← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Minister voor Rechtsbescherming van 26 januari 2022 nr. BOACAT2022/004, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Stichting Het Drentse Landschap

Geldende tekst a fecha 2024-04-04

Gelezen het verzoek van de directeur van de Stichting het Drentse Landschap van 1 november 2021 en de adviezen van de hoofdofficier van justitie bij het Functioneel Parket en de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;

Gelet op:

artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;

artikel 7, negende lid, van de Politiewet 2012;

artikel 55b van het Wetboek van Strafvordering;

artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2, van de Wet op de economische delicten;

de regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaren;

de Beleidsregels buitengewoon opsporingsambtenaar.

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

De personen, werkzaam in de functie van rayonbeheerder, medewerker BOA en onbezoldigde toezichthouders in dienst van de Stichting het Drentse Landschap, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3
1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur, zoals opgenomen in de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.

2.

De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

3.

De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.

Artikel 4
1.

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 10 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

2.

De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste, derde en vierde lid (vervoersfouillering), van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen en daarbij gebruikmaken van het vrijheidsbeperkend middel handboeien, de geweldsmiddelen de korte wapenstok en pepperspray.

Artikel 5
1.

Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het Functioneel Parket.

2.

Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.

Artikel 6
1.

De directeur van de Stichting het Drentse Landschap brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:

2.

Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 7

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.

Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.

Artikel 8

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Stichting Het Drentse Landschap 2017 van 9 maart 2017 nr. BOACAT2017/019 zal vervallen op 21 maart 2022.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 21 maart 2022 en vervalt met ingang van 22 maart 2027.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Stichting Het Drentse Landschap 2022.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.