Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 19 januari 2021 houdende nadere regels ter uitvoering van de Wet ter Bescherming Koopvaardij en het Besluit bescherming koopvaardij (Regeling bescherming koopvaardij)

Type Ministeriële regeling
Publication 2023-10-12
State In force
Source BWB
artikelen 26
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 4, vierde lid, 6, eerste, derde en vierde lid, 8, 11, vijfde lid, 12, eerste en derde lid, 13, vijfde en zesde lid, en 17, eerste en tweede lid, van de Wet ter Bescherming Koopvaardij en de artikelen 2.2, zesde lid, 2.4, vijfde lid, 3.2, tweede lid, 5.4, derde lid, 5.5, derde lid, onder c, en vierde lid, 5.6, tweede lid, 5.7, vierde lid, 5.8, derde lid, 5.9, derde lid, 5.10, derde lid, 5.13, tweede lid, 6.1, tweede lid, van het Besluit bescherming koopvaardij,

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet ter Bescherming Koopvaardij in werking treedt.

Hoofstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (definities)

In deze regeling wort verstaan onder:

  • b. geneeskundige verklaring: geneeskundige verklaring van geschiktheid voor het verrichten van maritieme beveiligingswerkzaamheden;
  • c. Inspectie: Inspectie Leefomgeving en Transport;
  • d. Minister: Minister van Justitie en Veiligheid;
  • e. toezichthoudende ambtenaren: ambtenaren van de Inspectie die krachtens artikel 16, eerste lid, van de wet zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet;
  • f. vervoerskoffer: met een slot af te sluiten bewaarplaats van de toegestane geweldsmiddelen;
  • g. wapenkluis: met een slot af te sluiten opslagplaats van de vervoerskoffers met aangewezen geweldsmiddelen op het schip als bedoeld in artikel 3.2 van het Besluit.

Hoofdstuk 2. De toestemming voor de inzet van particulier maritiem beveiligingspersoneel

Artikel 2. (toestemmingsaanvraag)

Bij de aanvraag om toestemming als bedoeld in artikel 4 van de wet wordt ten behoeve van het verstrekken van gegevens en daarbij over te leggen bescheiden gebruik gemaakt van het model-formulier zoals opgenomen in bijlage 1.

Artikel 3. (beschermingsmaatregelen)
1.

De scheepsbeheerder waarborgt in ieder geval de beschikbaarheid van de volgende beschermingsmaatregelen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet:

  • a. verrekijkers voor het team op de brug;
  • b. schijnwerpers;
  • c. harmonica-scheermesdraad;
  • d. materialen die de mogelijkheid bieden tot vergrendeling van deuren en luiken die toegang geven tot de brug, de verblijven van de bemanning en passagiers en de machinekamers en;
  • e. materialen die de mogelijkheid bieden tot versterking van ramen en patrijspoorten.
2.

De kapitein treft voorafgaand aan de doorvaart door het risicogebied in ieder geval de volgende beschermingsmaatregelingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet:

  • a. de aanwijzing van een veilige verzamelplaats of schuilplaats voor de zeevarenden en passagiers aan boord van het schip;
  • b. het aanbrengen op daartoe aangewezen plaatsen van harmonica-scheermesdraad;
  • c. de bevestiging van water- of schuimspuiten bij mogelijke toegangspunten aan dek;
  • d. het voorbereiden van de bemanning door oefeningen die gericht zijn op bescherming tegen piraterij;
  • e. de vergrendeling van deuren en luiken die toegang geven tot de brug, de verblijven van de zeevarenden en passagiers, alsmede de machinekamers;
  • f. de versterking van grote ramen en patrijspoorten, die deze versterking behoeven en
  • g. de bescherming van uitrusting en apparatuur van het schip tegen gebruik door derden.
3.

De kapitein past tijdens de doorvaart door het risicogebied in ieder geval de volgende beschermingsmaatregelingen toe, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet:

  • a. de inzet van één of meer uitkijkposten met geïnstrueerde bemanningsleden;
  • b. het gebruik van verrekijkers door het team op de brug en
  • c. het beschikbaar hebben van schijnwerpers voor onmiddellijk gebruik.
4.

Indien het wegens bijzondere omstandigheden niet mogelijk is om één of meer van de maatregelen als bedoeld in lid 1 tot en met 3 te treffen, doet de scheepsbeheerder daarvan met redenen omkleed melding op het formulier als bedoeld in artikel 2, zo mogelijk met vermelding van alternatieve maatregelen die worden getroffen.

Hoofdstuk 3. De inzet van particulier maritiem beveiligingspersoneel

Artikel 4. (wapenkluis en vervoerskoffers)
1.

De wapenkluis is slechts toegankelijk voor de kapitein, of met diens expliciete toestemming, de teamleider of een andere door de kapitein aangewezen functionaris.

2.

De kapitein voert een registratie van personen die toegang hebben tot de wapenkluis.

3.

