Regeling Samen Cultuurmaken 2022–2024

Type ZBO-regeling
Publication 2023-04-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

gelet op artikel 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie 2021;

met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 februari 2022;

besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Gebruikte begrippen

In deze regeling worden onderstaande begrippen gebruikt.

Artikel 1.2. Doel van de regeling

Doel van deze regeling is het stimuleren van cultuurparticipatie door mensen voor wie in de huidige samenleving cultuurparticipatie niet vanzelfsprekend is. Dit doet het Fonds door het mede mogelijk maken van activiteiten, waarbij het cultureel en het sociaal domein en cultuurmakers samenwerken aan cultuur voor iedereen.

Artikel 1.3. Indeling van de regeling

Deze regeling kent drie sporen en de mogelijkheid van de Open Oproep waarbinnen een subsidieaanvraag kan worden ingediend:

Artikel 1.4. Wie kan aanvragen
1.

Subsidie voor spoor 1 of spoor 2 kan worden aangevraagd door een in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde:

2.

Subsidie voor spoor 3 kan worden aangevraagd door een in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde:

3.

In aanvulling op het eerste en het tweede lid worden als samenwerkingspartners ook erkend:

4.

Instellingen met een provinciale, door de overheid gefinancierde opdracht om het culturele veld te ondersteunen kunnen geen subsidie aanvragen; zij kunnen wel samenwerkingspartner zijn mits hun werkzaamheden niet worden gefinancierd vanuit de subsidieaanvraag.

Artikel 1.5. Subsidieplafond en budgetverdeling
1.

Spoor 1, spoor 2, spoor 3 en de Open Oproep hebben elk een eigen subsidieplafond.

2.

Het Fonds kan jaarlijks:

3.

Een besluit tot wijziging van het subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Fonds.

Artikel 1.6. Indieningstermijnen sporen 1, 2 en 3
1.

Een aanvraag binnen spoor 1 of spoor 2 kan alleen binnen de volgende acht indieningstermijnen worden ingediend:

2.

Een aanvraag binnen spoor 3 kan alleen binnen de volgende twee indieningstermijnen worden ingediend:

3.

Op de eerste dag van een indieningstermijn kan een aanvraag niet eerder worden ingediend dan 13.00 uur. Op de laatste dag van een indieningstermijn kan een aanvraag niet later worden ingediend dan 17.00 uur.

4.

Per aanvrager wordt per indieningstermijn maximaal één aanvraag gehonoreerd.

5.

De startdatum van een nieuwe aanvraag kan niet eerder zijn dan de datum waarop de aanvrager een besluit heeft ontvangen over een eventueel eerder ingediende aanvraag.

6.

Aanvragen worden per termijn behandeld, op volgorde van binnenkomst. Alleen volledige aanvragen die binnen de genoemde termijnen zijn ingediend, worden in behandeling genomen.

7.

Bij onvolledige aanvragen kan het Fonds de aanvrager in de gelegenheid stellen de aanvraag aan te vullen. Het moment waarop de aanvulling op de aanvraag is ingediend en goedgekeurd, geldt dan als het moment van het indienen van de aanvraag.

Artikel 1.7. Indieningsvereisten
1.

Wat betreft het indienen van een aanvraag geldt:

2.

Voor het gebruik van Mijn Fonds is een account bij het Fonds vereist; het aanmaken daarvan duurt enkele dagen.

3.

Een aanvraag bestaat uit ten minste een volledig en correct ingevuld aanvraagformulier, een projectplan voor de gehele looptijd van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, een ondertekend samenwerkingsdocument en een sluitende begroting inclusief dekkingsplan. Wat betreft het projectplan geldt voor spoor 1 een maximaal aantal woorden van 2.500, voor spoor 2 een maximaal aantal woorden van 5.000, en voor spoor 3 maximaal 7.500 woorden. Het maximaal aantal woorden van het projectplan voor de Open Oproep wordt bekendgemaakt bij de publicatie ervan. Voor de begroting wordt de modelbegroting van het Fonds gebruikt.

4.

Als de aanvrager een zelfstandig professional is, maken, in aanvulling op het derde lid, een curriculum vitae en een uittreksel van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel niet ouder dan een jaar, deel uit van de aanvraag.

5.

Een aanvraag voor een bijdrage van meer dan € 50.000 gaat ook vergezeld van de jaarrekeningen van de afgelopen drie jaar. Als de aanvrager deze niet kan overleggen, wordt dit toegelicht in de aanvraag. Vervolgens neemt het Fonds daarover een beslissing.

Artikel 1.8. Weigeringsgronden
1.

Het Fonds weigert subsidie als:

2.

Het Fonds weigert subsidie aan derden als die in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor een subsidie.

3.

Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers in de jaren voorafgaand aan de aanvraag subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.

4.

Naast de weigeringsgronden van voorgaande leden geldt, dat aanvragen voor spoor 3 ook worden geweigerd als niet wordt voldaan aan de volgende vereisten:

Artikel 1.9. Voorwaarden en beperkingen
1.

Wat betreft de sporen geldt, dat een aanvrager per indieningstermijn voor maximaal één spoor één aanvraag kan indienen. Wat betreft de Open Oproep geldt, dat per oproep bekendgemaakt wordt of er een maximaal aantal aanvragen wordt ingesteld.

2.

Het Fonds verstrekt alleen subsidie als de aanvrager:

3.

De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.

4.

Alleen kosten die direct verband houden met de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd komen voor subsidie in aanmerking.

5.

Een aanvraag voor spoor 1, spoor 2, of spoor 3 kan alleen worden gehonoreerd als het gericht is op activiteiten die plaatsvinden in de vrije tijd van de deelnemers. Activiteiten tijdens schooluren worden niet gehonoreerd. Als bij de aanvraag het speciaal onderwijs, scholen in het Caribisch deel van het Koninkrijk of internationale schakelklassen betrokken zijn, kan het Fonds van deze bepaling afwijken.

6.

Maximaal 7% van de totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten mag worden besteed aan onvoorziene kosten.

7.

Voor aanvragers gevestigd in het Europees deel van Nederland geldt dat maximaal 20% van de totale kosten van het project kan worden besteed aan materiële investeringen, tenzij het Fonds op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding ziet om hiervan af te wijken.

8.

Voor aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk geldt dat maximaal 40% van ‘totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten kan worden besteed aan voor materiële investeringen, tenzij het Fonds op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding ziet om hiervan af te wijken.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.