Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 17 februari 2022, nr. 31400808, houdende regels voor de subsidiëring van het programma maatschappelijke diensttijd 5a (Subsidieregeling 5a – MDT Continueren en innoveren door te experimenteren)
Gelet op deartikel 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies, en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- beoordelingscommissie: door de minister ingestelde commissie die de minister adviseert over de subsidieaanvragen;
- data sharing agreement: een door de minister vastgestelde verwerkersovereenkomst tussen de penvoerder en een extern onderzoeksbureau, waarin wordt vastgelegd welke gegevens, voor welke verwerkingsverantwoordelijke en voor welk doeleinden worden verwerkt door het onderzoeksbureau;
- jongerenvragenlijst: lijst met vragen die aan jongeren worden gesteld over hun MDT-traject;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- MDT-netwerk: landelijk netwerk van partijen betrokken bij de uitvoering van de MDT-projecten;
- MDT-basis-traject: MDT-traject van ten minste 80 uur gedurende een periode van ten hoogste 6 maanden;
- MDT-plus-traject: MDT-traject van ten minste 200 uur gedurende een periode van ten minste 3 en ten hoogste 6 maanden;
- MDT-extra-traject: MDT-traject van ten minste 80 uur gedurende een periode van ten hoogste 6 maanden, waarbij het MDT-traject de intensieve begeleiding van een jongere vergt;
- MDT-project: MDT-basis-trajecten, MDT-plus-trajecten en MDT-extra-trajecten waarvoor een penvoerder een subsidieaanvraag indient op grond van deze regeling;
- MDT-programma: geheel van maatregelen en instrumenten waarmee de ambitie van het kabinet om jongeren zich op vrijwillige basis maatschappelijk in te laten zetten om daarmee de sociale cohesie binnen Nederland te verstevigen, wordt vormgegeven;
- MDT-proof label: keurmerk waaruit blijkt dat de penvoerder voldoet aan de kwaliteitscriteria voor het uitvoeren van MDT-trajecten;
- MDT-traject: traject waarbij een jongere zich vrijwillig inzet voor een ander, anderen kan ontmoeten en de eigen talenten en interesses kan ontdekken;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- samenwerkingsverband: instellingen en gemeenten die samenwerken bij het faciliteren van een MDT-project;
- penvoerder: instelling of gemeente die optreedt als aanvrager van de subsidie ten behoeve van een samenwerkingsverband;
- prestatiebewijs: bewijs waaruit blijkt dat een jongere een MDT-traject wel of niet heeft afgerond;
- ZonMw: de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie.
Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling
Op deze regeling zijn de artikelen 3.2, tweede lid, 4.1, eerste lid, en 5.5, eerste lid, van de Kaderregeling niet van toepassing.
Artikel 3. Subsidiabele activiteiten
De minister kan subsidie verstrekken aan een penvoerder voor de volgende activiteiten, zoals opgenomen in het modelformulier ‘activiteitenplan’ in het kader van het faciliteren van een MDT-project:
- a. het werven van jongeren voor een MDT-traject;
- b. het matchen van jongeren aan een MDT-traject;
- c. het begeleiden van jongeren in het kader van een MDT-traject;
- d. het vergoeden van onkosten die jongeren in het kader van een MDT-traject maken;
- e. het werven en begeleiden van instellingen waar jongeren een MDT-traject kunnen doorlopen;
- f. activiteiten binnen het samenwerkingsverband ten behoeve van de uitvoering en kwaliteitsbewaking van een MDT-project;
- g. activiteiten ten behoeve van verduurzaming van een MDT-project;
- h. coördinerende en administratieve activiteiten;
- i. afstemmings- en kennisdelingsactiviteiten binnen het MDT-netwerk.
In aanvulling op het eerste lid, kan de minister subsidie verstrekken voor experimentele activiteiten ten behoeve van verdieping en verduurzaming van de lokale of regionale samenwerking en het inhoudelijk verduurzamen van het MDT-programma.
Subsidie kan slechts worden verstrekt voor activiteiten die aanvangen nadat de projectperiode, opgenomen in de meest recente verleningsbeschikking of vaststellingsbeschikking van ZonMw, behorende bij de subsidieoproep 3, 4a, of 4b van ZonMw betreffende MDT-trajecten, is verstreken.
Artikel 4. Hoogte van de subsidie
Het subsidiebedrag voor het faciliteren van een MDT-project bedraagt 75% van een totaalbedrag, bestaande uit:
- a. een vast bedrag voor elk afgerond MDT-basis-traject, MDT-plus-traject of MDT-extra-traject, berekend aan de hand van het derde lid;
- b. een bedrag voor elk niet afgerond MDT-basis-traject, MDT-plus-traject of MDT extra-traject, dat per traject wordt berekend aan de hand van het vierde lid, met dien verstande dat het bedrag voor alle niet-afgeronde trajecten tezamen niet meer kan bedragen dan 10% van het totaalbedrag, bedoeld in de aanhef.
