Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 23 september 2021, nr. VO/29518735, houdende regels voor de subsidieverstrekking voor heterogene brugklassen (Subsidieregeling heterogene brugklassen)
Gelet op artikel 75a van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 71 van de Wet op de expertisecentra en 127e van de Wet voortgezet onderwijs BES, de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS en de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de WEC;
- brugklas: eerste klas of klassen waarin een leerling terecht komt die van het primair naar het voortgezet onderwijs gaat, voordat een leerling wordt toegewezen aan een schoolsoort of leerweg, en die ten hoogste de duur van de onderbouw van het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 2.14 van de WVO 2020 of artikel 8 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES beslaat;
- DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
- heterogene brugklas: brugklas waarin leerlingen van twee of meer schoolsoorten of leerwegen bij elkaar zitten, waaronder mede inbegrepen CCSLC, CSEC en CVQ als bedoeld in artikel 8 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- leerweg: leerweg als bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, van de WVO 2020;
- minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
- selectiemoment: selectie bij de overgang van sector, schoolsoort en leerweg;
- school:
- a. uit ’s Rijks kas bekostigde school of instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de WEC;
- b. uit ’s Rijks kas bekostigde scholengemeenschap als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020;
- schoolsoort: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 2.4 van de WVO 2020, hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.5 van de WVO 2020, middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.6 van de WVO 2020, voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.7 van de WVO 2020, of praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de WVO 2020;
- vestiging: een hoofdvestiging of nevenvestiging van een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 4.12 van de WVO 2020;
- WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
Artikel 3. Doel van de regeling en te subsidiëren activiteiten
Het doel van de regeling is dat scholen die van de regeling gebruik maken ten minste vanaf schooljaar 2023/2024 aantoonbaar een groter of beter aanbod hebben van heterogene brugklassen.
De minister kan hiertoe subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor het formuleren van beleid, het opstellen van een plan en het treffen van maatregelen gericht op:
- a. de introductie van een of meerdere heterogene brugklassen;
- b. de verlenging van een of meerdere bestaande heterogene brugklassen tot twee of drie leerjaren;
- c. de verbreding van een of meerdere bestaande heterogene brugklassen met een extra schoolsoort of leerweg; of
- d. de doorontwikkeling en verbetering van een of meerdere heterogene brugklassen.
Onderdeel a van het tweede lid is niet van toepassing op scholen voor praktijkonderwijs.
Artikel 4. Subsidieplafonds
Op grond van deze regeling is:
- a. voor subsidieverstrekking in 2022 in totaal een bedrag van € 102 miljoen beschikbaar;
- b. voor subsidieverstrekking in 2023 in totaal een bedrag van € 21,25 miljoen beschikbaar.
Artikel 5. Subsidiebedrag
Het subsidiebedrag per vestiging bedraagt € 100.000.
Het subsidiebedrag per aanvraag door een bevoegd gezag op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
Artikel 6. Aanvraag
Per vestiging wordt een aanvraag ingediend. Een bevoegd gezag kan voor meerdere vestigingen aanvragen indienen.
Per vestiging wordt ten hoogste eenmaal subsidie verstrekt.
Een bevoegd gezag kan een aanvraag indienen van 1 oktober 2021 tot en met 12 november 2021. Aanvragen die na 12 november 2021 bij DUS-I worden ingediend worden afgewezen.
Indien na de in het vorige lid bedoelde aanvraagperiode nog middelen resteren, kan een bevoegd gezag een aanvraag indienen van 7 maart 2022 tot en met 18 april 2022. Aanvragen die na 18 april 2022 bij DUS-I worden ingediend worden afgewezen.
Indien na de in het vorige lid bedoelde aanvraagperiode nog middelen resteren, kan een bevoegd gezag een aanvraag indienen van 5 september 2022 tot en met 22 september 2022. Aanvragen die na 22 september 2022 bij DUS-I worden ingediend worden afgewezen.
In 2023 kan een bevoegd gezag een aanvraag indienen van 21 augustus 2023 tot en met 22 september 2023. Aanvragen die na 22 september 2023 bij DUS-I worden ingediend worden afgewezen.
Voor de subsidieaanvraag moet gebruik worden gemaakt van het digitale aanvraagformulier voor deze regeling dat beschikbaar is gesteld op de website www.dus-i.nl. In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling bevat de aanvraag een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een globale planning.
Artikel 7. Wijze van verdeling beschikbare middelen
Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag ontoereikend is om alle binnengekomen aanvragen te honoreren en de toekenning van een subsidiebedrag van ten minste 90% voor de aanvragen een overschrijding van het subsidieplafond zou voorkomen, wordt voor ten minste een bedrag van 90% de subsidie toegekend.
Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag ook bij toepassing van het eerste lid ontoereikend zou zijn om alle binnengekomen aanvragen te honoreren, verleent de minister voorrang aan subsidieaanvragen van scholen waarvan de aanvraag betrekking heeft op een heterogene brugklas waarvan in ieder geval beide schoolsoorten mavo en havo onderdeel uitmaken.
Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag ontoereikend is om alle aanvragen waarvan de schoolsoorten mavo en havo beiden onderdeel uitmaken te honoreren, worden deze aanvragen door middel van loting gerangschikt. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
Indien na toepassing van het tweede en derde lid nog middelen resteren, worden de overige binnengekomen aanvragen door middel van loting gerangschikt.
Artikel 8. Subsidieverplichtingen
In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling voldoet de subsidieontvanger aan de volgende verplichtingen:
- a. de subsidieontvanger draagt in het najaar van 2023 bij aan onderzoek naar de effectiviteit van de activiteiten, genoemd in artikel 3;
- a1. In afwijking van onderdeel a draagt de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, desgevraagd bij aan onderzoek naar de effectiviteit van de activiteiten, genoemd in artikel 3;
- b. de subsidieontvanger levert desgevraagd informatie over de voortgang van de activiteiten genoemd in artikel 3;
- c. de subsidieontvanger start in schooljaar 2021/2022 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt ervoor dat deze uiterlijk met ingang van schooljaar 2023/2024 zijn gerealiseerd;
- d. in afwijking van onderdeel c, start de subsidieontvanger waarop artikel 6, vierde lid, van toepassing is, uiterlijk in schooljaar 2022/2023 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt ervoor dat deze uiterlijk met ingang van schooljaar 2023/2024 zijn gerealiseerd;
- d1. in afwijking van de onderdelen c en d start de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk in schooljaar 2022/2023 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt de subsidieontvanger ervoor dat deze activiteiten uiterlijk met ingang van schooljaar 2024/2025 zijn gerealiseerd;
- d2. in afwijking van de onderdelen c, d en d1 start de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk in schooljaar 2023/2024 met de activiteiten, genoemd in artikel 3, en zorgt de subsidieontvanger ervoor dat deze activiteiten uiterlijk met ingang van schooljaar 2025/2026 zijn gerealiseerd;
- e. de subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de organisatie van klassen in de eerste leerjaren is vermeld in openbare beleidsstukken van de school, zoals het schoolplan als bedoeld in de artikelen 2.88 tot en met 2.91 van de WVO 2020 en artikel 21 van de WEC of in de schoolgids, bedoeld in artikel 2.92 van de WVO 2020 en artikel 22 van de WEC;
- f. de subsidieontvanger zendt in het najaar van 2023 een rapportage over de periode vanaf schooljaar 2021/2022 aan DUS-I. De rapportage omvat ten minste een omschrijving van de voortgang van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt en van de gerealiseerde doelen. De subsidieontvanger toont daarbij in elk geval aan hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2023/2024 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op dit vestiging in schooljaar 2021/2022;
- f1. in afwijking van onderdeel f zendt de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk op 1 november 2024 een rapportage als bedoeld in het voorgaande onderdeel aan DUS-I. De subsidieontvanger toont daarbij in elk geval aan hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2024/2025 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op deze vestiging in schooljaar 2022/2023;
- f2. in afwijking van de onderdelen f en f1 zendt de subsidieontvanger aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, zesde lid, subsidie is verstrekt, uiterlijk op 1 november 2025 een rapportage als bedoeld in het voorgaande onderdeel aan DUS-I. De subsidieontvanger toont daarbij in elk geval aan hoe het aanbod van heterogene brugklassen op de vestiging waarvoor subsidie is ontvangen vanaf schooljaar 2025/2026 zich verhoudt tot het aanbod van heterogene brugklassen op deze vestiging in schooljaar 2023/2024;
- g. in afwijking van onderdeel f, heeft de rapportage, indien het subsidie betreft die is verstrekt naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vierde lid, betrekking op de periode vanaf schooljaar 2022/2023,
- h. de subsidieontvanger informeert ouders, leerlingen en andere belanghebbenden, bijvoorbeeld via de website van de school, over het soort brugklassen waarin leerlingen onderwijs kunnen volgen.
Artikel 9. Besteding subsidie en verantwoording
De activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt, worden vóór 1 januari 2025 uitgevoerd. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
In afwijking van het voorgaande lid geldt voor subsidieontvangers aan wie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, subsidie is verstrekt, dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt vóór 1 januari 2026 worden uitgevoerd. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.