Regeling Samen Cultuurmaken 2022–2024
gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
gelet op artikel 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie 2021;
met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 februari 2022;
besluit:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Gebruikte begrippen
In deze regeling worden onderstaande begrippen gebruikt.
- a. Fonds: Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie.
- b. Activiteit: project, verkenning, onderzoek, experiment, plan of ander initiatief met een inhoudelijk uitgangspunt dat voldoet aan het doel van de regeling.
- c. Adviescommissie: een interne of externe adviescommissie zoals bedoeld in het Huishoudelijk Reglement van Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie.
- d. Algemeen Subsidiereglement: Algemeen Subsidiereglement Fonds voor Cultuurparticipatie 2021.
- e. Caribisch deel van het Koninkrijk: de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
- f. Culturele Codes: de Code Diversiteit en Inclusie, de Fair Practice Code en de Governance Code Cultuur.
- g. Culturele instelling: stichting of vereniging zonder commercieel winstoogmerk, die zich inzet voor cultuurparticipatie of -educatie, gehuisvest in het Koninkrijk der Nederlanden.
- h. Cultuurmaker: persoon die aan cultuurparticipatie doet.
- i. Cultuurparticipatie: het actief in de vrije tijd beoefenen van kunstzinnige of erfgoedactiviteiten.
- j. Europees Nederland: Nederland, zonder de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en zonder de landen van het Koninkrijk in het Caribisch gebied.
- k. Koninkrijk der Nederlanden: Nederland, Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
- l. Materiaalkosten: kosten voor aanschaf van materialen zonder welke het project niet kan worden uitgevoerd.
- m. Materiële investeringen: aanschaf van materialen voor een project die aanvrager na dat project nog langere tijd kan gebruiken.
- n. Onderwijsinstelling: een instelling zonder commercieel winstoogmerk verantwoordelijk voor het bieden van primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger onderwijs of wetenschappelijk onderwijs.
- o. Professional in het cultureel domein: natuurlijk persoon die zelfstandig professioneel actief is op het gebied van cultuurparticipatie of -educatie.
- p. Professional in het sociaal domein: natuurlijk persoon die zelfstandig professioneel actief is in het sociaal domein.
- q. Sociale instelling: een instelling met rechtspersoonlijkheid zonder commercieel winstoogmerk in het domein zorg, welzijn, leefbaarheid, werk, maatschappelijke ondersteuning, participatie en integratie, zelfredzaamheid, speciaal onderwijs, jeugdzorg, eerstelijnszorg, ouderenzorg, of GGZ en alle daaraan verwante taken, waaronder naar gemeenten gedecentraliseerd beleid.
Artikel 1.2. Doel van de regeling
Doel van deze regeling is het stimuleren van cultuurparticipatie door mensen voor wie in de huidige samenleving cultuurparticipatie niet vanzelfsprekend is. Dit doet het Fonds door het mede mogelijk maken van activiteiten, waarbij het cultureel en het sociaal domein en cultuurmakers samenwerken aan cultuur voor iedereen.
Artikel 1.3. Indeling van de regeling
Deze regeling kent drie sporen en de mogelijkheid van de Open Oproep waarbinnen een subsidieaanvraag kan worden ingediend:
- a. spoor 1: try-out, zoals bedoeld in paragraaf 2;
- b. spoor 2: ontwikkeltrajecten, zoals bedoeld in paragraaf 3;
- c. spoor 3: meerjarentrajecten, zoals bedoeld in paragraaf 4;
- d. Open Oproep, zoals bedoeld in paragraaf 5.
Artikel 1.4. Wie kan aanvragen
Subsidie voor spoor 1 of spoor 2 kan worden aangevraagd door een in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde:
- a. culturele instelling die bij de aangevraagde activiteiten samenwerkt met een instelling of professional in het sociaal domein;
- b. instelling in het sociaal domein die bij de aangevraagde activiteiten samenwerkt met een cultureel professional of een culturele instelling;
- c. professional in het cultureel domein die bij de aangevraagde activiteiten samenwerkt met een instelling of professional in het sociaal domein; of
- d. professional in het sociaal domein die bij de aangevraagde activiteiten samenwerkt met een culturele instelling of een cultureel professional.
Subsidie voor spoor 3 kan worden aangevraagd door een in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde:
- a. culturele instelling die bij de aangevraagde activiteiten samenwerkt met een instelling of professional in het sociaal domein; of
- b. instelling in het sociaal domein die bij de aangevraagde activiteiten samenwerkt met een culturele instelling of een cultureel professional.
