Besluit van 14 oktober 2021, houdende nadere regels over de inrichting, examinering en bekostiging van en deelname aan het voortgezet onderwijs (Uitvoeringsbesluit WVO 2020)
- g. het Besluit samenwerking VO-BVE;
- h. het Besluit samenwerking VO-BVE BES;
- i. het Eindexamenbesluit VO;
- j. het Eindexamenbesluit VO BES;
- k. het Inrichtingsbesluit WVO;
- l. het Inrichtingsbesluit WVO BES;
- m. het Staatsexamenbesluit VO;
- n. het Staatsexamenbesluit VO BES.
Artikel 11.2. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan en voor het Europese deel van Nederland en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 11.3. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Kerndoelen eerste twee leerjaren voortgezet onderwijs
Kerndoelen eerste twee leerjaren voortgezet onderwijs
De eerste tien kerndoelen zijn vooral gericht op de communicatieve functie van de Nederlandse taal en kennen een belangrijke plaats toe aan strategische vaardigheden. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan culturele en literaire aspecten (kerndoelen 2 en 8).
Onderdeel B: Engels
Ook de acht kerndoelen voor het onderdeel Engelse taal zijn vooral gericht op de communicatieve functie. De nadruk ligt op Engels als wereldtaal. Vooral met de kerndoelen 11, 14, 15, 16 en 17 kan de relatie worden gelegd met het Europees Referentiekader [Council of Europe (1998), Modern languages; Learning, teaching, assessment. A Common European Framework of Reference (pp. 131–135). Strassbourg: Council of Europe]. Afhankelijk van de leerlingenpopulatie kan de school zich oriënteren op de resultaatbeschrijvingen van de cellen in A1, A2 en B1 in het Referentiekader.
Ook de acht kerndoelen voor het onderdeel Engelse taal zijn vooral gericht op de communicatieve functie. De nadruk ligt op Engels als wereldtaal. Vooral met de kerndoelen 11, 14, 15, 16 en 17 kan de relatie worden gelegd met het Europees Referentiekader [Council of Europe (1998), Modern languages; Learning, teaching, assessment. A Common European Framework of Reference (pp. 131–135). Strassbourg: Council of Europe]. Afhankelijk van de leerlingenpopulatie kan de school zich oriënteren op de resultaatbeschrijvingen van de cellen in A1, A2 en B1 in het Referentiekader.
Onderdeel C: rekenen en wiskunde
Er zijn negen kerndoelen die betrekking hebben op rekenen en wiskunde. Er wordt ruimte gelaten deze uit te werken op basis van verschillende opvattingen en leerstijlen. Uiteindelijk gaat het bij deze kerndoelen in de eerste plaats om de gebruiksmogelijkheden van (elementaire) rekenvaardigheden en van wiskunde buiten en binnen het onderwijsprogramma, zowel in de onderbouw als in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs (inclusief het derde leerjaar havo / vwo). Systematische aandacht in het onderwijsprogramma voor (elementaire) rekenvaardigheden is van belang om doorlopende leerlijnen te realiseren van primair onderwijs, via het voortgezet onderwijs, naar mbo en hoger onderwijs.
Onderdeel D: mens en natuur
De volgende acht kerndoelen bestrijken een groot inhoudelijk terrein, gericht op natuurwetenschappelijke, technologische en zorggerelateerde onderwerpen. Deze kerndoelen geven in globale termen aan waar het daarbij om gaat: een onderzoekende houding ten opzichte van de natuur, herkennen van samenhangen en wisselwerkingen, verbinden van theorieën en modellen met praktisch werk en waarneming, bevorderen van duurzaamheid. Het begint bij vragen stellen (28, 31) en gaat via de benadering van sleutelbegrippen (29, 30) naar kerndoelen waarin meer specifieke onderwerpen en vaardigheden worden genoemd (32 t/m 35).
Onderdeel E: mens en maatschappij
In de twaalf kerndoelen van het onderdeel mens en maatschappij is een enigszins vergelijkbare structuur te herkennen als bij de kerndoelen van het onderdeel mens en natuur: vragen stellen en onderzoek doen (36, 39), verschijnselen in tijd en ruimte plaatsen (37, 38), gebruik van bronnen (40, 41, 42) en de inhoudelijke thema’s (42 tot 47) geordend van dichtbij en kleinschalig naar verder weg of grootschalig. Verschillende kerndoelen concretiseren de opdracht aan elke school om aandacht te besteden aan burgerschap. Het gaat vooral om de kerndoelen 43 en 44, maar ook met andere kerndoelen wordt invulling gegeven aan deze opdracht: te denken valt aan de kerndoelen 6, 35, 36 en 56.
