Algemeen Subsidiereglement Fonds voor Cultuurparticipatie 2021
gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
gelet op artikel 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 augustus 2021;
besluit:
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1. Gebruikte begrippen
- a. Aanvrager: de organisatie, instelling, natuurlijk persoon of rechtspersoon die subsidie aanvraagt.
- b. Adviescommissie: een interne of externe adviescommissie zoals bedoeld in het Huishoudelijk Reglement van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie.
- c. Awb: de Algemene wet bestuursrecht.
- d. Begrotingstekort: negatief verschil tussen de inkomsten en uitgaven.
- e. Besluit: een besluit zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. In dit reglement wordt een beschikking ook een besluit genoemd.
- f. Deelregeling: een subsidieregeling die is gebaseerd op dit reglement, met nadere regels voor het geven van subsidies.
- g. Fonds: Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie.
- h. Huishoudelijk Reglement: Huishoudelijk Reglement van de Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie 2019.
- i. Koninkrijk der Nederlanden: Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
- j. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
- k. Rijkscultuurfondsen: de Fondsen zoals bedoeld in hoofdstuk IV van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.
- l. Schriftelijk: correspondentie tussen het Fonds en de aanvrager. Per deelregeling wordt bepaald welke wijze van communicatie vereist is.
- m. De wet: de Wet op het specifiek cultuurbeleid.
- n. Cultuurparticipatie: het actief in de vrije tijd beoefenen van kunstzinnige of erfgoedactiviteiten.
- o. Cultuureducatie: het doelbewust leren over en door middel van kunst en erfgoed binnen de school.
- p. Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten, zoals bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, Awb.
- q. Nederland: Europees deel van Nederland en de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
- r. Europees deel van Nederland: Nederland, zonder het Caribisch deel van het Koninkrijk.
- s. Caribisch deel van het Koninkrijk: Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
- t. Koninkrijk: Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel 2. Doel
Het Fonds kan subsidie verstrekken aan in het Koninkrijk gevestigde rechtspersonen of natuurlijke personen voor activiteiten of projecten die een positieve bijdrage leveren aan het bevorderen van cultuurparticipatie of cultuureducatie.
Door subsidies te verstrekken, wil het Fonds uitingen op het gebied van cultuurparticipatie en cultuureducatie ontwikkelen, stimuleren, spreiden en op andere manieren bevorderen.
Artikel 3. Reikwijdte
Dit reglement is van toepassing op alle subsidies die het Fonds verstrekt.
De grondslag voor het verstrekken van subsidies ligt in hoofdstuk 4 van de wet en in artikel 3 van de statuten van het Fonds.
Deelregelingen kunnen bepalingen bevatten die afwijken van dit reglement.
In deelregelingen kan staan dat daarin genoemde termijnen kunnen worden gewijzigd. In die deelregelingen staat ook waar informatie over die wijzigingen te vinden is. Dat is in ieder geval op de website van het Fonds.
Artikel 4. Doelgroepen
Het Fonds kan subsidie verstrekken aan natuurlijke personen of rechtspersonen die geen commercieel winstoogmerk hebben en die zijn gevestigd in het Koninkrijk.
Als het Fonds in deelregelingen verwijst naar:
- a. het Koninkrijk der Nederlanden, dan wordt daarmee bedoeld: alle landen binnen het Koninkrijk, inclusief de drie openbare lichamen;
- b. het Caribisch deel van het Koninkrijk, dan wordt daarmee bedoeld: de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- c. het Europees deel van Nederland, dan wordt daarmee bedoeld: Nederland, zonder de drie openbare lichamen en zonder de landen van het Koninkrijk in het Caribisch gebied;
- d. Nederland, dan wordt daarmee bedoeld: het Europees deel van Nederland inclusief de drie openbare lichamen, zonder de overige landen van het Koninkrijk in het Caribisch gebied.
Het Fonds kan per deelregeling een deel van het totale subsidiebudget beschikbaar stellen voor subsidie aan het Caribisch deel van het Koninkrijk. Dat budget staat in het artikel over het subsidieplafond in die deelregeling.
Deelregelingen kunnen bepalingen bevatten om het aanvragen van subsidie én de beoordeling van die aanvraag optimaal toegankelijk te maken voor specifieke doelgroepen, als dat nodig is voor de toegankelijkheid van die deelregeling.
