← Geldende tekst · Geschiedenis

Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg

Geldende tekst a fecha 2023-12-29

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdeel c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

Gelet op artikel 59 aanhef en onderdeel a Wmg heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met brief van 16 mei 2011, kenmerk GMT/VDG/3063109, ten behoeve van de voorliggende beleidsregel een aanwijzing op grond van artikel 7 Wmg aan de NZa gegeven.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Deze beleidsregel dient twee doelen:

Artikel 3. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op farmaceutische zorg die omvat advies of begeleiding ten behoeve van medicatiebeoordeling en verantwoord gebruik van UR-geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder s, van de Geneesmiddelenwet of de terhandstelling van die geneesmiddelen, of waarop de Wet inzake bloedtransfusie van toepassing is.2De farmaceutische zorg waarop de artikelen 50 tot en met 56 Wmg op van toepassing zijn zoals bepaald in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2° van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer Wmg.

Artikel 4. Prestaties

In het kader van deze beleidsregel worden de volgende prestaties onderscheiden:

In het kader van deze beleidsregel worden de volgende deelprestaties onderscheiden:

Hierna worden onder artikelen 5 tot en met 16 de prestaties nader beschreven en onder artikel 17 wordt naast de tariefsoort aangegeven op welke wijze elke prestatie kan worden gedeclareerd.

Artikel 5. Terhandstelling van een geneesmiddel
1.

Terhandstelling van een geneesmiddel

Deze prestatie mag alleen per voorschrift in rekening worden gebracht, met uitzondering van geneesmiddelen als bedoeld in artikel 6.8 van de Regeling Geneesmiddelenwet (orale anticonceptiva, niet-orale anticonceptiva die UR-geneesmiddelen zijn, en insuline).

Om deze prestatie te kunnen declareren dienen alle onderstaande activiteiten ten minste te zijn uitgevoerd:

Deze prestatie kan ook worden gedeclareerd als na uitvoering van activiteiten 1 tot en met 3 (in samenspraak met de voorschrijver) of 1 tot en met 4 (in samenspraak met de patiënt en/of diens verzorger) weloverwogen is besloten het voorgeschreven UR-geneesmiddel niet ter hand te stellen en niet te vervangen door een ander UR-geneesmiddel. In alle andere gevallen waarbij geen sprake is van een terhandstelling kan deze prestatie niet worden gedeclareerd.

De voorschriften op het recept zijn bepalend voor de declaratie van de zorgaanbieder voor de prestatie ‘Terhandstelling van een geneesmiddel’. De zorgaanbieder brengt voor een voorschrift niet meer dan éénmaal een tarief voor de prestatie ‘Terhandstelling van een geneesmiddel’ in rekening, tenzij:

2.

Terhandstelling door middel van een GDV (verpakking per innamemoment)

Een 'Terhandstelling door middel van een GDV (verpakking per innamemoment)' kan in rekening worden gebracht wanneer geneesmiddelen in gezamenlijke besluitvorming met voorschrijver en patiënt (en/of diens verzorger) worden ter hand gesteld voor in beginsel een periode van een week of voor meerdere weken tegelijk voor een individuele patiënt door middel van een GDV. In uitzonderlijke situaties kan het noodzakelijk zijn om de GDV ter hand te stellen voor een periode korter dan een week.

Om deze prestatie te kunnen declareren, dienen de activiteiten uit artikel 5.1 'Terhandstelling van een geneesmiddel' te zijn uitgevoerd, aangevuld met onderstaande activiteiten:

De prestatie kan niet in rekening worden gebracht voor verzekerden die aanspraak hebben op farmaceutische zorg op grond van artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg (Wlz) (behandeling en verblijf in dezelfde instelling).

3.

Terhandstelling van een nieuw geneesmiddel met begeleidingsgesprek

Er is sprake van ‘Terhandstelling van een nieuw geneesmiddel met begeleidingsgesprek’ indien alle activiteiten zoals genoemd in artikel 5.1 ‘Terhandstelling van een geneesmiddel’ of artikel 5.2 ‘Terhandstelling door middel van een GDV (verpakking per innamemoment)’ zijn uitgevoerd en het begeleidingsgesprek bij een nieuw UR-geneesmiddel (zie begripsomschrijving) is gevoerd.