In de twaalf kerndoelen van het onderdeel mens en maatschappij is een enigszins vergelijkbare structuur te herkennen als bij de kerndoelen van het onderdeel mens en natuur: vragen stellen en onderzoek doen (36, 39), verschijnselen in tijd en ruimte plaatsen (37, 38), gebruik van bronnen (40, 41, 42) en de inhoudelijke thema’s (42 tot 47) geordend van dichtbij en kleinschalig naar verder weg of grootschalig. Verschillende kerndoelen concretiseren de opdracht aan elke school om aandacht te besteden aan burgerschap. Het gaat vooral om de kerndoelen 43 en 44, maar ook met andere kerndoelen wordt invulling gegeven aan deze opdracht: te denken valt aan de kerndoelen 6, 35, 36 en 56.
De leerling in het Europese deel van Nederland leert daarbij in elk geval de relatie te leggen tussen de gebeurtenissen en ontwikkelingen in de 20e eeuw (waaronder de Wereldoorlogen en de Holocaust), en hedendaagse ontwikkelingen. De vensters van de canon van Nederland dienen als uitgangspunt ter illustratie van de tijdvakken.
De eerste tien kerndoelen zijn vooral gericht op de communicatieve functie van de Nederlandse taal en kennen een belangrijke plaats toe aan strategische vaardigheden. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan culturele en literaire aspecten (kerndoelen 2 en 8).
De leerling in Bonaire, Sint Eustatius of Saba leert een eigentijds beeld van de eigen omgeving, Europees Nederland, Europa en de wereld te gebruiken om verschijnselen en ontwikkelingen in hun omgeving te plaatsen.
Kerndoelen eerste twee leerjaren voortgezet onderwijs
Er zijn geen kerndoelen geformuleerd voor andere moderne vreemde talen – in het bijzonder Duitse taal en Franse taal (in Bonaire, Sint Eustatius en Saba Spaanse taal, Papiaments en Franse taal)- die voor de eerste drie leerjaar op grond van de artikelen 2.3 en 2.4 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 naast de Engelse taal verplicht worden gesteld. Wel kunnen scholen de kerndoelen voor Engels gebruiken als leidraad voor het onderwijs in andere moderne vreemde talen door overal waar «Engels» staat de benaming van de andere moderne vreemde taal te lezen.
Onderdeel C: rekenen en wiskunde
Er zijn negen kerndoelen die betrekking hebben op rekenen en wiskunde. Er wordt ruimte gelaten deze uit te werken op basis van verschillende opvattingen en leerstijlen. Uiteindelijk gaat het bij deze kerndoelen in de eerste plaats om de gebruiksmogelijkheden van (elementaire) rekenvaardigheden en van wiskunde buiten en binnen het onderwijsprogramma, zowel in de onderbouw als in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs (inclusief het derde leerjaar havo / vwo). Systematische aandacht in het onderwijsprogramma voor (elementaire) rekenvaardigheden is van belang om doorlopende leerlijnen te realiseren van primair onderwijs, via het voortgezet onderwijs, naar mbo en hoger onderwijs.
Bijlage 2. behorende bij artikel 2.68 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Ordening gegevens voor het beleid
Deze bijlage bevat een uitputtend overzicht van de gegevens waarover het bevoegd gezag of het samenwerkingsverband dient te beschikken om te kunnen voldoen aan de structurele gegevensvraag van Onze Minister voor zijn beleid voor het voortgezet onderwijs op grond van artikel 2.111 van de wet.
School, instelling, vestiging
De leerling in het Europese deel van Nederland leert daarbij in elk geval de relatie te leggen tussen de gebeurtenissen en ontwikkelingen in de 20e eeuw (waaronder de Wereldoorlogen en de Holocaust), en hedendaagse ontwikkelingen. De vensters van de canon van Nederland dienen als uitgangspunt ter illustratie van de tijdvakken.
Personeelsgegevens
De leerling in Bonaire, Sint Eustatius of Saba leert een eigentijds beeld van de eigen omgeving, Europees Nederland, Europa en de wereld te gebruiken om verschijnselen en ontwikkelingen in hun omgeving te plaatsen.
In de twaalf kerndoelen van het onderdeel mens en maatschappij is een enigszins vergelijkbare structuur te herkennen als bij de kerndoelen van het onderdeel mens en natuur: vragen stellen en onderzoek doen (36, 39), verschijnselen in tijd en ruimte plaatsen (37, 38), gebruik van bronnen (40, 41, 42) en de inhoudelijke thema’s (42 tot 47) geordend van dichtbij en kleinschalig naar verder weg of grootschalig. Verschillende kerndoelen concretiseren de opdracht aan elke school om aandacht te besteden aan burgerschap. Het gaat vooral om de kerndoelen 43 en 44, maar ook met andere kerndoelen wordt invulling gegeven aan deze opdracht: te denken valt aan de kerndoelen 6, 35, 36 en 56.
De leerling in het Europese deel van Nederland leert daarbij in elk geval de relatie te leggen tussen de gebeurtenissen en ontwikkelingen in de 20e eeuw (waaronder de Wereldoorlogen en de Holocaust), en hedendaagse ontwikkelingen. De vensters van de canon van Nederland dienen als uitgangspunt ter illustratie van de tijdvakken.
