Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 november 2021, 2021-0000084573, tot vaststelling van een nieuwe Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022)
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, 5, tweede, vierde en achtste lid, 7, tweede lid, 8, derde lid, 9, eerste lid, onderdelen b en f, en derde lid, en 22 van de Wet arbeid vreemdelingen;
Besluit:
Artikel 1. Delegatiebevoegdheid minister
De bevoegdheid tot het afgeven en intrekken van een tewerkstellingsvergunning wordt overgedragen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
De bevoegdheid tot het geven van advies aan de Minister van Justitie en Veiligheid inzake het verlenen, verlengen of intrekken van een gecombineerde vergunning wordt overgedragen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Artikel 2. In acht te nemen regels
Bij de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 1, neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, naast de in de Wet arbeid vreemdelingen, het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en de in deze regeling gestelde regels, de nadere regels in acht inzake de wijze van toepassing van de Wet arbeid vreemdelingen, als omschreven in de bij deze regeling behorende bijlage I, uitvoeringsregels.
Artikel 3. Diploma’s en getuigschriften
Voor aanvragen die geschoold werk betreffen, worden bij de personalia van de werknemer de gewaarmerkte diploma’s en getuigschriften dat aan de vereiste kwalificaties is voldaan, bij de vergunningaanvraag gevoegd. De waarde van de diploma’s kan door de werkgever of aanvrager worden geverifieerd aan de hand van een door een deskundige instantie afgegeven verklaring met welk Nederlands diploma of welke graad van vakbekwaamheid deze documenten vergelijkbaar zijn.
Artikel 4. Mededelingsplicht bij niet gebruik
De houder van de tewerkstellingsvergunning is verplicht onverwijld schriftelijk mededeling te doen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als van de tewerkstellingsvergunning langer dan vier weken geen gebruik wordt gemaakt.
Artikel 5. Afwijking weigeringsgrond termijn beschikbaarheid vacature
Afwijking van artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet arbeid vreemdelingen vindt slechts plaats in geval er sprake is van buitengewone omstandigheden die een spoedige vervulling van de arbeidsplaats noodzakelijk maken en die niet door de werkgever waren te voorzien of door hem te beïnvloeden waren of indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor ommekomst van de termijn van vijf weken heeft vastgesteld dat er voor de desbetreffende arbeidsplaats geen prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is of als op voorhand reeds duidelijk is dat geen prioriteitgenietend aanbod aanwezig is.
Artikel 6. Afwijking weigeringsgrond bij internationale handelscontacten
Afwijking van artikel 8, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wet arbeid vreemdelingen vindt slechts plaats ten behoeve van de bevordering van internationale handelscontacten als omschreven in de bij deze regeling behorende bijlage I, uitvoeringsregels.
Artikel 7. Afwijking van de weigeringsgrond bij geestelijke, godsdienstige of levensbeschouwelijke functie
Afwijking van artikel 8, eerste lid, onderdelen a, b, c en f, van de Wet arbeid vreemdelingen vindt slechts plaats in het kader van de uitoefening van de geestelijke, godsdienstige of levensbeschouwelijke functie als omschreven in de bij deze regeling behorende bijlage I, uitvoeringsregels.
Artikel 8. Afwijking weigeringsgrond bij scholing
Afwijking van artikel 8, eerste lid, onderdelen a, b, c, d en f, van de Wet arbeid vreemdelingen vindt slechts plaats in het kader van scholing, opleiding, vrijwilligerswerk, internationale uitwisseling en andere internationale culturele contacten alsmede ten behoeve van vreemdelingen die beschikken over een voor het verrichten van arbeid geldige vergunning tot verblijf, voor zover dit is omschreven in de bij deze regeling behorende bijlage I, uitvoeringsregels.
Artikel 9. Mogelijke weigering bij de leeftijd beneden 18 jaar
Een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning kan worden geweigerd ten aanzien van een vreemdeling die jonger is dan 18 jaar.
Artikel 10. Intrekking Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014
De Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014 wordt ingetrokken.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.
Artikel 12. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022.
Bijlage I. Uitvoeringsregels
Hoofdstuk I. Inleiding
1.1. Algemeen
De Wet arbeid vreemdelingen (Wav) bepaalt op welke wijze het toelatingsbeleid van vreemdelingen tot de Nederlandse arbeidsmarkt zal plaatsvinden. Op grond van de Wav kan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de minister) de bevoegdheid tot het afgeven en intrekken van tewerkstellingsvergunningen onder door hem te stellen nadere regels geheel of gedeeltelijk overdragen aan een instantie. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) heeft tot taak om door middel van registratie en bemiddeling aansluiting te zoeken tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en beschikt ook over instrumenten waarmee binnen de Europese Unie/Europese Economische Ruimte kan worden bemiddeld. Het UWV is daarom bij uitstek in de positie om aan de hand van de arbeidsmarktsituatie te kunnen beoordelen of een aanvrager al dan niet voor vergunningverlening in aanmerking komt. Gelet hierop zijn op basis van artikel 1 van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 (RuWav 2022) alle bevoegdheden rond het afgeven en intrekken van tewerkstellingsvergunningen en het geven van advies aan de Minister van Justitie en Veiligheid inzake het verlenen, verlengen of intrekken van een gecombineerde vergunning overgedragen aan het UWV. Hierdoor blijft de eenheid in het uitvoeringsbeleid behouden.
