Regeling van het College voor toetsen en examens van 29 november 2021, nummer CvTE-21.01023, houdende vaststelling van de beoordelingsnormen voor het Staatsexamen Nederlands als tweede taal (Regeling beoordelingsnormen Staatsexamen Nt2)
Gelet op artikel 2, vijfde lid, onderdeel c Wet College voor toetsen en examens;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- sleutel: verzameling goede antwoorden bij meerkeuzevragen.
- voorzitter: de voorzitter van het College voor toetsen en examens;
Artikel 2. Beoordelingsnormen
De beoordelingsnormen voor het examen Nederlands als tweede taal worden weergegeven in een voorschrift voor de beoordeling bij ieder examenonderdeel. Dit voorschrift bestaat uit algemene aanwijzingen, op grond van deze regeling en een beoordelingsmodel bij ieder examenonderdeel.
Het voorschrift voor de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt ingericht met inachtneming van de bijlagen 1 tot en met 5.
Het College voor toetsen en examens stelt na de afname van een examen in de onderdelen Schrijven en Spreken het voorschrift voor de beoordeling aan de beoordelaar ter beschikking.
Voor de onderdelen Lezen en Luisteren wordt het examen beoordeeld aan de hand van het beoordelingsmodel dat als sleutel opgenomen is in het digitale systeem dat automatisch het examen beoordeelt.
Artikel 3. Algemene aanwijzingen
De algemene aanwijzingen voor de beoordelaar betreffende de beoordeling van het onderdeel Schrijven zijn voor de Programma’s I en II opgenomen in bijlage 1.
De algemene aanwijzingen voor de beoordelaar betreffende de beoordeling van het onderdeel Spreken zijn voor de Programma’s I en II opgenomen in bijlage 2.
De algemene aanwijzingen betreffende de beoordeling van het onderdeel Lezen voor de Programma’s I en II zijn opgenomen in bijlage 3.
De algemene aanwijzingen betreffende de beoordeling van het onderdeel Luisteren voor de Programma’s I en II zijn opgenomen in bijlage 4.
Artikel 4. Beoordelingsmodel
Het beoordelingsmodel bij ieder examenonderdeel wordt door het College voor toetsen en examens vastgesteld zoals vermeld in bijlage 5.
Artikel 5. Afwijking
Het College voor toetsen en examens of de voorzitter kan op voorstel van de Commissie Staatsexamen Nt2 beslissen dat voor een of meer opdrachten aan alle kandidaten het maximale aantal scorepunten of ten minste een aantal kleiner dan het maximum aantal scorepunten wordt toegekend.
Artikel 6. Aanvullende regels
Het College voor toetsen en examens of de voorzitter kan op voorstel van de Commissie Staatsexamen Nt2 beslissen, dat in het voorschrift voor de beoordeling bij een examen aanvullende regels worden opgenomen, waaronder regels voor aftrek van scorepunten.
Artikel 7. Aanpassing
De voorzitter van het College voor toetsen en examens is bevoegd de vaststellingen als opgenomen in bijlage 5 op onderdelen aan te passen.
Artikel 8. Intrekking
De Regeling beoordelingsnormen Staatsexamens Nt2 2019 wordt ingetrokken.
Artikel 9. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 10. Bekendmaking
De beoordelingsmodellen per examenonderdeel bedoeld in artikel 4 worden bekendgemaakt op de in bijlage 5 onder 1 opgenomen wijze.
Artikel 11. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als de Regeling beoordelingsnormen Staatsexamen Nt2.
Bijlage 1. Algemene aanwijzingen voor de beoordelaar betreffende de beoordeling van het onderdeel Schrijven van het Staatsexamen Nt2, als bedoeld in artikel 3, eerste lid
Inhoud examens schrijven programma i en ii
De examenonderdelen Schrijven I en II bestaan uit verschillende schrijfopdrachten. De opgaven bevatten meestal een beschrijving van een situatie en een schrijftaak. Soms is ook een tekening van de situatie toegevoegd; soms wordt een context beschreven en soms wordt een aan te vullen tekst gepresenteerd. De gegeven situaties en taken passen qua inhoud (werk, opleiding en dagelijks leven) en qua moeilijkheidsgraad bij het beoogde doel van Programma I of Programma II. Zie ook het examenprogramma. De examenduur is 100 minuten, tenzij anders aangegeven bij het examen.
De examens worden afgenomen met een computer en een qwertytoetsenbord met als toetsenbordinstelling VS Internationaal en met taalinstelling ‘Nederlands’. Kandidaten kunnen geen computergestuurde spellingscontrole hanteren. Kandidaten mogen één woordenboek gebruiken: het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal.
