Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 25 februari 2022, nummer 3848377, houdende vaststelling van de Regeling onderwijshuisvestingsbudgetten asielzoekers 2022 (OHBA-regeling 2022)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-02-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5a, tweede lid, van het Faciliteitenbesluit opvangcentra;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De aanvraag voor een uitkering ten behoeve van voorzieningen voor basisonderwijs aan asielzoekers, bedoeld in het eerste lid van artikel 5a van het besluit, kan zowel een eerste aanvraag betreffen, als een aanvraag wegens uitbreiding, een aanvraag wegens een verlenging van de bestuursovereenkomst of een opvolgende aanvraag.

2.

Het peilmoment bij een eerste aanvraag en bij een verlenging is de datum van inwerkingtreding van de bestuursovereenkomst of van de verlenging van de bestuursovereenkomst.

3.

Het peilmoment bij een opvolgende aanvraag is de dag na de datum waarop de maximale looptijd van vijftien jaar wordt overschreden.

4.

Het peilmoment bij een uitbreiding is de datum waarop de uitbreiding van het leerlingaantal is vastgesteld.

5.

Bij een eerste aanvraag en een verlenging geldt voor het doen van een aanvraag een maximum termijn van vijf jaar na inwerkingtreding van de bestuursovereenkomst of van de verlenging van de bestuursovereenkomst. Bij een opvolgende aanvraag geldt voor het doen van een aanvraag een maximumtermijn van vijf jaar na het verstrijken van de maximale looptijd van vijftien jaar.

6.

Bij een uitbreiding geldt een maximumtermijn van twee jaar voor het doen van een aanvraag, gerekend vanaf het peilmoment.

7.

Indien een bestuursovereenkomst door de gemeente wordt beëindigd voordat de looptijd van de bestuursovereenkomst is verstreken, vordert het orgaan het bedrag terug dat voor de resterende looptijd is toegekend. Het orgaan stelt de hoogte van het terug te vorderen bedrag vast aan de hand van de resterende looptijd, waarbij de bijdrage, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel b, van het besluit in het geheel niet zal worden teruggevorderd.

8.

Indien binnen een jaar voor hetzelfde opvangcentrum een nieuwe bestuursovereenkomst in werking treedt en op basis hiervan een aanvraag wordt ingediend, wordt deze aanvraag behandeld als een voortzetting van de eerdere aanvraag, waarbij het teruggevorderde bedrag voor de resterende looptijd opnieuw zal worden toegekend.

Artikel 3
1.

De normbedragen die gebruikt worden voor de vaststelling van de bijdragen volgen uit bijlage I bij deze regeling.

2.

De normbedragen voor de bijdragen, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel a, b en c, van het besluit, worden indien van toepassing jaarlijks geïndexeerd op basis van de in bijlage I opgenomen systematiek van prijsbijstelling.

3.

De normbedragen voor de bijdragen, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel d en e, van het besluit, worden niet geïndexeerd.

4.

De minister kan daarnaast de hoogte van de normbedragen aanpassen indien bijzondere omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

Artikel 4
1.

De looptijd van de eerste aanvraag in geval van een nieuwe bestuursovereenkomst is gelijk aan de totale looptijd van de bestuursovereenkomst, met een maximum van vijftien jaar.

2.

De looptijd start op het peilmoment, bedoeld in artikel 2.

3.

Na vijftien jaar kan een opvolgende aanvraag worden ingediend.

4.

Indien een verlenging de maximale looptijd van vijftien jaar overschrijdt wordt de uitkering voor de looptijd na vijftien jaar berekend als ware het een eerste aanvraag.

5.

Zowel de uitkering in geval van een verlenging voor de resterende looptijd als de uitkering voor de looptijd na de maximum looptijd van vijftien jaar worden tegelijkertijd toegekend.

6.

Een verlenging van de bestuursovereenkomst met vijftien jaar of meer wordt in alle gevallen behandeld als een opvolgende aanvraag.

Artikel 5
1.

Bij een eerste aanvraag wordt, in geval het aantal leerlingen nog niet bekend is, het aantal leerlingen vastgesteld door het in het tweede lid, bedoelde percentage te vermenigvuldigen met de in de bestuursovereenkomst afgesproken maximale bezetting van de opvanglocatie.

2.

De minister stelt per opvangmodaliteit de percentages vast van het leerlingaantal ten opzichte van de in de bestuursovereenkomst afgesproken maximale bezetting. De percentages volgen uit bijlage I en kunnen, indien de aanvraag daartoe aanleiding geeft, door de minister worden verhoogd.

3.

Bij een eerste aanvraag of een opvolgende aanvraag wordt het aantal leerlingen gelijkgesteld aan het leerlingaantal op het peilmoment.

4.

Bij een verlenging wordt het aantal leerlingen gelijkgesteld aan het leerlingenaantal op het peilmoment. In geval van een eerdere uitbreiding zal het aantal leerlingen in geval van een verlenging niet lager liggen dan het aantal van eerdere beschikkingen.

5.

Bij een uitbreiding gaat het om het extra aantal leerlingen, te weten het verschil tussen het aantal leerlingen op het peilmoment en het totaal aantal uit de eerdere beschikking of beschikkingen.

6.

De peildata voor vaststelling van het aantal leerlingen bij een uitbreiding met zes of meer leerlingen zijn 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van ieder jaar. In geval van een uitbreiding met vijf of minder leerlingen is het peilmoment 1 oktober van elk jaar.

