Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 10 maart 2022, nr. IENW/BSK-2022/44209, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van specifieke uitkeringen ten behoeve van lokale en regionale MIRT-projecten en MIRT-projectpakketten (Regeling specifieke uitkeringen lokale en regionale MIRT-projecten en MIRT-projectpakketten)
Gelet op artikel 17, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, artikel 4, eerste en tweede lid, juncto 3, eerste lid, onderdelen a en f, en artikel 5, onderdelen a tot en met f en h, van de Kaderwet subsidies I en M;
BESLUIT:
Artikel 1. Begripsbepalingen
- infrastructuur: onroerende zaken ten behoeve van verkeer of vervoer van personen of goederen met daarbij behorende voorzieningen ten behoeve van de verkeersveiligheid, verkeersmanagement en bescherming van het milieu;
- Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- MIRT: Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport;
- ontvanger: gemeente, die niet is gelegen in het gebied van de Vervoerregio Amsterdam of de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, provincie, de Vervoerregio Amsterdam of de Metropoolregio Rotterdam Den Haag;
- planuitwerkingsfase: fase volgend op de verkenningsfase, waarin het voorkeursalternatief voor een project of projectpakket wordt uitgewerkt;
- project: ondeelbaar geheel van werkzaamheden ten behoeve van de aanleg of verbetering van infrastructuur, tot de uitvoering waarvan in beginsel alleen als geheel besloten kan worden en waarbij afzonderlijke uitvoering en ingebruikneming na voltooiing van een onderdeel niet zonder aanzienlijke meerkosten mogelijk is;
- projectpakket: verkeerskundig samenhangende combinatie van ten minste twee projecten of ten minste een project en ten minste een maatregel als bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel a, van de Wet Mobiliteitsfonds, die alle nodig zijn om de bereikbaarheid van een gebied op doelmatige wijze te verbeteren;
- realisatiefase: fase volgend op de planuitwerkingsfase, waarin het project of projectpakket wordt uitgevoerd;
- specifieke uitkering: specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2;
- Standaardsystematiek voor Kostenramingen 2018: ramingssystematiek die is vastgelegd in CROW-publicatie nr. D3049;
- verkenningsfase: fase volgend op het opnemen van een project of projectpakket in het MIRT, waarin mogelijke ontwerpen van het project of projectpakket worden afgewogen om te komen tot een voorkeursalternatief.
Artikel 2. Activiteiten waarvoor een specifieke uitkering kan worden verstrekt
De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verstrekken voor de overeenkomstig artikel 7 geraamde, op grond van artikel 6 voor een specifieke uitkering in aanmerking komende kosten van een project of projectpakket dat zich bevindt in de verkenningsfase, de planuitwerkingsfase of de realisatiefase, indien:
- a. een project waarvoor een aanvraag wordt ingediend, uitsluitend betrekking heeft op lokale of regionale infrastructuur;
- b. met het project of projectpakket een nationaal belang wordt gediend;
- c. de overeenkomstig artikel 7, derde lid, geraamde, op grond van artikel 6, derde en vierde lid, voor een specifieke uitkering in aanmerking komende kosten van de realisatiefase van het project of projectpakket het in artikel 8, vierde lid, bedoelde drempelbedrag overschrijden; en
- d. het project of projectpakket is opgenomen in het MIRT als zich bevindend in de verkenningsfase, de planuitwerkingsfase of de realisatiefase.
Artikel 3. Aanvrager
Een specifieke uitkering kan worden aangevraagd door een gemeente, die niet is gelegen in het gebied van de Vervoerregio Amsterdam of de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, een provincie, de Vervoerregio Amsterdam of de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.
Artikel 4. Uitkeringsplafond en wijze van verdeling
Het uitkeringsplafond voor specifieke uitkeringen in een begrotingsjaar wordt vastgesteld door middel van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds van dat begrotingsjaar.
De verdeling van de beschikbare middelen in een begrotingsjaar vindt plaats overeenkomstig de wet, bedoeld in het eerste lid, en het daarbij behorende MIRT-overzicht.
Indien de verlening van een specifieke uitkering is geweigerd op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt in het eerstvolgende begrotingsjaar zonder hernieuwde indiening van de aanvraag opnieuw een besluit over de aanvraag genomen.
