Fiscale tegemoetkomingen naar aanleiding van de coronacrisis; (Besluit noodmaatregelen coronacrisis Caribisch Nederland)
Dit besluit is een actualisatie van het ingetrokken besluit van 28 juni 2021, nr. 2021-121257 (Stcrt. 2021, 33904).
1. Inleiding
2. Uitstel van betaling van belastingschulden
3. Betalingsverzuimboeten
4. Gebruikelijk loon 2020 en 2021 AB-houders
5. Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren & subsidie financiering vaste lasten MKB
Tot de winst van een onderneming behoren tegemoetkomingen op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 BES (TOGS) en subsidies op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten getroffen ondernemingen Covid-19 BES. Deze tegemoetkomingen en subsidies stel ik evenwel vrij van de heffing van inkomstenbelasting.
Op Caribisch Nederland is het uitstel van betaling anders vormgegeven dan in Europees Nederland. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de op Caribisch Nederland geldende fiscale wet- en regelgeving.
Het fiscale stelsel van Europees Nederland is aanzienlijk complexer en uitgebreider en kent veel meer belastingen dan het fiscale stelsel van Caribisch Nederland. Het fiscale stelsel van Caribisch Nederland is gebaseerd op het voormalige Nederlands Antilliaanse stelsel en is toegespitst op de lokale omstandigheden van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ook wat betreft uitvoerbaarheid en handhaving. Met name de fiscale behandeling van ondernemers wijkt in belangrijke mate af van die in Europees Nederland. Naast eenvoud is één van de doelstellingen achter het stelsel dat het aantrekkelijk is voor (startende) ondernemers. Zo kent Caribisch Nederland geen winstbelasting zoals de vennootschapsbelasting, maar in plaats daarvan een vastgoedbelasting. Gebruikelijk in Caribisch Nederland is dat ook kleine ondernemers hun onderneming drijven in een naamloze vennootschap of besloten vennootschap. Om bovengenoemde redenen wijkt het tijdelijke uitstelbeleid in verband met de coronacrisis op Caribisch Nederland op enkele onderdelen af van het uitstelbeleid in Europees Nederland.
Vooruitlopend op wetgeving keur ik met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020 goed dat een subsidie niet valt onder de wettelijke vrijstelling en die is verstrekt op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten getroffen ondernemingen Covid-19 BES, is vrijgesteld van de heffing van inkomstenbelasting.
6. Algemene bestedingsbelasting
7. Ingetrokken regeling
8. Inwerkingtreding en vervaldatum
9. Citeertitel
De bijzondere omstandigheden als gevolg van de coronacrisis zijn voor het kabinet aanleiding voor het treffen van economische en fiscale maatregelen.
In dit beleidsbesluit geef ik uitvoering aan fiscale maatregelen in de vorm van concrete goedkeuringen die van toepassing zijn voor Caribisch Nederland (dit betreft Bonaire, Sint Eustatius en Saba).
De goedkeuringen zien op de volgende onderwerpen:
De goedkeuringen zijn gebaseerd op een redelijke wetstoepassing gegeven de bijzondere omstandigheden veroorzaakt door de coronacrisis en waar nodig met toepassing van artikel 8.19 van de Belastingwet BES.
2. Uitstel van betaling van belastingschulden
2.1. Uitstel van betaling van belastingschulden
Ondernemers die door bijzondere omstandigheden waarvan de oorzaak buiten hun invloed ligt tijdelijk in liquiditeitsproblemen zijn gekomen, kunnen op grond van bestaand beleid om uitstel van betaling vragen. De gevolgen van de coronacrisis geven aanleiding voor een tijdelijk soepeler beleid. Daarom keur ik het volgende goed.
Deze goedkeuring is met ingang van 1 oktober 2021 vervallen.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat de ontvanger uitstel van betaling van belastingschuld verleent, indien de ondernemer uiterlijk 30 september 2021 daartoe een verzoek heeft ingediend.