Het openen van een vervoerskoffer en de uitgifte van geweldsmiddelen vereisen expliciete toestemming van de kapitein.

4.

Aan boord van het schip wordt een vervoerskoffer alleen geopend door de teamleider of diens plaatsvervanger.

5.

De vuurwapens die in een vervoerskoffer worden bewaard, zijn niet geladen met munitie. De munitie wordt afzonderlijk in een vervoerskoffer opgeslagen.

6.

De teamleider registreert dagelijks het merk, type, serienummer en de hoeveelheid van de geweldsmiddelen die in iedere vervoerskoffer aanwezig zijn. De kapitein ziet erop toe dat de registratie wordt uitgevoerd en ondertekent daartoe, tezamen met de teamleider deze registratie.

7.

Twee uur voor het bereiken van het risicogebied brengt de teamleider na overleg met de kapitein de vervoerskoffers naar de brug.

8.

De geweldsmiddelen, die niet worden gebruikt tijdens de doorvaart door het risicogebied, worden bewaard in een vervoerskoffer op de brug. De vervoerskoffers zijn tijdens de doorvaart niet afgesloten en staan onder toezicht van het dienstdoende en gewapende lid van het beveiligingsteam op de brug.

9.

Uiterlijk twee uur na het vertrek uit het risicogebied plaatst de teamleider de vervoerskoffers met geweldsmiddelen terug in de wapenkluis.

10.

De teamleider ziet erop toe dat de vuurwapens regelmatig worden onderhouden en adequaat werken overeenkomstig de instructies van de vergunninghouder.

Artikel 5. (helmcamera en microfoon)
1.

Een ieder die deel uitmaakt van het particulier maritiem beveiligingspersoneel maakt gebruik van een helmcamera met microfoon om beeld- en geluidsopnames te maken als bedoeld in lid, artikel 11, tweede van de wet.

2.

Voor de helmcamera’s geldt dat zij:

  • a. beeldopnamen maken van tenminste HD-kwaliteit (1280 x 720);
  • b. beeldopnamen maken van tenminste 30 frames per seconde;
  • c. voorzien zijn van videostabilisatie;
  • d. de tijd en datum toevoegen aan de beeldopnamen;
  • e. over een ingebouwde microfoon beschikken;
  • f. beeldopnamen en geluidsopnamen gesynchroniseerd opnemen;
  • g. beschikken over een batterijduur van ten minste zes uur.
Artikel 6. (embarkatie, rapportage, melding aangewend geweld)
1.

De scheepsbeheerder verstrekt de kapitein de informatie, bedoeld in artikel 2.4, eerste en tweede lid, van het Besluit, ten minste vier uren voor embarkatie van het beveiligingsteam, de geweldsmiddelen en de apparatuur.

2.

Bij de uitvoering van de vergewisplicht, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de wet en artikel 2.4, eerste en tweede lid, van het Besluit, wordt door de kapitein en de teamleider gebruik gemaakt van de model-formulieren, zoals opgenomen in bijlage 2, respectievelijk bijlage 3. De kapitein zendt de door de kapitein en de teamleider ingevulde formulieren terstond na embarkatie ter informatie toe aan de Kustwacht en de Inspectie.

3.

Bij de rapportages, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet, wordt door de kapitein en door de teamleider van het particulier maritiem beveiligingspersoneel gebruik gemaakt van het model-formulier zoals opgenomen in bijlage 4, respectievelijk bijlage 5. De formulieren, bedoeld in het eerste lid, maken deel uit van deze rapportages. De kapitein en de teamleider zenden de rapportages, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet uiterlijk 48 uur na afloop van de debarkatie van het beveiligingsteam aan de Inspectie.

4.

Bij de melding aan het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de wet, wordt door de kapitein gebruik gemaakt van de meldingsformulieren, zoals opgenomen in bijlage 6.

Hoofdstuk 4. De vergunning

Artikel 7. (vergunningaanvraag)
1.

De Inspectie hanteert een model-formulier ten behoeve van het verstrekken van gegevens ten behoeve van het aanvragen van een vergunning. De aanvrager voegt de op het aanvraagformulier vermelde bescheiden en bewijsstukken toe als bijlagen bij de aanvraag.

2.

Na ontvangst van de aanvraag wordt de aanwezigheid van bescheiden en bewijsstukken getoetst aan de eisen opgenomen in de artikelen 9 tot en met 15.

3.

Na ontvangst aanvraag bescheiden en bewijsstukken kan de Inspectie, alvorens een besluit te nemen naar aanleiding van de vergunningaanvraag, een audit verrichten op de vestigingslocatie van de aanvrager.

4.

Aan een vergunning kunnen voorwaarden worden verbonden met betrekking tot het waarborgen van:

  • a. een goed samenspel en goede communicatie met overheidsinstellingen;
  • b. de naleving van de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften;
  • c. de kwaliteit van de bedrijfsvoering van de vergunninghouder;
  • d. de kwaliteit van de te leveren maritieme beveiliging.
Artikel 8. (leges)
1.

