Subsidiekader 2022 Vrijwilligerswerk bij de Sanctietoepassing (VBS)

Type Beleidsregel
Publication 2021-10-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

1. Inleiding

Bij de sanctietoepassing zijn vrijwilligers actief om justitiabelen op verschillende manieren te begeleiden en zo de kansen op een duurzame reintegratie en het terugdringen van recidive te vergroten. De doelstellingen van de vrijwilligersorganisaties sluiten daarmee aan bij de doelstellingen van Justitie en Veiligheid: een humane tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen die, vanuit een persoonsgerichte benadering, moeten leiden tot een veilige terugkeer en een succesvolle re-integratie in de samenleving. Door vrijwilligers gericht in te zetten in het detentie en re-integratietraject van justitiabelen wordt een nuttige en noodzakelijke bijdrage geleverd aan de terugkeer van (ex-) justitiabelen naar de samenleving. Dit sluit aan bij de ambities die met de Wet Straffen en Beschermen worden nagestreefd. Het hebben van sociale contacten is voor (ex-) justitiabelen van groot belang om zich weer geaccepteerd te voelen en niet terug te vallen in oud gedrag. Juist door de vrijwillige inzet en persoonlijke binding van vrijwilligers kunnen nieuwe positieve relaties ontstaan. Voor personen voor wie de datum van terugkeer in de Nederlandse samenleving nog ver weg is of uitblijft, dient de inzet van vrijwilligers voornamelijk ter versterking van het humane detentieklimaat. Het belang van vrijwilligers voor detentie wordt onderstreept in de visie op gevangenisstraffen: ‘Recht doen, kansen bieden. Naar effectievere gevangenisstraffen’1Kamerstukken II 2017/19, 29 279, nr. 439

Via onderhavig subsidiekader wordt de inzet van vrijwilligers vormgegeven. Het subsidiekader bevat achtereenvolgens:

In het subsidiekader blijft voor 2022 de bekostigingsgrondslag ‘het aantal actieve vrijwilligers per organisatie’ gehandhaafd. Hierbij geldt dat niet-actieve (‘slapende’) vrijwilligers niet meegerekend mogen worden.

Aan de volgende aangewezen vrijwilligersorganisaties zullen ook voor het subsidiejaar 2022 forfaitaire subsidiebedragen worden toegekend: Bonjo, Exodus, Humanitas en Gevangenenzorg Nederland. Voor de overige vrijwilligersorganisaties wordt een subsidiebedrag per vrijwilliger vastgesteld op basis van de verdeelsleutel2Een voorbeeld van de berekeningswijze: bij een subsidiebudget van € 500.000 en het door de organisaties opgegeven aantal vrijwilligers van bijvoorbeeld 1.000, is de verdeelsleutel (€ 500.000: 1.000) = € 500 per vrijwilliger. De in het aanvraagformulier opgegeven kostenposten bepalen de deelfactor. Wanneer bij voorbeeld 3 van de 5 in dit subsidiekader vermelde kostenposten zijn opgegeven is de deelfactor 3/5 van € 500 derhalve € 300 per aan die organisatie per 1 januari 2021 verbonden actieve vrijwilliger.. De bij de aanvraag vermelde kostensoorten zijn bepalend voor de deelfactor waarmee het uiteindelijke subsidiebedrag wordt vastgesteld. Ook in deze regeling is, net als in het voorgaande jaar, een deel van het budget bestemd voor vrijwilligersorganisaties die voor hun vrijwilligerswerk, naast DJI, andere financiers hebben verworven (cofinanciering). De aanvraag-, toekenning- en verantwoordingsbepalingen in dit subsidiekader zijn gebaseerd op de Rijksbrede Aanwijzingen voor subsidieverstrekking3http://wetten.overheid.nl/BWBR0027023/geldigheidsdatum_19-11-2010. Deze aanwijzingen voorzien onder meer in een differentiatie in het toekennings- en verantwoordingsproces gerelateerd aan de omvang van het subsidiebedrag. In het algemeen geldt dat de subsidiebedragen jaarlijks bij een eenmalige beschikking worden verleend en vastgesteld op basis van het tijdig digitaal ingezonden aanvraagformulier.

