Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 15 oktober 2021, Min-BuZa.2021.10296-30, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Humanitaire hulp 2022–2026)
Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op de artikelen 3.1. tot en met 3.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;
Besluit:
Artikel 1
Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 3.1. tot en met 3.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in het kader van Humanitaire hulp 2022–2026 met het oog op de financiering van activiteiten ten behoeve van noodhulp gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.
Artikel 2
Voor subsidieverlening in het kader van Humanitaire hulp 2022–2026 voor activiteiten als bedoeld in de artikelen 3.1. tot en met 3.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2026 een subsidieplafond van € 603.000.000, dat als volgt over de afzonderlijke financieringskanalen wordt verdeeld:
- a. voor activiteiten van leden van de International Federation of Red Cross and Red Crescent Societies gericht op het versterken van de capaciteit van (leden van) de International Federation of Red Cross and Red Crescent Societies en op de uitvoering van Humanitaire hulpactiviteiten door (leden van) de International Federation of Red Cross and Red Crescent Societies: € 223.000.000;
- b. voor activiteiten van leden van de Dutch Relief Alliance gericht op de financiering van humanitaire hulpverlening aan slachtoffers van chronische crises en acute noodsituaties en op de financiering en capaciteitsopbouw van lokale actoren ten behoeve van hulpverlening aan genoemde doelgroep: € 380.000.000.
Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:43 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.
Artikel 3
Aanvragen voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2022–2026 worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 30 juni 2026 23:59.59 uur CEST.
Artikel 4
Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan komt van de op die dag gelijktijdig binnengekomen aanvragen, die voldoen aan de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, de aanvraag die daaraan het beste voldoet het eerst voor subsidieverlening in aanmerking. Indien twee of meer van deze aanvragen in gelijke mate voldoen aan de maatstaven, wordt de rangschikking van de gelijk scorende aanvragen bepaald door loting.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2027 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.
Subsidiebeleidskader humanitaire hulp 2022–2026
1. Inleiding
1.1. Effectieve en efficiënte humanitaire hulpverlening
Internationale Humanitaire hulpverlening is een onlosmakelijk onderdeel van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Instabiliteit en geweld als gevolg van (geo)politieke geschillen, natuurrampen, klimaatverandering en uitbraken van infectieziektes leiden ertoe dat toenemende aantallen mensen in noodsituaties terechtkomen en blijven. In 2021 gaat het om 235 miljoen mensen, berekende de VN1Global Humanitarian Overview (GHO) 2021, Engelse versie, publicatiedatum 10 december 2020.. De wereldwijd beschikbare middelen om deze noden te lenigen zijn ontoereikend om alle mensen in nood van adequate hulpverlening te voorzien.
Het kader van het Nederlandse beleid voor humanitaire hulp en diplomatie wordt gevormd door het bredere buitenlandbeleid en het ontwikkelingsbeleid. De uitgangspunten hiervoor zijn verwoord in de nota Investeren in perspectief2Kamerstuk 34852-1, blg-842376, publicatiedatum 2018-05-22 van Minister Kaag. De beleidsbrief Mensen eerst: Nederlandse koers humanitaire diplomatie en hulp3https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnota-s/2019/03/29/mensen-eerst-nederlandse-koers-humanitaire-diplomatie-en-noodhulp werkt deze uitgangspunten verder uit voor humanitaire hulpverlening.
Geworteld in de humanitaire beginselen, kent ‘Mensen Eerst’ twee samenhangende pijlers:
Aangezien de huidige financieringsrelaties voor humanitaire hulpverlening met zowel de Rode-Kruisbeweging als de Dutch Relief Alliance op 31 december 2021 aflopen, terwijl financiering van noodhulp via onafhankelijke, particuliere organisaties wenselijk blijft, stelt de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor de periode 2022–2026 opnieuw subsidiemiddelen beschikbaar. Het voorliggende subsidiebeleidskader vormt het richtsnoer voor de beoordeling van subsidieaanvragen en de toekenning van subsidies uit deze middelen. De subsidiemiddelen zijn bedoeld voor activiteiten waarmee wordt bijgedragen aan het realiseren van de doelen zoals gesteld in dit subsidiebeleidskader.