De leges voor de afdoening van een aanvraag van een vergunning bedragen in totaal € 17.220,–. Voor de initiële afdoening van een aanvraag van een vergunning zijn leges verschuldigd ten bedrage van € 7.220,–. Voor de finale afdoening van een aanvraag van een vergunning zijn leges verschuldigd ten bedrage van € 10.000,–.

2.

De leges voor de afdoening van een aanvraag tot verlenging van een vergunning bedragen € 14.190,–.

3.

De leges voor de afdoening van de overgang van een vergunning op een derde, bedoeld in artikel 4.5 van het Besluit bedragen € 17.220,–.

Hoofdstuk 5. Wettelijke eisen vergunning

Paragraaf 5.1. Eisen aan de onderneming

Artikel 9. (continuïteit van de onderneming)
1.

De continuïteit van het maritiem beveiligingsbedrijf wordt geacht redelijkerwijs te zijn gewaarborgd indien het bedrijf beschikt over:

  • a. een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van maximaal zes maanden oud of een gelijkwaardig document uit een andere lidstaat van de Europese Unie;
  • b. een aansprakelijkheidsverzekering van het maritiem beveiligingsbedrijf tot dekking van de risico’s waartoe de vergunde activiteiten aanleiding kunnen geven;
  • c. een accountantsverklaring van maximaal zes maanden oud, die inhoudt dat het bedrijf niet in staat van faillissement verkeert, aan het bedrijf geen surseance van betaling is verleend, geen beslag is gelegd op een aanmerkelijk deel van het vermogen van het maritiem beveiligingsbedrijf of op een of meer van zijn bedrijfsmiddelen die een aanmerkelijk deel van zijn vermogen vormen;
  • d. een overzicht van belangrijke leveranciers.
2.

De verzekering, bedoeld in het eerste lid, onder b, omvat in ieder geval een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid, algemene aansprakelijkheid en werkgeversaansprakelijkheid. De verzekering dekt de aansprakelijkheid van het bedrijf voor ten minste € 2.500.000 per schadegeval voor letselschade en ten minste € 750.000 per schadegeval voor zaakschade waartoe de vergunde activiteiten aanleiding kunnen geven.

Artikel 10. (betrouwbaarheid)
1.

De betrouwbaarheid van het bedrijf en van de personen die diens beleid bepalen of mede bepalen worden geacht te zijn gewaarborgd indien:

  • a. gelet op de voornemens en antecedenten van hen naar redelijke verwachting zal worden voldaan aan de bij of krachtens de wet gestelde regels;
  • b. deze bij de aanvraag van een vergunning beschikken over een verklaring omtrent gedrag, of, indien betrokkene een niet-ingezetene is van Nederland, een Engelstalig uittreksel justitiële documentatie of een gelijkwaardig Engelstalig getuigschrift van de autoriteiten van het land waar hij woonachtig is, dat niet ouder is dan zes maanden;
  • c. deze personen niet onder curatele staan;
  • d. deze niet gelieerd zijn aan nationale overheden;
  • e. het bedrijf de op aantoonbare wijze de uitgangspunten van de International Code of Conduct Association onderschrijft;
  • f. redelijkerwijs aangenomen mag worden dat gehandeld zal worden in overeenstemming met hetgeen van een goede beveiligingsorganisatie in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht.
2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 5.3, tweede lid, van het Besluit wordt, in het geval het maritiem beveiligingsbedrijf zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging niet in Nederland heeft, bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van het bedrijf, van de personen die diens beleid bepalen of mede bepalen, mede betrokken de vergunning of erkenning van de bevoegde autoriteiten van het land waar het bedrijf zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft.

3.

De Minister neemt bij zijn beoordeling bedoeld in artikel 5.5, derde lid, onderdeel c, van het Besluit, de verklaring omtrent het gedrag, dan wel het uittreksel justitiële documentatie in aanmerking.

4.

De betrouwbaarheid van het maritiem beveiligingsbedrijf wordt geacht niet te zijn gewaarborgd indien het bedrijf, of de personen die diens beleid bepalen of mede bepalen, onherroepelijk zijn veroordeeld voor misdrijven genoemd intitel XVIII, titel XIX, titel XX, XXIII tot en met XXVI en titel XXIX van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 11. (bedrijfsvoering)
1.

De bedrijfsvoering van het maritiem beveiligingsbedrijf is zodanig ingericht dat het bedrijf in ieder geval beschikt over:

  • a. een personeelsadministratie, daarbij inbegrepen een registratie van het particulier maritiem beveiligingspersoneel en van de bewijzen van hun betrouwbaarheid, vakbekwaamheid en geoefendheid, medische geschiktheid en beheersing van de Engelse taal;
  • b. relevante beleidsdocumenten, werkinstructies en overzichten, als bedoeld in het tweede tot en met vierde lid;
  • c. een functionaris die belast is met de verantwoordelijkheid voor de naleving van wettelijke voorschriften en het daarop betrekking hebbende risicomanagement;
  • d. continue toegang tot en beschikbaarheid van maritiem juridisch advies.
2.

