Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg

Type ZBO-regeling
Publication 2021-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 36, 37, 38, 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van de forensische zorg.

Leeswijzer

In Hoofdstuk 3 van deze nadere regel zijn de regels met betrekking tot de diagnose-behandel-beveiligingscombinaties (dbbc’s) weergegeven. In hoofdstuk 4 staan de bepalingen met betrekking tot de zorgzwaartepakketten (zzp’s) genoemd. Meer uitgebreide informatie over het hele registratieproces (registreren-valideren-afleiden), voorbeelden, nadere toelichting en stroomschema’s staan vermeld in Bijlage 1: Toelichting op de nadere regel.

Sinds 2017 wordt voor nieuwe zorgtrajecten de diagnose geclassificeerd in DSM-5. De DSM-5 diagnose wordt geconverteerd naar een bijbehorende DSM-IV diagnose. De registratie en bekostiging vinden nog conform DSM-IV plaats.

De bijlagen maken integraal onderdeel uit van deze nadere regel.

Inleiding

Deze nadere regel is van toepassing op zorgaanbieders die forensische zorg in strafrechtelijk kader, als omschreven bij of krachtens artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg, verlenen.

Het doel van deze nadere regel is het stellen van voorschriften voor de forensische zorg (fz) op het gebied van registratie, validatie, declaratie en informatie, die zorgaanbieders in acht moeten nemen bij én voorafgaand aan het declareren van dbbc’s, zzp’s, extramurale parameters fz en overige zorgproducten.

In deze nadere regel wordt verstaan onder:

In de fz bestaan de volgende typen zorgprestaties:

Deze nadere regel beschrijft welke voorschriften gelden voor de bovenstaande zorgprestaties. In hoofdstuk 2: Algemene bepalingen wordt de samenloop en afbakening tussen de verschillende typen prestaties in de fz beschreven. In daarop volgende hoofdstukken 3 en 4 staan de voorschriften die voor bovenstaande zorgprestaties gelden.

Algemene bepalingen

De fz kent naast de dbbc-systematiek ook zzp’s en extramurale parameters voor de forensische zorg (fz). Voor de afbakening tussen de dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters fz geldt het volgende:

Voor zorg in het kader van de behandeling van de patiënt (zowel met als zonder verblijf) geldt de dbbc-systematiek. Hieronder valt ook de behandeling aan sterk gedragsgestoorde licht verstandelijk gehandicapten (sglvg). Voorwaarde hiervoor is dat deze zorg met behandeling geïndiceerd is.

De zzp’s en extramurale parameters fz gelden voor alle doelgroepen bij de volgende zorgvormen:

Verblijf met begeleiding zonder behandeling (zzp-c).

Verstandelijk beperkten, met uitzondering van de zorg die is gericht op de behandeling van een gedragsstoornis, verslaving of psychiatrische problematiek (zzp-vg).

Ambulante begeleiding (extramurale parameters fz).

Deze nadere regel is van toepassing op dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters in de fz.

Een dbbc wordt gedeclareerd als er sprake is van zorg die wordt geleverd in het kader van de behandeling van de cliënt. Zzp’s en extramurale parameters worden gedeclareerd als er sprake is van begeleidingszorg.

Een zorgaanbieder kan tegelijkertijd een ambulante dbbc en zzp in rekening brengen voor één en dezelfde patiënt als er sprake is van een zzp in combinatie met ambulante dbbc behandelzorg.

Het is mogelijk om een dbc voor de gespecialiseerde ggz te declareren naast een dbbc voor fz. Voorwaarde is dat aan de afzonderlijke regelgeving voor dbc- en dbbc-registratie wordt voldaan. Ggz die geen onderdeel uitmaakt van het door de rechter opgelegde vonnis, komt ten laste van de Zvw als de patiënt op de openingsdatum van de dbc een geldige zorgverzekering heeft.

Diagnose-behandel-beveiligingscombinaties (dbbc’s)

In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens de algemene registratiebepalingen, het openen, het typeren, het registreren en het sluiten van een dbbc besproken.

Meer uitgebreide informatie over het hele proces (registreren-valideren-afleiden), voorbeelden, nadere toelichting en stroomschema’s staan vermeld in Bijlage 1: Toelichting op de nadere regel.

