Aanwijzing van de Minister voor Medische Zorg van 4 juni 2021, kenmerk 2369290-1009887-PZO, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake de medische verklaring onder de Wet zorg en dwang
Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;
Na op 23 april 2021 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2020/21, 35 370, nr. 7) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg;
Besluit:
Artikel 1. Definities
In deze aanwijzing wordt verstaan onder:
- –. Medische verklaring: medische verklaring als bedoeld in de Wet zorg en dwang.
- –. Wet zorg en dwang: Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten.
Artikel 2. Werkingssfeer
Deze aanwijzing is van toepassing op zorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet.
Artikel 3. Prestatiebeschrijvingen en tarieven
De Zorgautoriteit stelt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2021 een prestatiebeschrijving met een maximumtarief vast voor het opstellen van een medische verklaring.
Artikel 4. Financieel kader en macrobeheersbaarheid
Vanaf 1 januari 2022 is het macrobeheersinstrument voor eerstelijnsverblijf, geriatrische revalidatiezorg en geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen1Stcrt. 2016, 36919 van toepassing op de uitgaven voor de medische verklaring.
Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.