De leerling in Bonaire, Sint Eustatius en Saba leert over kenmerkende aspecten van de volgende tijdvakken: Precolumbiaanse culturen, kolonisatie en verdeling van de Cariben, Nederlandse koloniën en Afrikaanse slavernij, opkomst olie-industrie en de toename van migratie binnen de Antillen en de leerling leert elementen van de Nederlandse geschiedenis waarbij de canon als leidraad kan worden gebruikt
De leerling in Bonaire, Sint Eustatius of Saba leert een eigentijds beeld van de eigen omgeving, Europees Nederland, Europa en de wereld te gebruiken om verschijnselen en ontwikkelingen in hun omgeving te plaatsen.
De leerling in Bonaire, Sint Eustatius of Saba leert over overeenkomsten, verschillen en veranderingen in cultuur en levensbeschouwing, leert eigen en andermans leefwijze daarmee in verband te brengen, leert de betekenis voor de samenleving te zien van respect voor elkaars opvattingen en leefwijzen, en leert respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.
Administratienummer werkgever
Met de vijf kerndoelen voor het onderdeel kunst en cultuur wordt het gemeenschappelijke en het gelijkwaardige van de verschillende kunstzinnige disciplines benadrukt. Doel is een brede oriëntatie op kunst en cultuur. Deze kerndoelen geven ook variatie in activiteiten aan: eigen werk maken en presenteren, andermans werk ervaren en plaatsen, verslag doen van activiteiten, en reflecteren op eigen en andermans werk.
Deze bijlage bevat een uitputtend overzicht van de gegevens waarover het bevoegd gezag of het samenwerkingsverband dient te beschikken om te kunnen voldoen aan de structurele gegevensvraag van Onze Minister voor zijn beleid voor het voortgezet onderwijs op grond van artikel 2.111 van de wet.
In de zes kerndoelen voor het onderdeel bewegen en sport gaat het om een brede oriëntatie op verschillende soorten bewegingsactiviteiten en daarin het verkennen en uitbreiden van de eigen mogelijkheden (53 t/m 55). Omdat sport en bewegen bij uitstek samenwerking vereisen, zijn daarvoor afzonderlijke kerndoelen opgenomen (56 en 57). Het laatste kerndoel (58) expliciteert de relatie met gezondheid en welzijn. Onderwijs in lichamelijke opvoeding, voornamelijk bestaande uit praktische bewegingsactiviteiten, vindt plaats gespreid over het gehele schooljaar, en in zodanige omvang dat wordt voldaan aan de inhoudelijke eisen op het gebied van kwaliteit en variëteit zoals neergelegd in deze kerndoelen.
Richting school/instelling
Administratienummer instelling/school (waar te werk gesteld)
Deze bijlage bevat een uitputtend overzicht van de gegevens waarover het bevoegd gezag of het samenwerkingsverband dient te beschikken om te kunnen voldoen aan de structurele gegevensvraag van Onze Minister voor zijn beleid voor het voortgezet onderwijs op grond van artikel 2.111 van de wet.
Geboortedatum
Richting school/instelling
Burgerservicenummer (Bonaire, Sint Eustatius en Saba: personeelsnummer)
Persoonsgegevens
Geboortedatum
Geslachtsaanduiding
Burgerservicenummer (Bonaire, Sint Eustatius en Saba: personeelsnummer)
Bijlage 3. behorende bij artikel 6.23 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Ordening gegevens voor berekening van de hoogte van de bekostiging
Datum begin en einde arbeidsverhouding
Soort arbeidsverhouding (waaronder vast of tijdelijk)
A. Instellingsgegevens
A. Instellingsgegevens
Administratienummer instelling/school (waar te werk gesteld)
Betrekkinggegevens, waaronder betrekkingsomvang en de
Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen (bapo) in fulltime equivalenten (fte)
Functie (code en omschrijving)
Functiecategorie
A2.. School, instelling, vestiging
Salarisnummer
Bruto salaris
Toelagen
Ziekte en verlofgegevens
Een administratienummer
Naam en adresgegevens
A3. Samenwerkingsverbanden
Per rubriek (A1, A2, enz.) is aangegeven op welk niveau de gevraagde informatie geleverd wordt.
Naam en adresgegevens
Communicatiegegevens, zoals telefoonnummer en e-mailadres
Datum oprichting en opheffing
Bijlage 4. behorende bij artikel 7.2, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Ordening gegevens voor het lerarenregister en het registervoorportaal
Communicatiegegevens, zoals telefoonnummer en e-mailadres
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 4.21a. Aangepaste uitslagbepaling 2023
Vervallen
Paragraaf 6. Cijferlijsten, diploma’s en certificaten
Paragraaf 7. Specifieke voorzieningen staatsexamen
Paragraaf 8. Maatregelen in geval van onregelmatigheden
Paragraaf 9. Gegevensverstrekking en bewaren examenwerk
Hoofdstuk 5. Specifieke bepalingen voorzieningenplanning vmbo
Hoofdstuk 6. Bekostiging en verantwoording
Paragraaf 1. Vaststelling omvang bekostiging
Paragraaf 2. Leerlingentelling
Paragraaf 3. Betaling van de bekostiging
Paragraaf 4. Boekhouding, financieel beheer en financiële controle
Paragraaf 5. Informatie voor bekostiging
Paragraaf 5. Informatie voor bekostiging
Paragraaf 7. Samenwerkingsverbanden
Hoofdstuk 7. Dit hoofdstuk treedt niet meer in werking. Het hoofdstuk is ingetrokken door Stb. 2024/14.