Zie voor meer informatie het onderdeel 3.1.2.3. Heropenen in bijlage 1.

Het typeren van een dbbc bestaat uit het vastleggen van de volgende informatie:

de identificatiegegevens van de patiënt

het zorgtype

de aard en mate van gevaar

de aard van het delict

de (primaire) diagnose van de patiënt

Seriële zorgtrajecten

Hiervan is sprake als er verschillende diagnoses zijn waarvan één het meest dringend is (comorbiditeit) en het eerst behandeld wordt. De voorwaarde voor opeenvolgende dbbc’s en bijbehorende zorgtrajecten is dat de primaire diagnoses van elkaar verschillen.

Meer gedetailleerde richtlijnen staan in het onderdeel 3.1.3.9 Omgaan met meerdere primaire diagnoses in bijlage 1.

Zodra een dbbc geopend is kunnen activiteiten op verschillende categorieën geregistreerd worden: diagnostiek en behandeling, dagbesteding, verblijf en verrichtingen. De codelijsten waarvan één van de twee gebruikt moet worden zijn te vinden in Bijlage 4 en 4a: Activiteiten en verrichtingen en Bijlage 4A: Verkorte lijst Activiteiten en verrichtingen. Daarin staan ook de definities van de activiteiten en verrichtingen. Voor meer informatie zie ook het onderdeel 3.1.4 Registreren in Bijlage 1.

Voor een nadere toelichting zie het onderdeel 3.1.4.11 – 3.1.4.17 Dagbesteding registreren in bijlage 1.

Er wordt binnen de dbbc-systematiek onderscheid gemaakt tussen het registreren van behandelactiviteiten en van verblijf. Bij de registratie van een deelprestatie verblijf gaat het om een ’kale verblijfsdag’. Verblijf wordt geregistreerd op basis van dagen aanwezigheid door middel van een deelprestatie verblijf.

Voor de keuze van de deelprestatie van verblijf is de zorgvraag van de patiënt leidend. Op basis van de zorgvraag van de patiënt wordt bepaald wat de vereiste intensiteit (A t/m G) en beveiligingsniveau (1 t/m 4) van de deelprestatie verblijf is. Dit resulteert in één van de 28 deelprestaties verblijf die het meest overeenkomt met de beschreven verblijfszorg.

Zie ook Bijlage 7: Deelprestaties verblijf en Bijlage 8: Dbbc-beveiligingsniveaus.

In de volgende gevallen mogen de dagen dat de patiënt niet aanwezig is, geregistreerd worden als een deelprestatie verblijf:

ziekenhuisopname

onbegeleid, transmuraal of begeleid verlof

time-out tbs-gestelde

kortdurende terugplaatsing gedetineerden vanuit ggz naar penitentiaire

inrichting (pi)

no-show klinisch

onttrekking

Als er sprake is van ‘fpt-proefverlof’ en ‘fpt-voorwaardelijke beëindiging’ geldt het volgende:

Als de patiënt buiten het fpc verblijft en er geen sprake is van een time-out, kunnen er geen verblijfsdagen geregistreerd worden door de fpc.

Wanneer de patiënt wordt teruggeplaatst binnen het fpc vanwege een time-out, mogen er wel verblijfsdagen geregistreerd worden. Tijdens de fase proefverlof gebeurt dat op een nieuw te openen dbbc ’tbs met proefverlof’ en tijdens de fase voorwaardelijke beëindiging op een nieuw te openen dbbc met het zorgtype ’Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege’.

Elke verblijfsdag moet een unieke registratiedatum hebben. Het is dus niet toegestaan om aan het einde van de looptijd van de dbbc het totale aantal verblijfsdagen van meerdere opnameperiodes onder één code en datum te registreren.

Voor meer informatie zie onderdelen 3.1.4.18 – 3.1.4.23 Verblijf registreren in bijlage 1 en Bijlage 7: Deelprestaties verblijf.

Binnen de zorgcategorie overige deelprestaties wordt een onderscheid gemaakt tussen elektroconvulsie therapie (ect), ambulante methadon verstrekking (amv), forensisch psychiatrisch toezicht (fpt) en dagbesteding.