Beleidsdocumenten als bedoeld in het eerste lid, onder b, betreffen in ieder geval:

  • a. ethisch beleid;
  • b. algemeen veiligheidsbeleid;
  • c. arbeidsomstandighedenbeleid, in het bijzonder gezondheids- en veiligheidsbeleid;
  • d. beleid inzake de werving, selectie en training van maritieme beveiligers;
  • e. beleid met betrekking tot wapens, daarbij inbegrepen de opslag, het onderhoud en de vernietiging;
  • f. beleid inzake interne en externe communicatie;
  • g. beleid inzake klachtafhandeling;
  • h. klokkenluidersregeling;
  • i. risicoanalyse;
  • j. mensenrechten;
  • k. crisismanagement;
  • l. de uitvoer van strategische goederen, daarbij inbegrepen exportcontrole certificaten.
3.

Werkinstructies als bedoeld in het eerste lid, onder b betreffen in ieder geval instructies inzake

  • a. het uitvoeren van een te beveiligen transport, daarbij inbegrepen de communicatie en rapportage tijdens de doorvaart;
  • b. de inzet van maritieme beveiligers tijdens een transport;
  • c. het levensreddend optreden aan boord (lifesaving rules);
  • d. het gebruik van geweldsbevoegdheden;
  • e. de procedure voor het inschieten van een persoonlijk wapen;
  • f. het gebruik van floating armouries;
  • g. het gebruik van camera’s en microfoons;
  • h. het gebruik van handboeien.
4.

Overzichten als bedoeld in het eerste lid, onder b, betreffen in ieder geval:

  • a. trainingen, daarbij inbegrepen herhalingstrainingen, van de particuliere maritieme beveiligers;
  • b. wapenvergunningen en
  • c. onderhoudsplannen.
Artikel 12. (intern toezicht)

Het intern toezicht van het maritiem beveiligingsbedrijf voorziet schriftelijk aantoonbaar in:

  • a. kwaliteitsbeleid;
  • b. beleid gericht op het proces van continue verbetering;
  • c. management reviews;
  • d. interne auditing;
  • e. beleid inzake rapportage van incidenten en afhandeling;
  • f. documentcontrole.

Paragraaf 5.2. Eisen aan de beveiligers

Artikel 13. (verlening inzage)

Het maritiem beveiligingsbedrijf verleent de Inspectie ten behoeve van de afdoening van de vergunningaanvraag en desgevraagd na verlening van een vergunning inzage in de bewijzen dat de maritieme beveiligers voldoen aan de eisen van betrouwbaarheid, medische geschiktheid, vakbekwaamheid en geoefendheid voor het verrichten van maritieme beveiligingswerkzaamheden.

Artikel 14. (betrouwbaarheid)
1.

De maritieme beveiligers beschikken over een verklaring omtrent gedrag dat bij de vergunningaanvraag niet ouder is dan twaalf maanden.

2.

Indien een maritieme beveiliger niet-ingezetene is van Nederland beschikt hij ten minste over een Engelstalig uittreksel justitiële documentatie of gelijkwaardig Engelstalig getuigschrift van de autoriteiten van het land waarvan hij ingezetene is, dat bij de vergunningaanvraag niet ouder is dan twaalf maanden.

Artikel 15. (geneeskundige verklaring)

Elk lid van het beveiligingsteam beschikt te allen tijde over:

  • a. een Nederlandstalige of Engelstalige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor het verrichten van maritieme beveiligingswerkzaamheden;
  • b. een Nederlandstalige of Engelstalige verklaring die inhoudt dat gedurende de tewerkstelling geen drugs of alcohol wordt gebruikt door het lid van het beveiligingsteam.
Artikel 16. (vakbekwaamheid en geoefendheid)
1.

Elk lid van het beveiligingsteam beschikt over:

  • a. ten minste vier jaar operationele dienstervaring in een militaire – of politie-organisatie, waarna eervol ontslag is verleend;
  • b. een Nederlandstalige of Engelstalige maritime security operators-certificaat of gelijkwaardig certificaat van vakbekwaamheid en geoefendheid voor het verrichten van maritieme beveiligingswerkzaamheden dat niet ouder is dan twaalf maanden;
  • c. een Nederlandstalige of Engelstalige verklaring van vakbekwaamheid en geoefendheid voor het omgaan met semi-automatische vuurwapens in maritieme omstandigheden die niet ouder is dan twaalf maanden;
  • d. een eigen Nederlandstalige of Engelstalige verklaring die niet ouder is dan twaalf maanden welke inhoudt dat hij bekend is met de fundamentele rechten zoals die worden gewaarborgd door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en het bepaalde bij of krachtens de wet, in het bijzonder de geweldsinstructie, en over de vakbekwaamheid en geoefendheid beschikt in het gebruik van camera’s en microfoons en in het gebruik van handboeien en
  • e. een Nederlandstalig of Engelstalig certificaat van beheersing van de Engelse taal;
2.

