Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 26 augustus 2021 nr. DGBI/, 212 14 231 inzake de verlengbaarheid van vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroepen in de FM-band, inzake de verlengbaarheid van de vergunning voor commerciële radio-omroep in de AM-band en inzake de verlengbaarheid van niet-gekoppelde vergunningen voor digitale radio-omroep in laag 4 (2021)

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-08-31
State In force
Source BWB
artikelen 1
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 18, tweede lid, aanhef en onder a, van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Artikel 1

De vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio in de FM-band, de vergunning voor commerciële radio-omroep in de AM-band en de niet-gekoppelde vergunningen voor digitale radio-omroep in laag 4, genoemd in kolom 1 van tabel 1, zijn verlengbaar om redenen van algemeen economisch belang, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel a, van het Frequentiebesluit 2013.

Vergunning analoog Bijlage wijziging vergunning analoog (Gekoppelde) DAB-vergunning Bijlagen DAB-vergunning
Kavel B01 1 8B 4, 5, 6, 9
Kavel B02 1 8B 4, 5, 6, 9
Kavel B03 1 8B 4, 5, 6, 9
Kavel B04 1 8B 4, 5, 6, 9
Kavel B05 1 8B 4, 5, 6, 9
Kavel B06 1 5B 4, 5, 6, 11
Kavel B07 1 5B 4, 5, 6, 11
Kavel B08 1 5B 4, 5, 6, 11
Kavel B09 1 12B 4, 5, 6, 12
Kavel B10 1 5A 4, 5, 6, 7
Kavel B11 1 5A 4, 5, 6, 7
Kavel B12 1 5A 4, 5, 6, 7
Kavel B13 1 7C-N 4, 5, 6, 8
Kavel B14 1 7C-N 4, 5, 6, 8
Kavel B15 1 7C-N 4, 5, 6, 8
Kavel B16 1 5A 4, 5, 6, 7
Kavel B17 1 6A 4, 5, 6, 10
Kavel B18 1 6A 4, 5, 6, 10
Kavel B19 1 6A 4, 5, 6, 10
Kavel B20 1 12B 4, 5, 6, 12
Kavel B21 1 7C-Z 4, 5, 6, 13
Kavel B22 1 7C-Z 4, 5, 6, 13
Kavel B23 1 7C-Z 4, 5, 6, 13
Kavel B24 1 5B 4, 5, 6, 11
Kavel B25 1 7C-Z 4, 5, 6, 13
Kavel B26 1 7C-N 4, 5, 6, 8
Kavel B27 1 5A 4, 5, 6, 7
Kavel B28 1 6A 4, 5, 6, 10
Kavel B29 1 6A 4, 5, 6, 10
Kavel B30 1 12B 4, 5, 6, 12
Kavel B31 1 7C-Z 4, 5, 6, 13
Kavel B32 1 12B 4, 5, 6, 12
Kavel B33 1 8B 4, 5, 6, 9
Kavel B34 1 7C-N 4, 5, 6, 8
Kavel B35 1 5A 4, 5, 6, 7
Kavel B36 1 12B 4, 5, 6, 12
Kavel B37 1 7C-N 4, 5, 6, 8
Kavel B38 1 7C-Z 4, 5, 6, 13
Kavel C12 2 5B 4, 5, 6, 11
Vergunningen niet-gekoppelde digitale radio-omroep - 7C-Z 3, 5, 6, 13
Artikel 2

De vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio in de FM-band en de vergunning voor commerciële radio-omroep in de AM-band, bedoeld in artikel 1, zijn verlengbaar voor een vaste periode die aanvangt op 1 september 2022 en loopt tot en met 31 augustus 2025.

Artikel 3

De niet-gekoppelde vergunningen voor digitale radio-omroep in laag 4,bedoeld in artikel 1, zijn verlengbaar vanaf 1 juni 2022 en deze periode loopt tot en met 31 augustus 2025.

Artikel 4

Indien een vergunning als bedoeld in artikel 1 wordt verlengd, wordt zij met ingang van de datum, genoemd in artikel 2 dan wel genoemd in artikel 3 gewijzigd overeenkomstig bijlagen 1 en 2.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verlengbaarheid vergunningen niet-landelijke commerciële radio FM-band, vergunning voor commerciële radio-omroep in de AM-band en niet-gekoppelde vergunningen voor digitale radio-omroep in laag 4 (2021).