Hoofdstuk 8. Deelname
Paragraaf 1. Toelating en voorwaardelijke bevordering
Paragraaf 2. Leerlingenadministratie
Paragraaf 3. Melding en vaststelling langdurige afwezigheid in verband met WTOS
Hoofdstuk 8a. Tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2. Wijze van toepassing hoofdstuk 2 (Onderwijs)
Paragraaf 3. Wijze van toepassing hoofdstuk 3 (Eindexamen)
Paragraaf 3. Wijze van toepassing hoofdstuk 3 (Eindexamen)
Paragraaf 5. Wijze van toepassing hoofdstuk 5 (Specifieke bepalingen voorzieningenplanning vmbo)
Paragraaf 6. Wijze van toepassing hoofdstuk 6 (Bekostiging en verantwoording)
Paragraaf 7. Wijze van toepassing hoofdstuk 7 (Lerarenregister en registervoorportaal)
Paragraaf 8. Wijze van toepassing hoofdstuk 8 (Deelname)
Hoofdstuk 10. Invoerings- en overgangsrecht
Paragraaf 1. Invoeringsrecht
Paragraaf 8. Wijze van toepassing hoofdstuk 8 (Deelname)
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Onderdeel A: Nederlands
De eerste tien kerndoelen zijn vooral gericht op de communicatieve functie van de Nederlandse taal en kennen een belangrijke plaats toe aan strategische vaardigheden. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan culturele en literaire aspecten (kerndoelen 2 en 8).
Onderdeel B: Engels
Er zijn geen kerndoelen geformuleerd voor andere moderne vreemde talen – in het bijzonder Duitse taal en Franse taal (in Bonaire, Sint Eustatius en Saba Spaanse taal, Papiaments en Franse taal)- die voor de eerste drie leerjaar op grond van de artikelen 2.3 en 2.4 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 naast de Engelse taal verplicht worden gesteld. Wel kunnen scholen de kerndoelen voor Engels gebruiken als leidraad voor het onderwijs in andere moderne vreemde talen door overal waar «Engels» staat de benaming van de andere moderne vreemde taal te lezen.
Onderdeel C: rekenen en wiskunde
Er zijn negen kerndoelen die betrekking hebben op rekenen en wiskunde. Er wordt ruimte gelaten deze uit te werken op basis van verschillende opvattingen en leerstijlen. Uiteindelijk gaat het bij deze kerndoelen in de eerste plaats om de gebruiksmogelijkheden van (elementaire) rekenvaardigheden en van wiskunde buiten en binnen het onderwijsprogramma, zowel in de onderbouw als in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs (inclusief het derde leerjaar havo / vwo). Systematische aandacht in het onderwijsprogramma voor (elementaire) rekenvaardigheden is van belang om doorlopende leerlijnen te realiseren van primair onderwijs, via het voortgezet onderwijs, naar mbo en hoger onderwijs.
Onderdeel D: mens en natuur
De volgende acht kerndoelen bestrijken een groot inhoudelijk terrein, gericht op natuurwetenschappelijke, technologische en zorggerelateerde onderwerpen. Deze kerndoelen geven in globale termen aan waar het daarbij om gaat: een onderzoekende houding ten opzichte van de natuur, herkennen van samenhangen en wisselwerkingen, verbinden van theorieën en modellen met praktisch werk en waarneming, bevorderen van duurzaamheid. Het begint bij vragen stellen (28, 31) en gaat via de benadering van sleutelbegrippen (29, 30) naar kerndoelen waarin meer specifieke onderwerpen en vaardigheden worden genoemd (32 t/m 35).
Onderdeel E: mens en maatschappij
Ook de acht kerndoelen voor het onderdeel Engelse taal zijn vooral gericht op de communicatieve functie. De nadruk ligt op Engels als wereldtaal. Vooral met de kerndoelen 11, 14, 15, 16 en 17 kan de relatie worden gelegd met het Europees Referentiekader [Council of Europe (1998), Modern languages; Learning, teaching, assessment. A Common European Framework of Reference (pp. 131–135). Strassbourg: Council of Europe]. Afhankelijk van de leerlingenpopulatie kan de school zich oriënteren op de resultaatbeschrijvingen van de cellen in A1, A2 en B1 in het Referentiekader.
Onderdeel A: Nederlands
De eerste tien kerndoelen zijn vooral gericht op de communicatieve functie van de Nederlandse taal en kennen een belangrijke plaats toe aan strategische vaardigheden. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan culturele en literaire aspecten (kerndoelen 2 en 8).