Binnen het kader van Humanitaire hulp 2022–2026 neemt implementatie van de afspraken in het kader van de Grand Bargain (2.0) zoals geformuleerd in de Grand Bargain Annual Meeting in 2021 en de resultaten geformuleerd in de Beleidsbrief ‘Mensen Eerst’ een belangrijke plaats in. Zie uitgangspunten en doelstellingen in paragraaf 3.1.
1.2. Doelstelling subsidiebeleidskader Humanitaire hulp 2022–2026
Het doel van de humanitaire hulpverlening is het redden van levens, het herstellen van waardigheid en het versterken van paraatheid. Hierin worden twee samenhangende lange-termijn doelstellingen onderscheiden:
Om in aanmerking te komen voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2022–2026 dienen aanvragen zich te richten op bovenstaande doelstellingen en bij te dragen aan de Grand Bargain afspraken 2.06https://interagencystandingcommittee.org/system/files/2021-07/%28EN%29%20Grand%20Bargain%202.0%20Framework.pdf en de beleidsbrief ‘Mensen Eerst’7Zie Kamerstuk 34852-1, blg-842376, publicatiedatum 2018-05-22, pagina 2.
1.3. Opbouw van dit kader
In dit subsidiebeleidskader worden in hoofdstuk 2 de financiële middelen, de verdeling daarvan en het selectieproces geschetst. Hoofdstuk 3 bevat uitleg over de subsidieverstrekking op hoofdlijnen. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de formele vereisten die worden gesteld aan de aanvraag en informatie over de aanvraagprocedure.
In de laatste twee hoofdstukken worden de verschillende drempelcriteria en inhoudelijke beoordelingscriteria uiteengezet. Let hierbij op de scheiding tussen de financieringskanalen a en b:
2. Financiële middelen, verdeling daarvan en selectieproces
2.1. Beschikbare middelen
Het subsidieplafond voor Humanitaire hulp 2022–2026 bedraagt € 603.000.000 voor de periode vanaf de inwerkingtreding van het besluit tot en met 31 december 2026. Dit budget is opgebouwd uit de deel-plafonds voor twee financieringskanalen:
2.2. Verdeling beschikbare middelen
De verdeling van de beschikbare middelen vindt plaats door behandeling van de aanvragen op volgorde van binnenkomst, met dien verstande dat de totaal beschikbare middelen al op voorhand zijn verdeeld in middelen voor subsidieverlening voor de verschillende financieringskanalen zoals vermeld in artikel 2, eerste lid, en in paragraaf 2.1. hierboven, en de volgorde van binnenkomst wordt per financieringskanaal bepaald.
Indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden door aanvragen die op eenzelfde dag zijn ontvangen, dan komt van de op die dag gelijktijdig binnengekomen aanvragen die voldoen aan de maatstaven die in dit subsidiebeleidskader zijn neergelegd, de aanvraag die daaraan het beste voldoet het eerst voor subsidieverlening in aanmerking. Indien twee of meer van deze aanvragen in gelijke mate voldoen aan de maatstaven, wordt de rangschikking van de gelijk scorende aanvragen bepaald door loting.
2.3. Selectieproces
Het selectieproces bestaat uit een aantal opeenvolgende stappen. Allereerst moet worden voldaan aan de formele vereisten en de drempelcriteria. Alleen indien daaraan is voldaan wordt de kwaliteit van de aanvraag beoordeeld middels inhoudelijke beoordelingscriteria.
2.3.1. Formele vereisten
De formele vereisten waaraan een aanvraag moet voldoen om in aanmerking te komen voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2022–2026 zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van dit subsidiebeleidskader.
2.3.2. Beoordeling
De bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen in het kader van Humanitaire hulp 2022–2026. Aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de in dit subsidiebeleidskader opgenomen criteria. In hoofdstuk 5 zijn de drempelcriteria en inhoudelijke criteria opgenomen voor aanvragen voor een subsidie ten laste van financieringskanaal a (voor leden van de IFRC, in hoofdstuk 6 die voor aanvragen voor een subsidie ten laste van financieringskanaal b (voor leden van de DRA).
2.3.2.1. Drempelcriteria
Zowel de aanvrager/penvoerder en eventuele mede-indieners, als de subsidieaanvraag, dienen ten minste te voldoen aan de drempelcriteria om in aanmerking te komen voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2022–2026. De drempelcriteria hebben betrekking op de betrokken organisatie(s) die subsidie aanvragen en op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Bij het niet voldoen aan één (of meer) van de drempelcriteria wordt de aanvraag afgewezen en niet verder inhoudelijk beoordeeld.