Het subsidiebedrag voor het faciliteren van een MDT-project bedraagt ten minste € 360.000 en ten hoogste € 1.500.000.
Het vaste bedrag voor een afgerond MDT-basis-traject, MDT-plus-traject of MDT-extra traject, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en c, bedraagt niet meer dan € 1.700 per MDT-basis-traject en € 3.000 per MDT-plus-traject of MDT-extra-traject, en wordt per samenwerkingsverband bepaald aan de hand van:
- a. 95% van de kosten van een vergelijkbaar MDT-traject uit de meest recente verleningsbeschikking van de penvoerder op basis van de subsidieoproep 3, 4a of 4b van ZonMw betreffende MDT-trajecten; en
- b. 10% verhoging van het bedrag onder a, indien de penvoerder experimentele activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 3, tweede lid.
Het bedrag voor een niet afgerond MDT-basis-traject, MDT-plus-traject of MDT-extra-traject, als bedoeld in het eerste lid, onder b, bestaat uit:
- a. indien een intakegesprek heeft plaatsgevonden, 10% van het bedrag van een afgerond MDT-basis-traject, of, indien het niet-afgeronde traject een MDT-plus-traject of MDT-extra-traject betreft, 5% van het bedrag van een afgerond MDT-plustraject of MDT-extratraject, zoals opgenomen in de subsidieverlening;
- b. indien een jongere ten minste 40 uur van een MDT-basis-traject heeft gevolgd, 30% van het bedrag per afgerond MDT-basis-traject, zoals opgenomen in de subsidieverlening;
- c. indien een jongere ten minste 80 uur van een MDT-plus-traject heeft doorlopen, het bedrag van een afgerond MDT-basis-traject, zoals opgenomen in de subsidieverlening;
- d. indien een jongere ten minste 80 uur van een MDT-extra-traject heeft doorlopen, maar onvoldoende kan worden aangetoond dat er intensieve begeleiding heeft plaatsgevonden, het bedrag van een afgerond MDT-basis-traject, zoals opgenomen in de subsidieverlening.
Een MDT-traject voor een jongere die reeds eerder een MDT-traject heeft voltooid, is niet subsidiabel.
Artikel 5. Subsidieplafond en wijze van verdeling
Het subsidieplafond bedraagt € 60.000.000.
Indien het subsidieplafond bij subsidieverstrekking aan alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen zou wordt overschreden, verdeelt de minister het beschikbare bedrag evenredig over de daarvoor in aanmerking komende aanvragen.
Artikel 6. Subsidieperiode
De subsidie wordt voor een periode van drie jaar verstrekt.
De minister kan op verzoek van de penvoerder de projectperiode met één jaar verlengen.
Artikel 7. Aanvraag tot verlening
De aanvraag tot verlening kan worden ingediend van 1 april 2022 tot en met 29 april 2022 voor 17.00 uur.
Aanvragen die niet binnen de periode, bedoeld in het eerste lid, zijn ingediend, worden afgewezen.
Voor het activiteitenplan en de begroting wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt.
In aanvulling op de aanvraag tot verlening van een subsidie worden uiterlijk 1 juni 2022 voor 17.00 uur de volgende door de minister vastgestelde modelformulieren ingediend:
- a. een intentieverklaring van samenwerking die door alle partners die onderdeel zijn van het samenwerkingsverband is ondertekend; en
- b. een cofinancieringsverklaring die is ondertekend door degenen die een financiële bijdrage leveren aan het faciliteren van een MDT-project.
De aanvragen dienen te voldoen aan de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in bijlage 1 behorende bij deze subsidieregeling.
Artikel 8. Voorwaarden
Per samenwerkingsverband kan éénmaal door één penvoerder subsidie worden aangevraagd.
Op grond van de onderhavige regeling wordt slechts eenmaal subsidie verstrekt aan de penvoerder.
Instellingen en gemeenten uit een samenwerkingsverband kunnen bij de aanvraag voor een subsidie voor maximaal 2,5% van het totaalbedrag aangevuld met de 25% cofinanciering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, garant staan voor de cofinanciering, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b.
De penvoerder komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking, indien hij eerder subsidie heeft ontvangen op basis van de subsidieoproepen 3, 4a of 4b van ZonMw betreffende MDT-trajecten.
De penvoerder verklaart:
- a. dat een MDT-traject niet leidt tot stage- of werkverdringing; en
- b. een MDT-proof label te zullen behalen binnen de subsidieperiode.
De penvoerder komt niet voor subsidie in aanmerking, indien hij subsidie verleend heeft gekregen in het kader van de subsidieoproep 4c van ZonMw betreffende MDT-trajecten.