Bijlage 1. Wijzigingen te verlengen vergunningen niet-landelijke commerciële radio-omroepen voor de fm-band

De artikelen behorende bij de vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroep, bedoeld in artikel 1 van het besluit, worden als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 vervalt onderdeel d, onder verlettering van onderdeel e tot d.

B

In artikel 1 vervalt onderdeel f, onder verlettering van de onderdelen g, h en i tot e, f en g voor de kavels B01 tot en met B04, B06 tot en met B26, B35 en B37.

C

In artikel 1 vervalt onderdeel f, onder verlettering van de onderdelen g en h tot e en f voor de kavels B05, B27 tot en met B34, B36 en B38.

D

In artikel 1 vervalt onderdeel i voor de kavels B05, B27 tot en met B34 en B36.

E

In artikel 5, eerste lid, wordt ‘instellingen’ telkens vervangen door ‘rechtspersonen die een FM-vergunning houden of diens groepsmaatschappijen, als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek,’.

F

In artikel 5, eerste lid, wordt ‘instelling’ telkens vervangen door ‘rechtspersoon die een FM-vergunning houdt of diens groepsmaatschappijen, als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek,’.

G

In artikel 5, eerste lid, wordt ‘vergunninghouder’ telkens vervangen door ‘vergunninghouder of diens groepsmaatschappijen’

H

In artikel 5, tweede lid, wordt ‘instellingen’ telkens vervangen door ‘rechtspersonen’.

I

In artikel 5, tweede lid, wordt ‘instelling’ telkens vervangen door ‘rechtspersoon’.

J

In artikel 5, tweede lid, wordt ‘Agentschap Telecom’ telkens vervangen door ‘de Minister’.

K

In artikel 5, tweede lid, wordt ‘artikel 6.24 van de Mediawet 2008’ telkens vervangen door ‘artikel 3 van de Tijdelijke regeling gebruiksbeperking commerciële radio-omroep’.

L

In de vergunning voor kavel B27 vervalt artikel 6, onder vernummering van de artikelen 7 en 8 tot 6 en 7.

M

Het laatste artikel luidt telkens: Deze vergunning is geldig van tot en met 31 augustus 2025, dan wel de dag waarop de vergunninghouder niet langer tevens houder is van de aan deze vergunning gekoppelde vergunning voor digitale radio-omroep met dossiernummer (allotment ).

Bijlage 2. Wijzigingen te verlengen vergunning commerciële radio-omroep in de AM-band

De vergunning voor commerciële radio-omroep in de AM-band, bedoeld in artikel 1 van het besluit, worden als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6 wordt ‘31 augustus 2022’ vervangen door: ‘31 augustus 2025’.

Bijlage 3

Concept-vergunning niet-gekoppelde digitale radio-omroep (laag 4)

Artikel 1. Definities

Artikel 2. Gebruiksrecht

Artikel 3. Samenwerking vergunninghouders

Artikel 4. Technische beschrijving

Artikel 5. Registratie van frequentieruimte

Artikel 6. Ingebruiknameverplichting

Artikel 7. Wegnemen belemmeringen

Artikel 8. Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten

Artikel 9. Kennisgeving ingebruikname

Artikel 10. Correspondentie

Artikel 11. Duur van de vergunning

Deze vergunning is geldig van tot en met 31 augustus 2025.

Bijlage 4

Concept-vergunning gekoppelde digitale radio-omroep (laag 4)

Artikel 1. Definities

Artikel 2. Gebruiksrecht

Artikel 3. Samenwerking vergunninghouders

Artikel 4. Technische beschrijving

Artikel 5. Registratie van frequentieruimte

Artikel 6. Ingebruiknameverplichting

Artikel 7. Wegnemen belemmeringen

Artikel 8. Beperkingen ter uitvoering van de Beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten

Artikel 9. Kennisgeving ingebruikname

Artikel 10. Correspondentie

Artikel 11. Duur van de vergunning

Deze vergunning is geldig van tot en met 31 augustus 2025.

Bijlage 5

Bijlage Kennisgeving ingebruikname en technische beschrijving

A. Kennisgeving ingebruikname

Het format zoals bedoeld in artikel 5 en artikel 9 van de vergunning is opgenomen op de USB-stick.