2.3.2.2. Inhoudelijke criteria
Indien en nadat voldaan is aan de drempelcriteria zal de kwaliteit van de aanvraag worden beoordeeld aan de hand van de inhoudelijke criteria. Om voor subsidieverlening in het kader van de Humanitaire hulp 2022–2026 in aanmerking te komen dient de aanvraag van voldoende kwaliteit te zijn, oftewel in voldoende mate te voldoen aan de inhoudelijke criteria.
3. Subsidieverstrekking op hoofdlijnen
In dit hoofdstuk wordt de subsidieverstrekking in het kader van Humanitaire Hulp 2022–2026 op hoofdlijnen toegelicht. In paragraaf 3.1 worden de algemene uitgangspunten en principes uiteengezet die van toepassing zijn op subsidiering via dit kader. In paragraaf 3.2 wordt beschreven wie in aanmerking komt voor subsidie. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op de soorten activiteiten die binnen dit kader subsidiabel zijn. In paragraaf 3.4, 3.5 en 3.6 wordt achtereenvolgens ingegaan op welke activiteiten van subsidie worden uitgesloten, voor welke landen subsidie kan worden verkregen en de looptijden van de (te financieren) activiteiten.
3.1. Uitgangspunten en principes financiering Humanitaire hulp
Om in aanmerking te komen voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2022–2026 dienen de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd te zijn gericht op de doelstellingen van dit subsidiebeleidskader:
Om in aanmerking te komen voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2022–2026 dienen aanvragen zich te richten op bovenstaande doelstellingen en bij te dragen aan de Grand Bargain afspraken 2.0 en de beleidsbrief ‘Mensen Eerst’.
Hulpverlening geschiedt in overeenstemming met het zogenoemde ‘humanitair imperatief’ d.w.z. het recht op het ontvangen van levensreddende hulp en het bieden daarvan. Tevens zijn de vier principes van Humanitaire hulp van toepassing:
Lokalisering betekent intensievere samenwerking met lokale en nationale actoren in de bestemmingslanden, alsmede de netwerken in hulpverlenende landen. De Inter-Agency Standing Committee (IASC)-definitie van lokale partners is leidend in het vaststellen of een organisatie lokaal en/of nationaal is.
Tot de intensievere samenwerking behoort zowel de gezamenlijke planning van en besluitvorming over interventies, als de inspanningen gericht op het verkrijgen van fondsen die complementair zijn aan de middelen die beschikbaar worden gesteld door de Nederlandse overheid. Gestreefd wordt dat minimaal 25% van het programmabudget ten goede komt aan hulpverlening met lokale partners. In de rapportage en de dialoog over activiteiten wordt ruimte gegeven voor directe reflectie van lokale partners over de samenwerking met de organisatie(s) die het financieringsverzoek doet (doen).
Binnen lokalisering wordt aandacht besteed aan de vormgeving van meer gelijkwaardige partnerschappen tussen de organisatie(s) die het financieringsverzoek doet (doen) en lokale/nationale partners. Hiertoe behoren in ieder geval:
Indien samengewerkt wordt met lokale partners en actoren, is het van belang dat dit gebeurt op basis van meerjarige financiering en voldoende apparaatskostenvergoedingen. In onderliggende samenwerkingscontracten met lokale partners wordt financiering zo direct mogelijk verstrekt. Tevens wordt daarbij uitgegaan van ‘less paper, more aid’, ofwel het verminderen en stroomlijnen van rapportagevereisten.
Innovatie en leren richt zich op het verbeteren van de effectiviteit en efficiëntie van Humanitaire hulp: vernieuwende werkwijzen als vervanging van de traditionele ‘in natura’ hulp, gebruik van nieuwe technologieën, en nieuwe manieren van organisatie van de hulpverlening. De focus van innovatie binnen dit subsidiebeleidskader ligt op:
Het verbeteren van de verantwoording, ook ter verhoging van het draagvlak voor Humanitaire hulp, op basis van aantoonbaar behaalde resultaten, naar zowel de Nederlandse bevolking, overheden, als lokale gemeenschappen, mede (waar mogelijk) door rapportage via open data (IATI).