In de afgelopen periode is reeds veel gesproken omtrent de contouren van een nieuw subsidiekader voor de vrijwilligersorganisaties. Daarbij is op 20 juni 2019 een motie door de Minister voor Rechtsbescherming overgenomen die vraagt om een andere inzet van de vrijwilligersorganisaties. Het betreft onder meer een intensievere betrokkenheid van de vrijwilligersorganisatie bij de uitvoering van het (D&R-)plan. Dit zal er toe leiden dat (ingrijpende) wijzigingen in het subsidiekader worden doorgevoerd, met name op het punt van de verdeling van de subsidiegelden. Dit zou kunnen betekenen dat de tot op heden aan organisaties verstrekte subsidie vanaf volgend subsidiejaar aanmerkelijk wordt gewijzigd. Dit kan een verhoging, maar ook een (aanmerkelijke) verlaging of zelfs een stopzetting betekenen. In verband met deze mogelijke wijzigingen wordt vrijwilligersorganisaties geadviseerd om hun bedrijfsvoering flexibel te houden en geen langdurige overeenkomsten aan te gaan.

2. Vrijwilligersactiviteiten

2.1. Algemeen

Als algemeen uitgangspunt geldt dat de vrijwilligersactiviteiten de werkzaamheden van de beroepskrachten in de justitiële inrichtingen niet mogen overlappen of verdringen. Niet alleen vrijwilligersactiviteiten tijdens het verblijf in een justitiële inrichting komen voor financiering in aanmerking, maar ook vrijwilligersactiviteiten die tot zes maanden na de beëindiging van het verblijf in een justitiële inrichting of daarbuiten uitgevoerd worden.

2.2. Activiteiten die voor subsidiëring in aanmerking komen

Vrijwilligersorganisaties komen alleen in aanmerking voor subsidie van activiteiten die passen binnen de persoonsgerichte benadering en gericht zijn op het bevorderen van de zelfredzaamheid en re-integratie van ingeslotenen. Het betreft hier de volgende activiteiten:

3. Vrijwilligersorganisaties

3.1. Voorwaarden voor het in aanmerking komen voor subsidie

Voor subsidiëring komen uitsluitend zelfstandige vrijwilligersorganisaties in aanmerking die voldoen aan de volgende voorwaarden.

4. Bekostiging

4.1. Bekostigingsgrondslagen

In dit subsidiekader worden twee soorten bekostigingsgrondslagen gehanteerd:

Voor beide grondslagen geldt dat subsidiëring plaatsvindt op basis van het aantal vrijwilligers dat op 1 januari 2022 daadwerkelijk actief aan de vrijwilligersorganisatie is verbonden en dat de onder paragraaf 2 vermelde vrijwilligersactiviteiten verricht. Per vrijwilligersactiviteit kan op basis van één grondslag een subsidie worden aangevraagd en toegekend. De bekostigingsgrondslag met de voorwaarde van cofinanciering betreft aantoonbare inkomsten van andere financiers dan de Dienst Justitiële Inrichtingen.

4.2. Te subsidiëren kostensoorten

Bij de bekostiging wordt een onderscheid gemaakt tussen persoonsgebonden kosten en organisatiegebonden kosten.

Als tegemoetkoming in persoonsgebonden kosten komen voor subsidiëring in aanmerking:

Als tegemoetkoming in organisatiegebonden kosten komen voor subsidiëring in aanmerking:

4.3. Berekening van de subsidie

Vooraf wordt opgemerkt dat de in deze paragraaf vermelde subsidiebedragen aangemerkt zijn als een subsidieplafond in de zin van artikel 4:25 van de Algemene wet bestuursrecht.

