Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 december 2021, nr. 2021-0000578548, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de huisvesting van vergunninghouders (Regeling specifieke uitkering vergunninghouders)

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-12-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet juncto artikel 4:23, derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkering
1.

De Minister verstrekt een specifieke uitkering aan de in de bijlage genoemde gemeenten voor:

2.

De specifieke uitkering bedraagt de in de bijlage per gemeente opgenomen bedragen.

3.

De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de uitvoering van projecten, bedoeld in het eerste lid, onder a, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel 3. Verplichtingen
1.

Ten minste 33 procent van de betaalbare woningen in een project zijn bestemd voor vergunninghouders en dienen voor ten minste 10 jaar, of indien het gebruik als woning voor een kortere periode is toegestaan, voor deze periode, bestemd te zijn voor vergunninghouders.

2.

Uiterlijk op 31 december 2022 zijn de eerste betaalbare woningen van het project door vergunninghouders betrokken.

3.

Uiterlijk op 31 december 2023 zijn alle woningen van het project gerealiseerd.

4.

De Minister kan op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van het college besluiten om af te wijken van een voorwaarde, genoemd in het eerste, tweede, of derde lid.

5.

Het college informeert de Minister op verzoek over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is toegekend en verleent op verzoek medewerking aan een evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling.

6.

De gemeente besteedt de specifieke uitkering aan de in het besluit tot toekenning van de specifieke uitkering voor die betreffende gemeente opgenomen projecten.

Artikel 4. Wijze van betaling en het besluit tot toekenning
1.

Bij de toekenning van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt een voorschot van 100% verleend. De betaling van dit voorschot vindt uiterlijk plaats op 31 december 2021.

2.

Het besluit tot toekenning van de specifieke uitkering vermeldt in elk geval:

Artikel 5. Verantwoording, vaststelling en terugvordering
1.

Het college legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de uitkering, bedoeld in artikel 2, niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de Minister worden teruggevorderd. De Minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college.

3.

De Minister stelt de specifieke uitkering vast nadat het college, op de in het eerste lid bedoelde wijze, de eindverantwoording aan de Minister heeft verstrekt.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 7. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering vergunninghouders.

Bijlage. bij artikel 2 van de Regeling specifieke uitkering vergunninghouders

De specifiek uitkering, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor de gemeente:

Alkmaar: € 873.958;
Amersfoort: € 1.529.920;
Assen: € 213.723;
Breda: € 1.962.364;
Den Haag: € 1.887.300;
Grave: € 982.000;
Hengelo: € 794.000;
Meierijstad: € 929.752;
Middelburg: € 1.250.000;
Purmerend: € 1.211.715;
Renkum: € 225.919;
Veenendaal: € 884.481; en
Vijfheerenlanden: € 1.598.146.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.