In aanvulling op het eerste en het tweede lid worden als samenwerkingspartners ook erkend:
- a. zelforganisaties zonder rechtspersoonlijkheid in het cultureel of sociaal domein; of
- b. onderwijsinstellingen die samenwerken met een culturele instelling, met een instelling in het sociaal domein, of met een professional in het cultureel of sociaal domein; dit geldt alleen voor naschoolse activiteiten, tenzij het Fonds een uitzondering toestaat voor onderwijsinstellingen waar binnen- en naschoolse activiteiten door elkaar heen plaatsvinden.
Instellingen met een provinciale, door de overheid gefinancierde opdracht om het culturele veld te ondersteunen kunnen geen subsidie aanvragen; zij kunnen wel samenwerkingspartner zijn mits hun werkzaamheden niet worden gefinancierd vanuit de subsidieaanvraag.
Artikel 1.5. Subsidieplafond en budgetverdeling
Spoor 1, spoor 2, spoor 3 en de Open Oproep hebben elk een eigen subsidieplafond.
Het Fonds kan jaarlijks:
- a. een geoormerkt budget uit het subsidieplafond reserveren voor bepaalde regio’s, thema’s of doelgroepen;
- b. het vastgestelde subsidieplafond wijzigen;
- c. bij onderuitputting van een subsidieplafond na het verstrijken van een indieningstermijn, het resterende deel toevoegen aan het subsidieplafond van de daaropvolgende indieningstermijn, van een ander spoor of van de Open Oproep.
Een besluit tot wijziging van het subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Fonds.
Artikel 1.6. Indieningstermijnen sporen 1, 2 en 3
Een aanvraag binnen spoor 1 of spoor 2 kan alleen binnen de volgende acht indieningstermijnen worden ingediend:
- a. in 2022:
- 1°. van 7 maart tot en met 30 maart;
- 2°. van 7 juni tot en met 29 juni; of
- 3°. van 3 oktober tot en met 2 november;
- b. in 2023:
- 1°. van 6 maart tot en met 29 maart;
- 2°. van 5 juni tot en met 28 juni; of
- 3°. van 2 oktober tot en met 1 november;
- c. in 2024:
- 1°. van 8 januari tot en met 31 januari; of
- 2°. van 1 april tot en met 24 april.
Een aanvraag binnen spoor 3 kan alleen binnen de volgende twee indieningstermijnen worden ingediend:
- a. in 2022: van 7 november tot en met 14 december,
- b. in 2023: van 6 november tot en met 13 december.
Op de eerste dag van een indieningstermijn kan een aanvraag niet eerder worden ingediend dan 13.00 uur. Op de laatste dag van een indieningstermijn kan een aanvraag niet later worden ingediend dan 17.00 uur.
Per aanvrager wordt per indieningstermijn maximaal één aanvraag gehonoreerd.
De startdatum van een nieuwe aanvraag kan niet eerder zijn dan de datum waarop de aanvrager een besluit heeft ontvangen over een eventueel eerder ingediende aanvraag.
Aanvragen worden per termijn behandeld, op volgorde van binnenkomst. Alleen volledige aanvragen die binnen de genoemde termijnen zijn ingediend, worden in behandeling genomen.
Bij onvolledige aanvragen kan het Fonds de aanvrager in de gelegenheid stellen de aanvraag aan te vullen. Het moment waarop de aanvulling op de aanvraag is ingediend en goedgekeurd, geldt dan als het moment van het indienen van de aanvraag.
Artikel 1.7. Indieningsvereisten
Wat betreft het indienen van een aanvraag geldt:
- a. een aanvrager kan per indieningstermijn voor maximaal één spoor één aanvraag indienen;
- b. tijdens de behandeling van een aanvraag voor een van de sporen, kan geen andere aanvraag worden ingediend voor hetzelfde of voor een ander spoor;
- c. bij de publicatie van de Open Oproep wordt bekendgemaakt of er, overeenkomstig de onderdelen a en b, er beperkingen worden verbonden aan het indienen van een aanvraag.
Voor het gebruik van Mijn Fonds is een account bij het Fonds vereist; het aanmaken daarvan duurt enkele dagen.
Een aanvraag bestaat uit ten minste een volledig en correct ingevuld aanvraagformulier, een projectplan voor de gehele looptijd van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, een ondertekend samenwerkingsdocument en een sluitende begroting inclusief dekkingsplan. Wat betreft het projectplan geldt voor spoor 1 een maximaal aantal woorden van 2.500, voor spoor 2 een maximaal aantal woorden van 5.000, en voor spoor 3 maximaal 7.500 woorden. Het maximaal aantal woorden van het projectplan voor de Open Oproep wordt bekendgemaakt bij de publicatie ervan. Voor de begroting wordt de modelbegroting van het Fonds gebruikt.