Artikel 5. Begrotingsvoorbehoud
Specifieke uitkeringen die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 6. Kosten die in aanmerking komen voor een specifieke uitkering
In de verkenningsfase van een project of projectpakket komen in aanmerking voor een specifieke uitkering de rechtstreeks aan deze fase toe te rekenen kosten van:
- a. het verrichten van onderzoek; en
- b. het opstellen van een mogelijk ontwerp van een project of projectpakket.
In de planuitwerkingsfase van een project of projectpakket komen in aanmerking voor een specifieke uitkering de in deze fase rechtstreeks aan het project of projectpakket toe te rekenen kosten van:
- a. het verrichten van onderzoek;
- b. het opstellen van een mogelijk ontwerp van het project of projectpakket; en
- c. een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s.
In de realisatiefase van een project of projectpakket komen in aanmerking voor een specifieke uitkering de in deze fase rechtstreeks aan het project of projectpakket toe te rekenen kosten:
- a. van verwerving van een onroerende zaak of een beperkt recht op een onroerende zaak of het sluiten van een overeenkomst ter zake van het gebruik van een onroerende zaak;
- b. van het verkrijgen van de voor deze fase benodigde vergunningen;
- c. voortvloeiend uit een voor de realisatie van het project of projectpakket gesloten overeenkomst van aanneming van werk;
- d. voortvloeiend uit een overeenkomst ten behoeve van de realisatie van het project of projectpakket, anders dan bedoeld in onderdeel a of c;
- e. van engineering en realisatiewerkzaamheden, voor zover deze geen deel uitmaken van een overeenkomst als bedoeld in onderdeel c of d;
- f. van een maatregel als bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel a, van de Wet Mobiliteitsfonds, als onderdeel van een projectpakket;
- g. van nadeelcompensatie in verband met het verleggen van kabels of leidingen;
- h. van nadeelcompensatie, anders dan uit hoofde van het bepaalde in onderdeel g, voor zover de ontvanger hiertoe rechtens gehouden is;
- i. van een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
- j. van 6 procent van de kostenposten, bedoeld in de onderdelen c, d, e, f en i; en
- k. van andere kostenposten dan die, bedoeld in de onderdelen a tot en met j, indien de kosten in redelijkheid zijn aan te merken als realisatiekosten.
Geen specifieke uitkering wordt verstrekt voor:
- a. kosten van een aanvraag van een specifieke uitkering;
- b. kosten die voortkomen uit achterstallig onderhoud en kosten van vervangende voorzieningen die de vervangingswaarde van de bestaande voorzieningen te boven gaan;
- c. omzetbelasting die op basis van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 in aftrek kan worden gebracht of recht geeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds;
- d. kosten als bedoeld in het tweede lid, waarvoor reeds een specifieke uitkering is verstrekt op basis van het eerste lid en kosten als bedoeld in het derde lid, waarvoor reeds een specifieke uitkering is verstrekt op basis van het eerste of tweede lid;
- e. kosten waarvoor een andere specifieke uitkering of een subsidie is of wordt verstrekt; en
- f. kosten die de ontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen.
Artikel 7. Kostenraming
De raming van de kosten, bedoeld in de artikel 6, eerste lid, vindt plaats conform Standaardsystematiek voor Kostenramingen 2018, op basis van de meest waarschijnlijke waarde van een deterministische of de gemiddelde waarde van een probabilistische raming.
De raming van de kosten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, vindt plaats conform de Standaardsystematiek voor Kostenramingen 2018 op basis van de meest waarschijnlijke waarde van een deterministische of de gemiddelde waarde van een probabilistische raming, indien het bedrag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd niet meer dan 25 miljoen euro bedraagt en op basis van de gemiddelde waarde van een probabilistische raming, indien het bedrag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd meer dan 25 miljoen euro bedraagt.
De raming van de kosten, bedoeld in artikel 6, derde lid, vindt plaats conform de Standaardsystematiek voor Kostenramingen 2018 op basis van de gemiddelde waarde van een probabilistische raming.
Artikel 8. Hoogte specifieke uitkering
Een specifieke uitkering voor de verkenningsfase van een project of projectpakket bedraagt vijftig procent van de overeenkomstig artikel 7, eerste lid, geraamde, op grond van artikel 6, eerste en vierde lid, in aanmerking komende kosten.
Een specifieke uitkering voor de planuitwerkingsfase of de realisatiefase van een project of projectpakket is gebaseerd op de meest doelmatige variant van het project of projectpakket en bedraagt:
- a. voor de planuitwerkingsfase van een project of projectpakket vijftig procent van de overeenkomstig artikel 7, tweede lid, geraamde, op grond van artikel 6, tweede en vierde lid, in aanmerking komende kosten;
- b. voor de realisatiefase van een project honderd procent van de overeenkomstig artikel 7, derde lid, geraamde, op grond van artikel 6, derde en vierde lid, in aanmerking komende kosten die het drempelbedrag, bedoeld in het vierde lid, te boven gaan; en
- c. voor de realisatiefase van een projectpakket vijfenzeventig procent van de overeenkomstig artikel 7, derde lid, geraamde, op grond van artikel 6, derde en vierde lid, in aanmerking komende kosten die het drempelbedrag, bedoeld in het vierde lid, te boven gaan.
De kosten van maatregelen als bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel a, van de Wet Mobiliteitsfonds komen gedurende maximaal vijf jaren in aanmerking voor een specifieke uitkering.
Het drempelbedrag voor de overeenkomstig artikel 7 geraamde en op grond van artikel 6 in aanmerking komende kosten van de realisatiefase is 225 miljoen euro, indien het project of projectpakket geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd in het gebied van de Vervoerregio Amsterdam of het gebied van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en 112,5 miljoen euro, indien het project of projectpakket geheel wordt gerealiseerd buiten het gebied van de Vervoerregio Amsterdam of het gebied van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.
In afwijking van het tweede lid, onderdelen b of c, kan de minister voor het bepalen van de hoogte van de uitkering, bedoeld in die onderdelen besluiten een lager drempelbedrag te hanteren indien de aanvrager aantoont dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die een onredelijke situatie voor hem tot gevolg hebben.
Artikel 9. Aanvraag verlening specifieke uitkering
Een aanvraag van een specifieke uitkering heeft betrekking op een van de fasen van een project of projectpakket, genoemd in het tweede tot en met vierde lid.
De aanvraag van een specifieke uitkering voor de verkenningsfase van een project of projectpakket gaat vergezeld van:
- a. een plan van aanpak, waarin ten minste is opgenomen:
- 1°. een omschrijving van de aard, omvang en urgentie van de opgave en een onderbouwing van het nationale belang van het project of projectpakket;
- 2°. een beschrijving op hoofdlijnen van de aanpak van de verkenning, waaronder de afweging van mogelijke oplossingen en het besluitvormingsproces;
- 3°. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd;
- 4°. een tijdschema van de verkenning;
- 5°. een omschrijving van de belanghebbende partijen en hun betrokkenheid en een opgave van de door de betrokken medeoverheden gereserveerde budgetten voor de realisatie;
- b. een raming van de kosten die in de verkenningsfase in aanmerking komen voor een specifieke uitkering, overeenkomstig artikel 7, eerste lid;
- c. een raming van de kosten van het meest waarschijnlijke ontwerp van het project of projectpakket die in de planuitwerkingsfase of de realisatiefase in aanmerking komen voor een specifieke uitkering, overeenkomstig artikel 7, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 7, derde lid; en
- d. het bedrag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd.
De aanvraag van een specifieke uitkering voor de planuitwerkingsfase van een project of projectpakket gaat vergezeld van:
- a. een eindverantwoording over de in de verkenningsfase behaalde resultaten en het voorkeursalternatief, waarin ten minste is opgenomen:
- 1°. een beschrijving van de in kaart gebrachte en afgewogen oplossingsrichtingen;
- 2°. een beschrijving van het besluitvormingsproces en de betrokkenheid van belanghebbende partijen bij de totstandkoming van het voorkeursalternatief;
- 3°. een ontwerp van het voorkeursalternatief;
- 4°. een raming van de kosten van het voorkeursalternatief;
- 5°. een beschrijving van de verkeers- en vervoerseffecten;
- 6°. het milieueffectrapport, indien in de verkenningsfase een milieueffectrapportage heeft plaatsgevonden;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.