Het certificaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dient te zijn afgegeven door een instelling die bevoegd is het certificaat daartoe af te geven en die de vakbekwaamheid en geoefendheid verzorgt overeenkomstig de normdocumenten 9001:2015, 28000:2007 en 28007:2015 van de International Organization for Standardization.

3.

Het lid van het beveiligingsteam dat als team medic wordt aangewezen heeft ten minste een cursus First Person On Scene Intermediate met goed gevolg afgelegd bij een instelling die bevoegd is het certificaat daartoe af te geven.

Hoofdstuk 6. Operationele eisen

Artikel 17. (teamleider)
1.

Onverminderd hetgeen bij of krachtens de artikelen 6, 9, 11 en 12 van de wet is bepaald heeft de teamleider tot taak:

  • a. het uitoefenen van de operationele leiding over de overige leden van het beveiligingsteam bij de uitvoering van de maritieme beveiligingswerkzaamheden;
  • b. het uitoefenen van het toezicht op en de controle over de overige leden van het beveiligingsteam;
  • c. het fungeren als tussenpersoon tussen het beveiligingsteam en de kapitein;
  • d. het fungeren als tussenpersoon tussen de vergunninghouder en de kapitein;
  • e. het verstrekken van een opdrachtafhankelijke procedurehandleiding aan de overige leden van het beveiligingsteam;
  • f. het adviseren van de kapitein over te treffen veiligheidsmaatregelen aan boord van het schip die niet het gebruik van geweldsmiddelen betreffen;
  • g. het functioneel beheer van de geweldsmiddelen en de uitrusting van het beveiligingsteam;
  • h. het toezien op het juiste gebruik en het functioneren van de camera en microfoon door het particulier maritiem beveiligingspersoneel;
  • i. het leidinggeven aan het gezamenlijk oefenen van het beveiligingsteam met de bemanning van de maritieme beveiligingswerkzaamheden gericht op de bescherming tegen piraterij indien de kapitein daartoe de opdracht geeft;
  • j. het toezien op de veiligheid, het welzijn en het gedrag van de overige leden van het beveiligingsteam.
2.

De teamleider verricht voorafgaand aan het embarkeren in ieder geval de volgende handelingen:

  • a. het informeren van de overige leden van het beveiligingsteam over de procedurehandleiding en geweldsinstructie;
  • b. het laten ondertekenen van de overige leden van het beveiligingsteam van een verklaring waaruit blijkt dat de leden van het beveiligingsteam op de hoogte zijn van de inhoud van de procedurehandleiding en geweldsinstructie;
  • c. de controle op de geweldsmiddelen en uitrusting van de leden van het beveiligingsteam;
  • d. het verrichten van een oefening van het beveiligingsteam, in het bijzonder in het gebruik van geweldsmiddelen en
  • e. het aanwijzen van een lid van het beveiligingsteam als team medic.

Hoofdstuk 7. Bestuursrechtelijke handhaving en boetes

Artikel 18. (bestuurlijke boete vergunninghouder)
1.

De bestuurlijke boete die ten hoogste aan de vergunninghouder voor een overtreding van artikel 15 van de wet of artikelen 3.1, 3.3, derde lid, 4.5, 5.2, 5.5 tot en met 5.14 van het Besluit kan worden opgelegd komt overeen met de boete van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

2.

De bestuurlijke boete die ten hoogste aan de vergunninghouder voor een overtreding van artikel 6, derde lid, van de wet jo. artikel 2.4, eerste en tweede lid, van het Besluit kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

3.

De bestuurlijke boete die ten hoogste aan de vergunninghouder voor een overtreding van de op grond van artikel 13, vierde lid, van de wet aan de vergunning verbonden voorschriften kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 19. (bestuurlijke boete scheepsbeheerder)

De bestuurlijke boete die ten hoogste aan de scheepsbeheerder voor een overtreding van artikel 6, eerste lid van de wet en artikel 6, derde lid, van de wet jo artikel 2.4, eerste en tweede lid, van het Besluit kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 20. (bestuurlijke boete kapitein)

De bestuurlijke boete die ten hoogste aan de kapitein voor een overtreding van de artikelen 6, eerste en vierde lid, en 12, eerste en tweede lid, van de wet en artikel 6, tweede lid jo artikel 2.4 van het Besluit kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 21. (bestuurlijke boete teamleider)

De bestuurlijke boete die ten hoogste aan de teamleider voor een overtreding van artikelen 6, tweede lid, en 12, eerste en tweede lid, van de wet kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 22. (matiging boete)
1.

Onverminderd de artikelen 3:4, 5.41 en 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht, houden de toezichthoudende ambtenaren bij het vaststellen van een bestuurlijke boete in ieder geval rekening met de volgende omstandigheden, voor zover die van toepassing zijn:

  • a. de ernst en de duur van de overtreding;
  • b. de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten;
  • c. de afwezigheid van eerdere overtredingen van de overtreder van de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften;
  • d. de mate waarin de overtreder meewerkt bij het vaststellen van de overtreding;
  • e. de maatregelen die de overtreder na de overtreding heeft genomen om herhaling van de overtreding te voorkomen.
2.

