Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2022, versie 1.00
(Besluit van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand van 3 november 2021 krachtens artikel 15 van de Wet op de Rechtsbijstand, goedgekeurd bij besluit van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 23 november 2021).
Inleiding
Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) is dat advocaten die rechtsbijstand in de zin van de wet willen verlenen zich daartoe inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad). De Raad stelt dan ook als voorwaarde voor het toevoegen van (beginnende) advocaten op basis van de Wrb dat een verzoek om inschrijving bij de Raad eerst volledig is behandeld en is ingewilligd.
Het bestuur van de Raad kan op grond van de artikelen 14 en 15 van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op de organisatie van het kantoor waar de rechtsbijstandverlener werkzaam is, de verslaglegging van de advocaat omtrent de door hem/haar verleende bijstand, het minimum en het maximum aantal zaken waarvoor een advocaat jaarlijks kan worden toegevoegd en de deskundigheid van de advocaat op bepaalde rechtsgebieden.
Deze inschrijvingsvoorwaarden van de Raad zijn algemeen verbindende voorschriften, die regels bevatten waarnaar advocaten die zich bij de Raad inschrijven zich behoren te richten. Er bestaan algemene voorwaarden die voor alle ingeschreven advocaten gelden en bijzondere voorschriften voor rechtsbijstand op specifieke rechtsgebieden.
De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) heeft Gedragsregels1Gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten. en verordeningen vastgesteld waarnaar advocaten zich behoren te richten. De deken in een arrondissement is belast met het toezicht op advocaten die kantoor houden in dat arrondissement. Daar waar het controle van de naleving van de eigen inschrijvingsvoorwaarden betreft, heeft de Raad een eigenstandige bevoegdheid. De Raad heeft hiervoor maatregelbeleid vastgesteld.2Dit maatregelbeleid is gepubliceerd op www.rvr.org.
Kennisneming door advocaten en naleving van de Gedragsregels en verordeningen van de NOvA is van belang. Advocaten handelen volgens de kernwaarden zoals genoemd in artikel 10a Advocatenwet, waarbij zij zich inspannen om een zo duurzaam mogelijke oplossing voor het juridisch probleem van de burger te bereiken. Volgens Gedragsregel 18 behoort een advocaat met zijn cliënt te overleggen of er termen zijn om te trachten door de overheid gesubsidieerde rechtsbijstand te verkrijgen.3Gedragsregel 18:1. Tenzij een advocaat goede gronden heeft om aan te nemen dat zijn cliënt niet in aanmerking kan komen voor door de overheid gefinancierde rechtshulp, is hij verplicht met zijn cliënt vóór de aanvaarding van de opdracht en verder steeds tussentijds wanneer daartoe aanleiding bestaat, te overleggen of er termen zijn om trachten door de overheid gefinancierde rechtshulp te verkrijgen.2. De advocaat zal van de cliënt voor de behandeling van een zaak waarin hij is toegevoegd voor zijn werkzaamheden geen vergoeding, in welke vorm dan ook, bedingen of in ontvangst nemen, afgezien van eigen bijdragen, verschotten en proceskosten volgens de daarvoor geldende regels.3. Wanneer de cliënt mogelijk in aanmerking komt voor door de overheid gefinancierde rechtshulp en niettemin de keuze maakt daarvan geen gebruik te maken, dient de advocaat dat schriftelijk vast te leggen. Voorts behoort de advocaat de hem opgedragen zaken zorgvuldig te behandelen en daarbij steeds het bijzondere karakter van de relatie tussen advocaat en cliënt voor ogen te houden (Regel 12). Artikel 6.2. van de Verordening op de Advocatuur bepaalt dat de advocaat de organisatie van zijn kantoor, alsmede de dienstverlening aan de cliënt adequaat dient in te richten. In het kader van het verlenen van rechtsbijstand op basis van de Wrb is daarbij verder van belang dat de advocaat zich richt naar het principe dat het ontvangen van een subsidie voor werkzaamheden met zich meebrengt dat de ontvanger daarvan deze werkzaamheden zo doelmatig mogelijk uitvoert.
De Raad en de dekens hebben in 2011 een informatieprotocol afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt omtrent het uitwisselen van informatie teneinde het toezicht op advocaten binnen het stelsel te verbeteren, deze afspraken worden jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast, laatstelijk in 2020.4https://www.raadvoorrechtsbijstand.org/publicaties/overeenkomsten/ Door zich bij de Raad in te schrijven stemt de advocaat met deze afgesproken informatie uitwisseling in en geeft hij daarvoor toestemming aan de Raad.
