Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 27 oktober 2021, nr. IENW/BSK-2021/275727, houdende vaststelling van het maximaal toegestane aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Drinkwaterwet, en van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet, bedoeld in het derde lid van dat artikel, voor de kalenderjaren 2022 tot met 2024

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-10-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 10, tweede en derde lid, van de Drinkwaterwet, de artikelen 6 en 7 van het Drinkwaterbesluit en artikel 5 van de Drinkwaterregeling;

BESLUIT:

Artikel 1

Het maximaal toegestane aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen van een drinkwaterbedrijf, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Drinkwaterwet, wordt voor de kalenderjaren 2022 tot met 2024 vastgesteld op 70%.

Artikel 2

De gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet, bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Drinkwaterwet, wordt voor de kalenderjaren 2022 tot met 2024 vastgesteld op 2,95%.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.