Beleidsregel Handhaving jaarverantwoording over het overgangsjaar 2021

Type ZBO-regeling
Publication 2022-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (hierna: NZa) beleidsregels op met betrekking tot de volgende haar toekomende of onder haar verantwoordelijkheid uitgeoefende bevoegdheden.

De NZa houdt op grond van artikel 16, sub e van de Wet marktordening gezondheidszorg (hierna: Wmg) toezicht op de naleving van artikel 40b, Wmg. Artikel 40b Wmg voorziet in de verplichting voor een zorgaanbieder om zich jaarlijks voor 1 juni te verantwoorden door het openbaar maken van een jaarverantwoording.

De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa in het overgangsjaar (verslagjaar 2021) toeziet op de naleving van de verplichting van zorgaanbieders om een jaarverantwoording openbaar te maken. Ook beschrijft deze beleidsregel de wijze waarop de NZa deze verplichting handhaaft en hoe zij daarbij de haar in hoofdstuk 6 van de Wmg toegekende bevoegdheden inzet.

Artikel 3. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op zorgaanbieders als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub c en 40b, zesde lid, Wmg. Op grond van artikel 2, lid 2 Wmg jo artikel 5b Bub WMG blijft artikel 40b Wmg buiten toepassing voor zorgaanbieders waarop op het onmiddellijk aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel C, van de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders voorafgaand tijdstip, de artikelen 15 en 16 WTZi niet van toepassing waren.

Artikel 4. Toezicht op de verplichting een jaarverantwoording openbaar te maken
1.

De NZa houdt toezicht op de naleving van de verplichting van artikel 40b, eerste lid, Wmg. Op grond van voornoemd artikel dient een zorgaanbieder jaarlijks vóór 1 juni een jaarverantwoording openbaar te maken. Ter uitvoering van haar toezichtstaak ontvangt de NZa van het CIBG een overzicht van zorgaanbieders die op 31 december 2021 beschikte over een toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet toelating zorginstellingen en behoren tot de in artikel 2.1, vijfde lid van het Uitvoeringsbesluit WTZi (oud) genoemde categorieen van zorgaanbieders, alsmede Regionale ambulancevoorzieningen als bedoeld in de Wet ambulancezorgvoorzieningen, als ook een overzicht waarin is vermeld welke zorgaanbieders aan de openbaarmakingsverplichting hebben voldaan.

2.

Kleine en grote zorgaanbieders dienen binnen de gestelde termijn zorg te dragen voor een volledige jaarverantwoording over het overgangsjaar. Deze verantwoording dient te voldoen aan de gestelde voorschriften in de Regeling verslaggeving WTZi.

3.

Micro-zorgaanbieders dienen binnen de gestelde termijn zorg te dragen voor een vereenvoudigde jaarverantwoording over het overgangsjaar. Deze verantwoording dient te voldoen aan de gestelde voorschriften in de Regeling verslaggeving WTZi.

4.

De NZa controleert ten aanzien van de zorgaanbieders, vermeld in het tweede en derde lid, de procedurele en materiële nakoming van de jaarverantwoording, overeenkomstig de bepalingen van de Regeling verslaggeving WTZi, zoals die regeling luidde op 31 december 2021.

Artikel 5. Handhaving
1.

Indien een zorgaanbieder artikel 40b, eerste lid, Wmg niet naleeft, kan de NZa een last onder dwangsom opleggen. Alvorens een last onder dwangsom op te leggen aan de zorgaanbieder stelt de NZa in beginsel middels een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom de zorgaanbieder in de gelegenheid om aan te geven waarom de NZa af zou moeten zien van het opleggen van een last onder dwangsom.

2.

De NZa legt een last onder dwangsom op aan een zorgaanbieder in het geval hij op het einde van de termijn die is gesteld in het voornemen tot het opleggen van de last onder dwangsom nog steeds niet (volledig) aan de verplichting van artikel 40b Wmg heeft voldaan en de eventuele zienswijze geen grondslag biedt om van de last onder dwangsom af te zien.

3.

De begunstigingstermijn van de last onder dwangsom bedraagt vier kalenderweken.

4.

De verbeuringstermijn van de last onder dwangsom bedraagt tien kalenderweken. Voor iedere kalenderweek dat de zorgaanbieder, die gehouden is een volledige jaarverantwoording openbaar te maken niet aan haar verplichtingen heeft voldaan wordt een last van € 1.000,– per kalenderweek opgelegd, met een maximum van € 10.000,–.

5.

Indien de zorgaanbieder gehouden is een vereenvoudigde jaarverantwoording openbaar te maken bedraagt, in afwijking van het voorgaande lid de last € 500,– per kalenderweek, met een maximum van € 5.000,–.

6.

Alvorens een tweede last onder dwangsom op te leggen ter aanmaning van de zorgaanbieder om te voldoen aan de verplichting van artikel 40b Wmg, stelt de NZa middels een tweede voornemen last onder dwangsom de zorgaanbieder in de gelegenheid om aan te geven waarom de NZa af zou moeten zien van het opleggen van een last onder dwangsom.

7.

Indien een zorgaanbieder na het opleggen van de last onder dwangsom bedoeld het tweede lid niet voldoet aan artikel 40b Wmg, legt de NZa een tweede last onder dwangsom op.

8.

De begunstigingstermijn van de tweede last onder dwangsom bedraagt vier kalenderweken.

9.

De verbeuringstermijn bedraagt tien kalenderweken. Voor iedere kalenderweek dat de zorgaanbieder niet aan haar verplichtingen heeft voldaan wordt een last van € 2.500,– per kalenderweek opgelegd, met een maximum van € 25.000,–.

10.

Indien de zorgaanbieder gehouden is een vereenvoudigde jaarverantwoording openbaar te maken bedraagt, in afwijking van het voorgaande lid de tweede last € 1.250,– per week, met een maximum van € 12.5000,–.

11.

Alvorens over te gaan tot invordering van verbeurde dwangsommen stelt de NZa de zorgaanbieder in de gelegenheid een zienswijze af te geven.

12.

Inning en incasso van verbeurde dwangsommen geschiedt door het CJIB, namens de NZa.

Artikel 6. Publicatie sancties
1.

De NZa kan, overeenkomstig wet- en regelgeving en haar daarop gebaseerde beleid inzake openbaarmaking, handhavingsbesluiten openbaar maken door publicatie op haar website.

Artikel 7. Inwerkingtreding / Bekendmaking

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

Ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, zal deze beleidsregel in de Staatscourant worden geplaatst. De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.

Artikel 8. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Handhaving jaarverantwoording over het overgangsjaar 2021.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.