De Raad heeft voorts een privacyverklaring opgesteld waarin is aangegeven op welke wijze zij persoonsgegevens verwerkt.5https://www.rvr.org/privacy/
De Raad heeft in deze inschrijvingsvoorwaarden afzonderlijke deskundigheidseisen opgenomen voor Strafrecht, Jeugdstrafrecht, Civiel Jeugdrecht, Psychiatrisch patiëntenrecht, Vreemdelingenrecht, Asiel- en Vluchtelingenrecht, Internationale kinderontvoering, Personen- en familierecht, Slachtofferzaken, Arbeidsrecht, Huurrecht, Sociaal zekerheidsrecht en Bijzondere curatoren in artikel 1:212 en 1:250 BW zaken. Ook gelden specifieke voorwaarden voor de verlening van rechtsbijstand in het kader van het (jeugd)straf-, vreemdelingen-, psychiatrisch patiënten- en uit- en overleveringspiket.
Uitgangspunt is dat gesubsidieerde rechtsbijstand alleen wordt verleend door advocaten die zich daar eerst voor hebben ingeschreven. De Raad kan op grond van art. 16 Wrb uitsluitend in bijzondere gevallen een niet-ingeschreven advocaat toevoegen. Dit is het geval indien een rechtzoekende uitdrukkelijk en gemotiveerd om toevoeging van de niet ingeschreven advocaat verzoekt of indien voor de verlening van rechtsbijstand op een bepaald rechtsgebied onvoldoende advocaten met de desbetreffende specialistische deskundigheid zijn ingeschreven. Het verstrekken van een toevoeging aan een niet-ingeschreven advocaat dient een uitzondering te blijven. Een advocaat die op grond van art. 16 Wrb vaker dan sporadisch een verzoek om toevoeging indient dient zich op grond van de Wrb te laten inschrijven.
In ieder geval zal aan een niet-ingeschreven advocaat geen toevoeging worden verleend indien hij toevoeging verzoekt op een terrein waarop in de door de Raad vastgestelde inschrijvingsvoorwaarden deskundigheidseisen worden gesteld.
Artikel 1. Kantoororganisatie, verhouding met de Raad (artikel 15 lid 1 sub c Wrb)
- a. Ten behoeve van de gegevens met betrekking tot het aanvragen en declareren van toevoegingen en piketten voorziet de advocaat in de naar het oordeel van de Raad noodzakelijke inrichting. Met het webportaal Mijn RvR kunnen advocaten een aanvraag voor diverse toevoegingen en declaraties digitaal bij de Raad indienen. De gebruikmaking van Mijn RvR is voor alle advocaten verplicht. De advocaat geeft de Raad een persoonlijk e-mailadres op. Voor gebruik van het webportaal is een info@adres of een gezamenlijk kantooradres niet toegestaan. De advocaat legt ten behoeve van het aanvragen van toevoegingen de persoonsgegevens van zijn cliënt en diens partner conform het identiteitsbewijs vast. Dit betreft de achternaam, voorletters, geboortedatum, GBA-adres, postadres en burgerservicenummer en het vreemdelingennummer. Dit voorschrift staat beredeneerbare uitzonderingen toe, waarin deze vastlegging onmogelijk is. Bijvoorbeeld daklozen en vreemdelingen die ongedocumenteerd zijn en gevallen van ruzie met de partner.
- b. De advocaat richt zijn toevoegingsaanvragen en declaraties zorgvuldig en volledig in, met inachtneming van de regels die bij of krachtens de wet, of op basis van algemene voorschriften of specifieke aanwijzingen van de Raad zijn gesteld. De advocaat is open en duidelijk in de informatie die hij bij zijn aanvragen en declaraties verschaft. Hij vermeldt uit eigen beweging bijzonderheden die voor de beslissing van de Raad van belang zouden kunnen zijn. Voorafgaand aan de aanvraag van een toevoeging of vergoeding stelt de advocaat zich op de hoogte van de inhoud van de voor het rechtsprobleem geldende werkinstructies van de Raad.6https://www.rvr.org/kenniswijzer/ De advocaat vraagt geen toevoegingen aan voor zaken waarvoor geen toevoegingen kunnen worden verleend, voor zaken waarvoor geen of volstrekt ontoereikende gronden bestaan of een wettelijke termijn is verstreken. Indien daar gezien het aantal zaken waarin dit toch is gebeurd een gerede aanleiding voor is, kan de Raad voor Rechtsbijstand de advocaat waarschuwen dat zijn inschrijving hiervoor kan worden doorgehaald.
- c. De advocaat verwijst zijn cliënt ook bij een toevoegwaardig rechtsbelang, als dat noodzakelijk is in het kader van doelmatig en passend gebruik van de voorziening voor toevoegingen naar voorliggende voorzieningen, zoals het Juridisch Loket en de Sociaal Raadslieden.
- d. De advocaat stemt ermee in dat de Raad desverzocht gegevens en bescheiden uit het toevoeg- en vaststeldossier kan verstrekken aan de cliënt van de advocaat.
