Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 4 oktober 2021, kenmerk 3259137-1007923-J, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering voor activiteiten ten behoeve van de vastgoedtransitie van de gesloten jeugdhulp, de ombouw van separeerruimten in de gesloten jeugdhulp en vastgoedtransitie van open driemilieusvoorzieningen (Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie residentiële jeugdhulp 2021)

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Definities
Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling en Awb
1.

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

2.

Op deze regeling zijn de artikelen 4:35, 4:46, 4:48 tot en met 4:50, 4:56 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3. Open driemilieusvoorzieningen
1.

In deze regeling wordt onder een open driemilieusvoorziening verstaan een jeugdhulpaanbieder, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet:

2.

De volgende organisaties vallen niet onder de definitie van een open driemilieusvoorziening:

Artikel 4. Activiteiten waarvoor een uitkering kan worden verstrekt
1.

De minister kan op aanvraag een uitkering verstrekken aan een coördinerende gemeente voor activiteiten die:

2.

De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder a en c, omvatten of zijn ondersteunend aan:

Artikel 5. Hoogte van de uitkering
1.

Een uitkering op grond van deze regeling bestaat uit de werkelijke kosten van de verschillende categorieën van activiteiten, bedoeld in artikel 4, tot ten hoogste het volgende bedrag:

Coördinerende gemeente Maximumbedrag activiteiten vastgoedtransitie gesloten jeugdhulp (artikel 4, eerste lid, onder a) Maximumbedrag activiteiten ombouw van separeerruimten of relationele beveiliging (artikel 4, eerste lid, onder b) Maximumbedrag activiteiten vastgoedtransitie open driemilieusvoorzieningen (artikel 4, eerste lid, onder c)
a. Groningen € 2.359.155 € 352.113 € 700.615
b. Leeuwarden € 1.078.470 € 160.966 € 2.973.342
c. Castricum € 943.662 € 140.845
d. Velsen € 2.291.751 € 342.052
e. Ermelo € 539.235 € 80.483
f. Amsterdam € 2.156.942 € 321.932 € 2.887.902
g. Utrecht € 4.752.012 € 709.256 € 4.750.513
h. Arnhem € 3.437.626 € 513.079 € 12.183.869
i. Rotterdam € 10.245.473 € 1.529.175 € 6.596.036
j. Roosendaal € 2.123.239 € 316.901
k. Roermond € 3.572.435 € 533.199 € 4.323.308
l. Assen € 615.174
m. Enschede € 4.220.779
n. Tilburg € 10.748.462
2.

De kosten gemoeid met de activiteiten die omvatten of ondersteunend zijn aan activiteiten, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a en b, mogen gezamenlijk maximaal 5% bedragen van de verstrekte uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, of van de verstrekte uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c.

3.

De kosten gemoeid met de activiteiten die omvatten of ondersteunend zijn aan activiteiten, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder c, bedragen ten hoogste € 15.000 voor een open driemilieusvoorziening met één accommodatie, te vermeerderen met ten hoogste € 5.000 voor elke extra accommodatie open driemilieusvoorziening die de desbetreffende instelling in exploitatie heeft.

Artikel 6. Uitkeringsplafond
1.

Het uitkeringsplafond voor activiteiten bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a bedraagt € 33.500.000.

2.

Het uitkeringsplafond voor activiteiten bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b bedraagt € 5.000.000.

3.

Het uitkeringsplafond voor activiteiten bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c bedraagt € 50.000.000.

Artikel 7. Aanvraag tot verlening
1.

De aanvraag tot verlening van een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, kan uiterlijk worden ingediend op 15 oktober 2020.

2.

De aanvraag tot verlening van een uitkering voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b en c, kan uiterlijk worden ingediend op 22 oktober 2021.

3.

Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

4.

In de aanvraag committeert de coördinerende gemeente zich aan:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.