minimum van 0%;
- rondeprijs: minimaal te bieden bedrag, vastgesteld per FM-vergunning, per biedrond;
- verbonden rechtspersoon: rechtspersoon als bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke regeling gebruiksbeperking commerciële radio omroep;
- wet: Telecommunicatiewet.
Hoofdstuk 2. Beschikbare vergunningen
Artikel 2. Beschikbare vergunningen
Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn beschikbaar om op grond van deze regeling te worden verdeeld: 16 vergunningen.
Artikel 3. Demografisch bereik
Aan een aanvrager wordt geen FM-vergunning verleend indien het demografisch bereik van die FM-vergunning de beschikbare demografische ruimte van de betrokken aanvrager overschrijdt.
Aan een aanvrager wordt geen combinatie van FM-vergunningen verleend, indien het gezamenlijke demografische bereik van die combinatie van FM-vergunningen de beschikbare demografische ruimte van de aanvrager overschrijdt.
Elke FM-vergunning komt overeen met 1 activiteitspunt. Een aanvrager kan over niet meer activiteitspunten beschikken dan het aantal dat overeenkomt met de grootst mogelijke combinatie van FM-vergunningen die voor een aanvrager mogelijk is binnen zijn beschikbare demografische ruimte.
Hoofdstuk 3. De aanvraagfase
§ 1. Eisen aan de aanvraag en aanvrager
Artikel 4. Indiening van de aanvraag
Degene die voor een FM-vergunning in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in bij de Minister.
De aanvraag kan van 4 januari 2022 tot en met 1 februari 2022 bij de Minister worden ingediend per aangetekende post of door middel van persoonlijke overhandiging, op het volgende adres en met de volgende adressering:
Agentschap Telecom
Ter attentie van: Projectteam uitgifte commerciële FM-frequenties
Emmasingel 1
9726 AH Groningen.
De persoonlijke overhandiging, bedoeld in het tweede lid, vindt in de genoemde periode uitsluitend plaats op werkdagen tussen 10.00 uur en 12.00 uur of tussen 14.00 uur en 16.00 uur. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst.
Artikel 5. Aanvrager is rechtspersoon
De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.
De aanvrager voldoet verder aan de volgende eisen:
- a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie, noch is door de aanvrager een faillissement aangevraagd; en
- b. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd.
Met de eisen van het tweede lid worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
Artikel 6. Toestemming van het Commissariaat voor de Media
De aanvrager beschikt over toestemming als bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.
Artikel 7. Verklaring geen afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk kunnen doen aan de mededinging
De aanvraag gaat vergezeld van een door de aanvrager ondertekende verklaring als bedoeld in bijlage 1.
Artikel 8. Vorm en inhoud van de aanvraag
Een rechtspersoon dient ten hoogste één aanvraag in.
Voor de toepassing van het eerste lid worden verbonden rechtspersonen tezamen aangemerkt als één rechtspersoon.
In de aanvraag wordt, voor zover van toepassing, vermeld van welke vergunningen voor landelijke of niet-landelijke commerciële radio in de FM-band de aanvrager en een met de aanvrager verbonden rechtspersoon reeds houder zijn. Daarbij vermeldt de aanvrager tevens zijn beschikbare demografische ruimte.
In de aanvraag wordt vermeld op welk aantal FM-vergunningen de aanvraag betrekking heeft.
De aanvraag heeft betrekking op het aantal activiteitspunten dat gelijk is aan het aantal FM-vergunningen waar de aanvraag op grond van het vierde lid betrekking op heeft.
In de aanvraag wordt, ten behoeve van het vaststellen van de noodzaak van veilen overeenkomstig artikel 14, vermeld welke FM-vergunning of FM-vergunningen de aanvrager bij voorkeur wenst te verwerven, uitgaande van het aantal waarop de aanvraag ingevolge het vierde lid betrekking heeft.
In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veilingprocedure en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.
De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 2 opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.
Bij het invullen van de aanvraag neemt de aanvrager het bepaalde in artikel 3 in acht.