Opgavenset per examen
Aanwijzingen voor de beoordeling Schrijven
Algemeen
De zinnen en geschreven teksten worden op meerdere aspecten beoordeeld: adequaatheid/begrijpelijkheid, samenhang, woordgebruik, grammaticale correctheid, spelling en tekstverzorging (de laatste alleen bij Schrijven II). Niet alle opgaven worden op alle aspecten beoordeeld.
Het schrijven van een zin of enkele zinnen wordt beoordeeld op twee aspecten: ‘adequaatheid/begrijpelijkheid’ en ‘grammaticale correctheid’. Zowel adequaatheid/begrijpelijkheid van de tekst als grammaticale correctheid worden gewaardeerd op basis van een 2-puntsschaal: de beoordelaar kan een score 0 of 1 toekennen voor adequaatheid/begrijpelijkheid en 0 of 1 voor grammaticale correctheid. Een tekst waarvoor op basis van adequaatheid/begrijpelijkheid een score van 0 wordt toegekend, kan voor grammaticale correctheid geen score van 1 opleveren.
Het schrijven van een kort bericht, aanvullen van een tekst, invullen van een formulier of het schrijven van een korte tekst wordt in elk geval beoordeeld op de aspecten ‘adequaatheid/begrijpelijkheid’ en ‘grammaticale correctheid’. Het aspect adequaatheid/begrijpelijkheid wordt globaal beoordeeld op basis van een 4-puntsschaal: de beoordelaar kan een score van 0, 1, 2 of 3 toekennen. Zijn alle in de opdracht gevraagde elementen in de tekst verwerkt, dan wordt de tekst als ‘acceptabel’ beschouwd en wordt als uitgangspunt een score van 2 punten genomen. Een hogere score (3) of een lagere score (1) kan vervolgens toegekend worden door de totale kwaliteit van het geschrevene in ogenschouw te nemen. Een tekst waarvoor op basis van adequaatheid/begrijpelijkheid een score van 0 wordt toegekend, kan voor de overige aspecten geen scores meer opleveren. Het aspect grammaticale correctheid wordt beoordeeld op basis van een 3-puntsschaal: hier kan een score van 0, 1 of 2 toegekend worden.
Afhankelijk van de opdracht kunnen nog andere aspecten ter beoordeling worden toegevoegd: spelling, samenhang en woordgebruik. Bij de taak ‘invullen van formulieren’ wordt het aspect samenhang niet toegevoegd. Bij Schrijven II worden, naast de hiervoor genoemde aspecten (spelling, samenhang en woordgebruik), de aspecten opbouw en tekstverzorging toegevoegd. Deze toegevoegde aspecten worden beoordeeld op basis van een 2-puntsschaal: de beoordelaar kan hiervoor een score van 0 of 1 toekennen.
Bij Schrijven II wordt het schrijven van een middellange tekst in elk geval beoordeeld op de aspecten ‘adequaatheid/begrijpelijkheid’ en ‘grammaticale correctheid’. Adequaatheid/begrijpelijkheid wordt globaal beoordeeld op basis van een 6-puntsschaal: de beoordelaar kan hiervoor een score van 0, 1, 2, 3, 4 of 5 toekennen. Zijn alle in de opdracht gevraagde elementen in de tekst verwerkt, dan wordt de tekst als ‘acceptabel’ beoordeeld en wordt als uitgangspunt een score van 3 punten genomen. Hogere scores (4, 5) en lagere scores (1, 2) kunnen vervolgens toegekend worden door de totale kwaliteit van het geschrevene in ogenschouw te nemen. Een tekst waarvoor op basis van adequaatheid/begrijpelijkheid een score van 0 wordt toegekend, kan voor de overige aspecten geen scores meer opleveren. Het aspect grammaticale correctheid wordt bij een middellange tekst beoordeeld op basis van een 3-puntsschaal: de beoordelaar kan hiervoor een score van 0, 1 of 2 toekennen. Afhankelijk van de opdracht kunnen ook andere aspecten ter beoordeling worden toegevoegd, te weten spelling, samenhang, woordgebruik, opbouw en tekstverzorging. Deze toegevoegde aspecten worden altijd op een 3-puntsschaal beoordeeld: de beoordelaar kan hiervoor per aspect 0, 1 of 2 punten toekennen.