Deze prestatie mag alleen per voorschrift in rekening worden gebracht, met uitzondering van geneesmiddelen als bedoeld in artikel 6.8 van de Regeling Geneesmiddelenwet (orale anticonceptiva, niet-orale anticonceptiva die UR-geneesmiddelen zijn, en insuline).

En de prestatie ‘Terhandstelling van een nieuw geneesmiddel met begeleidingsgesprek’ kan enkel worden gedeclareerd indien de activiteiten genoemd in artikel 5.1 ‘Terhandstelling van een geneesmiddel’ of artikel 5.2 ‘Terhandstelling door middel van een GDV (verpakking per innamemoment)’ en het begeleidingsgesprek bij een nieuw UR-geneesmiddel zijn uitgevoerd, en:

4.

Deelprestatie Dienstverlening in de avond, nacht of op zon- of feestdagen

De deelprestatie Dienstverlening in de avond, nacht of op zon- of feestdagen kan in rekening worden gebracht tezamen met de prestatie onder artikel 5.1, 5.2 of 5.3 indien voldaan wordt aan de begripsbepaling van de ANZ-dienstverlening.

5.

Deelprestatie Apotheekbereiding

Voor de dienstverlening die direct samenhangt met het ter hand stellen van een UR-geneesmiddel bij een reguliere magistrale bereiding, kan de deelprestatie Apotheekbereiding in rekening worden gebracht.

De deelprestatie Apotheekbereiding kan in rekening worden gebracht, indien:

6.

Deelprestatie Bijzondere apotheekbereiding

Voor de dienstverlening die direct samenhangt met het ter hand stellen van een UR-geneesmiddel bij een bijzondere magistrale bereiding kan de deelprestatie Bijzondere apotheekbereiding in rekening worden gebracht.

De deelprestatie Bijzondere apotheekbereiding kan in rekening worden gebracht, indien:

7.

Deelprestatie Dienstverlening thuis

De deelprestatie dienstverlening thuis kan in rekening worden gebracht tezamen met de prestatie onder artikel 5.1, 5.2 of 5.3 indien voldaan wordt aan de begripsbepaling van dienstverlening thuis.

Artikel 6. Instructie geneesmiddel-gerelateerd hulpmiddel

Het geven van gebruiksinstructie van het UR-geneesmiddel-gerelateerd hulpmiddel indien sprake is van een eerste toepassing voor de patiënt of indien sprake is van een geconstateerd foutief gebruik van het UR-geneesmiddel-gerelateerd hulpmiddel. De indicatie voor het geven van de gebruiksinstructie wordt in het digitale patiëntendossier vastgelegd.

Artikel 7. Medicatiebeoordeling bij chronisch geneesmiddelengebruik

Een systematische beoordeling van ten minste het UR-geneesmiddelengebruik van een individuele (veelal oudere) patiënt door arts, apotheker en patiënt (en/of diens verzorger) op basis van een periodieke gestructureerde, kritische evaluatie van de medische-, farmaceutische- en gebruiksinformatie. Deze prestatie kan enkel worden gedeclareerd indien er een medische of farmaceutische noodzaak bestaat.

Om deze prestatie te kunnen declareren dienen alle onderstaande activiteiten ten minste te zijn uitgevoerd:

Artikel 8. Farmaceutische begeleiding bij dagbehandeling/polikliniekbezoek

Om voorschrijvers in de polikliniek/op de dagbehandeling tijdig te kunnen laten beschikken over een actueel medicatieoverzicht dient voorafgaande aan de dagbehandeling/het polikliniekbezoek het medicatieoverzicht afgestemd te worden met de patiënt (en/of diens verzorger). Zodoende kan worden vastgesteld welke medicatie (al dan niet op recept) de patiënt daadwerkelijk gebruikt. Deze afstemming met de patiënt (en/of diens verzorger) dient vastgelegd te worden in het digitale patiëntendossier. Hierbij worden alle geneesmiddelen die de patiënt gebruikt (al dan niet op recept) en relevante gegevens met betrekking tot het gebruik daarvan geregistreerd in het digitale patiëntendossier conform de vigerende richtlijn ‘Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten’.