De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.
Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het achtste lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
In afwijking van het tiende lid, kunnen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het achtste lid, worden gesteld in één van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, mits zij vergezeld gaan van een Nederlandse vertaling.
De aanvrager informeert de Minister onmiddellijk over een wijziging met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in het zevende, achtste en elfde lid, per aangetekende post, op het adres bedoeld in artikel 4, tweede lid.
Artikel 9. Nederlandse / Friese taal
Een aanvrager verplicht zich overeenkomstig bijlage 3 bij deze regeling ertoe dat een krachtens deze regeling aan hem verleende FM-vergunning wordt gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.
§ 2. De zekerheidstelling
Artikel 10. Zekerheidstelling door de aanvrager
Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van zijn bod en om te borgen dat de vergunning wordt verleend aan een financieel bestendige vergunninghouder een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van € 5.000 per FM-vergunning waarop de aanvraag ingevolge artikel 8, vierde lid, betrekking heeft of, voor zover van toepassing, na toepassing van artikel 13, tweede, betrekking heeft.
De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot:
- a. in geval van intrekking of afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van de intrekking of afwijzing;
- b. in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, het tijdstip van het besluit om de aanvraag niet te behandelen;
- c. in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het winnende bod als bedoeld in artikel 30 volledig is betaald.
De aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 4, tweede lid, bedoelde tijdstip:
- a. de waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer 705001199, IBAN: NL41INGB0705001199, BIC: INGBNL2A, ten name van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Agentschap Telecom, Afdeling Finance & Control, onder vermelding van naam en nummer van het betrokken bekendmakingsbesluit; of
- b. de bankgarantie, verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage 4, is ontvangen op het in artikel 4, tweede lid, genoemde adres.
Indien blijkt dat voor meer FM-vergunningen een waarborgsom is gestort dan het aantal waarop de aanvraag na een gedeeltelijke weigering op grond van artikel 13, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, betrekking heeft, wordt het teveel gestorte bedrag aan de betrokken aanvrager teruggestort uiterlijk twee weken na de gedeeltelijke weigering. De Minister vergoedt aan de aanvrager rente over dat teveel gestorte bedrag over de periode vanaf de dag na de dag dat de gedeeltelijke weigering op grond van artikel 13, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid is gedaan tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop het teveel gestorte bedrag door de Minister wordt teruggestort. Deze rente wordt op dezelfde dag teruggestort als de dag waarop hij het teveel gestorte bedrag terugstort.
Artikel 11. Terugstorten waarborgsom en teruggave bankgarantie aanvragen die niet worden behandeld, zijn afgewezen of geweigerd
Binnen twee weken nadat de aanvrager zijn aanvraag heeft ingetrokken, de Minister overeenkomstig artikel 12 heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag op grond van artikel 13, derde lid heeft afgewezen, of de aanvraag heeft geweigerd op grond van 3.18 van de wet:
- a. stort de Minister, indien de aanvrager een waarborgsom heeft verstrekt, de waarborgsom terug aan de betreffende aanvrager; of
- b. stuurt de Minister, indien de aanvrager een bankgarantie heeft verstrekt, een schriftelijke verklaring aan de bank van de betreffende aanvrager, en een kopie van deze schriftelijke verklaring aan de betreffende aanvrager.
Indien de Minister een waarborgsom terugstort als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vergoedt hij tegelijkertijd de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag na de dag dat de Minister de waarborgsom heeft ontvangen tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de Minister wordt teruggestort.
§ 3. Beslissingen tijdens de aanvraagfase
Artikel 12. Verzuim en verzuimherstel
Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan een van de in artikelen 8, derde tot en met tiende en twaalfde lid, of 10, eerste tot en met derde lid, gestelde eisen, deelt de Minister dit de aanvrager mee en stelt de Minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.
De aanvrager heeft de gelegenheid het verzuim te herstellen tot 16.00 uur op de zevende werkdag na de dag waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is verstuurd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.