Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 7 februari 2022, nr. IENW/BSK-2021/303986, houdende vaststelling van een tijdelijke specifieke uitkering in verband met de uitvoering van het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (Tijdelijke regeling specifieke uitkering Landelijk Verbeterprogramma Overwegen 2022–2028)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-02-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet, artikel 6, zesde lid, van de Wet Mobiliteitsfonds, artikel 4, eerste lid, 5, van de Kaderwet subsidies I en M en de artikelen 2, derde lid, 8, eerste en tweede lid, onderdeel a, 10, tweede lid, 15, vijfde lid, 23, vijfde lid, en 24, tweede lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderbesluit subsidies I en M

Op deze regeling zijn de artikelen 6, eerste lid, 8, derde lid, aanhef en onderdelen a, b en d, 10, eerste, derde en vierde lid, 11, 12, aanhef en onderdelen b tot en met e, g en i, 14, eerste en tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met c, e en f, en tweede lid, 18, 21 en 23, eerste en derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3. Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel het bieden van financiële ondersteuning aan provincies en gemeenten bij de voorbereiding en de uitvoering van werkzaamheden die worden verricht in het kader van het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen ter vergroting van de verkeersveiligheid op overwegen.

Artikel 4. Plafond van de specifieke uitkering en wijze van verdelen
1.

Het bedrag dat voor de jaren 2022 tot en met 2028 voor de specifieke uitkering beschikbaar is gesteld is € 120.000.000,–.

2.

Bij wijziging van het beschikbare bedrag doet de minister daarvan mededeling in de Staatscourant uiterlijk in november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het subsidieplafond wordt vastgesteld.

3.

De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.

Artikel 5. Verlening specifieke uitkering
1.

De minister verleent op aanvraag een specifieke uitkering aan de ontvanger ten behoeve van de realisatie van een project als aan de voorwaarden, genoemd in artikel 7 is voldaan.

2.

De specifieke uitkering bedraagt ten hoogste vijftig procent van de totale kosten van het project.

3.

De hoogte van de specifieke uitkering is afhankelijk van de mate waarin risico’s voor de verkeersveiligheid op een overweg afnemen.

4.

De afname van de risico’s wordt bepaald aan de hand van een berekening van de effectiviteit van te nemen maatregelen, uitgaande van de situatie ter plaatse.

5.

De berekening, bedoeld in het vierde lid, wordt uitgevoerd door het LVO-projectteam.

6.

Voor de berekening, bedoeld in het vierde lid, neemt het LVO-projectteam in aanmerking:

Artikel 6. Indienen aanvraag
1.

De provincie of de gemeente dient een aanvraag voor een specifieke uitkering elektronisch in, uiterlijk zes maanden voor het einde van de geldigheidsduur van deze regeling.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van een kopie van de door de partijen getekende bestuursovereenkomst of van een andere schriftelijke bevestiging van de zijde van het Rijk die ten behoeve van het project is opgesteld, en van een verklaring van de provincie of de gemeente dat:

3.

In geval van een onvolledige aanvraag wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen twee weken aan te vullen met de gegevens die op grond van dit artikel en op grond van artikel 10, eerste, derde en vierde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M, zijn benodigd.

Artikel 7. Voorwaarden
1.

De ontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan het project.

2.

Beoogd is om binnen twee jaar na de verlening van de specifieke uitkering te beginnen met de realisatie van het project.

3.

Het project wordt gerealiseerd overeenkomstig de bestuursovereenkomst of andere schriftelijke bevestiging van het Rijk die ten behoeve van het project is opgesteld.

4.

Zodra de ontvanger signaleert dat de verleende specifieke uitkering dreigt te worden overschreden, rapporteert de ontvanger dit onverwijld aan de minister.

5.

De ontvanger rapporteert voorts jaarlijks aan het LVO-projectteam over:

Artikel 8. Voorschotverlening en betaling
1.

De minister kan bij de verlening ambtshalve of op aanvraag besluiten tot het verstrekken van een of meerdere voorschotten voor de specifieke uitkering.

2.

Een voorschot wordt in één of in twee termijnen betaald.

3.

Als het voorschot in twee termijnen wordt betaald:

Artikel 9. Verantwoording

De ontvanger legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 10. Vaststelling
1.

De minister stelt de specifieke uitkering ambtshalve vast en stelt die vast op het bedrag dat is bepaald in de verleningsbeschikking indien:

2.

De minister stelt de specifieke uitkering vast op een lager bedrag indien de specifieke uitkering niet of niet volledig overeenkomstig deze regeling is besteed.

3.

De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

4.

Een besluit tot vaststelling vermeldt in ieder geval:

Artikel 11. Evaluatie

De minister publiceert voor 1 april 2026 een evaluatieverslag over de doeltreffendheid en de effecten van de specifieke uitkering in de praktijk.

Artikel 12. Inwerkingtreding en horizonbepaling
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verleend.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkering Landelijk Verbeterprogramma Overwegen 2022–2028.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.