Onderdeel B: Engels
Ook de acht kerndoelen voor het onderdeel Engelse taal zijn vooral gericht op de communicatieve functie. De nadruk ligt op Engels als wereldtaal. Vooral met de kerndoelen 11, 14, 15, 16 en 17 kan de relatie worden gelegd met het Europees Referentiekader [Council of Europe (1998), Modern languages; Learning, teaching, assessment. A Common European Framework of Reference (pp. 131–135). Strassbourg: Council of Europe]. Afhankelijk van de leerlingenpopulatie kan de school zich oriënteren op de resultaatbeschrijvingen van de cellen in A1, A2 en B1 in het Referentiekader.
Bijlage 2. behorende bij artikel 2.68 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Onderdeel C: rekenen en wiskunde
Er zijn negen kerndoelen die betrekking hebben op rekenen en wiskunde. Er wordt ruimte gelaten deze uit te werken op basis van verschillende opvattingen en leerstijlen. Uiteindelijk gaat het bij deze kerndoelen in de eerste plaats om de gebruiksmogelijkheden van (elementaire) rekenvaardigheden en van wiskunde buiten en binnen het onderwijsprogramma, zowel in de onderbouw als in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs (inclusief het derde leerjaar havo / vwo). Systematische aandacht in het onderwijsprogramma voor (elementaire) rekenvaardigheden is van belang om doorlopende leerlijnen te realiseren van primair onderwijs, via het voortgezet onderwijs, naar mbo en hoger onderwijs.
Onderdeel D: mens en natuur
De volgende acht kerndoelen bestrijken een groot inhoudelijk terrein, gericht op natuurwetenschappelijke, technologische en zorggerelateerde onderwerpen. Deze kerndoelen geven in globale termen aan waar het daarbij om gaat: een onderzoekende houding ten opzichte van de natuur, herkennen van samenhangen en wisselwerkingen, verbinden van theorieën en modellen met praktisch werk en waarneming, bevorderen van duurzaamheid. Het begint bij vragen stellen (28, 31) en gaat via de benadering van sleutelbegrippen (29, 30) naar kerndoelen waarin meer specifieke onderwerpen en vaardigheden worden genoemd (32 t/m 35).
Onderdeel E: mens en maatschappij
Arbeidsrelatiegegevens
Bijlage 3. behorende bij artikel 6.23 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Ordening gegevens voor berekening van de hoogte van de bekostiging
Zij-instroom
A1. Bevoegd gezag
Salarisschaal
A2.. School, instelling, vestiging
Deze bijlage bevat een uitputtend overzicht van de gegevens waarover het bevoegd gezag of het samenwerkingsverband dient te beschikken om te kunnen voldoen aan de structurele gegevensvraag van Onze Minister op grond van artikel 5.48 van de wet voor de berekening van de hoogte van de bekostiging. Dit laat onverlet dat daarnaast in geval van aanvullende bekostiging de daarvoor benodigde gegevens opgevraagd kunnen worden.
A3. Samenwerkingsverbanden
Een administratienummer
Bijlage 4. behorende bij artikel 7.2, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Ordening gegevens voor het lerarenregister en het registervoorportaal
Gegevens voor betalingen, zoals bankgegevens
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 8.15. Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- inrichtingsplan: inrichtingsplan, bedoeld in artikel 9.3h, derde lid, van de wet;
- instellingscode: code bestaande uit twee cijfers en twee hoofdletters waarmee de school uniek is te identificeren in de Registratie Instellingen en Opleidingen;
- vestigingscode: nummer dat bestaat uit de instellingscode, aangevuld met de twee cijfers die de vestiging aanduiden.
Artikel 8.16. De melding en het inrichtingsplan van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening
De melding van het bevoegd gezag over de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening, bedoeld in artikel 9.3h, eerste lid, van de wet, gaat vergezeld van de volgende gegevens:
- a. de naam van de contactpersoon;
- b. het correspondentieadres van de contactpersoon;
- c. het telefoonnummer van de contactpersoon;
- d. het e-mailadres van de contactpersoon;
- e. de naam en het bestuursnummer van het bevoegd gezag;
- f. de naam en de instellingscode van de school en de vestigingscode waarvan de tijdelijke nieuwkomersvoorziening een uitbreiding is;
- g. het vestigingsadres;
- h. de startdatum;
- i. het aantal leerlingen in de tijdelijke nieuwkomersvoorziening of het aantal leerlingen dat naar verwachting de tijdelijke nieuwkomersvoorziening zal bezoeken en het aantal groepen of klassen;
- j. indien van toepassing de specifieke opvanglocatie waaraan de tijdelijke nieuwkomersvoorziening is verbonden; en
- k. de contactgegevens van de betrokken samenwerkingsverbanden.
Het inrichtingsplan bevat de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en een beschrijving van de wijze waarop voldoende expertise over het aanbieden van onderwijs aan nieuwkomers wordt geborgd.
Het bevoegd gezag stelt het inrichtingsplan beschikbaar aan de ouders van de leerlingen van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening.
