Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 augustus 2021, kenmerk 3242398-1014062-PZO, houdende nadere regels op grond van de Wet toetreding zorgaanbieders (Uitvoeringsregeling Wtza)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 1, eerste lid, 2, tweede lid, 3, derde lid, 4, vierde lid, en 6, tweede lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders en artikel 4.0.1, tweede lid, van de Jeugdwet;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder ‘wet’: Wet toetreding zorgaanbieders.

Hoofdstuk 2. Meldplicht

Artikel 2
1.

De melding, bedoeld in artikel 2 van de wet, geschiedt door het volledig invullen van het daartoe via de website www.toetredingzorgaanbieders.nl beschikbaar gestelde formulier.

2.

De zorgaanbieder doet de melding niet eerder dan drie maanden voor de aanvang van de zorgverlening.

Hoofdstuk 3. Toelatingsvergunning

Paragraaf 1. Medisch specialistische zorg

Artikel 3
1.

Als medisch specialistische zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet wordt de volgende zorg aangewezen, voor zover die zorg wordt verleend door een arts, anders dan een huisarts, specialist ouderengeneeskunde of arts verstandelijk gehandicapten:

2.

Er is geen sprake van medisch specialistische zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet indien de zorg, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend in het kader van de huisartsenzorg en zonder dat de huisarts hierbij tot verwijzing overgaat.

Paragraaf 2. Aanvraag toelatingsvergunning

Artikel 4

De aanvraag om een toelatingsvergunning geschiedt door bij het CIBG een volledig ingevuld aanvraagformulier, waarvan het model is opgenomen in de bijlage bij deze regeling, met de in dat formulier genoemde bescheiden, elektronisch aan te leveren via www.toetredingzorgaanbieders.nl of per post.

Paragraaf 3. Het te betalen bedrag voor de behandeling van de aanvraag om een toelatingsvergunning

Artikel 5

Voor de behandeling van de aanvraag om een toelatingsvergunning is de aanvrager € 725,00 verschuldigd.

Hoofdstuk 4. Schriftelijk vastleggen verplichtingen omtrent interne toezichthouder

Artikel 6

Een instelling die moet voldoen aan artikel 3, eerste lid, van de wet legt op de volgende wijze vast hoe hij voldoet aan het bepaalde bij en krachtens artikel 3, eerste en tweede lid, van de wet:

Hoofdstuk 5. Wijziging Regeling Jeugdwet

Artikel 7

Wijzigt de Regeling Jeugdwet.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Wtza.

Bijlage. Aanvraagformulier als bedoeld in artikel 4

Inleiding

Met dit formulier kan een aanvraag voor een toelatingsvergunning op grond van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) worden gedaan. Voor nieuwe instellingen die nog niet zijn gestart met het (doen) verlenen van zorg, geldt dat de vragen moeten worden beantwoord met het oog op de beoogde en voorgenomen situatie. Op de website van het CIBG kunt u meer informatie vinden en de antwoorden op veel gestelde vragen.

Vraag 1. Heeft u een toelatingsvergunning nodig?

Niet iedere aanbieder van zorg heeft een toelatingsvergunning nodig. Eerst worden enkele vragen gesteld om vast te stellen of u als aanbieder van zorg een toelatingsvergunning nodig heeft. Dit is om te voorkomen dat u een aanvraag indient, terwijl u als aanbieder geen toelatingsvergunning nodig heeft.

1 Artikel 3 Uitvoeringsregeling Wtza.

2 Paragraaf 2.2 in de toelichting bij de Uitvoeringsregeling Wtza.

1 artikel 4, tweede lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen.

2 artikel 2.9 van het Besluit zorgverzekering.

3 artikelen 2.5, eerste lid, onderdelen e en f, 2.14 en 2.15 van het Besluit zorgverzekering en 3.1.1, eerste lid, onderdeel f, en 11.1.5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet langdurige zorg.

4 artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet langdurige zorg.

5 artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, onderscheidenlijk onderdeel e, van de Wet langdurige zorg.

6 Staatsblad 2021, 159.

Vraag 2. Identificerende gegevens

Om een toelatingsvergunning te verstrekken, moet het CIBG weten ten behoeve van welke instelling de aanvraag wordt gedaan. Ook heeft het CIBG enkele algemene gegevens over de instelling nodig.

Vraag 3. Zorgsoorten

1 Zorg die bestaat uit een combinatie van behandelingen, gericht op gezondere voeding en eetgewoonten, meer bewegen en eventueel psychologische behandeling om verandering van gedrag te ondersteunen.

2 Zorg die bestaat uit de zorgsoorten ergotherapie, diëtetiek, logopedie, oefentherapie en podotherapie. Fysiotherapie is ook onderdeel van de paramedische zorg, maar wordt in het aanvraagformulier als aparte categorie onderscheiden.

3 Medisch specialistische revalidatiezorg en geriatrische revalidatiezorg.

4 Zorg betreffende het aanmeten en vervaardigen van protheses die uit de mond zijn te nemen.

5 Zorg bestaande uit het maken van hulpmiddelen ter verbetering, vervanging of ondersteuning van het gebit in opdracht van een tandarts, kaakchirurg of orthodontist.

6 Zorg die strekt tot de behandeling van lichte tot matige psychische problemen. Een behandeling kan bestaan uit gesprekken met bijvoorbeeld een psycholoog of psychotherapeut. Basis GGZ wordt alleen geleverd na een doorverwijzing.