Het verzoek om uitstel kan schriftelijk of digitaal via een daartoe bestemd formulier worden ingediend nadat er een belastingaanslag is opgelegd. Het verzoek om uitstel wordt geacht een verzoek om uitstel van betaling te zijn van alle openstaande en gedurende de uitstelperiode nog op te leggen belastingaanslagen waarop deze goedkeuring betrekking heeft.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende zes voorwaarden:
Er wordt geen uitstel van betaling verleend en verleend uitstel van betaling wordt ingetrokken als de belangen van de Staat zich tegen uitstel verzetten. Dit is onder meer het geval als de ontvanger vreest voor misbruik van de situatie waardoor verhaalsmogelijkheden in gevaar komen.
Verleend uitstel van betaling op grond van deze goedkeuring wordt ingetrokken per 1 oktober 2021, met dien verstande dat de ontvanger de ondernemer in de gelegenheid stelt om de belastingschuld met een betalingsregeling af te lossen (zie hiervoor onderdeel 2.5). Voor de volledigheid merk ik op dat daarbij de voorwaarden a. tot en met f. onverkort gelden.
Deze goedkeuring is met ingang van 1 oktober 2021 vervallen.
Ik keur goed dat noch het feit dat aan de ondernemer eerder uitstel op grond van het bestaande beleid is verleend, noch het feit dat de ondernemer verzoekt om een andere vorm van uitstel, een belemmering vormt voor het toekennen van uitstel van betaling op grond dit onderdeel.
Ik keur goed dat de ontvanger gedurende de periode van uitstel, bedoeld in de onderdelen 2.4 en 2.5, geen belastingteruggaven (van enige soort) verrekent met de belastingschuld waarvoor uitstel van betaling is verleend, tenzij de ondernemer hierom verzoekt of de belangen van de Staat worden geschaad. Dit betekent dat de ontvanger wel teruggaven verrekent met belastingschulden die na 1 oktober 2021 opkomen als niet aan deze verplichtingen wordt voldaan en de ondernemer geen uitstel geniet ingevolge onderdeel 2.4.
Voornoemde goedkeuringen 1 tot en met 3 gelden in aanvulling op het reguliere uitstelbeleid.
2.2. Interest
2.3. Diverse invorderingsonderwerpen
Ik keur goed dat het percentage van de interest dat momenteel ingevolge artikel 8.44, tweede lid, Belastingwet BES ten minste 6 bedraagt, wordt verlaagd naar de volgende percentages:
2.3.1. Verklaring betalingsgedrag
Ik keur goed dat in afwijking van artikel 8.38.7 van de Leidraad Invordering BES de ontvanger, indien voldaan wordt aan de overige voorwaarden, een schone verklaring betalingsgedrag afgeeft als voor de nageheven loonheffingen ingevolge dit besluit uitstel van betaling wordt genoten dan wel ingevolge dit besluit voor bedoelde naheffingsaanslagen geen invorderingsmaatregelen worden genomen. De ontvanger zal echter geen schone verklaring afgeven als na 1 oktober 2021 niet wordt voldaan aan de nieuw opkomende verplichtingen en de ondernemer geen uitstel geniet ingevolge onderdeel 2.4.
2.3.2. Melding betalingsonmacht
Ik keur goed dat voor zover het verzoek om uitstel van betaling op grond van dit beleidsbesluit betrekking heeft op de verschuldigde belasting die behoorde te zijn afgedragen of voldaan tussen 12 maart 2020 en 1 oktober 2021, het verzoek in voorkomend geval mede geldt als tijdige melding van betalingsonmacht als bedoeld in artikel 8.65a, tweede lid, Belastingwet BES. De melding wordt bovendien rechtsgeldig geacht, tenzij achteraf blijkt dat de betalingsonmacht niet hoofdzakelijk verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis.