Artikel 9. Verplichtingen
De penvoerder:
- a. heeft binnen 18 maanden nadat de subsidie is verleend de intentieverklaring, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder a, omgezet in een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeenten of instellingen uit het samenwerkingsverband;
- b. realiseert cofinanciering van ten minste 25% van het totaalbedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, waarbij ten minste 10 procentpunt afkomstig is van instellingen of gemeenten uit het samenwerkingsverband die niet direct of indirect op grond van deze regeling subsidie ontvangt;
- c. verspreidt elk kwartaal een jongerenvragenlijst onder de aan het MDT-project deelnemende jongeren en zorgt voor een respons van meer dan 70%;
- d. is verplicht binnen twee maanden nadat de subsidie is verleend een data sharing agreement te ondertekenen en in te dienen bij de minister;
- e. laat enkel een jongere die bij de start van een MDT-traject tussen de 14 en 27 jaar oud is, deelnemen aan een MDT-traject;
- f. is verplicht eenmaal per 18 maanden een tussentijdse rapportage in te dienen over de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten en financiële voortgang;
- g. ontvangt gedurende de subsidieperiode geen subsidie op grond van de subsidieoproepen 3, 4a of 4b van ZonMw betreffende MDT-trajecten;
- h. is verplicht een registratie bij te houden met de naam, adres, woonplaats, leeftijd, geslacht, telefoonnummer en emailadres van de jongeren en daarnaast de naam en postcode van de organisatie waar de jongere het MDT-traject doorloopt, soort MDT-traject, start- en einddatum van het MDT-traject, aantal uren dat is besteed aan het MDT-traject en, indien van toepassing, de reden van vroegtijdig stoppen met het MDT-traject.
De minister kan op verzoek van de aanvrager toestemming verlenen om van de leeftijden, bedoeld in het eerste lid, onder e, af te wijken.
Artikel 10. Beoordelingscommissie
De beoordelingscommissie adviseert de minister over de subsidieaanvragen op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage 1.
De beoordelingscommissie kan waar nodig externe deskundigen vragen haar te ondersteunen.
Artikel 11. Verlening, bevoorschotting en betaling
De minister besluit binnen 3 maanden na afloop van de periode, bedoeld in artikel 7, eerste lid, op de subsidieaanvraag.
De minister verleent bij het besluit tot subsidieverlening een voorschot van 90%.
De voorschotten worden als volgt betaald:
- a. 60% bij het besluit tot subsidieverlening;
- b. 30% uiterlijk twee maanden na ontvangst van de eerste tussentijdse rapportage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder f.
Artikel 12. Verantwoording en vaststelling
In aanvulling op artikel 7.5 van de Kaderregeling legt de penvoerder tevens een prestatiebewijs over voor afgeronde MDT-trajecten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a, b of c, en voor niet-afgeronde MDT-trajecten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder d.
Artikel 13. Hardheidsclausule
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 14. Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2022 en vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.
Artikel 15. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling 5a – MDT Continueren en innoveren door te experimenteren.
Bijlage 1. behorende bij artikel 10, eerste lid
De criteria aan de hand waarvan een subsidieaanvraag beoordeeld wordt, zijn:
a. Reflecteren en verbeteren:
In de aanvraag dient te worden opgenomen of en hoe men het wervingsproces heeft geanalyseerd, welke conclusies daaraan zijn verbonden en tot welke stappen dat heeft geleid. Er zal worden beoordeeld of en hoe er is gereflecteerd op eerdere ervaringen in het voorgaand ZonMw-project uit ronde 3, 4a of 4b en welke verbetertrajecten in het 5a project worden ingezet.
De penvoerder moet:
b. Impact en verandermethodiek:
Het volgende zal worden beoordeeld:
c. Mdt-variant(en) verantwoorden:
Er zal worden beoordeeld:
d. Experimenteerbudget t.b.v. het versterken van lokale en regionale samenwerking en het verduurzamen van het MDT-programma:
Indien de penvoerder gebruik wil maken van het experimenteerbudget, wordt bij het behandelen van de subsidieaanvraag beoordeeld of het samenwerkingsverband experimentele activiteiten uitvoert. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de visie op het versterken van de lokale en regionale samenwerking en het verduurzamen van het MDT-programma. Deze visie moet voldoende zijn uitgewerkt.
Uit deze visie moet blijken op welke wijze jongeren worden geïnspireerd, geworven, inspraak krijgen en participeren bij de experimentele activiteiten. Daarnaast moet blijken in welke mate het experiment onderscheidend is op de bestaande lokale en regionale invulling van het MDT-programma. Tevens moet de subsidieaanvrager aangeven op welke wijze de experimentele activiteiten passen binnen de visie.
De visie wordt aan de hand van de volgende criteria getoetst:
Weging:
De beoordelingscommissie beoordeelt de kwaliteit van alle aanvragen aan de hand van de criteria a tot en met d. Een penvoerder moet op alle criteria voldoende scoren om in aanmerking te komen voor subsidie.
Een nadere omschrijving van de wijze waarop wordt beoordeeld en een nadere uitwerking van bovenstaande criteria is te vinden op: https://www.dus-i.nl/subsidies.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.