De toezichthoudende ambtenaren verlagen het boetebedrag met een evenredig percentage indien de omstandigheden, genoemd in het eerste lid, een dergelijke verlaging rechtvaardigen.

Hoofdstuk 8. Bescherming persoonsgegevens en verwerking gegevens

Artikel 23. (bewaartermijn)
1.

De scheepsbeheerder, het maritiem beveiligingsbedrijf, de kapitein en de teamleider zijn gerechtigd de beeld- en geluidsopnames in te zien respectievelijk te beluisteren.

2.

De bestanden met beeld- en geluidsopnamen worden door de scheepsbeheerder, de kapitein en het particulier maritiem beveiligingspersoneel vernietigd nadat deze tezamen met de rapportages, bedoeld in artikel 12, tweede en derde lid, van de wet aan de Minister, respectievelijk het openbaar ministerie zijn verzonden, maar uiterlijk binnen 28 dagen na het verlaten van het risicogebied.

3.

In afwijking van het tweede lid, kunnen de bestanden met beeld- en geluidsopnamen langer worden bewaard door de scheepsbeheerder, de kapitein en het particulier maritiem beveiligingspersoneel indien dat noodzakelijk is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering.

Artikel 24. (privacyverklaring)
1.

De toezichthoudende ambtenaren maken met betrekking tot de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 14a, eerste en tweede lid, van de wet, in een privacyverklaring kenbaar:

  • a. hoe de rechten kunnen worden uitgeoefend tot inzage en correctie van persoonsgegevens;
  • b. met welke partijen en onder welke voorwaarden persoonsgegevens worden gedeeld;
  • c. welke maatregelen zijn getroffen om misbruik, verlies, onbevoegde toegang, ongewenste openbaarmaking en ongeoorloofde wijziging van persoonsgegevens tegen te gaan.
2.

De privacyverklaring wordt op de website van de Inspectie geplaatst.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 25. (inwerkingtreding)

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de Wet ter Bescherming Koopvaardij in werking treedt.

Artikel 26. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bescherming koopvaardij.

Annex 1. Permission Application Form

To be completed by the shipping company; for Dutch flagged vessels with registration in the Netherlands only. For VPD-protection of vessels with registration in Curaçao please contact Maritime Authority Curaçao. This application must be submitted to the following email address: bbk@kustwacht.nl The statutory timeframe [48 hours, weekends excluded] in which the Coastguard must make its decision on an application for armed private security will start once it receives this form, fully completed; attachments included. To be completed by the shipping company; for Dutch flagged vessels with registration in the Netherlands only. For VPD-protection of vessels with registration in Curaçao please contact Maritime Authority Curaçao. This application must be submitted to the following email address: bbk@kustwacht.nl The statutory timeframe [48 hours, weekends excluded] in which the Coastguard must make its decision on an application for armed private security will start once it receives this form, fully completed; attachments included. To be completed by the shipping company; for Dutch flagged vessels with registration in the Netherlands only. For VPD-protection of vessels with registration in Curaçao please contact Maritime Authority Curaçao. This application must be submitted to the following email address: bbk@kustwacht.nl The statutory timeframe [48 hours, weekends excluded] in which the Coastguard must make its decision on an application for armed private security will start once it receives this form, fully completed; attachments included. To be completed by the shipping company; for Dutch flagged vessels with registration in the Netherlands only. For VPD-protection of vessels with registration in Curaçao please contact Maritime Authority Curaçao. This application must be submitted to the following email address: bbk@kustwacht.nl The statutory timeframe [48 hours, weekends excluded] in which the Coastguard must make its decision on an application for armed private security will start once it receives this form, fully completed; attachments included.
For Coastguard use only: For Coastguard use only: For Coastguard use only: For Coastguard use only:
--- --- --- ---
Contact: Nautisch Beheer/ WtBK Nautisch Beheer/ WtBK Nautisch Beheer/ WtBK
e-mail: bbk@kustwacht.nl bbk@kustwacht.nl bbk@kustwacht.nl
Date: Time: KW dossiernr:
Urgency: □ Immediate response by Coastguard within 24 hours preferred? Reason:
--- ---
PART 1 – GENERAL INFORMATION PART 1 – GENERAL INFORMATION PART 1 – GENERAL INFORMATION
--- --- --- ---
Details Remarks
0 Registration Dutch flag Yes □ No □ If ‘No’ Cancel request. This procedure is only applicable in case of Dutch flagged vessels.
1 Company name Applicant must qualify as a ship manager under the Merchant Shipping (Protection) Act
2 Address
3 Areal code
4 City
5 Name of contact person(s)
6 E-mail
7 Telephone
8 Name of ship
9 Call sign
10 IMO number
11 Type of ship E.g. tanker, dry cargo, passenger ship, RoRo
12 Photo of a side view of the ship □ Photo attached
13 Number of crew members
14 Attach copy of ship’s general plan (including accommodation plan) □ Copy of plan attached
Voyage Details Voyage Details Voyage Details
Details Remarks
15 Dates of transport: 1: Start [ETD] 2: End [ETA] 1: 2:
16 Last port of departure before the Risk Area
17 First port of arrival after the Risk Area
18 Intended route: Attach waypoint list. [RTZ, CSV, or Excel] □ Lat/Long WGS84 [ex. 29° 40 100N / 32° 33 200 E]
PART 2 – INITIAL RISK ANALYSIS OF THE TRANSPORT to be completed by the Company Security Officer PART 2 – INITIAL RISK ANALYSIS OF THE TRANSPORT to be completed by the Company Security Officer PART 2 – INITIAL RISK ANALYSIS OF THE TRANSPORT to be completed by the Company Security Officer
--- --- --- ---
Details Remarks
19 Tonnage (Deadweight or Gross Tonnage) □ DWT: □ GT:
20 Free board on the Risk Area passage (metres/decimetres)
21 Maximum speed
22 Cruising speed during transport
23 Time expected to be in the Risk Area: 1: ETA RA 2: ETD RA 3: Total time in (H)RA 1: 2: 3:
24 Manoeuvrability of the ship Good / average / fairly poor / poor Strike out what does not apply
25 Weather sensitivity of the ship Very sensitive / sensitive / less sensitive / not sensitive Strike out what does not apply
26 Cargo Specifications
27 Information insurance cargo (like: type of insurance, name insurance company)
28 Information insurance ship (like: type of insurance, name P&I or insurance company)
Initial risk analysis prior to application of own protection measures Initial risk analysis prior to application of own protection measures
--- ---
Impact level: 1. Marine crime (ship stores) 2. Marine crime including exposure for crew 3. Piracy exposure 4. Severe injury / kidnap incident 5. Fatalities / Multiple severe injuries / Hijack of vessel Frequency: Criteria1 o Exposure time in (High) Risk Area more than 48 hours o Increase of attacks in the last quarter according to IMB reports o Attacks reported last year according to IMB o Vessel speed alignment o Client / cargo resulting in extra exposure
Risk: High / Medium / Low. Drag the black dot to the appropriate field in the matrix Risk: High / Medium / Low. Drag the black dot to the appropriate field in the matrix