2.4. Tijdelijke aanvullende tegemoetkoming: 1 oktober 2021 – 31 januari 2022
De meeste beperkende maatregelen van het kabinet zijn opgeheven. Mede daarom zijn de meeste steunmaatregelen komen te vervallen, waaronder het generieke uitstel (goedkeuring 1 van onderdeel 2.1). Desondanks kunnen sommige ondernemers nog steeds te maken hebben met liquiditeitsproblemen die hoofdzakelijk zijn ontstaan door de coronacrisis. Om deze ondernemers tegemoet te komen, geef ik onder strikte voorwaarden die deels zijn ontleend aan artikel 8.57.6.1 de volgende aanvullende goedkeuring.
Ik keur goed dat voor zover het verzoek om uitstel van betaling op grond van dit beleidsbesluit betrekking heeft op de verschuldigde belasting die behoorde te zijn afgedragen of voldaan tussen 12 maart 2020 en 1 oktober 2021, het verzoek in voorkomend geval mede geldt als tijdige melding van betalingsonmacht als bedoeld in artikel 8.65a, tweede lid, Belastingwet BES. De melding wordt bovendien rechtsgeldig geacht, tenzij achteraf blijkt dat de betalingsonmacht niet hoofdzakelijk verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis.
De ontvanger stelt de ondernemer in de gelegenheid om de in verband met deze goedkeuring ontstane belastingschuld af te lossen met een betalingsregeling (zie hiervoor onderdeel 2.5). De ontvanger verleent geen uitstel van betaling en trekt eerder verleend uitstel van betaling in als de belangen van de Staat zich tegen (verder) uitstel verzetten.
De meeste beperkende maatregelen van het kabinet zijn opgeheven. Mede daarom zijn de meeste steunmaatregelen komen te vervallen, waaronder het generieke uitstel (goedkeuring 1 van onderdeel 2.1). Desondanks kunnen sommige ondernemers nog steeds te maken hebben met liquiditeitsproblemen die hoofdzakelijk zijn ontstaan door de coronacrisis. Om deze ondernemers tegemoet te komen, geef ik onder strikte voorwaarden die deels zijn ontleend aan artikel 8.57.6.1 de volgende aanvullende goedkeuring.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat de ontvanger uitstel van betaling verleent tot en met 31 januari 2022 voor belastingen die betaald hadden moeten zijn in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2022 voor de in goedkeuring 1 van onderdeel 3.1 van dit besluit genoemde belastingen. De ondernemer kan hier tot en met 31 januari 2022 schriftelijk om verzoeken.
2.5. Betalingsregeling voor opgebouwde belastingschuld
Voor de volledigheid merk ik op dat de goedkeuringen van onderdeel 2.3 ook gelden als de ontvanger op grond van onderdeel 2.4 uitstel verleent.
Ik keur goed dat noch het feit dat aan de ondernemer eerder uitstel op grond van het bestaande beleid is verleend, noch het feit dat de ondernemer verzoekt om een andere vorm van uitstel, een belemmering vormt voor het toekennen van uitstel van betaling op grond dit onderdeel.
Ik keur goed dat de ontvanger tot 1 oktober 2027 uitstel van betaling verleent voor belastingen waarvoor ingevolge onderdeel 2.4 van dit besluit uitstel van betaling is verleend.
Gelet op de bijzondere omstandigheden van de coronacrisis, vind ik het passend om naast de reguliere betalingsregeling voor ondernemers (in artikel 8.57 Leidraad Invordering BES e.v.), voor de in dit onderdeel bedoelde belastingen van ondernemers een meer ruimhartige betalingsregeling toe te staan. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat de ontvanger tot 1 oktober 2027 uitstel van betaling verleent voor belastingen waarvoor ingevolge onderdeel 2.1 van dit besluit uitstel van betaling is verleend.
Ik keur goed dat de ontvanger tot 1 oktober 2027 uitstel van betaling verleent voor belastingen waarvoor ingevolge onderdeel 2.4 van dit besluit uitstel van betaling is verleend.
