Wet van 22 december 2021 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2022)

Type Wet
Publication 2022-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel I

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel II

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel III
1.

Tot de winst, bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoort niet een subsidie aan een door de maatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19 getroffen startende MKB-onderneming die op aanvraag wordt verstrekt door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, met als doel deze MKB-onderneming in staat te stellen in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 de vaste lasten te betalen.

2.

De winst, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, wordt mede opgevat en bepaald op de voet van het eerste lid.

Artikel IV

Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Artikel V

Wijzigt de Wet op de huurtoeslag.

Artikel VI

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel VII

De vrije ruimte, bedoeld in artikel 31a, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, bedraagt voor het kalenderjaar 2021, in afwijking van de in dat kalenderjaar geldende tekst van die wet:

Artikel VIII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel IX

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Artikel X

Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

Artikel Xa

Artikel 15a, eerste tot en met vierde lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer zoals dat luidde op 31 december 2021 blijft tot en met 31 maart 2022 van toepassing wanneer een notaris niet beschikt over de juiste software om te voldoen aan de nieuwe vereisten die met ingang van 1 januari 2022 gelden voor de inhoud van het elektronische aangiftebericht als onderdeel van de aangifte overdrachtsbelasting.

Artikel XI

Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

Artikel XII

Artikel 16b van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 vindt bij het begin van het kalenderjaar 2022 geen toepassing op de bedragen, genoemd in de tabel die is opgenomen in artikel 9, eerste lid, van die wet en op de bedragen, genoemd in de laatste zin van dat lid, en in de laatste zin van artikel 9, tweede lid, van die wet.

Artikel XIII

Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

Artikel XIV
1.

In de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 worden in artikel 9, eerste lid, de bedragen, genoemd in de vierde kolom van de tabel, bij het begin van het kalenderjaar 2023 bij ministeriële regeling verhoogd met 2,35 percent. De bedragen in het eerste lid, laatste zin, en tweede lid, laatste zin, worden dienovereenkomstig verhoogd.

2.

Bij ministeriële regeling worden, na toepassing van het eerste lid, de bedragen, genoemd in artikel 9, eerste lid, derde kolom van de tabel, dienovereenkomstig aangepast.

Artikel XV

Artikel XIV vindt eerst toepassing nadat artikel 16b, eerste lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 bij het begin van het kalenderjaar 2023 is toegepast.

Artikel XVI

Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

Artikel XVII
1.

In de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 worden in artikel 9, eerste lid, de bedragen, genoemd in de vierde kolom van de tabel, bij het begin van het kalenderjaar 2024 bij ministeriële regeling verhoogd met 2,35 percent. De bedragen in het eerste lid, laatste zin, en tweede lid, laatste zin, worden dienovereenkomstig verhoogd.

2.

Bij ministeriële regeling worden, na toepassing van het eerste lid, de bedragen, genoemd in artikel 9, eerste lid, derde kolom van de tabel, dienovereenkomstig aangepast.

Artikel XVIII

Artikel XVII vindt eerst toepassing nadat artikel 16b, eerste lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 bij het begin van het kalenderjaar van 2024 is toegepast.

Artikel XIX

Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

Artikel XX
1.

In de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 worden in artikel 9, eerste lid, de bedragen, genoemd in de vierde kolom van de tabel, bij het begin van het kalenderjaar 2025 bij ministeriële regeling verhoogd met 2,35 percent. De bedragen in het eerste lid, laatste zin, en tweede lid, laatste zin, worden dienovereenkomstig verhoogd.

2.

Bij ministeriële regeling worden, na toepassing van het eerste lid, de bedragen, genoemd in artikel 9, eerste lid, derde kolom van de tabel, dienovereenkomstig aangepast.

Artikel XXI

Artikel XX vindt eerst toepassing nadat artikel 16b, eerste lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 bij het begin van het kalenderjaar van 2025 is toegepast.

Artikel XXII

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel XXIIa

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

Artikel XXIII

Wijzigt het Belastingplan 2021.

Artikel XXIV

Wijzigt de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord.

Artikel XXV

Ingeval de samenloop van wetten die in 2021 in het Staatsblad zijn of worden gepubliceerd en wijzigingen aanbrengen in een of meer belastingwetten, niet of niet juist is geregeld, of indien als gevolg van die samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van artikelen, artikelonderdelen, verwijzingen en dergelijke in de desbetreffende wetten, kunnen die wetten op dit punt bij ministeriële regeling worden gewijzigd.

Artikel XXVI

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat:

Artikel XXVII

Deze wet wordt aangehaald als: Belastingplan 2022.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is fiscale maatregelen te treffen die voortvloeien uit de koopkrachtbesluitvorming voor het jaar 2022 en dat het ook in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2022 en volgende jaren wenselijk is in een aantal belastingwetten en enige andere wetten wijzigingen aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.