1 Mark if applicable: the sum of the markings is the frequency.

PART 3 – SECURITY MEASURES to be completed by the Company Security Officer PART 3 – SECURITY MEASURES to be completed by the Company Security Officer PART 3 – SECURITY MEASURES to be completed by the Company Security Officer
Mandatory measures according to Article 3 of the Merchant Shipping Protection Regulation: Confirmation Remarks Specify reason in case a box is not ticked
29 Binoculars for the team on the bridge □
30 Search lights to check the surroundings of the ship □
31 Razor wire □
32 Locking access to the bridge, the crew and passenger quarters and the engine rooms □
33 Reinforcing large windows and portholes with bars or cover plates □
34 Designating crew muster point or safe room with means of communication with the outside world, such as VHF and/or INMARSAT □
35 Mounting water or foam sprayers □
36 Preparing the crew through anti-piracy exercises □
37 Protecting the ship’s equipment and machinery from third-party use □
38 Deploying fully trained crew members to one or more lookout posts, including the use of the bridge □
Other:
39 CCTV enabled? □
40 Lifts taken out of service? □
41 Other protective measures? Specify. □...
OTHER CONSIDERATIONS OTHER CONSIDERATIONS OTHER CONSIDERATIONS
Have the following been considered: Confirmation Remarks Specify reason why it is not an option
42 Taking a different route? □
43 Sailing in convoy? □
44 Hiring unarmed security personnel? □
Residual risk assessment after application of own protection measures Residual risk assessment after application of own protection measures
--- ---
Impact level: 1. Marine crime (ship stores) 2. Marine crime including exposure for crew 3. Piracy exposure 4. Serious injury / abduction 5. Fatalities / Multiple serious injuries / Hijacking of ship Frequency: Criteria1 o Exposure time in high-risk area > 48 hours o Increase of attacks in the last quarter in the risk area according to IMB reports o Attacks reported last year according to IMB o Vessel speed alignment o Client / cargo resulting in extra exposure
Risk: High / Medium / Low. Drag the black dot to the appropriate field in the matrix Risk: High / Medium / Low. Drag the black dot to the appropriate field in the matrix