3. Betalingsverzuimboeten
Uitgangspunten van de betalingsregeling zijn dat de belastingschuld wordt afgelost in 60 maandelijkse termijnen en in oktober 2022 aanvangt. De uiterste betaaldatum van de eerste betalingstermijn is 31 oktober 2022. Elke volgende termijn vervalt telkens een maand later. Hiervan kan worden afgeweken als de ondernemer aannemelijk maakt dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is in oktober 2022 aan te vangen met het aflossen van zijn coronaschuld volgens het bovenstaande betaalschema, bijvoorbeeld als zijn liquiditeitspositie dat vanwege beperkende maatregelen nog niet in redelijkheid toelaat. De ondernemer kan in dat geval op een later moment beginnen met aflossen volgens dat betaalschema, met dien verstande dat de belastingschuld uiterlijk 1 oktober 2027 volledig is afgelost.
Als blijkt dat de ondernemer gedurende de betalingsregeling (vanaf 1 oktober 2022) die hem ingevolge dit besluit is toegekend niet (meer) voldoet aan de voorwaarden die gelden voor het op grond van onderdeel 2.1 verleende uitstel van betaling, kan de ontvanger de betalingsregeling als bedoeld in dit onderdeel weigeren of beëindigen. Alvorens de ontvanger de regeling weigert of beëindigt, stelt hij de ondernemer in de gelegenheid om alsnog binnen veertien dagen aan de voorwaarden te voldoen. De betalingsregeling wordt eveneens niet toegekend of ingetrokken als de belangen van de Staat zich tegen de betalingsregeling verzetten.
Ik keur goed dat verzuimboeten voor betalingsverzuimen begaan in de periode van 12 maart 2020 tot aan de datum waarop het uitstel van betaling van dit besluit eindigt (zie onderdeel 2.1), worden geacht niet te zijn opgelegd. Als een verzuimboete wordt opgelegd, zorgt de ontvanger ervoor dat deze ambtshalve wordt vernietigd. Deze goedkeuring geldt voor alle belastingmiddelen waarvoor de tijdelijke bijzondere uitstelregeling van dit besluit geldt.
Ik acht het onwenselijk dat ondernemers waaraan uitstel van betaling vanwege betalingsproblemen als gevolg van de coronacrisis is verleend, worden beboet omdat zij niet (tijdig) aan hun betalingsverplichtingen hebben voldaan. Daarom keur ik het volgende goed.
4. Gebruikelijk loon 2020 en 2021 AB-houders
Ik keur goed dat verzuimboeten voor betalingsverzuimen begaan in de periode van 12 maart 2020 tot aan de datum waarop het uitstel van betaling van dit besluit eindigt (zie onderdeel 2.1), worden geacht niet te zijn opgelegd. Als een verzuimboete wordt opgelegd, zorgt de ontvanger ervoor dat deze ambtshalve wordt vernietigd. Deze goedkeuring geldt voor alle belastingmiddelen waarvoor de tijdelijke bijzondere uitstelregeling van dit besluit geldt.
Voor ondernemers aan wie uitstel van betaling is verleend op grond van onderdeel 2.4, keur ik het volgende goed. Verzuimboeten voor betalingsverzuimen begaan in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2022, worden geacht niet te zijn opgelegd. Als een verzuimboete wordt opgelegd, zorgt de ontvanger ervoor dat deze ambtshalve wordt vernietigd. Deze goedkeuring geldt voor alle belastingmiddelen waarvoor de tijdelijke bijzondere uitstelregeling van onderdeel 2.4 van dit besluit geldt.
Ik keur onder de volgende voorwaarden goed dat alle lichamen in de kalenderjaren 2020 en 2021 gebruik kunnen maken van de regeling die geldt voor nieuw opgerichte lichamen zoals beschreven in artikel 9a, tweede lid van de Wet loonbelasting BES.