Artikel 6
1.

Het aantal vierkante meters waarop een bijdrage bij een eerste aanvraag, een verlenging of een opvolgende aanvraag wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:

M = 200 + (Lt * J)

Waarbij:

M staat voor het aantal vierkante meters;

Lt staat voor het totale leerlingaantal, bedoeld in artikel 5;

J staat voor ruimtebehoefte per asielleerling bedoeld in bijlage I.

2.

Het aantal extra vierkante meters waarop een bijdrage bij een uitbreiding wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:

N = Lu * J

Waarbij:

N staat voor het aantal extra vierkante meters;

Lu staat voor het extra leerlingaantal, bedoeld in artikel 5;

J staat voor ruimtebehoefte per asielleerling bedoeld in bijlage I.

3.

De waarde van het schoolgebouw waarop een bijdrage bij een eerste aanvraag, een verlenging of een opvolgende aanvraag wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:

O = P + (Q * M)

Waarbij:

O staat voor de waarde van het schoolgebouw;

P staat voor het vaste normbedrag voor het schoolgebouw;

Q staat voor het variabele normbedrag voor het schoolgebouw;

M staat voor het aantal vierkante meters, bedoeld in het eerste lid.

4.

De waarde van het schoolgebouw waarop een bijdrage bij een uitbreiding wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:

R = Q * N

Waarbij:

R staat voor de uitbreidingswaarde van het schoolgebouw;

Q staat voor het variabele normbedrag voor het schoolgebouw;

N staat voor het aantal extra vierkante meters, bedoeld in het tweede lid.

5.

De waarde van de eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair waarop een bijdrage bij een eerste aanvraag of een opvolgende aanvraag wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:

S = T + (U * (M –/– 200))

Waarbij:

S staat voor de waarde van de eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;

T staat voor het vaste normbedrag voor eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;

U staat voor het variabele normbedrag voor eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;

M staat voor het aantal vierkante meters, bedoeld in het eerste lid.

6.

De waarde van de eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair, waarop een bijdrage bij een uitbreiding wordt gebaseerd, wordt vastgesteld volgens de formule:

W = U * N

Waarbij:

W staat voor de uitbreidingswaarde van de eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;

U staat voor het variabele normbedrag voor eerste inrichting, het onderwijsleerpakket en het meubilair;

N staat voor het aantal extra vierkante meters, bedoeld in het tweede lid.

7.

De looptijd wordt uitgedrukt in jaren, rekenkundig afgerond op twee cijfers achter de komma en met een maximum van vijftien jaar.

Artikel 7
1.

De bijdrage, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, bestaat uit een bijdrage voor het schoolgebouw en een bijdrage voor het terrein.

2.

De bijdrage voor het schoolgebouw bij een eerste aanvraag of een opvolgende aanvraag wordt vastgesteld volgens de formule:

Ae = %e * O

Waarbij:

Ae staat voor de bijdrage voor het schoolgebouw bij een eerste aanvraag of een opvolgende aanvraag;

%e staat voor het bekostigingspercentage, bedoeld in bijlage I;

O staat voor de waarde van het schoolgebouw, bedoeld in artikel 6, derde lid.

3.

De bijdrage voor het terrein bij een eerste aanvraag of een opvolgende aanvraag wordt vastgesteld volgens de formule:

Ate = %e * V * M

waarbij:

Ate staat voor bijdrage voor het terrein bij een eerste aanvraag of een opvolgende aanvraag;

%e staat voor bekostigingspercentage, bedoeld in bijlage I;

V staat voor het variabele normbedrag voor het terrein;

M staat voor aantal vierkante meters, bedoeld in artikel 6, eerste lid.

4.

Ten behoeve van het vaststellen van de bekostigingspercentages wordt de looptijd naar boven afgerond op hele maanden.

5.

Het bekostigingspercentage bij een verlenging wordt vastgesteld volgens de formule:

%v = F –/– G

waarbij:

%v staat voor bekostigingspercentage bij een verlenging;

F staat voor het bekostigingspercentage van de totale looptijd met een maximum van vijftien jaar, gerekend vanaf de eerste aanvraag tot het einde van de verlenging;

G staat voor het bekostigingspercentage van de looptijd van de eerdere beschikking of beschikkingen.

6.

De bijdrage voor het schoolgebouw bij een verlenging wordt vastgesteld volgens de formule:

Av = %v * O

waarbij:

Av staat voor bijdrage voor het schoolgebouw bij een verlenging;

%v staat voor bekostigingspercentage bij een verlenging, bedoeld in het vijfde lid;

O staat voor waarde van het schoolgebouw, bedoeld in artikel 6, derde lid.

7.

De bijdrage voor het terrein bij een verlenging wordt vastgesteld volgens de formule:

Atv = %v * V * M

waarbij:

Atv staat voor bijdrage voor het terrein bij een verlenging;

%v staat voor bekostigingspercentage bij een verlenging, bedoeld in het vijfde lid;

V staat voor het variabele normbedrag voor het terrein;

M staat voor aantal vierkante meters, bedoeld in artikel 6, eerste lid.

8.

Het bekostigingspercentage bij een uitbreiding wordt vastgesteld volgens de formule:

%u = H –/– I

waarbij:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.