4.3.1. Voor een aantal aangewezen vrijwilligersorganisaties (forfaitair bedrag van max. € 2.000.000)

Voor een aantal aangewezen vrijwilligersorganisaties met vrijwilligers die aan alle bovengestelde subsidievoorwaarden voldoen, wordt een forfaitaire subsidie toegekend tot een gezamenlijk maximaal bedrag van € 2.000.0007Het betreft hier de drie vrijwilligersorganisaties Exodus, Humanitas (Gezin in Balans) en Gevangenenzorg Nederland en de koepel vrijwilligersorganisatie Bonjo. Voor deze organisaties geldt de volgende verdeling op basis van het totaalbedrag van € 2,0 miljoen: – een forfaitair subsidiebedrag van maximaal € 500.000 per jaar (Gevangenenzorg Nederland en Gezin in Balans) – een forfaitair subsidiebedrag van maximaal € 850.000 per jaar voor Exodus – voor Bonjo een forfaitair subsidiebedrag van maximaal € 150.000 per jaar..

4.3.2. Voor de overige vrijwilligersorganisaties

Voor de overige vrijwilligersorganisaties die subsidie aanvragen en niet ook uit andere fondsen of bronnen inkomsten ontvangen is een subsidiebudget van € 1.100.000 beschikbaar dat over deze organisaties wordt verdeeld. De verdeelsleutel wordt jaarlijks vastgesteld door dit bedrag te delen door het totaal aantal vrijwilligers van deze organisaties. Aan de hand van de te subsidiëren kostensoorten 1 tot en met 5 wordt – afhankelijk van de aanvraag – de deelfactor bepaald. Deze deelfactor wordt dan vermenigvuldigd met de verdeelsleutel en het aantal vrijwilligers dat per 1 januari 2022 per vrijwilligersorganisatie daadwerkelijk ingezet wordt. Hierdoor wordt voorkomen dat het totaalbedrag van de aanvragen de beschikbare budgettaire ruimte voor het vrijwilligerswerk overschrijdt.

Vrijwilligersorganisaties die subsidie aanvragen en ook uit andere fondsen of bronnen inkomsten ontvangen, kunnen gezamenlijk aanspraak maken op een geoormerkt budget van € 1.000.000.

In de aanvraag voor subsidie met de voorwaarde van cofinanciering geeft de aanvrager inzicht in de totale kosten van de vrijwilligersactiviteiten, gesplitst naar kostensoorten, waarbij de aanvrager ermee rekening moet houden dat 25% van deze kosten uit cofinanciering worden gefinancierd. Cofinanciering kan bijvoorbeeld uit eigen inkomsten dan wel uit schenkingen of giften van derden bestaan.

Een voorbeeld ter verduidelijking: een vrijwilligersorganisatie verzoekt om subsidie. In de aanvraag worden de kostenposten (zie onder 4.2.) 1, 2 en 4 vermeld. Samen bedragen deze kostenposten een bedrag van € 10.000. 25% van dit bedrag, te weten € 2.500, dient door middel van cofinanciering te worden opgebracht. De aangevraagde subsidie bedraagt daarmee € 7.500. Ontvangt een vrijwilligersorganisatie meer dan 25% aan cofinanciering voor een bepaalde activiteit, dan wordt de toekenning van de subsidie niet verlaagd met het hogere bedrag dan de 25% die als cofinanciering is ontvangen.

De berekening van de verdeling van de subsidie vindt plaats met behulp van de verdeelsleutel. Om deze verdeelsleutel te bepalen wordt het totale subsidiebudget gedeeld door het aantal op 1 januari 2022 actieve vrijwilligers van alle aanvragende vrijwilligersorganisaties, dat vervolgens vermenigvuldigd wordt met de deelfactor.

Zo wordt het subsidieplafond van € 1.000.000 als volgt verdeeld over de vrijwilligersorganisaties die een aanvraag indienen. Het bedrag van € 1.000.000 wordt gedeeld door het totaal aantal vrijwilligers van alle aanvragende vrijwilligersorganisaties met cofinanciering. Het moet hierbij gaan om de op 1 januari 2022 daadwerkelijk actieve vrijwilligers. Zo wordt het maximaal beschikbare bedrag per vrijwilliger vastgesteld. Vervolgens wordt aan de hand van de te subsidiëren kostensoorten 1 tot en met 5 – afhankelijk van de aanvraag – de deelfactor bepaald. Deze deelfactor wordt dan vermenigvuldigd met de verdeelsleutel en het aantal vrijwilligers dat op 1 januari 2022 voor de aanvragende vrijwilligersorganisatie zich daadwerkelijk inzet. Hierdoor wordt wederom voorkomen dat het subsidieplafond van € 1.000.000 wordt overschreden.

