Besluit van 18 februari 2022, houdende onder meer nadere regels over de inrichting van het onderwijs aan scholen in het primair onderwijs (Inrichtingsbesluit WPO)

Type AMvB
Publication 2023-10-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, van 2 december 2021, nr. WJZ/30567133 (12549) directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 4c, derde lid, 9, lid 13a, 10a, vijfde lid, 15, derde lid, 18a, elfde lid, 40a, zesde lid, en 43, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 januari 2022, nr. W05.21.0361/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 15 februari 2022, nr. WJZ/31276810 (12549), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Leerresultaten en monitor veiligheid

Artikel 2.1. Uitgangspunten bij meting leerresultaten

Bij de beoordeling van de leerresultaten, bedoeld in artikel 10a, derde lid, van de wet, hanteert de inspectie objectieve, relatieve normen. De grenzen die de inspectie als norm voor het oordeel voldoende dan wel onvoldoende resultaat hanteert, zijn gecorrigeerd voor schoolkenmerken en individuele kenmerken van leerlingen.

Artikel 2.2. Ministeriële regeling leerresultaten

Bij ministeriële regeling worden geregeld:

Artikel 2.3. Procedure wijziging systematiek beoordeling leerresultaten
1.

De systematiek van de beoordeling van leerresultaten als bedoeld in artikel 10a van de wet, wordt vastgesteld dan wel gewijzigd met inachtneming van de volgende procedure:

2.

Wijzigingen in de vaststelling, en correctie van meting en in de normering als gevolg van actualisatie van toetsgegevens, stelt Onze Minister op voorstel van de inspecteur-generaal van het onderwijs vast.

Artikel 2.4. Aanvullend onderzoek inspectie

Indien er geen of onvoldoende gegevens zijn voor een betrouwbaar oordeel over de meting van de leerresultaten, verricht de inspectie een aanvullend onderzoek, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften. Het aanvullend onderzoek kan onder meer omvatten:

Artikel 2.5. Monitor veiligheid op school

Het instrument ter monitoring van de veiligheid van leerlingen, bedoeld in artikel 4c, eerste lid, onderdeel b, van de wet:

Hoofdstuk 3. Ontwikkelingsperspectief, deskundigen, geschillencommissie en orthopedagogisch-didactische centra

Artikel 3.1. Ontwikkelingsperspectief
1.

Het ontwikkelingsperspectief, bedoeld in artikel 40a van de wet, bevat ten minste informatie over naar welke onderwijssoort in het voortgezet onderwijs dan wel welk uitstroomprofiel van het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, uitstroom van de leerling wordt verwacht, en de onderbouwing daarvan.

2.

De onderbouwing bevat ten minste een weergave van de belemmerende en bevorderende factoren die van invloed zijn op het onderwijs aan de leerling.

Artikel 3.2. Deskundigen samenwerkingsverband

De deskundigen, bedoeld in artikel 18a, elfde lid, van de wet, zijn:

Artikel 3.3. Tijdelijke landelijke geschillencommissie toelating en verwijdering
1.

De geschillencommissie, bedoeld in artikel 43 van de wet, bestaat uit ten minste zeven leden met verschillende deskundigheden. De leden worden benoemd op gezamenlijke bindende voordracht van de landelijke ouderorganisaties, de landelijke patiënten- en gehandicaptenorganisaties en de sectororganisaties.

2.

De leden worden benoemd en ontslagen door Onze Minister.

3.

De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen ten hoogste tweemaal worden herbenoemd.

4.

De commissie is zodanig samengesteld dat zij beschikt over (ortho)pedagogische, psychologische, onderwijskundige, maatschappelijke, bestuurlijke, juridische en medische deskundigheid. Voor de behandeling van ieder ingediend geschil kiest de commissie uit haar leden één voorzitter en twee leden. De commissie bepaalt welke samenstelling bij de behandeling van het geschil het meest geschikt is.

5.

De leden worden ontslagen indien zij daarom verzoeken.

6.

De leden mogen niet deel uitmaken van het bevoegd gezag van een van de scholen die deelnemen aan het samenwerkingsverband of het bevoegd gezag van dat samenwerkingsverband dat betrokken is in het geschil. De leden functioneren zonder last of ruggenspraak.

7.

De commissie zendt haar oordeel aan het bevoegd gezag en een afschrift van haar oordeel aan de ouders.

8.

Het bevoegd gezag van de school die het oordeel van de commissie heeft ontvangen, deelt schriftelijk aan de ouders en aan de commissie mee wat er met het oordeel wordt gedaan. Indien de beslissing van het bevoegd gezag van de school afwijkt van het oordeel van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld.

Artikel 3.4. Voorwaarden inrichting orthopedagogisch-didactische centra
1.

Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1 van de wet, een of meer orthopedagogisch-didactisch centra omvat, wordt dat vermeld in het ondersteuningsplan.

2.

Een leerling die is of wordt ingeschreven bij een school, kan gedurende ten hoogste een half jaar het onderwijsprogramma of een gedeelte daarvan volgen bij een orthopedagogisch-didactisch centrum. De termijn, genoemd in de eerste volzin, kan in bijzondere gevallen eenmalig worden verlengd met ten hoogste een half jaar.

3.

Het onderwijs aan leerlingen die een programma volgen bij het orthopedagogisch-didactisch centrum wordt gegeven door leraren die voldoen aan de bevoegdheids- en bekwaamheidseisen zoals die zijn vastgesteld in de artikelen 3 en 32a van de wet.

Hoofdstuk 4. Onderwijstijd op andere school en vaststelling percentage onderwijstijd in vreemde taal

Artikel 4.1. Meetellen onderwijstijd op andere school of instelling
1.

Voor de toepassing van artikel 15, eerste lid, van de wet, is vereist dat tussen het bevoegd gezag van een school en het bevoegd gezag van een andere school, een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een schriftelijke overeenkomst over de uitvoering wordt gesloten.

2.

De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval afspraken over:

3.

Een leerling kan gedurende een termijn van ten hoogste drie maanden aaneengesloten het volledige onderwijsprogramma volgen op een school of instelling als bedoeld in het eerste lid. De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, bevat dan in elk geval afspraken over:

4.

Het derde lid, onderdeel c, is niet van toepassing op een overeenkomst met een school waaraan onderwijs wordt gegeven aan leerlingen die zijn opgenomen in een inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of een gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

5.

Indien voor de toepassing van artikel 15, eerste lid, van de wet, scholen of instellingen binnen hetzelfde bevoegd gezag zijn betrokken, maakt dit bevoegd gezag afspraken met deze betrokken scholen of instellingen over de onderdelen, genoemd in het tweede of derde lid.

Artikel 4.2. Percentage onderwijstijd in de Engelse, Duitse of Franse taal

Het percentage, bedoeld in artikel 9, lid 13a, van de wet, waarin een deel van het onderwijs kan worden gegeven in de Engelse, Duitse of Franse taal, is ten hoogste 15% per schooljaar.

Hoofdstuk 5. Tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen

Artikel 5.1. Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Artikel 5.2. De melding en het inrichtingsplan van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening
1.

De melding van het bevoegd gezag over de inrichting van een tijdelijke nieuwkomersvoorziening, bedoeld in artikel 193h, eerste lid, van de wet, gaat vergezeld van de volgende gegevens:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.