Bij het Fonds kunnen Engelstalige subsidieaanvragen worden ingediend. De besluiten op die aanvragen zijn in beginsel Nederlandstalig. Als dat nodig is voor de toegankelijkheid van de regeling, kan het Fonds beslissen dat ook Engelstalige besluiten worden opgesteld.
Als deelregelingen in een andere taal dan het Nederlands zijn vertaald, is de Nederlandse tekst leidend. Bij de vertaling wordt deze informatie vermeld.
In deelregelingen kan staan dat aanvragers hun schriftelijke aanvraag mondeling kunnen toelichten.
Een begroting kan worden opgesteld in Amerikaanse dollars, Caribische guldens of Antilliaanse guldens. De aanvrager rekent de gebruikte valuta vervolgens om naar euro’s, op basis van de dagkoers die geldt op het moment dat de aanvraag wordt ingediend. Dat bedrag wordt in het aanvraagformulier vermeld. Aanvragers die gevestigd zijn in het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen de kosten voor het omwisselen opnemen in de begroting, voor zover dat nodig is voor de aanvraag.
Tijdsvermeldingen gaan in beginsel uit van de tijd zoals geldt in het Europees deel van Nederland.
Artikel 5. Subsidies
Het Fonds kan op grond van een deelregeling subsidie verlenen als instellingssubsidie of projectsubsidie. De projecten waarvoor dit geldt, kunnen bestaan uit een of meerdere activiteiten. In de deelregeling staat om welk soort subsidie het gaat.
Het Fonds kan projectsubsidies geven in verschillende vormen en via verschillende aanvraagprocedures.
Als het Fonds subsidiemogelijkheden bekendmaakt, wordt daarbij in ieder geval verwezen naar:
- a. het doel van de oproep;
- b. het minimaal of maximaal te verlenen bedrag;
- c. de voorwaarden voor het project of de activiteit;
- d. een uitleg over de subsidieprocedures van het Fonds, waaronder een verwijzing naar dit reglement;
- e. de procedure; en
- f. de website van het Fonds.
Artikel 6. Incidentele subsidies
Voor subsidies in incidentele gevallen geldt dat:
- a. de subsidie maximaal voor vier jaar wordt gegeven;
- b. het aantal subsidieontvangers beperkt is; en
- c. in het subsidieverleningsbesluit staat dat dit reglement van toepassing is, of welke andere bepalingen van toepassing zijn.
Artikel 7. Weigeringsgronden
Het Fonds weigert subsidie als:
- a. voor dezelfde activiteiten al subsidie is of zal worden verleend:
- 1° . door het Fonds;
- 2° . door een van de andere rijkscultuurfondsen;
- 3° . op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid;
- 4° . op grond van de Erfgoedwet.
- b. de activiteiten of projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd op het moment van de aanvraag al worden uitgevoerd;
- c. de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of een omroeporganisatie; of
- d. de aanvraag onvoldoende aansluit bij de subsidievereisten.
Het Fonds weigert subsidie aan derden als die voor wat betreft de aangevraagde subsidie, in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor een subsidie.
Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers in de jaren voorafgaand aan de aanvraag subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.
Het Fonds kan subsidie weigeren met een gegronde reden om aan te nemen dat:
- a. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
- b. de aanvrager niet zal voldoen aan de subsidieverplichtingen;
- c. de aanvrager niet voldoende verantwoording zal afleggen over de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten die van belang om de subsidie vast te stellen;
- d. de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; of
- e. de aanvrager failliet is verklaard of redelijkerwijs te verwachten is dat dat binnenkort gebeurt.
Het Fonds kan in deelregelingen afwijkende en aanvullende weigeringsgronden opnemen.
Paragraaf 2. Financiële bepalingen
Artikel 8. Begrotingsvoorbehoud
Het Fonds verstrekt subsidie voor zover de Minister daartoe in enig tijdvak voldoende financiële middelen aan het Fonds ter beschikking stelt.
Artikel 9. Voorwaarden en beperkingen
Het Fonds verstrekt alleen subsidie als de aanvrager:
- a. aantoont dat er een begrotingstekort is en dat ondersteuning door het Fonds nodig is;
- b. de mogelijkheid van andere inkomsten dan de gevraagde subsidie onderzoekt, rekening houdend met de aard van het project of de activiteiten; en
- c. aannemelijk maakt dat het financiële middelen, samen met de subsidie van het Fonds, voldoende is om het project of de activiteiten uit te voeren.
