Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 30 augustus 2021, nr. VO/29097500, houdende regels voor de bekostiging van vo-scholen en samenwerkingsverbanden VO in Europees en scholen in Caribisch Nederland (Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 80, tweede en vierde lid, 85, vierde lid, en 90 vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 153 van de Wet voortgezet onderwijs BES, artikel 2.2.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, artikel 17, derde lid, van het Besluit bekostiging WVO 2021 en artikel 9 en artikel 11, derde lid, van het Bekostigingsbesluit WVO BES;

Besluit:

§ 1. Bekostiging vo-scholen Europees Nederland

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Bedragen bekostiging vo-scholen Europees Nederland kalenderjaar 2026
1.

De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:

2.

De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:

Artikel 3. Aanvullende bekostiging lwoo en pro en regionale ondersteuning kalenderjaar 2026
1.

De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.5, eerste en tweede lid, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op € 6.107,54 per leerling.

2.

De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.13, eerste, derde en vierde lid, van de wet, alsmede het op de bekostiging van het samenwerkingsverband in mindering te brengen bedrag, bedoeld in artikel 5.13, zesde en zevende lid, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op € 6.107,54 per leerling.

3.

De aanvullende bekostiging voor regionale ondersteuning, bedoeld in artikel 5.13, eerste en vijfde lid, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op € 128,72 per leerling.

Artikel 4. Bedragen bekostiging vo-scholen Europees Nederland kalenderjaar 2027
1.

De bedragen per vestiging, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden per 1 januari 2027 vastgesteld op:

2.

De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2027 vastgesteld op:

Artikel 5. Aanvullende bekostiging lwoo en pro en regionale ondersteuning kalenderjaar 2027
1.

De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.5, eerste en tweede lid, wordt voor het kalenderjaar 2027 vastgesteld op € 6.107,54 per leerling.

2.

De aanvullende bekostiging voor lwoo en pro, bedoeld in artikel 5.13, eerste, derde en vierde lid, van de wet, alsmede het op de bekostiging van het samenwerkingsverband in mindering te brengen bedrag, bedoeld in artikel 5.13, zesde en zevende lid, van de wet, wordt per 1 januari 2027 vastgesteld op € 6.107,54 per leerling.

3.

De aanvullende bekostiging voor regionale ondersteuning, bedoeld in artikel 5.13, eerste en vijfde lid, van de wet, wordt per 1 januari 2027 vastgesteld op € 128,72 per leerling.

Artikel 6. Betaalritme bekostiging vo-scholen Europees Nederland

De minister stelt de bekostiging, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5, in december voorafgaande aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste termijn wordt betaald in januari van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

§ 2. Bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland

Artikel 7. Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 8. Bedragen bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland kalenderjaar 2026
1.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:

2.

De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:

3.

De bedragen per student, bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, worden voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:

4.

De procentuele opslag, bedoeld in artikel 9.25, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op 40 procent.

5.

De procentuele opslag, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op 36 procent.

6.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 9.25, tweede lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, wordt voor het kalenderjaar 2026 vastgesteld op:

Artikel 9. Bedragen bekostiging vo-scholen Caribisch Nederland kalenderjaar 2027
1.

Het bedrag per school, bedoeld in 11.56, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt per 1 januari 2027 vastgesteld op:

2.

De bedragen per leerling, bedoeld in artikel 11.56, eerste lid, onderdeel b, van de wet, worden per 1 januari 2027 vastgesteld op:

3.

De bedragen per student, bedoeld in artikel 2.2.1, tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, worden per 1 januari 2027 vastgesteld op:

4.

De minister stelt de procentuele opslag, bedoeld in artikel 9.25, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, per 1 januari 2027 vast op 40 procent.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.