Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 2 december 2021, nr. IENW/BSK-2021/308633, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van subsidies voor de taakuitoefening van beheerders van de hoofdspoorweginfrastructuur (Subsidieregeling taakuitoefening beheerders van de HSWI)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 4:58, 4:72 en 4:77 van de Algemene wet bestuursrecht, en de artikelen 2, eerste lid, 4, eerste lid, 6, tweede, onderdeel b, en zesde lid, 8, 10, tweede lid, 13, 22, 23, derde lid, en 24, eerste en derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Activiteiten waarvoor een subsidie kan worden verstrekt
1.

De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken voor aanleg en verbetering of beheer, onderhoud en vervanging van de hoofdspoorweginfrastructuur of van dienstvoorzieningen die van essentieel belang zijn om optimaal gebruik van de hoofdspoorweginfrastructuur te kunnen maken.

2.

De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken voor aanleg en verbetering of onderhoud en vervanging van fietsenstallingen ten behoeve van voor- en natransport van treinreizigers.

3.

De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken voor een programma.

Artikel 3. Voorwaarden voor subsidieverlening
1.

Een project of programma komt voor een subsidie in aanmerking indien het project of het programma waarvoor de aanvraag wordt ingediend is opgenomen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet Mobiliteitsfonds.

2.

Beheer, onderhoud en vervangingsactiviteiten komen voor een subsidie in aanmerking indien de activiteiten waarvoor de aanvraag wordt ingediend naar het oordeel van de minister in het belang zijn van een adequaat functioneren van de hoofdspoorweginfrastructuur, de dienstvoorziening of de fietsenstalling.

Artikel 4. Aanvrager

Een subsidie kan worden aangevraagd door een beheerder.

Artikel 5. Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor de subsidies wordt voor het desbetreffende begrotingsjaar vastgesteld door middel van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds van dat begrotingsjaar.

Artikel 6. Kaderbesluit subsidies I en M

De artikelen van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van toepassing, tenzij in deze regeling of in het Kaderbesluit subsidies I en M anders is bepaald.

Paragraaf 2. Subsidie voor project of programma

Artikel 7. Reikwijdte paragraaf

Deze paragraaf is van toepassing op de aanvraag, verlening en vaststelling van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid.

Artikel 8. Kosten die in aanmerking komen voor subsidie
1.

In de verkenningsfase van een project of programma komen in aanmerking voor een subsidie de rechtstreeks aan deze fase toe te rekenen kosten van:

2.

In de planuitwerkingsfase van een project of programma komen in aanmerking voor een subsidie de in deze fase rechtstreeks aan het project of programma toe te rekenen kosten van:

3.

In de realisatiefase van een project of programma komen in aanmerking voor een subsidie de in deze fase rechtstreeks aan het project of programma toe te rekenen kosten:

4.

Geen subsidie wordt verstrekt voor kosten die de subsidie-ontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen.

5.

Indien als gevolg van onvoorziene omstandigheden de werkelijk gemaakte kosten hoger uitvallen dan het bedrag waarvoor subsidie is verleend, kan de subsidie-ontvanger een aanvullende aanvraag indienen.

Artikel 9. Kostenraming
1.

De raming van de kosten, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede en derde lid, is voldoende onderbouwd. De subsidie-aanvrager vermeldt bij de raming welk prijspeil het betreft. De raming behelst de kosten inclusief btw.

2.

De raming van de kosten van de realisatiefase van een project, vindt, indien die kosten hoger zijn dan € 25 miljoen, plaats conform de Standaardsystematiek voor Kostenramingen 2018 of indien beschikbaar een actuelere versie daarvan, op basis van de rekenkundig gemiddelde waarde als de uitkomst van een probabilistische raming.

Artikel 10. Hoogte subsidie

Een subsidie bedraagt honderd procent van de op basis van artikel 8 voor subsidie in aanmerking komende en in overeenstemming met artikel 9 geraamde kosten.

Artikel 11. Aanvraag subsidie
1.

Een aanvraag van een subsidie heeft betrekking op de verkenningsfase, de planuitwerkingsfase of de realisatiefase van een project of programma.

2.

De aanvraag van een subsidie voor de verkenningsfase gaat vergezeld van:

3.

De aanvraag van een subsidie voor de planuitwerkingsfase gaat vergezeld van:

4.

De aanvraag van een subsidie voor de realisatiefase gaat vergezeld van:

5.

In afwijking van het eerste lid, kan de aanvrager, gelet op de aard en omvang van het project of programma na instemming van de minister, een gecombineerde aanvraag doen voor meer dan één fase. De leden twee tot en met vier zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12. Verlening subsidie
1.

De minister beslist binnen zes maanden na ontvangst over de aanvraag van een subsidie.

2.

Indien een beschikking niet binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met een door de minister te bepalen termijn worden verlengd. De minister doet hiervan terstond mededeling aan de aanvrager.

3.

Een besluit tot verlening bevat in ieder geval:

4.

De minister kan in het besluit tot verlening bepalen dat het bedrag van de subsidie bij de vaststelling of tussentijds wordt geïndexeerd volgens de Index Bruto Overheidsinvesteringen, zoals geraamd in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau.

Artikel 13. Voorschotverlening
1.

Indien subsidie wordt verleend, wordt bij de subsidieverlening een indicatie van het bedrag aangegeven dat per kalenderjaar aan voorschotten kan worden verleend.

2.

Tenzij bij de subsidieverlening anders wordt bepaald, worden voorschotten verleend per half jaar. Voorschotten worden verleend op basis van in te dienen declaraties die zijn afgestemd op de gerealiseerde en geplande voortgang van het werk.

3.

In afwijking van het tweede lid kan de minister in incidentele gevallen een extra voorschot verlenen.

4.

In geval van snellere of langzamere voortgang van het werk dan voorzien bij de subsidieverlening kan, in afwijking van het eerste lid, het bedrag dat aan voorschotten kan worden verleend, worden verhoogd of verlaagd voor zover dat inpasbaar is binnen de begroting van het Mobiliteitsfonds.

5.

Een voorschot wordt betaald binnen acht weken na ontvangst van de declaratie, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 14. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.