7 Zorg die strekt tot de behandeling van zwaardere psychische problemen. Specialistische zorg wordt alleen geleverd na een doorverwijzing.

8 Zorg voor mensen die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg nodig hebben. Het gaat om zorg voor cliënten die permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. Voor deze zorg is een indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) nodig.

9 Zorg die een instelling levert die cliënten kan opnemen voor de behandeling van ingewikkelde psychiatrische aandoeningen.

10 Onder dagbesteding vallen alle vormen van dagbesteding dan wel dagopvang. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om de dagbesteding die op een zorgboerderij wordt geboden of andere vormen van dagbesteding bij bijvoorbeeld bedrijven zoals winkels en restaurants. Het gaat hier niet om dagbesteding die uitsluitend wordt vergoed op grond van de Wmo 2015. Wmo-zorg is niet vergunningplichtig.

11 Het gaat hier om de verpleging en verzorging in de eigen omgeving. Het gaat hier niet om de thuiszorg die uitsluitend wordt vergoed op grond van de Wmo 2015. Wmo-zorg is niet vergunningplichtig.

Vraag 4. Start zorgverlening

1 De aanvraag kan betrekking hebben op een nieuwe instelling die nog met zorg verlenen moet starten, maar ook op een bestaande instelling die al zorg levert op 1 januari 2022.

Vraag 5. Namen van de leden van de algemene of dagelijkse leiding (eigenaren, maten, vennoten en bestuurders

1 Als er meer dan 3 leden zijn, dan dient u de gegevens van de andere leden in een apart document bij te voegen.

Vraag 6. Gegevens over de eisen ten aanzien van de interne toezichthouder

Alle instellingen die moeten beschikken over een toelatingsvergunning, moeten ook beschikken over een interne toezichthouder, tenzij ze van die verplichting zijn uitgezonderd. Een interne toezichthouder staat de dagelijkse of algemene leiding met raad ter zijde en is een belangrijke spiegel. Goed en effectief intern toezicht kan daarmee de kwaliteit en doelmatigheid van zorg verbeteren. Ter versterking van de positie van de interne toezichthouder, geldt een aantal eisen voor de zorgaanbieder.

De volgende vragen gaan in op deze eisen. Eerst wordt een vraag gesteld om te bezien of de instelling behoort tot één van de uitzonderingscategorieën waarvoor de eis van een interne toezichthouder niet geldt.

1 Staatsblad 2021, 159.

1 Staatsblad 2020, 180.

2 Staatsblad 2021, 159.

Vraag 7. Gegevens ten behoeve van het toetsen van de aan de vergunning verbonden voorwaarden voor goede zorg

Alle instellingen moeten bij de zorgverlening voldoen aan de voorwaarden uit de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. Een toelatingsvergunning wordt niet verleend als aannemelijk is dat de instelling niet voldoet aan een aantal randvoorwaarden voor het verlenen van goede zorg. Goede zorg is zorg die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is, tijdig is en is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt. Om goede zorg te kunnen leveren, moet worden beschikt over een organisatie die daartoe voldoende is uitgerust. De onderstaande vragen hebben daarop betrekking.

Vraag 8. Gegevens ten behoeve van het toetsen van de aan de vergunning verbonden voorwaarden voor rechtmatig declareren en een transparante financiële bedrijfsvoering

Een toelatingsvergunning wordt niet verleend, als aannemelijk is dat de instelling niet op de juiste wijze zal declareren of aannemelijk is dat niet voldaan zal worden aan de eisen van een transparante financiële bedrijfsvoering. De volgende vragen worden gesteld in verband met deze weigeringsgronden. Hierbij worden vragen gesteld om te bezien of uw instelling moet voldoen aan de eisen met betrekking tot het declareren (vraag 8a) en aan de eisen met betrekking tot de transparante financiële bedrijfsvoering (vraag 8f).

Vraag 9. Gegevens ten behoeve van het toetsen van het hebben van een cliëntenraad

Een deel van de instellingen die een vergunning aanvraagt moet op grond van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (hierna: Wmcz 2018) beschikken over een cliëntenraad. De cliëntenraad behartigt de belangen van de cliënten in de breedste zin van het woord.

1 Ingevolge artikel 2 van het Besluit Wmcz 2018 is de Wmcz 2018 niet van toepassing op de volgende instellingen:

2 Wkkgz-zorg is namelijk zorg of een dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet alsmede ‘andere zorg’. Onder ‘andere zorg’ worden verstaan: handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg met een ander doel dan het bevorderen of bewaken van de gezondheid van de cliënt. Een voorbeeld van laatstgenoemde handelingen is cosmetische zorg. Denk hierbij aan het doen van fillerbehandelingen. Voor de vraag of bepaalde zorg Wkkgz-zorg is, is de manier waarop de zorg wordt vergoed dus niet van belang. Dus ook als een instelling met meer dan tien zorgverleners zorg verleent die geheel door de patiënt zelf wordt betaald, valt deze onder de reikwijdte van de Wkkgz – en daarmee onder de reikwijdte van de Wmcz 2018 – als de instelling zorg of een dienst verleent die bijvoorbeeld is omschreven in de Wet langdurige zorg.

Vraag 10. Signaalvragen

In het voorgaande zijn vragen gesteld die er primair op waren gericht om te bezien of sprake is van een specifieke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 5, tweede lid, Wtza. Hierna volgen enkele vragen om te bezien of er een breder signaal is dat een weigeringsgrond in het geding kan zijn.

1 Artikel 40a luidt als volgt:

Vraag 11. Bestuursverklaring

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.