1 Mark if applicable: the sum of the marks is the frequency.

PART 4 – Armed Private Security PMSC QUOTES AND DISTANCE OF DETOUR FOR VPD EMBARKATION PART 4 – Armed Private Security PMSC QUOTES AND DISTANCE OF DETOUR FOR VPD EMBARKATION PART 4 – Armed Private Security PMSC QUOTES AND DISTANCE OF DETOUR FOR VPD EMBARKATION
Details Remarks
45 Quoted price PMSC (total price) €/$
□ Price offer PMSC attached
DETAILS OF PROPOSED PMSC DETAILS OF PROPOSED PMSC DETAILS OF PROPOSED PMSC
Details Remarks
46 Name of proposed PMSC / permit holder
47 ILT permit number of PMSC
48 Address / contact details of PMSC/permit holder
49 Size of envisaged security team
50 E-mail address of PMSC
51 Proposed embarkation point of PMSC
52 Proposed disembarkation point of PMSC
53 Specify location & describe weapons storage of arms and ammunition on board when the ship sails outside of the (High) Risk Area
54 Does the ship have a valid (interim-) International Ship Security Certificate (ISSC)? N/A □ [< 500 GT] Yes □ No □ If No, does it have an approved Ship Security Plan? Yes □ | No □
55 E-mail address / telephone number of ship master
Part 5 – Vessel Protection Detachment from Ministry of Defence REGARDING THE VPD/ PCASP EMBARKATION Part 5 – Vessel Protection Detachment from Ministry of Defence REGARDING THE VPD/ PCASP EMBARKATION Part 5 – Vessel Protection Detachment from Ministry of Defence REGARDING THE VPD/ PCASP EMBARKATION
--- --- --- ---
Details Remarks
56 What is the total number of persons for which Life-Saving Appliances are provided mentioned on the ships’ Safety Certificate? In case the actual total numbers of persons exceeds, contact the RO in order to obtain a temporary exemption.
57 What is the ‘minimum safe manning’ number on board? According to the Minimum Safe Manning Certificate
58 Extra accommodation (cabins) available?
59 How many additional beds are available?
60 Description of medical facilities on board
□ I have completed this form correctly to the best of my knowledge. □ I have completed this form correctly to the best of my knowledge. □ I have completed this form correctly to the best of my knowledge.
--- --- ---
Name and position Date Signature

Annex 2. Embarkation Form – ship master

Instruction – Please send the completed form after embarking security guards and armament to the Dutch Coast Guard and the Human Environment and Transport Inspectorate (ccc@kustwacht.nl / MIK-NL@kustwacht.nl / wtbk@ilent.nl) – attach completed form to final voyage report
GENERAL INFORMATION GENERAL INFORMATION GENERAL INFORMATION
Details Notes
Name of ship
IMO number
Call sign
Name of master
Place and date of embarkation of security team
INFORMATION ABOUT THE SECURITY TEAM MEMBERS If possible attach crew list with the following information: Name of maritime security guard Date of birth Address Nationality Passport number
INFORMATION ABOUT THE WEAPONS INFORMATION ABOUT THE WEAPONS INFORMATION ABOUT THE WEAPONS
Weapons Details Notes
Type of weapons
Serial numbers Attach photo of weapon serial numbers
Do the weapons match the statement from the ship manager and PMSC? Yes/No
INFORMATION ABOUT THE AMMUNITION INFORMATION ABOUT THE AMMUNITION INFORMATION ABOUT THE AMMUNITION
--- --- ---
Ammunition Details Notes
Ammunition type (Calibre, FMJ/soft-point)
Number of bullets
INFORMATION ABOUT THE HELMET CAMERAS INFORMATION ABOUT THE HELMET CAMERAS INFORMATION ABOUT THE HELMET CAMERAS
--- --- ---
Details Notes
Brand and type of the helmet cameras
Number of helmet cameras
INFORMATION ABOUT THE HAND CUFFS INFORMATION ABOUT THE HAND CUFFS INFORMATION ABOUT THE HAND CUFFS
--- --- ---
Details Notes
Hand cuffs available?
Number of hand cuffs
THE SHIP MASTER DECLARES THAT: THE SHIP MASTER DECLARES THAT: THE SHIP MASTER DECLARES THAT:
--- --- ---
Yes Notes
Outside the high risk area, the weapons will be stored in the weapons locker in accordance with art. 3.2 BBK
An immediate report will be made to the Dutch Public Prosecutor’s Office concerning any incident at sea involving the use of force and I will also inform the Coast Guard and the Human Environment and Transport Inspectorate.
a report will be made to the Coast Guard and the Human Environment and Transport Inspectorate about where and when the armed security team disembarks within 48 hours after disembarkment.
I have completed this form correctly to the best of my knowledge. I have completed this form correctly to the best of my knowledge. I have completed this form correctly to the best of my knowledge.
--- --- ---
Name Date Signature

Annex 3. Team Leader Embarkation Form

Team Leader Embarkation Form

Annex 4. SHIP Master Report Form

SHIP Master Report Form

Annex 5. Team leader’s report form

TEAM LEADER REPORT FORM

Annex 6. Ship master form for reporting the use of force and/or handcuffs to the public prosecution service

Form A For immediate notification of the use of force

Form B Detailed report on the use of force

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)