Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 29 november 2021, nr. WJZ/ 21294511, houdende de vaststelling van subsidie-instrumenten ter stimulering van de deelname van ondernemingen aan acties in het kader van het Europees Defensiefonds (Regeling stimulering deelname Europees Defensiefonds)
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;
Besluit:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- actie: subsidiabele actie als bedoeld in artikel 10 van de EDF Verordening;
- algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014 L 187);
- consortium: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van de EDF Verordening;
- EDF Verordening: Verordening (EU) nr. 2021/697 van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het Europees Defensiefonds en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1092 (PbEU 2021, L 170);
- entiteit uit een niet-geassocieerd derde land: entiteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel 24, van de EDF verordening;
- Europees Defensiefonds: fonds, genoemd in artikel 1 van de EDF Verordening;
- Europese ranglijst: ranglijst van door de Europese Commissie voor financiering uit het Europees Defensiefonds geselecteerde acties;
- experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en paragraaf 1.3, onderdeel j, van de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2014/C 198/01 (PbEU 2014, C 198);
- juridische entiteit: entiteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de EDF Verordening;
- kleine onderneming: kleine onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- middelgrote onderneming: middelgrote onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingverordening;
- MKB-ondernemer: ondernemer die een kleine onderneming of een middelgrote onderneming in stand houdt;
- minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- niet-geassocieerd derde land: een land dat geen lid is van de Europese Unie noch een geassocieerd land is als bedoeld in artikel 5 van de EDF Verordening;
- ondernemer: een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een vennootschap, die een onderneming in stand houdt, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld;
- onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
- ontwikkelactiviteit: activiteit als bedoeld in artikel 10, derde lid, onderdelen e tot en met h, van de EDF Verordening, die valt binnen de categorie experimentele ontwikkeling;
- oproep: competitieve oproep tot het indienen van voorstellen als bedoeld in artikel 11 van de EDF verordening;
- resultaten: resultaten als bedoeld in artikel 2, onderdeel 19, van de EDF Verordening;
- subcontractant: contractant van de aanvrager of ontvanger als bedoeld in artikel 9, achtste lid, van de EDF Verordening;
- zeggenschap: zeggenschap als bedoeld in artikel 2, onderdeel 6, van de EDF Verordening.
Artikel 2. Subsidieverstrekking
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan:
- a. een MKB-ondernemer die in het kader van deelname aan een consortium een externe consultant inhuurt;
- b. een ondernemer die een ontwikkelactiviteit verricht in het kader van een actie.
Artikel 3. Subsidiabele kosten
Voor subsidie, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, komen uitsluitend in aanmerking consultancykosten als bedoeld in artikel 18 van de algemene groepsvrijstellingverordening ter voorbereiding op deelname aan een consortium.
De kosten, bedoeld in het eerste lid, die een externe consultant in rekening brengt, zijn subsidiabel tot aan een bedrag van ten hoogste € 170 per uur.
Voor subsidie, als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, komen uitsluitend in aanmerking kosten voor ontwikkelactiviteiten die vanwege de maximale financieringspercentages, bedoeld in artikel 13, tweede en derde lid, van de EDF Verordening niet in aanmerking komen voor financiering uit het Europees Defensiefonds, voor zover het kosten betreft als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Kosten die betrekking hebben op activiteiten als bedoeld in artikel 9, vijfde en zesde lid, van de EDF Verordening komen niet in aanmerking voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b.
Artikel 4. Steunintensiteit
De subsidie, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, bedraagt ten hoogste 50 procent van de subsidiabele kosten.
De subsidie, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, bedraagt ten hoogste 25 procent van de subsidiabele kosten.
Het percentage, bedoeld in het tweede lid, wordt verhoogd met:
- a. 10 procent voor middelgrote ondernemingen en 20 procent voor kleine ondernemingen;
- b. 15 procent, indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel b, onder i, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 5. Subsidiemaximum
De subsidie, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, bedraagt ten hoogste € 5.000 per actie per oproep.
De subsidie, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, bedraagt ten hoogste € 1.500.000 per actie.
Artikel 6. Aanvraag tot subsidieverlening
Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, wordt ingediend in de periode die aanvangt dertig dagen na de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop een oproep wordt gepubliceerd en die eindigt drie weken voor de sluitingsdatum van de oproep. Indien de begindatum niet valt op een werkdag begint de periode op de eerstvolgende werkdag.
Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, bevat ten minste:
- a. gegevens over de aanvrager, waaronder de naam en grootte van de onderneming, het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer;
- b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
- c. een beschrijving van de consultvraag en de organisatie die het consult zal verrichten, met inbegrip van de aanvangs- en einddatum;
- d. de offerte van de organisatie die het consult zal verrichten.
Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, wordt ingediend in de periode die aanvangt dertig dagen na de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop een oproep wordt gepubliceerd en die eindigt een week voor de sluitingsdatum van de oproep. Indien de begindatum niet valt op een werkdag begint de periode op de eerstvolgende werkdag.
Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, bevat ten minste:
- a. gegevens over de aanvrager, waaronder de naam en grootte van de onderneming, het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer;
- b. de gegevens, bedoeld in onderdeel a, van de beoogde leden van het consortium waaraan de aanvrager deelneemt en van subcontractanten en andere juridische entiteiten waarmee de aanvrager in het kader van de actie samenwerkt;
- c. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;
- d. een beschrijving van de actie en de ontwikkelactiviteit die de aanvrager zal verrichten, met inbegrip van de aanvangs- en einddatum;
- e. de locatie van de ontwikkelactiviteit;
- f. een begroting van de kosten van de ontwikkelactiviteit;
- g. het bedrag aan overheidsfinanciering dat nodig is voor de ontwikkelactiviteit; en
- h. indien sprake is van meerdere ontwikkelactiviteiten: de totale begroting van de kosten voor die ontwikkelactiviteiten en de totaal benodigde overheidsfinanciering.
Een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, door een onderneming die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, bevat een bewijs van goedkeuring door de minister van Defensie van de garanties, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de EDF Verordening of een bewijs van een aanvraag daartoe.
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf 09:00 uur op de in het tweede en vierde lid genoemde begindatum en is tijdig ingediend indien deze op de in het tweede en vierde lid genoemde sluitingsdatum voor 17:00 uur is ontvangen.
Artikel 7. Afwijzingsgronden
De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverstrekking indien:
- a. de aanvraag:
- 1°. niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;
- 2°. niet voldoet aan de eisen inzake het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- 3°. leidt tot een cumulatie van steun die niet is toegestaan op grond van artikel 14, derde lid, of artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening, omdat de in artikel 4 van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor aanmelding vastgestelde drempels, of de maximale steunintensiteiten van hoofdstuk III van de algemene groepsvrijstellingsverordening worden overschreden;
- b. de aanvrager:
- 1°. een onderneming is tegen wie bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- 2°. een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, en artikel 2, onderdeel 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
In aanvulling op het eerste lid, beslist de minister afwijzend op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, indien de subsidieverstrekking leidt tot een overschrijding van de:
- 1°. aanmeldingsdrempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- 2°. maximale steunintensiteit bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
In aanvulling op het eerste lid, beslist de minister afwijzend op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, indien:
- a. de subsidieverlening:
- 1°. niet voldoet aan de criteria van artikel 10 van de EDF Verordening;
- 2°. leidt tot een overschrijding van de aanmeldingsdrempel, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel i, subonderdeel iii, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- 3°. leidt tot een overschrijding van de maximale steunintensiteit bedoeld in artikel 25, vijfde of zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- b. de aanvrager:
- 1°. niet voldoet aan de criteria van artikel 9 van de EDF Verordening;
- 2°. een onderneming drijft die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land en niet beschikt over bewijs van door de minister van Defensie gegeven goedkeuring van de garanties, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de EDF Verordening of een bewijs van een aanvraag daartoe;
- c. de minister van Defensie financiering verstrekt voor de ontwikkelactiviteiten waarvoor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, wordt aangevraagd.
Artikel 8. Verdeling subsidieplafond
Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, bedraagt € 0 per openstellingsperiode als bedoeld in artikel 6, tweede lid.
De minister verdeelt het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel a, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, waarbij geldt dat de aanvraag die het eerst is binnengekomen, het eerst voor subsidie in aanmerking komt.
Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt met betrekking tot de verdeling de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als dag van binnenkomst.
Indien de minister op de dag dat het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangt, stelt hij de volgorde van die aanvragen vast door middel van loting.
Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b, bedraagt voor de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 6, vierde lid:
- a. voor 2023: € 5.950.000;
- b. voor 2024: € 5.000.000.
De minister verdeelt het subsidieplafond, bedoeld in het vijfde lid, overeenkomstig de volgorde van de Europese ranglijst, waarbij geldt dat voor alle aanvragen waarop niet afwijzend is beslist, onder de opschortende voorwaarden van artikel 9, eerste lid, subsidie verleend wordt.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.