Als de aanvrager een zelfstandig professional is, maken, in aanvulling op het derde lid, een curriculum vitae en een uittreksel van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel niet ouder dan een jaar, deel uit van de aanvraag.
Een aanvraag voor een bijdrage van meer dan € 50.000 gaat ook vergezeld van de jaarrekeningen van de afgelopen drie jaar. Als de aanvrager deze niet kan overleggen, wordt dit toegelicht in de aanvraag. Vervolgens neemt het Fonds daarover een beslissing.
Artikel 1.8. Weigeringsgronden
Het Fonds weigert subsidie als:
- a. voor dezelfde activiteiten al subsidie is of zal worden verleend:
- 1°. door het Fonds;
- 2°. door een van de andere rijkscultuurfondsen;
- 3°. op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid; of
- 4°. op grond van de Erfgoedwet;
- b. de activiteiten of projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd op het moment van de aanvraag al worden uitgevoerd;
- c. de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of omroeporganisatie;
- d. de aanvraag is voor een seriële productie, waaronder een project dat niet eenmalig door één instelling of persoon wordt georganiseerd, maar een serie is van gelijksoortige aanvragen;
- e. de aanvrager failliet is verklaard of redelijkerwijs te verwachten is dat dat binnenkort gebeurt;
- f. de aanvraag onvoldoende aansluit bij het doel van de regeling; of
- g. een rechtspersoon niet voldoet aan de verplichtingen ten aanzien van de Governance Code Cultuur, zoals bedoeld in artikel 1.10, vierde lid.
Het Fonds weigert subsidie aan derden als die in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor een subsidie.
Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers in de jaren voorafgaand aan de aanvraag subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.
Naast de weigeringsgronden van voorgaande leden geldt, dat aanvragen voor spoor 3 ook worden geweigerd als niet wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- a. uit de projectaanvraag blijkt dat de impact en zichtbaarheid van het project bovenregionaal zijn;
- b. bij de artistieke begeleiding van de deelnemers wordt gewerkt met professionele kunstenaars of erfgoedprofessionals;
- c. het project heeft een looptijd van ten minste twee en maximaal vier jaar;
- d. bij een looptijd van korter dan vier jaar wordt bij de aanvraag een toekomstperspectief geschetst, dat zicht geeft op een looptijd van in totaal vier jaar; of
- e. de projectaanvraag bevat een uitgewerkt marketing- of communicatieplan dat als doel heeft de zichtbaarheid van het project te vergroten.
Artikel 1.9. Voorwaarden en beperkingen
Wat betreft de sporen geldt, dat een aanvrager per indieningstermijn voor maximaal één spoor één aanvraag kan indienen. Wat betreft de Open Oproep geldt, dat per oproep bekendgemaakt wordt of er een maximaal aantal aanvragen wordt ingesteld.
Het Fonds verstrekt alleen subsidie als de aanvrager:
- a. aantoont dat er een begrotingstekort is en dat ondersteuning door het Fonds nodig is;
- b. de mogelijkheid onderzoekt van andere inkomsten dan de gevraagde subsidie, rekening houdend met de aard van het project of de activiteiten; en
- c. aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, samen met de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project of de activiteiten uit te voeren.
De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.
Alleen kosten die direct verband houden met de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd komen voor subsidie in aanmerking.
Een aanvraag voor spoor 1, spoor 2, of spoor 3 kan alleen worden gehonoreerd als het gericht is op activiteiten die plaatsvinden in de vrije tijd van de deelnemers. Activiteiten tijdens schooluren worden niet gehonoreerd. Als bij de aanvraag het speciaal onderwijs, scholen in het Caribisch deel van het Koninkrijk of internationale schakelklassen betrokken zijn, kan het Fonds van deze bepaling afwijken.
Maximaal 7% van de totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten mag worden besteed aan onvoorziene kosten.
Voor aanvragers gevestigd in het Europees deel van Nederland geldt dat maximaal 20% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan materiële investeringen, tenzij het Fonds op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding ziet om hiervan af te wijken.
Voor aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk geldt dat maximaal 40% van ‘totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten kan worden besteed aan voor materiële investeringen, tenzij het Fonds op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding ziet om hiervan af te wijken.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.