B. Technische beschrijving

De technische beschrijving zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, is ook opgenomen op de USB-stick. Deze bestaat uit de volgende onderdelen:

Bijlage 6

Bijlage Toelichting

I. Algemeen

1. Inleiding

Met de onderhavige vergunning worden de frequentiegebruiksrechten geregeld voor digitale radio-omroep. De in de vergunning opgenomen frequentie-indeling volgt uit internationale afspraken gemaakt tijdens de internationale conferentie in Genève in 2006 (GE06) en bilaterale afspraken tussen lidstaten, die als doel hebben om de inzetbaarheid en beschikbaarheid van de frequentieruimte voor digitale omroep in Nederland zo goed mogelijk passend te maken. Van alle geldende afspraken zijn overzichten met voorwaarden en beperkingen samengesteld, die u in de bijlagen aantreft. De frequentieruimte bestaat uit één of meer frequentieblokken die in vast omlijnde geografische gebieden in Nederland inzetbaar zijn.

2. Beschikbaarheid van frequentieruimte

In de afbeeldingen zijn de oude situatie en de nieuwe situatie voor DAB-laag 4 opgenomen.

De nieuwe DAB-laag 4 is opgebouwd uit HOL2401 (frequentieblok 5A), HOL2402 (frequentieblok 7C), HOL2403 (frequentieblok 8B), HOL2404 (frequentieblok 6A), HOL2405 (frequentieblok 5B), HOL2406 (frequentieblok 12B) en HOL2407 (frequentieblok 7C).

Voor de genoemde frequentieblokken zijn in de basis internationale frequentierechten toegekend tijdens de GE06 conferentie zoals opgenomen in bijlage I in tabel 1 met aanvullingen zoals beschreven in tabel 2. Ten gevolge van bilaterale onderhandelingen met Duitsland, Frankrijk en België kunnen nog nadere wijzigingen optreden. De huidige indicatie van de wijzigingen is te vinden in tabel 3 van bijlage I.

Een aanpassing van de frequentierechten kan leiden tot aanpassing van bijlage I van de vergunning. De kans bestaat dat ten gevolge van internationale onderhandelingen nog wijzigingen optreden. Als gevolg hiervan kan de vergunning ambtshalve worden gewijzigd conform internationale afspraken, zonder dat hierdoor een recht op compensatie ontstaat.

3. Voorschriften en beperkingen

Algemeen

Aan het gebruik van frequentieruimte is een aantal voorschriften en beperkingen verbonden. Het frequentiegebruik is gebonden aan een spectrummasker. Een spectrummasker is ingesteld om doelmatig ethergebruik te bevorderen en om te faciliteren dat aan de technologie verder geen bijzondere eisen worden gesteld. Door toepassing van een spectrummasker wordt eventuele storing op naastliggende frequentieblokken van andere vergunninghouders (zogenoemde nabuurkanaalinterferentie) beperkt.

Nabuurkanaalinterferentie

Onderzoeksresultaten tonen aan dat nabuurkanaalinterferentie hinderlijke storing veroorzaakt indien op de ontvangstlocatie het vermogensverschil tussen de ontvangstsignalen van de twee (T-DAB) netwerken tussen de eerste nabuurkanalen met meer dan 23 dB wordt overschreden.

De vergunninghouder behoort zijn netwerken uit te rollen volgens het principe van good engineering practice. Daarmee kan reeds veel storing worden voorkomen. De houder van een vergunning voor digitale radio-omroep mag, binnen de grenzen van de vergunning, zelf bepalen waar hij welke zender in gebruik neemt. Ook mag hij een zender verplaatsen binnen de grenzen van de vergunning. Daarnaast kunnen vergunninghouders problemen van nabuurkanaalinterferentie zelf voorkomen en oplossen.

Oplossingsrichtingen voor nabuurkanaalinterferentie

Er zijn meerdere oplossingsrichtingen, geschikt voor het voorkomen van nabuurkanaalinterferentie, onder andere:

Uiteraard zal in veel gevallen overleg met de andere vergunninghouder(s) van belang zijn bij het kunnen oplossen of voorkomen van nabuurkanaalinterferentie.

4. Samenwerking tussen de verschillende vergunninghouders

Er zijn verschillende frequentieblokken. Per frequentieblok geldt dat wordt vergund aan (maximaal) 12 vergunninghouders, waarbij iedere vergunninghouder 1/12e deel van de capaciteit krijgt toebedeeld in een gelijk deel van het frequentiespectrum. Technisch gezien dienen de vergunninghouders één gezamenlijk netwerk uit te (doen) rollen. Met het oog hierop is in artikel 3.21 van de Telecommunicatiewet bepaald dat vergunninghouders een samenwerkingsovereenkomst moeten sluiten, zie ook de toelichting bij artikel 3.

