Regeling van de Minister voor Basis- en Voorgezet Onderwijs en Media van 30 september, nr. KO/28085678, houdende regels voor het verstrekken van specifieke uitkeringen voor het stimuleren van gemeentelijke maatregelen om COVID-19 gerelateerde onderwijsvertragingen in te lopen

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Plafond voor verstrekken van specifieke uitkeringen

Het plafond voor het verstrekken van de specifieke uitkeringen bedraagt in totaal € 307.864.000

Artikel 3. Verstrekken van de specifieke uitkering
1.

De Minister verstrekt aan alle in Europees Nederland gelegen gemeenten een eenmalige specifieke uitkering om in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 juli 2025 in samenwerking met scholen en lokale partijen maatregelen te treffen om de onderwijsvertragingen bij kinderen als gevolg van COVID-19 in te lopen op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak in aanvulling op de interventies die scholen nemen.

2.

Een specifieke uitkering wordt verstrekt voor kosten, bestaande uit:

3.

De specifieke uitkering wordt besteed aan één of meer van de in aanmerking komende kosten bedoeld in het tweede lid. De specifieke uitkering kan ook worden besteed aan een van de volgende kosten:

4.

Een specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor kosten die reeds uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd of bekostigd.

Artikel 4. Hoogte specifieke uitkering
1.

De specifieke uitkering bestaat uit twee delen:

2.

De hoogte van de uitkering wordt aangepast op basis van de vaststelling van de definitieve leerlingenaantallen. De Minister kan in 2022 en 2023 loon- en prijsbijstelling toekennen.

Artikel 5. Verplichtingen gemeente

De gemeente:

Artikel 6. Betaling
1.

De specifieke uitkering wordt ambtshalve verleend.

2.

De gemeente ontvangt de beschikking uiterlijk in december 2021.

3.

De specifieke uitkering wordt in de periode van augustus 2021 tot en met juli 2023 uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. De eerste betaling vindt plaats in december 2021. In deze maand wordt ook het bedrag voor de maanden augustus, september, oktober en november van het jaar 2021 uitbetaald.

Artikel 7. Verantwoording, vaststelling en terugvordering
1.

De ontvangende gemeente legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

De Minister stelt de specifieke uitkering vast nadat de gemeente de eindverantwoording, namelijk de jaarverslaggeving over uiterlijk het jaar 2026, zoals bedoeld in het eerste lid, aan de Minister heeft verstrekt.

3.

Als uit de eindverantwoording blijkt dat de uitkering niet, niet geheel, of onrechtmatig is besteed kan de Minister tot twaalf maanden na het ontvangen van de eindverantwoording de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel terugvorderen.

Artikel 8. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2021.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2028.

Artikel 9. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering inhalen COVID-19-gerelateerde onderwijsvertragingen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.