1.2. Uitgangspunt uitvoering Wav
Aan de uitvoering van de Wav ligt het beginsel ten grondslag dat alle toepasselijke weigeringsgronden waarin de Wav voorziet, zullen worden tegengeworpen. De Wav kent een breed werkgeversbegrip en richt zich op alle arbeid ongeacht de rechtsvorm waarin deze is gegoten.
In deze bijlage is zoveel mogelijk de volgorde en systematiek van de wet gevolgd, zodat de eventuele toepasselijkheid van de nadere regels gemakkelijk is terug te vinden.
1.3. Geen gebruik tewerkstellingsvergunning en relevante wijziging van gegevens
Op grond van artikel 4 RuWav is de houder van de tewerkstellingsvergunning verplicht onverwijld schriftelijk mededeling te doen als van de tewerkstellingsvergunning langer dan vier weken geen gebruik wordt gemaakt1Met betrekking tot de gecombineerde vergunning is dit vastgelegd in artikel 4.44a van het Vreemdelingenbesluit 2000 en artikel 4.21 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.. Deze verplichting is opgenomen om te zorgen dat tijdig wordt gemeld als er geen gebruik meer wordt gemaakt van de tewerkstellingsvergunning omdat het dienstverband is geëindigd of het werk is beëindigd. Gelet hierop is de werkgever gehouden om, voor zover hij daarvan kennis heeft of kan hebben, te melden als de vreemdeling niet meer bij de werkgever werkzaam is.
Daarnaast is van belang dat de werkgever relevante wijzigingen van de gegevens, bedoeld in paragraaf 7.1. en 5.2. tijdig meldt. In de regel moet de werkgever bij een relevante wijziging een nieuwe tewerkstellingsvergunning aanvragen die zal worden getoetst aan de Wav. De werkgever verstrekt de vreemdeling een kopie van de tewerkstellingsvergunning die ten behoeve van hem is verleend zodat ook de vreemdeling op de hoogte is van de voorwaarden waaronder het UWV die tewerkstellingsvergunning heeft verleend.
Hoofdstuk II. De artikelen van de Wet arbeid vreemdelingen
Artikel 2. Wav: Eis van tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning
2.1. Tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning
De gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid dient te worden aangevraagd door (de werkgever van) de vreemdeling die langer dan drie maanden in Nederland in loondienst wil werken. Indien een werkgever een vreemdeling drie maanden of korter in Nederland in dienst wil nemen is een tewerkstellingsvergunning vereist, tenzij de werkgever op grond van het BuWav 2022 hiervan is vrijgesteld. Er is voor gekozen om de grens tussen een tewerkstellingsvergunning en een gecombineerde vergunning bij drie maanden te leggen omdat in het vreemdelingenrecht is geregeld dat bij een verblijf van langer dan drie maanden de vreemdeling in het bezit moet zijn van een verblijfsvergunning.
De gecombineerde vergunning moet worden aangevraagd bij de IND. In artikel 14a van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) is bepaald dat de Minister van Justitie en Veiligheid niet besluit over verlening, verlenging of intrekking van een gecombineerde vergunning dan nadat advies is gevraagd aan UWV. De IND vraagt het UWV om die reden vervolgens om een arbeidsmarktadvies. De paragrafen 5.1 tot en met 5.5 van deze uitvoeringsregels beschrijven de procedure en de voorwaarden die het UWV daarbij toepast, met inachtneming van artikel 2 van deze Regeling.
Niet voor alle vreemdelingen die langer dan drie maanden in Nederland komen werken, geldt de procedure van de gecombineerde aanvraag. Zo moeten werkgevers voor de volgende categorieën werknemers, gelet op het feit dat zij reeds in het bezit zijn van een verblijfsvergunning, een tewerkstellingsvergunning aanvragen, ongeacht de duur van de tewerkstelling. Het gaat hierbij om studenten, asielzoekers, ter beschikking gestelde werknemers (tenzij de artikelen 56 en 57 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU) op hen van toepassing zijn), zeevarenden, grensarbeiders en vreemdelingen die in een andere lidstaat al beschikken over een verblijfsvergunning als langdurige ingezetene.
Voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten of werknemers geldt het volgende.
Het uitoefenen door een onderneming van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten of werknemers – zoals hiervoor genoemd – is een dienstverrichting tegen vergoeding waarbij de ter beschikking gestelde werknemer in dienst blijft van de dienstverrichtende onderneming. Er komt dus geen arbeidsovereenkomst tot stand met de inlenende onderneming. Zij wordt erdoor gekenmerkt dat de verplaatsing van de werknemer naar de lidstaat van ontvangst het doel op zich vormt van de dienstverrichting door de dienstverlenende onderneming en dat deze werknemer zijn taken onder toezicht en leiding van de inlenende onderneming vervult. Het ter beschikking stellen van arbeidskrachten blijft onder de tewerkstellingsvergunning vallen (met uitzondering van de gevallen waarop de artikelen 56 en 57 VwEU van toepassing zijn, zoals het Europese Hof van Justitie heeft beslist in het arrest Essent C-91/13). De uitzendende of inlenende werkgever dient een tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Er is geen sprake van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten indien sprake is van aanneming van werk, collegiale uitleen (zonder winstoogmerk) en intra-concern uitzendingen.
Aanneming van werk is een overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren, tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld (artikel 7:750 Burgerlijk Wetboek).
De wezenlijke kenmerken zijn hier:
Collegiale uitleen is een variant van inlenen van personeel waarbij een ondernemer het eigen personeel ter beschikking stelt aan een collega-ondernemer ‘bij wijze van hulpbetoon zonder winstoogmerk’.
Intra-concern uitzendingen betreft die uitzendovereenkomsten waarbij de uitzendkracht door een werkgever binnen een concern aan een andere werkgever binnen datzelfde concern ter beschikking wordt gesteld. In de concernrelatie gaat het om meer werkgevers binnen een groep, of om een vennootschappelijke moeder-dochterrelatie.
Voor vreemdelingen die in een andere lidstaat de status langdurig ingezetene hebben verkregen en die vervolgens in Nederland een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen krijgen, is in het eerste jaar van dit verblijf een tewerkstellingsvergunning nodig die moet worden aangevraagd door hun werkgever. Zij vragen geen gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid aan.
2.2. Werknemers van andere werkgevers
Als een werkgever arbeid laat verrichten door een vreemdeling voor wie een andere werkgever beschikt over een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning, is er niet opnieuw een vergunning vereist (artikel 2, tweede lid, van de Wav). Voorwaarde is wel dat het om dezelfde arbeid gaat. Deze andere werkgever moet een kopie van de tewerkstellingsvergunning of een kopie van de gecombineerde vergunning (verblijfspasje en aanvullend document) verstrekken aan de werkgever waar de vreemdeling feitelijk werkzaam is. De verplichting om een afschrift van de tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning op te nemen in de loonadministratie volgt uit artikel 28, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964. In dit geval vermelden deze stukken, naast de omschrijving van de werkzaamheden, de mogelijkheid van tewerkstelling bij een andere werkgever, de aard van de aldaar te verrichten werkzaamheden en een aanduiding van de plaats van de feitelijke tewerkstelling. Op grond van artikel 7 van de Wav geldt de verplichting om de aard van de werkzaamheden en de plaats van feitelijke tewerkstelling te vermelden op de tewerkstellingsvergunning of het aanvullend document van de gecombineerde vergunning. Deze verplichting is niet van toepassing bij asielzoekers en werkstudenten.
Bij de toetsing op grond van de artikelen 8 en 9 van de Wav of de vacature voor vervulling door een vreemdeling in aanmerking komt, wordt uitgegaan van de werkzaamheden te verrichten bij de feitelijke werkgever. Alleen als het gaat om werkzaamheden die niet behoren tot de bedrijfseigen activiteiten van die werkgever vindt toetsing, of voldaan is aan de verplichte vacaturemelding en wervingsinspanningen, plaats bij de uitlenende werkgever. De te verlenen tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning is dan niet beperkt tot één project/inlenende onderneming. Of werkzaamheden behoren tot de bedrijfseigen activiteiten van een werkgever is veelal af te leiden uit de aard van het werk in relatie tot de aard en doelstelling van de onderneming van de werkgever.
Toetsing of voldaan is aan een marktconforme beloning (artikel 8, eerste lid, onderdeel d, van de Wav) en het wettelijke minimumloon (artikel 8, eerste lid, onderdeel f, van de Wav) vindt plaats bij de werkgever die verantwoordelijk is voor de beloning van de vreemdeling.
Artikel 2a. Wav: Meldingsplicht
Artikel 3. Wav: Uitzondering eis tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning o.g.v. internationaal recht, voor zelfstandigen of categorieën van werkzaamheden
3.1. Overeenkomsten met andere mogendheden
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.