Per deelregeling kan het Fonds bepalen dat alleen subsidie wordt gegeven bij bepaalde minimale of maximale totale kosten van projecten of activiteiten.
Per deelregeling kan het Fonds als voorwaarde stellen dat aanvragers bepaalde eigen inkomsten behalen.
Per deelregeling maakt het Fonds bekend welk percentage de subsidie kan uitmaken van de totale project- of activiteitenkosten.
Het Fonds kan beperkingen verbinden aan de omvang van bepaalde begrotingsposten, zoals aan de posten onvoorzien en materiële investeringen, ten opzichte van de totale kosten van projecten of activiteiten.
Alleen kosten die direct verband houden met de projecten of activiteiten komen in aanmerking voor subsidiëring.
Artikel 10. Subsidieplafond
Het Fonds kan in deelregelingen subsidieplafonds vaststellen voor onder meer tijdvakken, thema’s, doelgroepen en regio’s.
Het Fonds kan subsidieplafonds wijzigen. Die wijzigingen worden gepubliceerd op www.cultuurparticipatie.nl.
Het wijzigen van het tijdvak waaraan een subsidieplafond is verbonden, kan ertoe leiden dat het Fonds het tijdvak waarbinnen een aanvraag kan worden ingediend ook wijzigt.
Paragraaf 3. Indienen aanvraag
Artikel 11. Indieningstermijn
Aanvragen worden niet minder dan dertien weken voor het begin van projecten of activiteiten ingediend, tenzij de deelregeling iets anders bepaalt.
a. Het Fonds neemt aanvragen die te laat zijn ingediend niet in behandeling.
b. Onvolledige aanvragen neemt het Fonds niet in behandeling, totdat deze zijn aangevuld. Het moment waarop de aanvraag volledig is aangevuld, geldt als het moment van indienen.
Artikel 12. Indieningsvereisten
De wijze waarop aanvragen worden ingediend, is beschreven bij de publicatie of openbaarmaking van de mogelijkheid om subsidie te krijgen. Hierbij geldt in ieder geval dat de aanvrager het verzoek ondertekent en daarbij vermeldt:
- a. naam en het adres,
- b. de dagtekening van de aanvraag, en
- c. een beschrijving van de subsidie die wordt gevraagd.
Bij subsidieaanvragen kan het Fonds:
- a. aanvullende indieningsvereisten stellen, en vereisen dat aan de aanvraag bijlagen worden toegevoegd;
- b. vragen om persoonsgegevens, zoals een curriculum vitae, die gegevens zijn in te zien door het Fonds en eventueel door de commissie die adviseert over de aanvraag;
- c. gegevens die aanvragers indienen, delen met derden, het Fonds stelt aanvragers op de hoogte van het voornemen om dat te doen, voordat zij een aanvraag indienen – voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is.
Artikel 13. Beslistermijn
Afhankelijk van de in de deelregeling bepaalde termijn beslist het Fonds in beginsel binnen acht, dertien of tweeëntwintig weken na de ontvangstdatum van de aanvraag. Het Fonds laat aanvragers schriftelijk weten welke beslissing hij neemt op de aanvraag.
Als het Fonds niet binnen de termijn genoemd in het eerste lid op aanvragen kan beslissen, dan laat hij dat weten aan de aanvrager. Daarbij vermeldt hij de termijn waarbinnen de aanvrager de beslissing alsnog kan verwachten.
Paragraaf 4. Beoordeling
Artikel 14. Beoordeling
De wijze waarop en de volgorde waarin subsidieverzoeken worden beoordeeld, is opgenomen in de desbetreffende deelregeling.
Per deelregeling stelt het Fonds de beoordelingscriteria vast. Die criteria worden genoemd in die deelregeling. Hoe daaraan wordt getoetst staat in ieder geval in de toelichting bij die regeling, voor zover dat nodig is voor een goed begrip van de criteria.
Artikel 15. Adviescommissie
Het Fonds legt subsidieaanvragen ter advisering voor aan een interne of externe adviescommissie Een interne commissie bestaat uit medewerkers van het Fonds. In de externe commissie hebben een of meer leden zitting die geen deel uitmaken van en niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het Fonds.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.