Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 februari 2022, 2022-0000055777, tot het tijdelijk doen van verstrekkingen aan gerepatrieerden en evacués ten gevolge van de crisis in Oekraïne in 2022 (Tijdelijke regeling verstrekkingen gerepatrieerden en evacués Oekraïne 2022)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-08-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies, artikel 77 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Verstrekkingen
1.

De gerepatrieerde of evacué heeft gedurende zijn tijdelijk verblijf in Nederland recht op de volgende verstrekkingen:

2.

De gerepatrieerde of evacué kan gedurende zijn tijdelijke verblijf in Nederland in aanmerking komen voor:

Artikel 3. Aanvraag
1.

De Minister stelt het recht op de verstrekkingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en tweede lid, onderdeel a, op aanvraag vast.

2.

Het recht op de verstrekkingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdelen b en c, wordt door de Minister ambtshalve vastgesteld op basis van de gegevens die de gerepatrieerde of evacué in het kader van de registratie als gerepatrieerde of evacué heeft verstrekt.

3.

Een aanvraag wordt bij de SVB ingediend door middel van een door de SVB beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

Artikel 4. Onthouden verstrekkingen
1.

De in artikel 2 bedoelde verstrekkingen kunnen geheel of gedeeltelijk aan een gerepatrieerde of evacué worden onthouden, indien de gerepatrieerde of evacué niet desgevraagd de gegevens verstrekt die nodig zijn voor het vaststellen van het recht op verstrekkingen. Daartoe behoren in ieder geval gegevens die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van de naam, de geboortedatum, de nationaliteit, het land van herkomst, de gezinssamenstelling, de datum van aankomst in Nederland, de middelen waarover in Nederland kan worden beschikt en de aanwezige verzekeringen voor ziektekosten en wettelijke aansprakelijkheid.

2.

De Minister kan een verstrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en tweede lid, onderdeel a, geheel of gedeeltelijk weigeren, indien blijkt dat de gerepatrieerde of evacué hier te lande redelijkerwijs over voldoende middelen kan beschikken om geheel of gedeeltelijk in de kosten van die verstrekking te voorzien.

Artikel 5. Beëindiging verstrekkingen
1.

De in artikel 2 bedoelde verstrekkingen eindigen in ieder geval met ingang van de dag waarop de gerepatrieerde of evacué:

2.

De Minister kan de in artikel 2 bedoelde verstrekkingen beëindigen indien, naar diens oordeel blijkt dat, een gerepatrieerde of evacué in strijd met de waarheid gegevens heeft verstrekt of verzwegen waardoor hij ten onrechte, of tot een te hoog bedrag, verstrekkingen heeft verkregen.

Artikel 6. Hoogte en betaling eenmalige en wekelijkse verstrekkingen
1.

De hoogte van de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedoelde eenmalige tegemoetkoming voor de aanloopkosten bedraagt: € 70,–.

2.

De hoogte van de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde wekelijkse toelage bedraagt:

3.

De verstrekkingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden op een door de Minister te bepalen tijdstip en wijze aan de gerepatrieerde of evacué beschikbaar gesteld.

4.

De verstrekkingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en tweede lid, onderdeel a, voor een minderjarige gerepatrieerde of evacué, die een kind is van, of verzorgd wordt door één of meer in Nederland verblijvende meerderjarige gerepatrieerden of evacués worden uitbetaald aan één van die gerepatrieerden of evacués.

Artikel 7. Buitengewone kosten
1.

Buitengewone kosten komen slechts voor vergoeding in aanmerking voor zover vooraf door de Minister aan de gerepatrieerde of evacué toestemming is verleend voor het maken van deze kosten, met uitzondering van kosten die voortvloeien uit noodsituaties waarin naar redelijkheid geen mogelijkheid bestond tot het verzoeken om toestemming.

2.

De toestemming wordt uitsluitend verleend voor zover de kosten noodzakelijk zijn en niet op andere wijze in de betaling kan worden voorzien.

3.

Kosten die samenhangen met een door de gerepatrieerde of evacué gepleegde onrechtmatige daad, gepleegd misdrijf of begane overtreding zijn in ieder geval geen buitengewone kosten.

Artikel 8. Verzekeringen
1.

Het treffen van een ziektekostenregeling als bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel b, houdt in het door de Minister ten behoeve van de gerepatrieerde of evacué sluiten van een verzekering tegen de in artikel 10 van de Zorgverzekeringswet en artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg bedoelde risico’s, alsmede het door de Minister betalen van de daarvoor verschuldigde kosten.

2.

Het verzekeren tegen de financiële gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel c, houdt in het door de Minister ten behoeve van de gerepatrieerde of evacué sluiten van een verzekering voor de wettelijke aansprakelijkheid van de gerepatrieerde of evacué jegens een derde voor een som van maximaal € 1.000.000,- per gebeurtenis, alsmede het door de Minister betalen van de daarvoor verschuldigde kosten.

3.

Ten behoeve van de in het eerste en tweede lid bedoelde verzekeringen is een mantelovereenkomst afgesloten.

Artikel 9. Terugvordering

Indien blijkt dat een gerepatrieerde of evacué in strijd met de waarheid gegevens heeft verstrekt of verzwegen, waardoor hij of anderen ten onrechte, of tot een te hoog bedrag, de verstrekkingen, bedoeld in artikel 2, heeft verkregen, of dit op andere wijze heeft bewerkstelligd, is de Minister bevoegd de waarde van de ten onrechte toegekende verstrekkingen terug te vorderen.

Artikel 10. Mandaat
1.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verleent aan de Raad van Bestuur van de SVB mandaat tot het nemen van:

2.

De Raad van bestuur van de SVB is bevoegd voor de in de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9 bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.

3.

Het krachtens mandaat en ondermandaat, ondertekenen van besluiten en beschikkingen op bezwaar geschiedt als volgt:

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze,

(gevolgd door de handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

Artikel 11. Rijksbijdrage en verantwoording
1.

De lasten van deze regeling voor de SVB worden gefinancierd door een rijksbijdrage aan de SVB.

2.

Op de lasten van deze regeling voor de SVB komt in mindering de waarde van de ten onrechte toegekende verstrekkingen, die wordt teruggevorderd op grond van artikel 9.

4.

In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, worden de lasten, bedoeld in dit artikel, opgenomen.

5.

Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister de lasten, bedoeld in dit artikel, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.

6.

Bij de lasten, zoals genoemd in lid 2 en 5, wordt onderscheid gemaakt tussen de verzekeringen, verstrekkingen en de uitvoeringskosten.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.