Artikel 8.17. Doorstroomperspectief
Het bevoegd gezag stelt voor elke leerling in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening binnen zes weken na de inschrijving van de leerling een doorstroomperspectief vast.
Het doorstroomperspectief bevat in elk geval een plan over de wijze waarop een leerling zo snel mogelijk en in ieder geval binnen twee jaren na inschrijving in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening zal doorstromen naar een school voor speciaal onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs, niet zijnde een tijdelijke nieuwkomersvoorziening.
Het bevoegd gezag evalueert ten minste een keer per jaar het doorstroomperspectief in overleg met de ouders en stelt dit indien nodig bij.
Artikel 8.18. Onderwijsprogramma en de inrichting van onderwijstijd
Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening niet kan worden vervuld door een bevoegde leraar of door onderwijspersoneel als bedoeld in artikel 9.3h van de wet, dan kan het bevoegd gezag in afwijking van de artikelen 2.38, eerste tot en met negende lid, en 2.39 eerste en tweede lid, van de wet het aantal klokuren onderwijs in de tijdelijke nieuwkomersvoorziening tijdelijk beperken, met dien verstande dat:
- a. de onderwijstijd niet meer en langer dan strik noodzakelijk wordt beperkt;
- b. leerlingen ten minste 12,5 klokuren per week onderwijs ontvangen verspreid over ten minste 3 onderwijsdagen per week; en
- c. leerlingen ten minste 10 klokuren per week onderwijs ontvangen in de Nederlandse taal.
Artikel 8.19. Schoolplan en schoolgids
Bij vaststelling van het schoolplan en de schoolgids, bedoeld in de artikelen 2.88, 2.89, 2.90, 2.91 en 2.92 van de wet, wordt de tijdelijke nieuwkomersvoorziening niet betrokken.
Artikel 8.20. Opheffing tijdelijke nieuwkomersvoorziening door het bevoegd gezag
Het bevoegd gezag meldt het voornemen tot opheffing van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening aan Onze Minister.
Na de melding plaatst het bevoegd gezag geen nieuwe leerlingen in de tijdelijke nieuwkomersvoorziening.
De melding gaat vergezeld van:
- a. de gegevens, bedoeld in artikel 8.16; en
- b. een uitfaseringsplan.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het uitfaseringsplan.
Artikel 8.21. Opheffing tijdelijke nieuwkomersvoorziening na verstrijken van de wettelijke termijn
Een tijdelijke nieuwkomersvoorziening moet zijn opgeheven indien de termijn bedoeld in artikel 9.3d, vierde lid, van de wet is verstreken.
Onze Minister verbindt aan het besluit, bedoeld in 9.3d, vierde lid, van de wet, een uiterlijke termijn voor het plaatsen van nieuwe leerlingen.
Het bevoegd gezag zendt twee maanden voor het verstrijken van de termijn de gegevens bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, en het uitfaseringsplan, bedoeld in artikel 8.20, derde lid, onder b, aan Onze Minister.
Artikel 8.22. Horizonbepaling
Hoofdstuk 8a vervalt op het tijdstip waarop hoofdstuk 9, paragraaf 2a, van de wet vervalt.
Hoofdstuk 9. Caribisch Nederland
Paragraaf 2. Wijze van toepassing hoofdstuk 2 (Onderwijs)
Paragraaf 4. Wijze van toepassing hoofdstuk 4 (Staatsexamen)
Paragraaf 5. Wijze van toepassing hoofdstuk 5 (Specifieke bepalingen voorzieningenplanning vmbo)
Paragraaf 6. Wijze van toepassing hoofdstuk 6 (Bekostiging en verantwoording)
Paragraaf 7. Wijze van toepassing hoofdstuk 7 (Lerarenregister en registervoorportaal)
Paragraaf 9. Wijze van toepassing hoofdstuk 8a (Tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen)
Artikel 9.43. Toepassing hoofdstuk 8a
Hoofdstuk 8a is niet van toepassing.
Deze bepaling vervalt op het tijdstip waarop hoofdstuk 11, paragraaf 8a van de wet vervalt.
Hoofdstuk 10. Invoerings- en overgangsrecht
Paragraaf 1. Invoeringsrecht
Paragraaf 2. Overgangsrecht
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Kerndoelen eerste twee leerjaren voortgezet onderwijs
Onderdeel A: Nederlands
Onderdeel B: Engels
Onderdeel D: mens en natuur
Er zijn geen kerndoelen geformuleerd voor andere moderne vreemde talen – in het bijzonder Duitse taal en Franse taal (in Bonaire, Sint Eustatius en Saba Spaanse taal, Papiaments en Franse taal)- die voor de eerste drie leerjaar op grond van de artikelen 2.3 en 2.4 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 naast de Engelse taal verplicht worden gesteld. Wel kunnen scholen de kerndoelen voor Engels gebruiken als leidraad voor het onderwijs in andere moderne vreemde talen door overal waar «Engels» staat de benaming van de andere moderne vreemde taal te lezen.