Specifieke aanwijzingen bij de beoordelingsvoorschriften
Adequaatheid/begrijpelijkheid
Grammaticale correctheid
Samenhang en opbouw (alleen Schrijven II)
Tekstverzorging (alleen Schrijven II)
Taakspecifiek
Toekenning score examen Schrijven
Voor het examen Schrijven kan de kandidaat per opdracht meerdere punten behalen. Voor elke zinsopdracht kan de kandidaat maximaal 2 punten behalen. Schrijven I: Voor de formuliertaak is het maximum 7 punten en voor de tekstaanvultaak,kort bericht en korte tekst is het maximum 8 punten. Schrijven II: voor elke korte opdracht is het maximum 10 punten en voor de middellange opdracht is het maximum 17 punten.
De prestaties van de kandidaat worden beoordeeld door meerdere onafhankelijk van elkaar werkende beoordelaars. Het aantal toegekende punten is het gemiddelde van de puntentoekenning van de beoordelaars (zie examenprogramma voor nadere toelichting).
Voor de rapportage aan de kandidaat wordt de puntenscore omgezet in een vaardigheidsscore die wordt gegeven op een vaardigheidsschaal. Een score van 500 of hoger op de vaardigheidsschaal betekent dat de kandidaat geslaagd is.
Het aantal aspecten waarop kandidaten worden beoordeeld, is niet voor elk examen hetzelfde. Bovendien zijn de opgaven niet allemaal even moeilijk. Daarom is bij elk examen een ander aantal punten nodig om een vaardigheidsscore van 500 te halen om te slagen.
Bijlage 2. Algemene aanwijzingen voor de beoordelaar betreffende de beoordeling van het onderdeel Spreken van het Staatsexamen Nt2, als bedoeld in artikel 3, tweede lid
Inhoud Examens Spreken Programma I en II
De examenonderdelen Spreken I en II bestaan uit verschillende spreekopdrachten. De opgaven bevatten meestal een beschrijving van een situatie en een spreektaak, soms wordt om een mening gevraagd. Regelmatig is ook een tekening of zijn meerdere tekeningen van de situatie toegevoegd. De gegeven situaties en taken passen qua inhoud (werk, opleiding en dagelijks leven) en qua moeilijkheidsgraad bij het beoogde doel van Programma I of Programma II. Zie ook het examenprogramma. De examenduur is maximaal 30 minuten, tenzij anders aangegeven bij het examen.
De examens worden afgenomen met een computer. De opdrachten worden via het beeldscherm weergegeven. Ze worden via de computer met een koptelefoon beluisterd en de antwoorden worden via een microfoon ingesproken en digitaal bewaard.
Opgavenset per examen
Aanwijzingen voor de beoordeling Spreken
Algemeen
De spreekuitingen van de kandidaten worden op meerdere aspecten beoordeeld: woord- en zinsvorming, uitspraak, tempo, inhoud, woordkeus en woordenschat. Niet alle opgaven worden op alle aspecten beoordeeld.
Voordat de uiting van een kandidaat daadwerkelijk op de beoordelingsaspecten wordt beoordeeld, wordt nagegaan of de uiting te beoordelen is. Hier speelt de preconditie een rol. De vraag in de preconditie is: is de uiting te beoordelen? Bij het controleren van de preconditie moet één van de onderstaande keuzemogelijkheden worden aangevinkt:
Wanneer bij de preconditie ‘ja’ aangevinkt is, kan de spreekopdracht verder beoordeeld worden.
De korte spreekopdracht wordt beoordeeld op twee aspecten: op ‘inhoud’ en op ‘woord- en zinsvorming’ of ‘woordkeus’. Zowel voor inhoud als voor woord- en zinsvorming of woordkeus worden punten toegekend op basis van een 2-puntsschaal: de beoordelaar kan een score 0 of 1 toekennen voor inhoud, en 0 of 1 voor woord- en zinsvorming en woordkeus.
De middellange spreekopdracht wordt in ieder geval beoordeeld op de aspecten ‘inhoud’ en ‘woord- en zinsvorming’. Daarnaast worden een of meer van de volgende aspecten beoordeeld: ‘woordenschat’, ‘uitspraak’ en ‘tempo’. De aspecten inhoud, woord- en zinsvorming, woordenschat en uitspraak worden beoordeeld op basis van een 4-puntsschaal: de beoordelaar kan een score van 0, 1, 2 of 3 toekennen. Bij het aspect woord- en zinsvorming wordt bij de beoordeling rekening gehouden met de lengte van de uiting. Voor het aspect tempo worden punten toegekend op basis van een 2-puntsschaal: de beoordelaar kan een score 0 of 1 toekennen.