Voor meer informatie over de registratie vereisten van de overige deelprestaties zie onderdeel 3.1.4.24- 3.1.4.27 Overige deelprestaties in bijlage 1.

Deze nadere regel stelt voorschriften, voorwaarden of beperkingen met betrekking tot het declaratieproces in de fz.

Voor meer informatie over ozp’s wordt verwezen naar de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven forensische zorg’.

Het is niet toegestaan om voor onderlinge dienstverlening in het kader van een dbbc, prestaties en tarieven ten aanzien van een zzp of extramurale parameters in rekening te brengen. Voor meer informatie over onderlinge dienstverlening wordt verwezen naar de beleidsregel ‘prestaties en tarieven forensische zorg’.

Elke factuur moet in ieder geval de volgende gegevens bevatten als onderdeel van de prestatiebeschrijving:

Zzp’s en extramurale parameters fz

In dit hoofdstuk worden de registratie- en declaratiebepalingen van zzp’s en extramurale parameters fz in de fz beschreven. Deze prestaties gelden voor verblijf met begeleiding (zzp-C), fz aan verstandelijk beperkten (zzp-VG) en ambulante begeleiding (extramurale parameters fz).

Met prestaties wordt in dit hoofdstuk bedoeld:

zzp-c 1 t/m 6, inclusief of exclusief dagbesteding

zzp-vg 1 t/m 7, inclusief of exclusief dagbesteding

extramurale parameters fz

onderlinge dienstverlening

Voor meer informatie over onderlinge dienstverlening wordt verwezen naar de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven forensische zorg’.

Informatiebepalingen

Elke factuur moet in ieder geval onderstaande gegevens bevatten als onderdeel van de factuur voor zzp’s en extramurale parameters fz.

Intrekking oude regeling(en)

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de nadere regel ‘Dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg’, met kenmerk NR/REG-2119, ingetrokken.

Overgangsbepaling

De nadere regel ‘Dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg’, met kenmerk NR/REG-2119, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold. Dit betekent dat voor overlopende dbbc’s (dbbc’s geopend in 2020 en doorlopend in 2021) de op het moment van opening van de dbbc geldende nadere regels van toepassing zijn.

Inwerkingtreding en citeerregel

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2021.

Deze regeling wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant op grond van artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg).

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg.

Bijlage 1. Toelichting op de nadere regel

Deze bijlage geeft een toelichting op de Nadere regel; ‘Dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters fz’ en is als volgt opgebouwd:

Algemene toelichting fz

Artikelsgewijze toelichting:

Algemene toelichting fz

Fz in strafrechtelijk kader vindt plaats op basis van indicatiestelling door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie (NIFP/Ifz), de Reclassering of het Psycho Medisch Overleg (PMO, Gevangeniswezen). In de indicatiestelling wordt het recht van de patiënt op fz vastgelegd. De Divisie Forensische Zorg (ForZo/JJI) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) koopt deze zorg vooraf in bij zorgaanbieders.

Voor zorg in het kader van de behandeling van de patiënt (zowel met als zonder verblijf) geldt de dbbc-systematiek. Hieronder valt ook de behandeling aan sterk gedragsgestoorde licht verstandelijk gehandicapten (sglvg), op voorwaarde dat er een indicatie is voor deze zorg met behandeling. Ook de begeleidings- en dagbestedingsactiviteiten die onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de behandeling, worden gerekend tot de dbbc-systematiek.

De zorgaanbieders verantwoorden de geleverde zorg door middel van de dbbc-registratie. De dbbc-systematiek geldt voor instellingen die aan volwassenen (of jongeren die volgens het volwassenenrecht zijn berecht) psychiatrische zorg, verslavingszorg of verstandelijk gehandicaptenzorg bieden als onderdeel van een straf.

De strafrechtelijke titel en bijbehorend advies bepalen welke fz een patiënt zal ontvangen. Een advies over deze titel, bijbehorende zorg en beveiligingsniveau wordt op basis van een indicatiestelling bepaald. De indicatiestelling wordt onafhankelijk en objectief uitgevoerd, zodat het zorgaanbod afgestemd wordt op de zorgbehoefte van de patiënt. Na het afgeven van een indicatieadvies wordt met inachtneming van dit advies door het OM of de Rechtspraak een besluit genomen of de patiënt klinische zorg, ambulante zorg of beschermd wonen nodig heeft. De patiënt wordt geplaatst binnen een instelling5Het begrip instelling sluit aan bij de definitie die de NZa hanteert. Gesproken kan worden over een (afzonderlijke) instelling als zij op grond van artikel 5 WTZi is toegelaten.om daar vervolgens zorg te ontvangen van de zorgaanbieder.

