Besluit van 9 december 2021, houdende voorschriften inzake berekening, toekenning en het beheer van de bekostiging van scholen voor speciaal onderwijs, scholen voor voortgezet speciaal onderwijs en scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs (Besluit bekostiging WEC 2022)

Type AMvB
Publication 2025-12-31
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, van 30 september 2021, nr. WJZ/29119624 (12546), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 14c, elfde lid, 14f, tiende lid, 18, derde lid, 45, vijfde lid, 70, derde lid, 88, eerste lid, 113, zesde lid, 114, vierde lid, 115, tweede lid, 116, zesde lid, 145, vijfde lid, en 171, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 7.1.1.2, eerste lid, onderdeel a, van de Jeugdwet, artikel 11, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de omzetbelasting 1968 en artikel 73, vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 3 november 2021, nr. W05.21.0295/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 7 december 2021, nr. WJZ/30170096 (12546), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt, in alfabetische volgorde, verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Gegevensverstrekking, erkenning borgstelling en aanvang bekostiging nieuwe school

Paragraaf 1. Gegevensverstrekking

Artikel 2. Gegevensverstrekking aanvang bekostiging
1.

Het bevoegd gezag van een school die door Onze Minister voor bekostiging in aanmerking is gebracht, zendt Onze Minister uiterlijk 12 weken voor de datum van ingang van de bekostiging de benodigde gegevens voor de vaststelling van de bekostiging.

2.

Bij ministeriële regeling worden de gegevens, bedoeld in het eerste lid vastgesteld en kunnen hierover voorschriften worden gesteld.

Paragraaf 2. Erkenning en aanvang bekostiging nieuwe school

Artikel 3. Erkenning organisatie borgstelling
1.

Het bevoegd gezag van een bijzondere school is aangesloten bij een organisatie van bevoegde gezagen, die zich borg stelt voor terugbetaling van teveel ontvangen bedragen aan het bevoegd gezag.

2.

De organisatie, bedoeld in het eerste lid, is rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid en is erkend door Onze Minister.

3.

De erkenning, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op verzoek van het bestuur van de organisatie. Het verzoek bevat in ieder geval de volgende gegevens:

4.

Het bestuur van de organisatie, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister binnen twee weken op de hoogte van wijzigingen in de gegevens, bedoeld in het derde lid. Deze wijzigingen ontheffen de organisatie niet van de voor het lopende jaar aangegane borgstelling voor een aangesloten bevoegd gezag.

5.

Onze Minister beslist binnen acht weken na ontvangst van het verzoek tot erkenning.

Artikel 4. Aanvang eenmalige startbekostiging nieuwe school
1.

Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag van een nieuwe school eenmalig een deel van de bekostiging, bedoeld in de artikel 114 van de wet, toekennen vanaf 1 juni voorafgaand aan het schooljaar waarin de bekostiging een aanvang neemt.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld over de wijze waarop de bekostiging wordt vastgesteld en verstrekt.

Artikel 5. Vaststelling voorschotten en verrekening van voorschotten
1.

Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag van een nieuwe school een voorschot verstrekken in afwachting van de vaststelling van de bekostiging voor de periode, bedoeld in artikel 116, tweede lid, onderdeel a, van de wet.

2.

Bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, meldt het bevoegd gezag uiterlijk op 1 juli voorafgaande aan het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuwe school begint, het vermoedelijk aantal leerlingen op 1 oktober volgend op de datum van ingang van de bekostiging.

3.

Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag van een nieuwe school een voorschot verstrekken in afwachting van de vaststelling van de bekostiging voor de periode, bedoeld in artikel 116, tweede lid, onderdeel b, van de wet, op grond van het aantal leerlingen op 1 oktober volgende op de opening van de nieuwe school.

4.

Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit de bekostiging, bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de wet, berekend overeenkomstig dit besluit, met dien verstande dat wordt gerekend met het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste lid.

5.

Het voorschot, bedoeld in het derde lid, bestaat uit de bekostiging, bedoeld in artikel 114, eerste lid, van de wet, berekend overeenkomstig dit besluit, met dien verstande dat wordt gerekend met het aantal leerlingen, bedoeld in het tweede lid.

6.

Op de betaling van het verleende voorschot is artikel 114, zesde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing.

7.

Onze Minister is bevoegd tot verrekening van verstrekte voorschotten met de betalingen die voortvloeien uit de vaststelling van de onderscheiden onderdelen van de bekostiging.

8.

Indien Onze Minister een voorschot verleent in gevallen waarin de bekostiging niet tijdig kan worden vastgesteld door omstandigheden die niet aan het bevoegd gezag van de school zijn toe te rekenen, zijn het zesde en het zevende lid van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3. Leerlingentelling en leerlingenadministratie

Artikel 6. Leerlingentelling
1.

Voor de toepassing van de wet en dit besluit worden de leerlingen meegeteld die:

2.

Onze Minister neemt voor het bepalen van het aantal leerlingen op de teldatum de leerlingen in aanmerking van wie het persoonsgebonden nummer tezamen met de basisgegevens, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet register onderwijsdeelnemers binnen vier weken na die dag zijn opgenomen in het register onderwijsdeelnemers overeenkomstig artikel 14 van de Wet register onderwijsdeelnemers.

3.

De termijn van vier weken, bedoeld in het tweede lid, kan bij ministeriële regeling verlengd worden.

4.

Een leerling kan op de teldatum slechts op één school voor de bekostiging meetellen.

Artikel 7. Overzicht aantal leerlingen
1.

Onze Minister stelt jaarlijks een overzicht vast van de hem ter beschikking staande gegevens over het aantal leerlingen op de teldatum dat bij de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in artikel 13, eerste lid, in aanmerking wordt genomen.

2.

Het overzicht wordt uiterlijk acht weken na de teldatum toegezonden aan het bevoegd gezag. Indien toepassing is gegeven aan artikel 6, derde lid, wordt het overzicht uiterlijk vier weken na afloop van de daar bedoelde verlengde termijn toegezonden aan het bevoegd gezag.

3.

Het overzicht is onderverdeeld in leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond en overige leerlingen.

4.

Indien de school bestaat uit een hoofdvestiging en een of meer nevenvestigingen, wordt het overzicht tevens onderverdeeld in de leerlingen van de hoofdvestiging en de leerlingen van elk van de nevenvestigingen.

Artikel 8. Inschrijving
1.

De directeur van een school schrijft een leerling slechts in na een beslissing van het bevoegd gezag tot toelating van de leerling, of indien de leerling tijdelijk op de school wordt geplaatst op grond van artikel 40, achtste lid, van de wet.

2.

De directeur schrijft de leerling in met ingang van de dag waarop de leerling de school voor het eerst bezoekt.

3.

In afwijking van het tweede lid, schrijft de directeur de leerling die de school voor het eerst bezoekt op de eerste schooldag van het schooljaar, in met ingang van 1 augustus van dat schooljaar, tenzij de leerling op 1 augustus de leeftijd van vier jaar nog niet heeft bereikt.

Artikel 9. Uitschrijving
1.

De directeur van de school waar een leerling staat ingeschreven, schrijft de leerling, indien deze de school verlaat, uit met ingang van de dag waarop de leerling de school voor het laatst heeft bezocht. De directeur schrijft de leerling die wordt uitgeschreven na de school op de laatste schooldag van het schooljaar te hebben bezocht, uit met ingang van 31 juli van dat schooljaar.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.