De vergunninghouder dient zijn radioprogramma – in geval van koppeling van de vergunning voor digitale radio-omroep aan een vergunning voor analoge radio-omroep gelijktijdig en ongewijzigd – uit te zenden in ten minste met FM-vergelijkbare stereo geluidskwaliteit althans een geluidskwaliteit die ten minste vergelijkbaar is met de geluidskwaliteit die kan worden behaald met een AAC+ 48 kb/s stereo-uitzending. De laatste toevoeging is gekozen om digitaal ‘handen en voeten’ te geven aan het analoge begrip FM-stereokwaliteit. Uiteraard mag, binnen de grenzen van zijn vergunning, de houder kiezen voor een hoger kwaliteitsniveau. Daarnaast mag de vergunninghouder de eventueel overgebleven ruimte binnen de aan hem toegewezen capaciteit ook gebruiken voor andere omroepdiensten dan radio. Dit volgt ook uit de bestemming in het Nationaal Frequentieplan 2014 (hierna: NFP).

De vergunninghouder van een niet-gekoppelde vergunning, die op grond van een gekoppelde vergunning al een radioprogramma uitzendt in hetzelfde frequentieblok en allotment, mag de capaciteit van de toegewezen frequentieruimte van de niet-gekoppelde vergunning ook (mede) gebruiken voor het verhogen van de bitrate van dat radioprogramma. Hiermee wordt het mogelijk de audiokwaliteit van het reeds bestaande radioprogramma van de vergunninghouder te verbeteren.

Mocht – om wat voor reden dan ook – een of meer van de vergunningen worden ingetrokken krachtens artikel 3.19 van de Telecommunicatiewet, dan gaat de resterende capaciteit van rechtswege en pro rato tijdelijk over naar de overgebleven vergunninghouders. Dit is geregeld in artikel 2, vijfde lid, van de vergunning. Na de intrekking zal die vergunning in beginsel opnieuw verdeeld worden. Alsdan zal de capaciteit van 1/12e deel vergund worden aan de nieuwe vergunninghouder.

Verder is relevant dat de gewenste bitrate per type programma kan verschillen. De nuances van klassieke muziek vergen doorgaans een hogere bitrate dan de bitrate die is benodigd voor het overbrengen van spraak. In de onderlinge verschillen in bitrate is voorzien door te regelen dat de vergunninghouders afspraken kunnen maken over het ‘verdelen’ van capaciteit aan elkaar.

Randvoorwaarde is wel dat – in geval van een gekoppelde vergunning – de vergunninghouder zijn analoge radioprogramma ook digitaal uitzendt in de minimaal voorgeschreven stereo geluidskwaliteit en het NFP in acht neemt.

Een samenwerkingsverband treedt niet in de plaats van de verplichtingen van de vergunninghouder. Deze blijft daarvoor zelf rechtens aanspreekbaar. Iedere vergunninghouder is verplicht om zijn vergunningvoorschriften na te komen ongeacht een samenwerkingsverband.

5. Overig

Ten aanzien van de te gebruiken technologie zijn geen bijzondere eisen gesteld. Wel is een spectrummasker voorgeschreven (zie bijlage I).

6. Consultatie

Een ontwerp van deze vergunning is zes weken van 31 mei 2021 tot en met 13 juli 2021 geconsulteerd met inachtneming van artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Hieronder wordt op de gegeven zienswijzen ingegaan.

Een respondent geeft aan dat artikel 2.3 van de vergunning leest als een nieuwe gebruiksbeperking. In het desbetreffende artikel is bepaald dat de vergunninghouder niet langer dan vier aaneengesloten weken twee vergunde frequentieblokken tegelijkertijd in gebruik mag hebben binnen allotment 7C-Z. De respondent wil graag nadere uitleg over de betekenis van deze bepaling.

Hierover wordt het volgende opgemerkt. Het artikel is bedoeld om de overgang tussen de oude DAB-laag 4 en de nieuwe DAB-laag 4 mogelijk te maken. Het artikel regelt derhalve dat niet langer dan vier weken simultaan uitgezonden mag worden op de ‘oude’ en ‘nieuwe’ DAB-laag 4.

De periode waarin deze overgang moet plaatsvinden is gelegen tussen 1 juni en 1 september 2022 waarbinnen maximaal vier weken twee frequentieblokken gelijktijdig in bedrijf mogen zijn. Na ingebruikname en in elk geval na ommekomst van die termijn van vier weken geldt het nieuwe gebruiksrecht.

II. Artikelsgewijs

Artikel 1

In artikel 1 zijn de definities opgenomen.

Artikel 2

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.