- e. Indien een advocaat in een specifiek geval met een rechtzoekende, die voor een toevoeging in aanmerking komt, overeenkomt dat door de rechtzoekende geen gebruik wordt gemaakt van gesubsidieerde rechtsbijstand en dat in plaats daarvan de zaak op betalende basis zal worden behandeld, kan hij zijn werkzaamheden niet op toevoegingsbasis declareren. Indien een toevoeging is verleend, wordt deze aan de Raad ter intrekking gezonden.
- f. De Raad kan op grond van artikel 37 eerste lid, aanhef en onder b van de Wet op de rechtsbijstand nadere regelingen vaststellen met betrekking tot de verlening van rechtsbijstand in piketzaken. Inschrijvingsvoorwaarde is dat advocaten die piketzaken (willen) behandelen zich naar de toepasselijke nadere regeling moeten richten. Advocaten die deelnemen aan een piketregeling moeten bereid zijn om de daaruit voortvloeiende zaken op toevoegingsbasis af te wikkelen. De Raad heeft voor piketdienstverlening een reglement vastgesteld dat in werking is getreden op 1 augustus 2014.
- g. Voor deelname aan een piketregeling dient de rechtsbijstandverlener op werkdagen, in het weekend en op feestdagen ten minste gedurende de beschikbaarheidstijden voor piketmeldingen per (mobiele) telefoon, per telefax en per e-mail bereikbaar te zijn. De beschikbaarheidstijden sluiten aan op de openingstijden van de Centrale Piketafdeling van de Raad (7.00 uur tot 20.00 uur). Meldingen die tot sluitingstijd van de Centrale Piketafdeling binnenkomen behoren door de advocaat te worden geaccepteerd en deze dient daar ook effect aan te geven. In sporadische gevallen (levensdelicten, gijzelingen en ontvoeringen) kan een strafpiketmelding ook na sluitingstijd van de Centrale Piketafdeling worden doorgegeven, welke eveneens direct opvolging behoeft. De advocaat verstrekt zijn 06-nummer en het e-mailadres waaraan piketmeldingen kunnen worden verzonden door de Raad. De advocaat die deelneemt aan een piketregeling moet beschikken over een mobiele telefoon met internettoegang ten behoeve van het ontvangen en bevestigen van piketmeldingen vanuit de Centrale Piketafdeling van de Raad. Voor het ontvangen van piketmeldingen is het gebruik van een info@adres of een gezamenlijk kantoor-emailadres toegestaan.
- h. Advocaten worden voor maximaal vier specialisatiegroepen uit de lijst in bijlage 6 bij deze voorwaarden ingeschreven.
- i. Advocaten worden voor maximaal drie piketsoorten uit onderstaande lijst ingeschreven:
- a. Planning strafpiket
- a. Wots-Wets/uitlevering-overleveringspiket
- b. Militair strafpiket
- c. Evenementenstrafpiket7Indien een advocaat die voor de strafpiketplanning staat ingeschreven ook is ingedeeld voor één of meer van de piketsoorten genoemd in de subcategorieën a,b of c dan tellen deze subcategorieën niet mee voor het maximum van 3 piketsoorten.
- b. Planning jeugdstrafpiket
- c. Planning psychiatrisch patiëntenpiket
- d. Planning vreemdelingenpiket
- j. Advocaten die staan ingeschreven op het beschikbaarheidsrooster aanmeldcentrum asielzoekers (‘het AC-rooster’) worden naast die inschrijving op het AC-rooster ingeschreven voor maximaal 2 andere piketsoorten.
- k. De advocaat wordt op maximaal één piketplanning per piketsoort ingeschreven. De vestigingsplaats van het kantoor is bepalend voor inschrijving op een piketplanning.
- l. De advocaat dient de zaken waarin hij is toegevoegd persoonlijk te behandelen dan wel de aan hem toebedeelde piketdiensten persoonlijk te verrichten, behoudens gevallen waarin sprake is van overmacht, ziekte, op dezelfde dag geplande zittingen in andere zaken of andere zwaarwegende redenen. In dat geval zorgt de advocaat voor waarneming. Indien een andere advocaat voor hem waarneemt, blijft ook de toegevoegde advocaat aanspreekbaar op de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand.