Onderdeel F: kunst en cultuur
Onderdeel G: bewegen en sport
Bijlage 2. behorende bij artikel 2.68 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Ordening gegevens voor het beleid
School, instelling, vestiging
Ordening gegevens voor het beleid
Administratienummer werkgever
Functie, betrekking en salarisgegevens
Bijlage 3. behorende bij artikel 6.23 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Ordening gegevens voor berekening van de hoogte van de bekostiging
A. Instellingsgegevens
Ordening gegevens voor berekening van de hoogte van de bekostiging
A2.. School, instelling, vestiging
Naam en adresgegevens
Een administratienummer
Gegevens over de datum oprichting en opheffing
Datum ingang en einde bekostiging
A3. Samenwerkingsverbanden
Een administratienummer
Naam en adresgegevens
Communicatiegegevens, zoals telefoonnummer en e-mailadres
Administratienummers scholen in samenwerkingsverband, inclusief de vestigingsnummers/administratienummers van de vestigingen
Bijlage 4. behorende bij artikel 7.2, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Ordening gegevens voor het lerarenregister en het registervoorportaal
Naam
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 2.17a. Praktijkgerichte vakken theoretische leerweg vmbo
Het bevoegd gezag kan in de theoretische leerweg de volgende praktijkgerichte vakken aanbieden:
- a. dienstverlening en producten;
- b. economie en ondernemen;
- c. informatietechnologie;
- d. technologie en toepassing;
- e. techniek en innovatief vakmanschap;
- f. zorg en welzijn.
Het bevoegd gezag van een school die deel uitmaakt van een scholengemeenschap met een gemengde leerweg kan een leerling in de theoretische leerweg in de gelegenheid stellen om de praktijkgerichte vakken te volgen die in de gemengde leerweg worden aangeboden.
Paragraaf 4.2. Profielen beroepsgerichte leerwegen vmbo
Paragraaf 4.3. Profielen gemengde leerweg vmbo
Artikel 2.25a. Praktijkgerichte vakken gemengde leerweg vmbo
Het bevoegd gezag kan in de gemengde leerweg vmbo één of meer van de achter het profiel vermelde praktijkgerichte vakken aanbieden:
- a. het profiel bouwen, wonen en interieur:
- 1°. het praktijkgerichte vak bouwen, wonen en interieur;
- 2°. het praktijkgerichte vak techniek en innovatief vakmanschap;
- 3°. het praktijkgerichte vak technologie en toepassing;
- 4°. het praktijkgerichte vak informatietechnologie;
- b. het profiel produceren, installeren en energie:
- 1°. het praktijkgerichte vak produceren, installeren en energie;
- 2°. het praktijkgerichte vak techniek en innovatief vakmanschap;
- 3°. het praktijkgerichte vak technologie en toepassing;
- 4°. het praktijkgerichte vak informatietechnologie;
- c. het profiel mobiliteit en transport:
- 1°. het praktijkgerichte vak mobiliteit en transport;
- 2°. het praktijkgerichte vak techniek en innovatief vakmanschap;
- 3°. het praktijkgerichte vak technologie en toepassing;
- 4°. het praktijkgerichte vak informatietechnologie;
- d. het profiel media, vormgeving en ICT:
- 1°. het praktijkgerichte vak media, vormgeving en ICT;
- 2°. het praktijkgerichte vak technologie en toepassing
- 3°. het praktijkgerichte vak informatietechnologie.
- e. het profiel maritiem en techniek:
- 1°. het praktijkgerichte vak maritiem en techniek;
- 2°. het praktijkgerichte vak techniek en innovatief vakmanschap;
- 3°. het praktijkgerichte vak technologie en toepassing;
- 4°. het praktijkgerichte vak informatietechnologie;
- f. het profiel zorg en welzijn:
- 1°. het praktijkgerichte vak zorg en welzijn;
- 2°. het praktijkgerichte vak technologie en toepassing;
- 3°. het praktijkgerichte vak informatietechnologie;
- g. het profiel economie en ondernemen:
- 1°. het praktijkgerichte vak economie en ondernemen;
- 2°. het praktijkgerichte vak technologie en toepassing;
- 3°. het praktijkgerichte vak informatietechnologie;
- h. het profiel horeca, bakkerij en recreatie:
- 1°. het praktijkgerichte vak horeca, bakkerij en recreatie;
- 2°. het praktijkgerichte vak technologie en toepassing;
- 3°. het praktijkgerichte vak informatietechnologie;
- i. het profiel groen:
- 1°. het praktijkgerichte vak groen;
- 2°. het praktijkgerichte vak technologie en toepassing;
- 3°. het praktijkgerichte vak informatietechnologie;
- j. het profiel dienstverlening en producten:
- 1°. het praktijkgerichte vak dienstverlening en producten;
- 2°. het praktijkgerichte vak technologie en toepassing
- 3°. het praktijkgerichte vak informatietechnologie.