Daarnaast het verbeteren van de participatie van de slachtoffers van een humanitaire crisis in de planning, monitoring en evaluatie van de hulpverlening. Tegelijkertijd dient een impuls te worden gegeven aan de gender-sensitiviteit van de interventies, met het doel toegang van hulpbehoevende vrouwen, meisjes, jongens, en mannen tot humanitaire hulp te verbeteren.
Tenslotte staat ook het versterken van mechanismen ter detectie en voorkoming van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, alsmede bescherming van getroffen individuen, centraal. Van subsidieontvangers wordt verwacht dat zij het uiterste doen om integriteitsschendingen te voorkomen, adequaat te reageren in geval van mogelijke integriteitsschendingen, en hierover transparant te rapporteren naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken en waar nodig adequate nazorg te bieden aan getroffen individuen.
Gender- en leeftijdssensitiviteit zijn dwarsdoorsnijdende thema’s in dit subsidiebeleidskader. Ze beogen gelijke rechten, kansen en uitkomsten voor vrouwen, mannen, meisjes en jongens. Het gaat in al deze gevallen om het recht van eenieder op gelijkwaardige participatie in de samenleving, op sociaal, economisch en politiek terrein. Hiertoe moet een samenleving voor iedereen gelijke toegang tot goederen, kansen, hulpmiddelen en beloningen mogelijk maken. Dit betekent niet dat er geen verschillen bestaan tussen individuen, maar wel dat elk individu gelijke kansen en rechten heeft en deze kan gebruiken, ongeacht sekse, seksuele geaardheid, (verminderde) fysieke capaciteiten, etniciteit, vermogen, familie, leeftijd of sociale positie. Soms zijn specifieke maatregelen nodig of moet zeker gesteld zijn dat geplande interventies geen negatieve gevolgen hebben.
Er dient daarom zowel aandacht te zijn voor de dimensies van ongelijkheid en discriminatie van groepen die structureel zijn uitgesloten, als voor de consequenties van de beoogde interventies voor deze groepen. Daarnaast moet altijd expliciet aandacht worden gegeven aan de specifieke positie van vrouwen, meisjes en jongeren in het algemeen, onafhankelijk van het thema of de doelgroep. Leidend zijn hierbij het humanitair imperatief en de humanitaire principes.
Een betere taakverdeling en meer taakspecialisatie leidt tot betere hulpverlening. Ook een verhoogde inzet van lokale middelen door de subsidieontvangers en betere aansluiting op lokale capaciteit en initiatieven, inclusief op de meer ontwikkelingsgerichte programma’s op de lange termijn, vergroten de duurzaamheid van de interventie.
3.2. Wie kunnen in aanmerking komen voor subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2022–2026?
De twee financieringskanalen zoals opgenomen in artikel 2, eerste lid en in paragraaf 2.1 kennen verschillende soorten organisaties die in aanmerking kunnen komen voor subsidie ten laste van een respectievelijk financieringskanaal. Om deze reden worden ze hieronder separaat gepresenteerd.
3.2.1. Financieringskanaal a – voor wie bedoeld
Voor een subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2022–2026 ten laste van financieringskanaal a kunnen in aanmerking komen nationale verenigingen van de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging die lid zijn van de IFRC.
Een subsidieontvanger uit dit financieringskanaal kan voor de uitvoering van (onderdelen van) het voorstel gebruik maken van andere organisaties zonder winstoogmerk of van bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan het laten uitvoeren van onderdelen van het voorstel door andere (lokale) organisaties zonder winstoogmerk, bijvoorbeeld door Nationale Verenigingen van de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging of door het Internationale Comité van het Rode Kruis.
Adviesbureaus en organisaties met een winstoogmerk komen niet in aanmerking voor subsidie in het kader van Humanitaire hulp 2022–2026. Subsidieontvangers kunnen wel kosten voor inhuur van (experts van) organisaties met winstoogmerk opvoeren in de begroting van een voorstel indien de uitvoering van het voorstel of de activiteiten hun inhuur vereist. Het maximum uurtarief voor externe inhuur is € 225,– exclusief BTW.8Kamerstukken II 2009/10, 32 124, nr. 18 (punt 2) Kamerstuk 32124, nr. 18 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)
3.2.2. Financieringskanaal b – voor wie bedoeld
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.