- m. In afwijking van het hierboven onder sub l. gestelde kan een advocaat-stagiair die nog niet aan de in deze inschrijvingsvoorwaarden gestelde deskundigheidseisen voldoet voor toelating tot een specialisatie, onder de volgende cumulatieve voorwaarden onder begeleiding van zijn patroon werkzaamheden verrichten in zaken waarvoor een toevoeging is verstrekt aan zijn patroon8Het door een advocaat-stagiair verrichten van werkzaamheden in toevoegingen van een patroon leidt in beginsel niet tot verhoging van het maximumaantal toevoegingseenheden dat aan de patroon zoals bepaald in artikel 5 van deze inschrijvingsvoorwaarden kan worden afgegeven. Een patroon die als gevolg van de door een advocaat-stagiair verrichte werkzaamheden in toevoegingen van de patroon binnen een kalenderjaar dit maximum zou kunnen bereiken, kan de Raad verzoeken om het maximum aantal toevoegingseenheden zoals bepaald in artikel 5 van deze inschrijvingsvoorwaarden voor dat kalenderjaar te verhogen tot maximaal 300 toevoegingseenheden.Bij de beoordeling van het verzoek zal de Raad het aantal toevoegingen dat aan de stagiaire zelf is afgegeven betrekken en laten meewegen dat de kwaliteit van de rechtsbijstand van de advocaat-stagiair en de patroon in het geval van verhoging van het maximum niet in het geding mag komen. De Raad kan voorts advies inwinnen bij de deken van de orde in het arrondissement waar de patroon kantoor houdt. Uitgangspunt van de regeling blijft dat de advocaat-stagiair, zodra deze voldoet aan de deskundigheidseisen voor een specialisatie, zelf een verzoek om inschrijving daarvoor indient en op eigen naam toevoegingen gaat aanvragen.:
- •. de patroon voldoet aan de deskundigheidseisen in de inschrijvingsvoorwaarden van de Raad voor Rechtsbijstand op het betreffende rechtsgebied én9Voor de specialisaties asiel- en vluchtelingenrecht, vreemdelingenrecht en personen- en familierecht is een onvoorwaardelijke inschrijving vereist.;
- •. de advocaat-stagiair is werkzaam bij hetzelfde kantoor als zijn patroon en heeft hetzelfde kantooradres als zijn patroon (geen buitenpatronaat) én;
- •. de toevoeging waarop door de advocaat-stagiair werkzaamheden wordt verricht komt/blijft op naam van zijn patroon. De patroon blijft eindverantwoordelijk en is daarom bijvoorbeeld bij het eerste gesprek met de cliënt aanwezig én;
- •. de volgende werkzaamheden vallen niet onder deze regeling:
- ○. Werkzaamheden in het kader van piket- en AC-diensten
- ○. Werkzaamheden op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht, jeugdstrafrecht en civiel jeugdrecht
- n. De advocaat laat medewerkers van het kantoor die geen advocaat zijn, in toegevoegde zaken geen andere dan ondersteunende werkzaamheden, zijnde geen rechtsbijstand, verrichten.
- o. In afwijking van het hierboven onder sub l. en sub n. gestelde kunnen advocaten onder de volgende cumulatieve voorwaarden paralegals rechtsbijstand laten verlenen in zaken waarvoor een toevoeging verstrekt is aan die advocaat:
- •. De paralegal heeft een juridische HBO opleiding104-jarige bachelor HBO opleiding rechten of 4- jarige bachelor HBO opleiding Sociaal-juridische dienstverlening of juridische academische opleiding11juridisch bachelor- of juridisch masterdiploma behaald aan een Nederlandse universiteit of doctoraalexamen Nederlands recht, Fiscaal recht, Notarieel recht of Internationaal recht dat recht geeft op de meesterstitel behaald aan een Nederlandse universiteit met goed gevolg afgerond en;
- •. De paralegal is werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst bij de advocaat en werkzaam bij hetzelfde kantoor en op hetzelfde kantooradres als die advocaat en;
- •. De paralegal verricht de werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van de advocaat en binnen de kaders zoals omschreven in Gedragsregel 13 van de NOvA12http://regelgeving.advocatenorde.nl/content/regel-13-uitvoering-opdracht en;
- •. De volgende werkzaamheden vallen niet onder deze regeling:
- ○. Werkzaamheden in het kader van piket- en AC-diensten.
- ○. Werkzaamheden op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht, jeugdstrafrecht en civiel jeugdrecht.
- ○. Werkzaamheden in zaken waarin door de Raad extra uren zijn toegekend.
- p. Bij overdracht van een dossier aan een andere advocaat wordt om mutatie van de toevoeging verzocht. De advocaat draagt daarbij zorg voor een volledige en zorgvuldige overdracht van de bij de toevoeging(-saanvraag) behorende bescheiden.
- q. De advocaat die op grond van de Advocatenwet geschorst is, stelt het centraal kantoor van de Raad zelf onmiddellijk schriftelijk op de hoogte en draagt zorg voor overdracht van zijn toevoegingszaken. Hij meldt daarbij aan de Raad welke advocaat in zaken waarin nog geen toevoeging verleend is in zijn plaats moet worden toegevoegd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.