Naast de dbbc-systematiek wordt in de bekostiging van de fz ook gewerkt met zorgzwaartepakketten (zzp’s) en extramurale parameters. Of de dbbc-systematiek of de zzp-bekostiging/extramurale parameters van toepassing is, is afhankelijk van het antwoord op de vraag of behandeling onderdeel is van het zorgplan.

Specifieke zaken die niet geregistreerd kunnen worden op basis van de dbbc-systematiek zijn:

ambulante begeleiding (extramurale parameters)

verblijf met begeleiding zonder behandeling (zzp’s)

zorg aan verstandelijk beperkten, met uitzondering van de zorg die is

gericht op de behandeling van een gedragsstoornis, verslaving of

psychiatrische problematiek

Zie ter illustratie Figuur 2 Bepaling dbbc-systematiek zzp/extramurale parameters.

Begeleiding, al dan niet in combinatie met verblijf, die gericht is op het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van de patiënt, wordt tot de zzp- dan wel extramurale bekostiging gerekend.

Ambulante behandeling kan aangeboden worden naast begeleiding (met of zonder verblijf). De ambulante behandeling wordt dan afgerekend in dbbc’s, de begeleiding in extramurale parameters (zonder verblijf) of in zzp’s (met verblijf).

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Reikwijdte

Artikel 2. Algemene Bepalingen

Artikel 3. Dbbc’s

Dbbc staat voor diagnose behandeling beveiliging combinatie. Een dbbc omvat het traject tot maximaal 365 kalenderdagen dat een patiënt doorloopt als hij zorg nodig heeft voor een specifieke diagnose, vanaf het eerste contact bij een fz-zorgaanbieder tot en met de behandeling die hier eventueel uit volgt. De dbbc vormt de basis voor de declaratie van de geleverde zorg in het kader van deze diagnose bij de verzekeraar (i.c. ForZo/JJI).

Een dbbc in de fz is opgebouwd uit patiëntgerichte activiteiten, verblijfsdagen, dagbesteding en verrichtingen en de daaraan bestede tijd of aantallen. Afhankelijk van de set van activiteiten, verblijfsdagen, uren dagbesteding en verrichtingen en de tijd of aantallen die hieraan besteed zijn, wordt een aparte behandelprestatie, verblijfsprestatie en/of overige prestatie afgeleid. Aan de behandel- en verblijfsprestaties zijn tarieven verbonden. Deze tarieven worden jaarlijks vastgesteld door de NZa.

3.1.1. Registratie

De dbbc-systematiek in de fz werkt volgens een proces van registratie, validatie en afleiding.

Registratie

Het registratieproces start op het moment dat een patiënt die in een forensische zorginstelling geplaatst is, bij de zorgbieder komt met een zorgvraag. Op dat moment worden meteen een zorgtraject en een dbbc geopend. Een zorgtraject volgt het zorgproces voor één primaire diagnose en kan bestaan uit een initiële dbbc, waarin de primaire diagnose is gesteld, en een onbeperkt aantal vervolg-dbbc's.

Validatie

Als de dbbc is afgesloten volgt de validatie. Tijdens de validatie wordt de dbbc gecontroleerd op een volgens deze nadere regel goede en technisch volledige registratie.

Afleiding

Na de validatie wordt via de afleiding bepaald in welke behandelprestatie / productgroep de dbbc terechtkomt. Vervolgens wordt de dbbc als onderdeel van de factuur naar de zorgverzekeraar gestuurd en worden daarnaast de dbbc-gegevens aan het Dbc-informatiesysteem (DIS) geleverd.

Voor de fz gelden andere registratieregels dan voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Wel is de dbbc-systematiek zo goed mogelijk afgestemd op de dbc-systematiek van de ggz om de continuïteit van zorg in de zorgketen te verbeteren. Essentiële verschillen met de dbc-systematiek van de ggz zijn:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.