De prestatie bevat tevens een gesprek met de patiënt (en/of diens verzorger) na afloop van de dagbehandeling/polikliniekbezoek over de (gewijzigde) medicatie. Het gaat hierbij om (1) de actuele medicatie, (2) gestopte medicatie en (3) geneesmiddelen die in de toekomst gebruikt moeten gaan worden.

Om relevante ketenpartners na het bezoek aan de polikliniek/dagbehandeling te voorzien van een actueel medicatieoverzicht dient, conform de vigerende richtlijn ‘Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten’, het actueel medicatieoverzicht (inclusief relevante gegevens rondom het geneesmiddelgebruik zoals informatie over gestaakte en gewijzigde medicatie en de reden daarvoor) overgedragen te worden aan ten minste de door de patiënt (en/of diens verzorger) opgegeven farmaceutisch zorgaanbieder en de huisarts van de patiënt.

De prestatie Farmaceutische begeleiding bij dagbehandeling/polikliniekbezoek kan in rekening worden gebracht indien alle relevante gegevens conform de vigerende richtlijn ‘Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten’ zijn vastgelegd in het digitale patiëntendossier en daar waar nodig aantoonbaar afgestemd met de patiënt (en/of diens verzorger). Ook dient overdracht naar ten minste de farmaceutisch zorgaanbieder en huisarts te zijn geschied.

Artikel 9. Farmaceutische begeleiding bij ziekenhuisopname

Voor de dienstverlening die samenhangt met farmaceutische begeleiding in verband met ziekenhuisopname dient een gesprek3Indien een face-to-face gesprek niet noodzakelijk wordt geacht, kan na overleg met de patiënt (en/of diens verzorger) de informatie-uitwisseling over het geneesmiddelengebruik via een andere weg plaatsvinden. met de patiënt (en/of diens verzorger) plaats te vinden. Het medicatieoverzicht moet hierbij afgestemd worden met de patiënt (en/of diens verzorger) om vast te stellen welke medicatie (al dan niet op recept) de patiënt daadwerkelijk gebruikt.

Ten bate van de behandeling in het ziekenhuis worden alle geneesmiddelen die de patiënt gebruikt (al dan niet op recept) en relevante gegevens met betrekking tot het gebruik daarvan geregistreerd in het digitale patiëntendossier conform de vigerende richtlijn ‘Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten’. Deze prestatie geschiedt direct voor of op het moment dat de behandeling in het ziekenhuis aanvangt.

De prestatie Farmaceutische begeleiding bij ziekenhuisopname kan in rekening worden gebracht indien alle relevante gegevens conform de vigerende richtlijn ‘Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten’ zijn vastgelegd in het digitale patiëntendossier en daar waar nodig aantoonbaar afgestemd met de patiënt (en/of diens verzorger).

Artikel 10. Farmaceutische begeleiding in verband met ontslag uit het ziekenhuis

De farmaceutische begeleiding bij ontslag uit het ziekenhuis bestaat uit:

Voor de dienstverlening die samenhangt met farmaceutische begeleiding in verband met ontslag uit het ziekenhuis, dient minimaal een gesprek met de patiënt (en/of diens verzorger) plaats te vinden waarvan vastlegging plaatsvindt in het digitale patiëntendossier. Deze prestatie geschiedt voor of op het moment dat de voorraad ontslagmedicatie van het ziekenhuis op is en de patiënt extramuraal zijn/haar UR-geneesmiddelen nodig heeft.

Om relevante ketenpartners na ontslag uit het ziekenhuis te voorzien van een actueel medicatieoverzicht dient conform de vigerende richtlijn ‘Richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten’, het actueel medicatieoverzicht (inclusief relevante gegevens rondom het geneesmiddelen gebruik zoals informatie over gestaakte en gewijzigde medicatie en de reden daarvoor) overgedragen te worden aan ten minste de door de patiënt (en/of diens verzorger) opgegeven farmaceutisch zorgaanbieder en de huisarts van de patiënt.

Artikel 11. Voorlichting farmaceutisch zelfmanagement voor patiëntengroep

Het individueel ondersteunen van patiënten in groepsverband middels informatiebijeenkomsten over UR-geneesmiddelen in relatie tot ‘gezondheid en gedrag’ teneinde het geneesmiddelengebruik van de betreffende patiënt te optimaliseren.

