Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 30 augustus 2021, nr. VO/29097410, houdende regels voor de aanvullende bekostiging voor vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden (Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 82, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 2.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 2, vierde lid, van het Besluit bekostiging WVO 2021;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Aanvullende bekostiging uitzonderingsscholen
1.

De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school die op grond van artikel 4.25, vierde lid, van de wet in stand wordt gehouden of wordt bekostigd.

2.

De aanvullende bekostiging wordt volgens onderstaande tabel bepaald op basis van het onderwijsaanbod op de school of scholengemeenschap en het aantal bekostigde leerlingen dat op de teldatum op de school of scholengemeenschap staat ingeschreven:

Onderwijsaanbod Aantal leerlingen op de teldatum Hoogte aanvullende bekostiging
vbo of mavo minder dan 130 3 keer het bedrag voor de hoofdvestiging
vbo of mavo 130 tot en met 200 2 keer het bedrag voor de hoofdvestiging
vbo of mavo meer dan 200 € 0
mavo, havo en vwo minder dan 130 5,5 keer het bedrag voor de hoofdvestiging
mavo, havo en vwo 130 tot en met 250 4,5 keer het bedrag voor de hoofdvestiging
mavo, havo en vwo meer dan 250 € 0
vbo, mavo, havo en vwo minder dan 130 7 keer het bedrag voor de hoofdvestiging
vbo, mavo, havo en vwo 130 tot en met 300 6 keer het bedrag voor de hoofdvestiging
vbo, mavo, havo en vwo meer dan 300 € 0
3.

Het bedrag voor de hoofdvestiging, genoemd in de tabel in het tweede lid, is het bedrag genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.

4.

Een bevoegd gezag komt ook voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking als het een school heeft met een nevenvestiging die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, onderdeel a, van de Beleidsregel uitzonderingsscholen VO 2013. De aanvullende bekostiging heeft alleen betrekking op die nevenvestiging en wordt bepaald op basis van het onderwijsaanbod op de nevenvestiging en het aantal leerlingen dat op de teldatum op de nevenvestiging staat ingeschreven. Bij opheffing van de nevenvestiging vervalt het recht op de aanvullende bekostiging.

Artikel 3. Aanvullende bekostiging vestigingen met een breed onderwijsaanbod
1.

De minister verstrekt aanvullende bekostiging voor vestigingen met een breed onderwijsaanbod.

2.

Een scholengemeenschap heeft een vestiging met een breed onderwijsaanbod indien op de vestiging op de teldatum leerlingen staan ingeschreven in:

3.

De aanvullende bekostiging is gelijk aan het vaste bedrag voor de hoofdvestiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.

4.

De aanvullende bekostiging kan slechts worden verstrekt voor vestigingen die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Artikel 4. Aanvullende bekostiging maritiem vbo
1.

De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school die het vbo-profiel maritiem en techniek, bedoeld in artikel 2.26, tweede lid, onderdeel e, van de wet, aanbiedt als het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen, al dan niet in combinatie met een maritieme leeromgeving, een onlosmakelijk onderdeel vormt van het maritiem vbo op de school.

2.

De aanvullende bekostiging bestaat in 2025 uit:

3.

De aanvullende bekostiging bestaat in 2026 uit:

4.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, wordt berekend op basis van het aantal leerlingen dat op de teldatum staat ingeschreven op het vbo-profiel maritiem en techniek.

Artikel 5. Aanvullende bekostiging internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs en Europees Baccalaureaat
1.

De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school die een cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs of een cursus Europees Baccalaureaat aanbiedt.

2.

De hoogte van de aanvullende bekostiging in 2025 wordt vastgesteld op € 1.328,98 per bekostigde leerling die op de teldatum is toegelaten tot een cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs of een cursus Europees Baccalaureaat.

3.

De hoogte van de aanvullende bekostiging in 2026 wordt vastgesteld op € 1.327,27 per bekostigde leerling die op de teldatum is toegelaten tot een cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs of een cursus Europees Baccalaureaat.

Artikel 6. Aanvullende bekostiging leerlingen in gemengde leerweg
1.

De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school die de gemengde leerweg aanbiedt.

2.

De hoogte van de aanvullende bekostiging in 2025 wordt vastgesteld op € 376,59 per leerling die op de teldatum staat ingeschreven in het derde of vierde leerjaar van de gemengde leerweg.

3.

De hoogte van de aanvullende bekostiging in 2026 wordt vastgesteld op € 376,11 per leerling die op de teldatum staat ingeschreven in het derde of vierde leerjaar van de gemengde leerweg.

Artikel 7. Beschikking en betaling
1.

De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 2, in januari van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in de artikelen 3 en 4 tot en met 6, uiterlijk in de maand maart van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang.

2.

De beschikking en betaling van de aanvullende bekostiging bedoeld in artikel 3a vindt jaarlijks in één termijn plaats in november.

3.

De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6a, uiterlijk in de maand maart van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De betaling van de aanvullende bekostiging vindt jaarlijks in een termijn plaats in maart.

4.

De aanvullende bekostiging wordt, uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft, herzien en wordt berekend op basis van:

5.

In afwijking van het derde en vierde lid stelt de minister de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6a, voor 2025 uiterlijk in de maand november 2025 vast, berekend op basis van het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op de teldatum staat ingeschreven bij de school voor praktijkonderwijs. Er vindt geen herziening plaats als bedoeld in het vierde lid. De aanvullende bekostiging voor 2025 wordt uiterlijk in november 2025 in één termijn betaald.

Artikel 8. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 november 2021.

Artikel 9. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3a. Aanvullende bekostiging schoolcampus met een breed onderwijsaanbod
1.

De Minister kan de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 3, op aanvraag van het bevoegd gezag ook verstrekken indien:

2.

De hemelsbreed gemeten afstand tussen twee vestigingen wordt berekend door de afstand in meters te bepalen met de formule: √((x1 – x2)2 + (y1 – y2)2), waarin x1 en y1 de BAG-coördinaten zijn van het adres van de ene vestiging en x2 en y2 de BAG-coördinaten zijn van het adres van de andere vestiging. Daarbij wordt uitgegaan van de adresgegevens van beide vestigingen zoals opgenomen in de Basisregistratie Instellingen.

3.

Het bevoegd gezag kan voor een vestiging één keer gebruikmaken van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.

4.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk op 1 mei van enig kalenderjaar bij de Minister ingediend. Aanvragen die na 1 mei zijn ontvangen, worden afgewezen. De aanvraag geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagformulier in de bijlage.

5.

In afwijking van het vierde lid wordt de aanvraag in 2022 uiterlijk op 1 juni bij de Minister ingediend. De aanvraag wordt afgewezen als deze na 1 juni is ontvangen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.