Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg 2022

Type ZBO-regeling
Publication 2022-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Grondslag

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

Voor overige begrippen die in deze beleidsregel gebruikt worden, maar niet hierboven vermeld staan, wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa gebruik maakt van haar bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen op het gebied van het mpt.

Artikel 3. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wlz die wordt geleverd door zorgaanbieders.

Artikel 4. Prijspeil

De loon- en materiële kosten van de beleidsregelwaarden bevatten de definitieve percentages 2021 en de voorschotpercentages 2022.

Indien binnen de beleidsregelwaarde een nhc is opgenomen (zie bijlage 2), dan bevat de nhc de jaarlijkse index van 2,5%.

Artikel 5. Beleidsregelwaarden voor tariefvaststelling en overige onderwerpen
1.

Aanvaardbare kosten modulaire zorg

Voor zover de aanvaardbare kosten bestaan uit modulair geboden zorg, dan worden die bepaald door de gehonoreerde productieafspraak met betrekking tot de prestaties en beleidsregelwaarden zoals vermeld in artikel 7 van deze beleidsregel.

2.

Tarieven

De NZa stelt de tarieven in een tariefbeschikking vast op de bedragen zoals vermeld in artikel 7.

De tarieven die de NZa vaststelt op basis van deze beleidsregel zijn maximumtarieven. Een maximumtarief is een tarief dat ten hoogste in rekening mag worden gebracht. Bij het maken van productieafspraken kunnen veldpartijen lagere tarieven afspreken.

Het tarief dat zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder voor een prestatie kunnen afspreken, is ten hoogste gelijk aan het in de beleidsregel en tariefbeschikking genoemde bedrag voor die prestatie. Het bedrag in de tariefbeschikking is gelijk aan de beleidsregelwaarde.

De bedragen zijn per eenheid. Alle bedragen in deze beleidsregel zijn exclusief de vervoerskosten van de cliënt.

3.

Voorwaarden modulaire zorg

De doelgroep, zoals vermeld in de prestatiebeschrijving, is afgeleid van de criteria voor toegang tot Wlz-zorg: somatische aandoening of beperking (som) of psychogeriatrische (pg) aandoening of beperking, lichamelijke handicap (lg), verstandelijke handicap (vg), zintuiglijke handicap (zg) en psychische stoornis (psy). De aard van de aandoening zoals die in het indicatiebesluit is vastgelegd, is leidend.

De in deze beleidsregel genoemde prestaties kunnen alleen worden afgesproken en in rekening worden gebracht indien sprake is van één van de volgende omstandigheden:

4.

Opbouw beleidsregelwaarden

Daar waar paramedische zorg onderdeel is van de prestatie is deze zorg in het bedrag van de prestatie verdisconteerd. Alle bedragen in deze beleidsregel zijn inclusief een normatieve kapitaallastencomponent.

5.

Thuiszorgtechnologie

Naast de bekostiging van directe zorgcontacttijd via de overeengekomen prestaties en prijzen kunnen zorgaanbieders een aanvullende vergoeding overeenkomen met zorgkantoren voor zorg of toezicht die op afstand geleverd wordt en die op digitale wijze wordt ondersteund of gerealiseerd (thuiszorgtechnologie). Deze thuiszorgtechnologie ligt op het vlak van de zorgvormen verpleging, persoonlijke verzorging en/of begeleiding. Per cliënt die door middel van thuiszorgtechnologie zorg of toezicht ontvangt, kan maximaal 6,5 uur per maand tegen het afgesproken basistarief van de afgesproken zorgvorm worden gedeclareerd. Indien er sprake is van meerdere zorgvormen, dan geldt dat er voor deze verschillende zorgvormen bij elkaar opgeteld maximaal 6,5 uur vergoed worden. De 6,5 uur geldt niet apart voor elke zorgvorm. Het zorgkantoor en de zorgaanbieder maken samen afspraken over de thuiszorgtechnologie en de voorwaarden waar deze aan moet voldoen.

Voor het declareren van deze uren zijn aparte prestaties en prestatiecodes opgenomen: thuiszorgtechnologie ten behoeve van persoonlijke verzorging (H138), thuiszorgtechnologie ten behoeve van verpleging (H139) en thuiszorgtechnologie ten behoeve van begeleiding (H306).

6.

Dagbesteding en dagbehandeling

Dagbesteding (begeleiding in groepsverband) en dagbehandeling voor kinderen kan tot een leeftijd van 18 jaar worden afgesproken. De bijbehorende prestaties voor cliënten met een mpt zijn in deze beleidsregel uitgedrukt in dagdelen. Uitzondering hierop vormt de prestatie dagbesteding langdurig zorgafhankelijk (lza), deze is uitgedrukt per uur.

7.

Vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling

Een cliënt heeft op grond van de Wlz aanspraak op vervoer naar en van de dagbesteding/dagbehandeling wanneer deze cliënt hier redelijkerwijs op is aangewezen. In dat geval kan per aanwezigheidsdag waarop vervoer naar dagbesteding (begeleiding in groepsverband)/dagbehandeling plaatsvindt een vergoeding voor vervoer worden afgesproken. Deze vergoeding per dag is voor het vervoer naar en van de locatie waar de dagbesteding of dagbehandeling wordt aangeboden.

De prestatiebeschrijving vervoer is opgenomen in de bijlage 1.

Het gecontracteerde vervoer betreft het vervoer dat wordt geleverd door een professionele vervoerder (taxi-vervoer) waarmee de zorgaanbieder een contract heeft afgesloten. Het niet-gecontracteerde vervoer betreft alle overige vormen van vervoer, waaronder vervoer met vervoersmiddelen die eigendom zijn van de zorgaanbieder of een aan de zorgaanbieder gelieerde onderneming.

De vervoersprestaties zijn opgenomen in artikel 7, zesde lid.

a. Vervoer in de gehandicaptenzorg

De vervoersprestaties voor cliënten in de ghz zijn gebaseerd op een aantal cliëntkenmerken (het onderscheid tussen individueel vervoer en vervoer in groep, kind en volwassene, rolstoelgebonden en niet-rolstoelgebonden cliënten) en een aantal vervoerskenmerken (gecontracteerd vervoer, eigen vervoermiddel zorgaanbieder/ouder/vrijwilliger, eigen vervoermiddel cliënt, openbaar vervoer).Daarnaast is in de prestatie-indeling rekening gehouden met de postcode-afstand tussen de verblijfplaats van de cliënt en de plek waar de cliënt de dagbesteding ontvangt. De tabel bij de prestatiebeschrijving in de bijlage 1 geeft aan in welke prestatiecategorie een cliënt valt. Zorgaanbieders maken voor het declareren van vervoer naar en van de dagbesteding in de gehandicaptenzorg gebruik van de Tabel prestatiecategorieën vervoer dagbesteding/dagbehandeling ghz conform de prestatiebeschrijving in bijlage 1 van deze beleidsregel. Afhankelijk van de cliënt- en vervoerskenmerken valt het vervoer van een cliënt in een van de categorieën C0 tot en met C6.

Afwijkingsmogelijkheid

Zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg en zorgkantoor hebben de mogelijkheid om in individuele gevallen af te wijken van de van toepassing zijnde categorie. Dit kan om twee redenen:

b. Vervoer in de sector vv

Voor het vervoer van cliënten in de sector vv wordt aangesloten bij de tabel in de prestatiebeschrijving n bijlage 1 bij deze beleidsregel en bij de tabel in artikel 6, tweede lid, onder h. Er zijn aparte prestatiecodes voor vervoer in de vv, en de tabel wordt op een andere manier gehanteerd.

c. Vervoer ggz wonen

De vervoersprestaties voor cliënten ggz wonen sluiten aan bij de vervoersprestaties voor cliënten in de gehandicaptenzorg, zoals hierboven beschreven. Wel zijn er aparte prestatiecodes voor de vervoersprestaties voor cliënten ggz Wonen. Op basis van de tabel Prestatiecategoriën vervoer dagbesteding/dagbehandeling ghz/ggz wonen in bijlage 1 kan ook voor de doelgroep ggz wonen bepaald worden in welke prestatiecategorie een cliënt valt.

8.

Logeren

De prestaties en prestatiebeschrijvingen voor logeren zijn vermeld in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis.

Artikel 6. Overbruggingsperiode instroom sglvg en lvg

Indien een cliënt geïndiceerd wordt voor een sglvg- of lvg-indicatie, maar er nog geen plaats is in een instelling die de bij dat profiel benodigde zorg kan leveren, kan volgens de Rlz, artikel 2.5, tweede lid, tijdelijk zorg geleverd worden middels een vpt, mpt, of via een intramurale zorgaanbieder. Deze vorm van overbruggingszorg geldt gedurende een periode van maximaal dertien weken. Op grond van artikel 3.3.6, derde lid, van de Wlz kan die termijn van dertien weken worden verlengd indien er zicht op is dat binnen afzienbare tijd na het aflopen van die termijn zorg geboden kan worden in een instelling voor sglvg of lvg cliënten.

Artikel 7. Prestatiebeschrijvingen en tarieven modulair pakket thuis

De in artikel 5 beschreven beleidsregelwaarden voor tariefvaststelling zijn hieronder beschreven. De prestatiebeschrijvingen van de in dit artikel vermelde prestaties zijn opgenomen in de bijlage 1 bij deze beleidsregel.

Prestatie Prestatie-code Br. Waarde per uur
Huishoudelijke hulp1 H117 € 35,12

1 Onder voorbehoud van een toekomstige wetswijziging waarbij de Wet langdurige zorg met terugwerkende kracht tot en met (ten minste) 1 april 2017 wordt gewijzigd in die zin dat de aanspraak schoonmaak als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wlz, wordt aangepast naar huishoudelijke hulp.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.