De lange spreekopdracht komt alleen bij Spreken II voor. Deze wordt beoordeeld op de aspecten ‘inhoud’ en ‘woord- en zinsvorming’. Daarnaast worden de volgende aspecten beoordeeld: ‘coherentie’, ‘woordenschat’, ‘uitspraak’ en ‘tempo’. De aspecten inhoud, woord- en zinsvorming, coherentie, woordenschat en uitspraak worden beoordeeld op basis van een 4-puntsschaal: de beoordelaar kan een score van 0, 1, 2 of 3 toekennen. Voor het aspect tempo worden punten toegekend op basis van een 2-puntsschaal: de beoordelaar kan een score 0 of 1 toekennen.
Specifieke aanwijzingen bij de beoordelingsvoorschriften
Inhoud
Woordkeus
Woord- en zinsvorming
Toekenning score examen Spreken
Voor het examen Spreken kan de kandidaat per opdracht meerdere punten behalen. Voor elke korte opdracht uit het spreekexamen kan de kandidaat maximaal 2 punten behalen. Voor elke middellange opdracht kan de kandidaat bij het examen Spreken I tussen de 9 en 12 punten behalen en bij Spreken II tussen de 9 en 13 punten. Voor de lange opdracht (alleen bij Spreken II) kan de kandidaat maximaal 16 punten behalen. De uitingen en gesproken teksten van de kandidaten worden op meerdere aspecten beoordeeld: woord- en zinsvorming, uitspraak, tempo, inhoud, coherentie en woordenschat. Niet alle opgaven worden op alle aspecten beoordeeld.
Voor sommige aspecten is de schaal 0-1, voor andere aspecten is er een puntenschaal met meerdere punten. Beoordelaars beoordelen de spreekuitingen van verschillende kandidaten in een random, niet zelf te beïnvloeden volgorde. Doordat de uitingen van een kandidaat per opdracht (gesegmenteerd) beoordeeld worden, zijn er meerdere beoordelaars bij het beoordelen van een heel examen van een kandidaat betrokken. Het aantal toegekende punten is het gemiddelde van de puntentoekenning van deze beoordelaars (zie examenprogramma voor nadere toelichting).
Voor de rapportage aan de kandidaat wordt de puntenscore omgezet in een vaardigheidsscore die wordt gegeven op een vaardigheidsschaal. Een score van 500 of hoger op de vaardigheidsschaal betekent dat de kandidaat geslaagd is.
Het aantal en type aspecten waarop kandidaten beoordeeld worden, kan variëren per examen. Bovendien zijn de opgaven niet allemaal even moeilijk. Daarom is bij elk examen een ander aantal punten nodig om een vaardigheidsscore van 500 te halen.
Bijlage 3. Algemene aanwijzingen betreffende de beoordeling van het onderdeel Lezen, van het Staatsexamen Nt2, als bedoeld in artikel 3, derde lid
Inhoud examen Lezen Programma I en II
De examens Lezen I en II bestaan ieder uit 6 teksten met in totaal circa 35 meerkeuzevragen die betrekking hebben op de domeinen Werk, Opleiding en Dagelijks leven. De teksten passen qua inhoud en moeilijkheidsgraad bij het beoogde doel van Programma I of Programma II. Zie ook het examenprogramma. De teksten zijn instructief, descriptief, beschouwend of persuasief van aard. Per tekst kunnen 3 tot 8 vragen voorgelegd worden.
De teksten worden aangeboden in een tekstboekje met instructies. De vragen en antwoorden verschijnen op een beeldscherm en daar klikken kandidaten de juiste antwoorden aan. De examentijd van Lezen I is 110 minuten en de examentijd van Lezen II is 100 minuten, tenzij anders aangegeven.
Beoordeling en toekenning score examen Lezen
De scoring van de antwoorden bij de examenopgaven gebeurt automatisch. Het aantal goed beantwoorde vragen wordt door de computer geregistreerd. Elk goed antwoord levert een punt op.
Voor de rapportage aan de kandidaat wordt de puntenscore omgezet in een vaardigheidsscore die wordt gegeven op een vaardigheidsschaal. Een score van 500 of hoger op de vaardigheidsschaal betekent dat de kandidaat geslaagd is.
De examens zijn niet altijd even lang. Bovendien zijn de opgaven niet allemaal even moeilijk. Daarom is bij elk examen een ander aantal punten nodig om een vaardigheidsscore van 500 te halen.
Bijlage 4. Algemene aanwijzingen betreffende de beoordeling van het onderdeel Luisteren van het Staatsexamen Nt2, als bedoeld in artikel 3, vierde lid
Inhoud examen Luisteren Programma I en II
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.