Compensatieregeling Coronacrisis Meerjarige Kunstpodia Vierde Steunmaatregel

Type ZBO-regeling
Publication 2021-08-20
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en op de Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19.

Besluit:

Artikel 1. Definities

In de regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel

Het fonds kan subsidie verstrekken in de vorm van een bijdrage aan instellingen die tot primair doel hebben hedendaagse beeldende kunst te presenteren en die als gevolg van COVID-19-maatregelen worden geconfronteerd met inkomstenderving als een gedeeltelijke tegemoetkoming in deze gederfde inkomsten.

Artikel 3. Doelgroep

Subsidie voor instellingen waaraan in de jaren 2021-2024, waaronder in elk geval in 2021, voor tenminste twee aaneengesloten jaren op basis van een positief advies van de adviescommissie een subsidie van het fonds wordt verstrekt op grond van de Deelregeling Kunstpodia 2020-2024. En voor instellingen waaraan in de jaren 2019-2021, waaronder in ieder geval in 2021, voor tenminste twee aaneengesloten jaren subsidie wordt verstrekt op grond van de Deelregeling Meerjarenprogramma’s Presentatie- en Erfgoedinstellingen 2017, zoals die luidde op 8 juni 2020, voor zover het subsidies betreft aan instellingen die primair tot doel hebben hedendaagse beeldende kunst te presenteren.

Artikel 4. Voorwaarden
1.

Onverminderd art 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt uitsluitend subsidie verstrekt voor zover de eigen inkomsten over het jaar 2019, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar, ten minste 15 procent bedragen van de totale baten van die instelling.

2.

Voor zover het instellingen betreft waarvan de hoofdpublieksactiviteit ten hoogste een keer in de twee jaar plaatsvindt, en de hoofdactiviteit in 2018 heeft plaatsgevonden, wordt, in afwijking van het eerste lid van dit artikel, subsidie verstrekt voor zover de eigen inkomsten over het jaar 2018, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar, ten minste 15 procent bedragen van de totale baten van die instelling.

3.

Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, niet een geheel getal is, wordt dat getal naar beneden afgerond, i3ndien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, en naar boven afgerond, indien dat cijfer een 5 of hoger is.

4.

Het bestuur kan bij het vaststellen van het percentage eigen inkomsten bepaalde eigen inkomsten buiten beschouwing laten, indien deze door de instelling in de jaarrekening zijn verantwoord op een wijze die tot oneigenlijk gebruik van deze regeling zou leiden.

Artikel 5. Hoogte subsidiebedrag
1.

De subsidie bedraagt 8,2 procent van de gemiddeld over de jaren 2018 en 2019 verworven eigen inkomsten van de instelling, blijkend uit de jaarrekeningen die betrekking hebben op die jaren.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie, voor zover het instellingen betreft waarvan de hoofdpublieksactiviteit ten hoogste een keer in de twee jaar plaatsvindt, 8.2 procent van de eigen inkomsten van de instelling, verworven over het jaar in de periode 2017-2019 waarin de recentste editie van die hoofdpublieksactiviteit heeft plaatsgevonden, blijkend uit de jaarrekening die betrekking heeft op dat jaar.

3.

De uitkomst van de berekeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt:

4.

Artikel 5 lid 3 sub a is niet van toepassing in het geval een instelling geen structurele subsidie heeft ontvangen van bestuursorganen ten behoeve van de exploitatie in 2019.

Artikel 6. Ambtshalve verstrekking

Het bestuur verleent de subsidie zonder voorafgaande aanvraag.

Artikel 7. Subsidieplafond
1.

Het subsidieplafond bedraagt 1.414.400 euro.

2.

Indien het subsidieplafond door toepassing van het bepaalde in artikel 5 zou worden overschreden, worden de te verlenen subsidiebedragen naar rato verlaagd tot het niveau waarbinnen het totaal beschikbare bedrag volledig kan worden benut.

Artikel 8. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 9. Overig

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het bestuur.

Artikel 10. Hardheidsclausule

Het bestuur kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen of onderdelen daarvan buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Compensatieregeling Coronacrisis Meerjarige Kunstpodia Vierde Steunmaatregel.

Deze regeling zal na goedkeuring door de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.