Voor de aanmerkelijkbelanghouder die werkzaam is voor het lichaam waarin het belang gehouden wordt, kent Caribisch Nederland net als Europees Nederland een gebruikelijk loonregeling. De gebruikelijk loonregeling in Caribisch Nederland wijkt op een aantal punten af van die in Europees Nederland. Zo is er geen uitzondering opgenomen voor ondernemingen met een zogenaamde S&O verklaring (innovatieve ondernemingen) en hoeft geen rekening te worden gehouden met uitzonderingen op grond van het EU recht. Verder is het minimale gebruikelijk loon in Caribisch Nederland aanzienlijk lager dan in Europees Nederland.
Gezien de bestaande verschillen tussen de fiscale stelsels wordt voor Caribisch Nederland een tijdelijke aanpassing voor de jaren 2020 en 2021 van de gebruikelijk loonregeling voorgesteld die aansluit bij de lokale omstandigheden en de al bestaande wettelijke faciliteit voor nieuw opgerichte lichamen in Caribisch Nederland. Nieuw opgerichte lichamen hebben de mogelijkheid gedurende de eerste drie jaar het gebruikelijk loon te stellen op de commerciële winst van het jaar als deze lager is dan het gebruikelijk loon. Gelet op de huidige omstandigheden acht ik het wenselijk deze regeling voor ieder lichaam open te stellen.
5. Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren & subsidie financiering vaste lasten MKB
Voor deze goedkeuring gelden de volgende drie voorwaarden:
Hierbij wordt wellicht ten overvloede opgemerkt dat voor het vaststellen van het bedrag van de commerciële winst (artikel 9a, tweede lid van de Loonbelasting BES) geen rekening wordt gehouden met de beloning van de aanmerkelijkbelanghouder-werknemer.
Inmiddels zijn subsidies mogelijk voor andere periodes dan hiervóór vermeld.
Tot de winst van een onderneming behoren tegemoetkomingen op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 BES (TOGS) en subsidies op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten getroffen ondernemingen Covid-19 BES. Deze tegemoetkomingen en subsidies stel ik evenwel vrij van de heffing van inkomstenbelasting.
6. Algemene bestedingsbelasting
Inmiddels zijn subsidies mogelijk voor andere periodes dan hiervóór vermeld.
6a. Mondkapjes
6. Algemene bestedingsbelasting
Dit onderdeel is vervallen met ingang van 1 oktober 2021.
Om te voorkomen dat de abb een belemmering vormt voor de levering en het gebruik van COVID-19 vaccins en testkits, gelden de navolgende tijdelijke goedkeuringen.
Om het risico op overdracht van het coronavirus waar mogelijk te beperken, geldt op veel plekken een verplichting tot het dragen van een mondkapje. Deze verplichtstelling is aanleiding voor het treffen van een tijdelijke goedkeuring. Deze goedkeuring kan met terugwerkende kracht worden toegepast met ingang van 1 januari 2021 en geldt tot en met 30 september 2021.
6b.1. Covid-19-vaccins
6b.2. Covid-19-testkits
6b. Covid-19-vaccins en covid-19-testkits
6b.1. Covid-19-vaccins
6b.2. Covid-19-testkits
De goedkeuringen in de onderdelen 6b.1. en 6b.2. kunnen met terugwerkende kracht worden toegepast met ingang van 21 december 2020. De goedkeuringen in onderdeel 6b.3. en 6b.4. kunnen met terugwerkende kracht worden toegepast met ingang van 17 april 2021. De goedkeuringen gelden tot en met 30 september 2021.
6b.1. Covid-19-vaccins
Ik keur goed dat geen abb wordt geheven ter zake de dienst bestaande uit het vaccineren met COVID-19 vaccins. Hieronder vallen alleen de vaccins die door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) zijn goedgekeurd als COVID-19-vaccins.
Als van deze goedkeuring gebruik wordt gemaakt, geldt het volgende. Voor de dienst van het vaccineren met voornoemde COVID-19 vaccins is geldt een abb-tarief van nihil, tenzij er ter zake een vrijstelling van toepassing is.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.