5. Aanvraag, toekenning en verantwoording

5.1. Werkwijze bij de subsidieverstrekking voor 2022

De subsidieaanvraag dient door de vrijwilligersorganisaties conform de bepalingen in onderhavig subsidiekader binnen vier weken na plaatsing van dit subsidiekader in de Staatscourant te zijn ingediend. Het betreft hier een fatale termijn. Aanvragen die na deze termijn worden ingediend, dan wel aanvragen die niet naar het goede (digitale) adres zijn gezonden en na het verstrijken van de fatale termijn alsnog worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Besluitvorming op de aanvraag op basis van het subsidiekader vindt in beginsel plaats binnen twee maanden na afloop van de indieningstermijn.

Ervaring leert dat het budget niet geheel wordt uitgeput, omdat niet alle vrijwilligersorganisaties op alle kostensoorten kosten maken voor hun activiteiten. Bij veel vrijwilligersorganisaties vallen de gerealiseerde kosten voor de doelen waarvoor op grond van dit subsidiekader een bijdrage wordt toegekend in de regel hoger uit dan de toegekende bijdrage.Om hen hierin tegemoet te komen kunnen vrijwilligersorganisaties in de aanvraag aangeven dat zij in aanmerking willen komen voor een hogere bijdrage dan zij op grond van de verdeelsleutel krijgen toebedeeld. Het niet-uitgeputte bedrag wordt evenredig verdeeld op basis van de verdeelsleutel onder de aanvragers, die hiervoor in aanmerking wensen te komen. Ook deze hogere bijdrage moet worden besteed aan de in dit subsidiekader genoemde activiteiten en dienen te worden verantwoord. Het kan wel zo zijn dat als gevolg van de tweede verdeelronde aanvragers in een andere verantwoordingscategorie vallen. Vandaar de expliciete vraag in het aanvraagformulier of aanvragers voor de tweede verdeelronde in aanmerking willen komen.

5.2. De aanwijzingen voor de subsidieverstrekking

Vanaf 1 januari 2010 gelden de Rijksbrede Aanwijzingen voor subsidieverstrekking. Deze aanwijzingen zijn van belang voor de subsidieverstrekking van de rijksoverheid, maar vooral ook voor de verantwoording door de organisaties. Op grond van deze aanwijzingen zijn, afhankelijk van de omvang van de toe te kennen subsidies, voor de toekenning en verantwoording de navolgende bepalingen van toepassing.

5.2.1. Organisaties waaraan een subsidie tot € 25.000 wordt toegekend

Voor een organisatie die een subsidie ontvangt tot € 25.000 wordt de subsidie bij eenmalige beschikking vastgesteld.

Deze organisaties zijn verplicht om:

5.2.2. Organisaties waaraan een subsidie tussen de € 25.000 en € 125.000 wordt toegekend

Een organisatie die een subsidie ontvangt tussen de € 25.000 en € 125.000 wordt in eerste instantie een voorschot van 90% van de subsidie uitbetaald.

Deze organisaties zijn verplicht om:

Definitieve vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van de na afloop van het subsidiejaar afgelegde verantwoording over de uitgevoerde activiteiten.

5.2.3. Organisaties waaraan een subsidie van € 125.000 of meer wordt toegekend

Een organisatie die een subsidie ontvangt van € 125.000 of meer wordt in eerste instantie een voorschot van 90% van de subsidie uitbetaald.

Deze organisaties zijn verplicht om:

Definitieve vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van de na afloop van het subsidiejaar afgelegde verantwoording over de uitgevoerde activiteiten en de daarvoor gemaakte kosten.

5.3. Verantwoording en definitieve vaststelling

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.