Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 19 maart 2021 tot wijziging van de Omgevingsregeling vanwege het opnemen van regels met het oog op de beheersing van geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen (Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet)
Gelet op de richtlijn omgevingslawaai, de artikelen 2.15, tweede lid, 2.21, eerste lid, 2.24, tweede lid, 4.1, tweede lid, 20.3, eerste lid, 20.6, derde lid, 20.7, onder c, en 20.10, derde lid, van de Omgevingswet en artikel 3.2, eerste lid, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet;
Besluiten:
Hoofdstuk 1. Aanvulling en wijziging Omgevingsregeling
Artikel 1.1. (Omgevingsregeling)
Wijzigt de Omgevingsregeling.
Hoofdstuk 2. Wijziging andere regelingen
Artikel 2.1. (Regeling geluidwerende voorzieningen 1997)
Wijzigt de Regeling geluidwerende voorzieningen 1997.
Artikel 2.2. (Regeling geluidwerende voorzieningen militaire luchthavens 2015)
Wijzigt de Regeling geluidwerende voorzieningen militaire luchthavens 2015.
Hoofdstuk 3. Intrekking regelingen
Artikel 3.1. (intrekken regelingen)
De volgende regelingen worden ingetrokken:
Hoofdstuk 4. Overgangsrecht
Artikel 4.1. (overgangsrecht herberekenen: geluidproductieplafonds rijkswegen en hoofdspoorwegen)
Volgens de bijlagen IVe, IVf en IVg worden herberekend:
- a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet vastgestelde geluidproductieplafonds;
- b. de geluidproductieplafonds die onder de werking van artikel 3.1, eerste lid, onder a en d, of 3.3, tweede lid, onder c, van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet vallen; en
- c. de geluidproductieplafonds die zijn opgenomen in een ontwerptracé-besluit dat op of na het tijdstip van inwerkingtreding van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet ter inzage is gelegd.
Bij het herberekenen van de geluidproductieplafonds, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden de geluidbrongegevens, behorende bij het onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet geldende geluidproductieplafond gebruikt.
Bij het herberekenen van de geluidproductieplafonds, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, worden de geluidbrongegevens gebruikt die horen bij de in die onderdelen genoemde geluidproductieplafonds.
In afwijking van het tweede lid kunnen voor wegen, voor de situatie waarop het geluidproductieplafond als omgevingswaarde is gebaseerd:
- a. verschillende bronregisterlijnen uit het geluidregister worden gecombineerd tot één geluidbronregisterlijn, gelegen in het midden van de rijbaan; en
- b. geactualiseerde gegevens worden gebruikt voor de ligging van de geluidbronregisterlijnen die horen bij geluidproductieplafonds die zijn vastgesteld op basis van artikel 11.45, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
Bij het herberekenen van het geluidproductieplafond van een spoorweg is het geluidproductieplafond als omgevingswaarde niet lager dan 52,0 dB, als:
- 1°. het geluidproductieplafond na 1 juli 2012 niet is gewijzigd, anders dan om de redenen, bedoeld in artikel 11.47, eerste lid, onder a en b, van de Wet milieubeheer; en
- 2°. er geen geluidbeperkend werk of bouwwerk aanwezig is dat is geplaatst om het geluid door de spoorweg op een geluidgevoelig gebouw te beperken.
Artikel 4.2. (overgangsrecht gecumuleerd geluid en gezamenlijk geluid industrieterreinen)
Als voor een industrieterrein nog geen geluidproductieplafond als omgevingswaarde is vastgesteld, wordt bij het bepalen van het gecumuleerde geluid als bedoeld in artikel 3.25 en het gezamenlijke geluid als bedoeld in artikel 3.26 uitgegaan van de op grond van de Wet geluidhinder, zoals die gold onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, ten hoogste toegestane geluidbelasting van het industrieterrein, uitgedrukt in Lden.
Artikel 4.3. (overgangsrecht maatregelpunten)
Bij de toepassing van artikel XI, eerste lid, aanhef en onder c, van het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet:
- a. blijft artikel 3.29 van de Omgevingsregeling buiten toepassing en wordt het aantal maatregelpunten bepaald volgens bijlage I; en
- b. blijft artikel 3.49, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving buiten toepassing voor een diffractor die niet is geplaatst op een geluidscherm of geluidwal.
De maatregelpunten omvatten het totaal van de maatregelpunten van bestaande en nieuw te treffen geluidbeperkende maatregelen waarvoor maatregelpunten gelden, ten opzichte van een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen, bedoeld in artikel 3.48 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Bij het toepassen van tabel 2 van bijlage I wordt de hoogte van een geluidscherm of geluidwal bepaald ten opzichte van de bovenkant van het spoor of de kantstreep van de weg aan de zijde van het scherm.
Voor de toepassing van bijlage I wordt verstaan onder:
- geluidgevoelig cluster: geluidgevoelig cluster als bedoeld in artikel XI, eerste lid, onder c, onder 3°, van het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet;
- saneringsgebouw: geluidgevoelig gebouw dat is vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 15.2 van het Omgevingsbesluit.
Artikel 4.4. (overgangsrecht verbeelding van activiteiten op industrieterreinen op geografische kaarten)
Totdat het omgevingsplan voor een industrieterrein onherroepelijk voorziet in een geluidaandachtsgebied dat is vastgesteld op grond van artikel 3.31 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, worden in afwijking van artikel 12.78, aanhef en onder b, van de Omgevingsregeling, onverminderd de onderdelen a, c en d, van dat artikel, activiteiten op industrieterreinen als bedoeld in artikel 11.50, eerste lid, onder c, onder 1°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, op geografische kaarten weergegeven door verbeelding van de zone rond het industrieterrein, vastgesteld op grond van artikel 40 van de Wet geluidhinder.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 5.1. (inwerkingtreding)
Deze regeling treedt in werking op een bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Een ministerieel besluit als bedoeld in het eerste lid wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.
Artikel 5.2. (citeertitel)
Deze regeling wordt aangehaald als: Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet.
Bijlage I. bij artikel 4.3 van deze regeling (overgangsrecht maatregelpunten lokale infrastructuur)
In deze bijlage wordt verstaan onder D: de lengte van het deel van de loodlijn vanuit een geluidgevoelig gebouw naar een weg, respectievelijk een spoorweg, dat eindigt op de dichtstbijzijnde rand van de wegdekverharding, respectievelijk de dichtstbijzijnde spoorstaaf.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.