Paragraaf 4.4. Beroepsgerichte keuzevakken vmbo
Paragraaf 4.4a. Praktijkgerichte vakken
Artikel 2.31a. Samenwerking praktijkgerichte vakken
Het bevoegd gezag dat een praktijkgericht vak, genoemd in artikel 2.17a of artikel 2.25a, aanbiedt, werkt indien mogelijk, samen met ten minste één regionale arbeidsmarktpartij, dan wel instelling voor educatie en beroepsonderwijs bij het uitvoeren van het praktijkgericht vak.
Paragraaf 4.5. Vrijstellingen en ontheffingen profielen vmbo
Paragraaf 5. Stage beroepsgerichte leerwegen en gemengde leerweg
Paragraaf 6. Inrichting praktijkonderwijs
Paragraaf 7. Overige bepalingen inrichting onderwijs
Paragraaf 8. Onderwijstijd, vakanties
Paragraaf 9. Extra begeleiding en ondersteuning van leerlingen
Paragraaf 11. Monitor veiligheid op school
Paragraaf 12. Onderwijskundige verbanden en samenwerking
Paragraaf 12.1. Samenwerking tussen scholen onderling en met instellingen voor educatie en beroepsonderwijs voor doelmatig en doeltreffend onderwijs
Paragraaf 12.2. Entreeopleiding in plaats van basisberoepsgerichte leerweg vmbo
Paragraaf 12.3. Leer-werktrajecten als anders ingerichte basisberoepsgerichte leerweg
Paragraaf 12.4. Samenwerking voor examenbevoegdheid aangewezen onbekostigde scholen en onbekostigd vavo
Paragraaf 13. Beleidsinhoudelijke informatie
Hoofdstuk 3. Eindexamen
Paragraaf 1. Inhoud van het eindexamen
Paragraaf 2. Het schoolexamen
Paragraaf 3. Het centraal examen
Paragraaf 4. De uitslag van het eindexamen en herkansing centraal examen
Paragraaf 5. Cijferlijsten, diploma’s en certificaten
Paragraaf 6. Specifieke voorzieningen eindexamen
Paragraaf 7. Maatregelen in geval van onregelmatigheden
Paragraaf 8. Het eindexamen bij opleidingen vavo aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs
Paragraaf 9. Experimenten
Hoofdstuk 4. Staatsexamen
Paragraaf 2. Inhoud van het staatsexamen
Paragraaf 4. Centraal examen van het staatsexamen
Paragraaf 5. Uitslag en herkansing staatsexamen
Paragraaf 6. Cijferlijsten, diploma’s en certificaten
Paragraaf 7. Specifieke voorzieningen staatsexamen
Paragraaf 8. Maatregelen in geval van onregelmatigheden
Paragraaf 9. Gegevensverstrekking en bewaren examenwerk
Hoofdstuk 5. Specifieke bepalingen voorzieningenplanning vmbo
Hoofdstuk 6. Bekostiging en verantwoording
Paragraaf 1. Vaststelling omvang bekostiging
Paragraaf 3. Betaling van de bekostiging
Paragraaf 4. Boekhouding, financieel beheer en financiële controle
Paragraaf 7. Samenwerkingsverbanden
Hoofdstuk 8. Deelname
Paragraaf 1. Toelating en voorwaardelijke bevordering
Hoofdstuk 8a. Tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen
Hoofdstuk 9. Caribisch Nederland
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2. Wijze van toepassing hoofdstuk 2 (Onderwijs)
Paragraaf 3. Wijze van toepassing hoofdstuk 3 (Eindexamen)
Paragraaf 4. Wijze van toepassing hoofdstuk 4 (Staatsexamen)
Paragraaf 5. Wijze van toepassing hoofdstuk 5 (Specifieke bepalingen voorzieningenplanning vmbo)
Paragraaf 6. Wijze van toepassing hoofdstuk 6 (Bekostiging en verantwoording)
Paragraaf 7. Wijze van toepassing hoofdstuk 7 (Lerarenregister en registervoorportaal)
Paragraaf 8. Wijze van toepassing hoofdstuk 8 (Deelname)
Paragraaf 9. Wijze van toepassing hoofdstuk 8a (Tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen)
Hoofdstuk 10. Invoerings- en overgangsrecht
Paragraaf 1. Invoeringsrecht
Paragraaf 2. Overgangsrecht
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorende bij artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Onderdeel F: kunst en cultuur
Onderdeel G: bewegen en sport
Bijlage 2. behorende bij artikel 2.68 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
School, instelling, vestiging
Personeelsgegevens
Bijlage 3. behorende bij artikel 6.23 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
A. Instellingsgegevens
A1. Bevoegd gezag
A2.. School, instelling, vestiging
Schoolsoort en code gedoceerd onderwijs
A3. Samenwerkingsverbanden
Administratienummer
Datum ingang en einde bekostiging
Administratienummers scholen in samenwerkingsverband, inclusief de vestigingsnummers/administratienummers van de vestigingen
Bijlage 4. behorende bij artikel 7.2, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Ordening gegevens voor het lerarenregister en het registervoorportaal
Deze bijlage treedt niet meer in werking. De bijlage is ingetrokken door Stb. 2024/14.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)