Deze prestatie kan door de zorgaanbieder alleen geleverd worden indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

Artikel 12. Advies farmaceutische zelfzorg

Het op verzoek van een individuele patiënt/consument verstrekken van advies over de vraag of er mogelijke interacties bestaan van Uitsluitend Apotheek -, Uitsluitend Apotheek of Drogist – of zelfzorg geneesmiddelen met UR-geneesmiddelen die de patiënt op het betreffende moment gebruikt of wil gaan gebruiken. Relevante gegevens moeten worden vastgelegd in het digitale patiëntendossier.

Artikel 13. Advies gebruik geneesmiddelen tijdens reis

Het op verzoek van een individuele patiënt/consument verstrekken van advies over het gebruik en bewaren van, door de patiënt tijdens een reis te gebruiken, UR-geneesmiddelen in een ander weersklimaat.

De prestatie kan enkel worden gedeclareerd indien dit advies is vastgelegd in het digitale patiëntendossier.

Artikel 14. Advies ziekterisico bij reizen

Het op verzoek van een individuele patiënt/consument verstrekken van informatie over UR-geneesmiddelen in verband met ziekterisico bij reizen.

De prestatie kan enkel worden gedeclareerd indien dit advies is vastgelegd in het digitale patiëntendossier.

Artikel 15. Onderlinge dienstverlening

In deze beleidsregel is sprake van onderlinge dienstverlening als de zorg die door een zorgaanbieder wordt verleend onderdeel uitmaakt van de beschrijving van een door een andere zorgaanbieder uit te voeren prestatie op het gebied van de farmaceutische zorg. De eerstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als ‘uitvoerende zorgaanbieder’. De laatstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de ‘opdrachtgevende zorgaanbieder’.

De uitvoerende zorgaanbieder brengt de prestatie ‘onderlinge dienstverlening’ in rekening bij de opdrachtgevende zorgaanbieder die de prestatie bij de uitvoerende zorgaanbieder heeft aangevraagd.

Artikel 16. Facultatieve prestatie

De NZa kan een prestatiebeschrijving vaststellen voor de in artikel 3 aangeduide zorg die afwijkt van de hiervoor vermelde prestatiebeschrijvingen, indien ten minste één zorgaanbieder en ten minste één ziektekostenverzekeraar gezamenlijk daarom verzoeken. Andere verzoeken dan gezamenlijke worden zonder inhoudelijke beoordeling afgewezen.

De door de NZa vastgestelde prestatie kan in rekening worden gebracht door een zorgaanbieder indien hier een schriftelijke overeenkomst met een ziektekostenverzekeraar aan ten grondslag ligt.

De NZa beoordeelt de aanvraag op de volgende onderdelen:

Voldoet de aanvraag aan de gestelde voorwaarden onder 1 en 2.

Valt de voorgestelde prestatiebeschrijving(en) onder de reikwijdte van deze beleidsregel.

Indien de aanvraag niet voldoet aan de gestelde voorwaarden zal de NZa de beoordeling ervan aanhouden totdat de benodigde gegevens zijn ontvangen. Bij een complete aanvraag voor een nieuwe prestatie zal de NZa binnen vier weken na ontvangst van de schriftelijke aanvraag een besluit nemen.

Artikel 17. Tariefsoort en declaratie

Voor de prestaties zoals vastgelegd in deze beleidsregel gelden vrije tarieven.

Voor de prestaties zoals bedoeld in artikelen 5 tot en met 10 en 12 tot en met 14 geldt een tarief per keer.

Voor de prestatie zoals bedoeld in artikel 11 geldt een tarief per patiënt per bijeenkomst.

Voor de prestatie als bedoeld in artikel 16 geldt een tarief dat afhankelijk is van de inhoud van de prestatie.

Artikel 18. Intrekken oude beleidsregel

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de beleidsregel ‘Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg’, kenmerk BR/REG-22144 ingetrokken.

Artikel 19. Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, bekendmaking, inwerkingtreding, terugwerkende kracht en citeertitel

De beleidsregel ‘Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg’, met kenmerk BR/REG-22144, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2023.

Ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, zal deze beleidsrsegel in de Staatscourant worden geplaatst. De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg.