Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 22 maart 2022, nr. IENW/BSK-2022/51482, houdende vaststelling van regels ter bevordering van de aanschaf, ombouw en innovatie van schoon of emissieloos bouwmaterieel dat wordt gebruikt in de bouw (Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel)
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onder b en f, 4, eerste en tweede lid, en 5 van de Kaderwet subsidies I en M;
BESLUIT:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanschaf: verkrijging van de eigendom, bedoeld in artikel 3:84, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek krachtens koop, of ‘financial leasing’, bedoeld in paragraaf 3.2 van het besluit Omzetbelasting, leasing van 25 januari 2007, nr. CPP2006/2847M;
- aanvrager: onderneming, niet zijnde een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met rechtspersoonlijkheid, een provincie, gemeente, waterschap of openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, met een vestiging in Nederland en een subsidie aanvraagt op grond van deze regeling;
- Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
- alternatieve energiedragers: energiebronnen die dienen als vervanging van fossiele bronnen en die ertoe kunnen bijdragen dat de energievoorziening koolstofvrij wordt en de milieuprestaties van de bouwsector verbeteren;
- bouwsector: sector van bedrijven, ingeschreven in het handelsregister onder de codes 39, 41, 42, 43, 49410, 50 201, 77120, 77320, 77340 of 77390 van de Standaard Bedrijfsindeling, evenals de onderliggende codes gericht op de nieuwbouw, het onderhoud, de verbouw of het slopen en verwijderen van een onroerende zaak of een gedeelte daarvan;
- bouwmachine:
- a. bouwwerktuig:
- 1°. mobiele machine;
- 2°. vervoerbare industriële uitrusting; of
- 3°. voertuig, niet bestemd voor personen- of goederenvervoer over de weg, of vaartuig; en
- 4°. welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel A; of
- b. hulpfunctie:
- 1°. machine die is gemonteerd op het chassis van een weg- of spoorvoertuig, een oplegger of een drijvend werktuig; en
- 2°. welke genoemd is in en voldoet aan de beschrijving in bijlage 1, onderdeel B; of
- c. bouwvoertuig:
- 1°. voertuig dat op het moment van subsidievaststelling beschikt over de in het kentekenregister vastgelegde voertuigkwalificatie N3; en
- 2°. welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel C; en
- d. indien elektrisch aangedreven beschikkende over een continu elektrisch motorvermogen van 8 kilowatt of hoger; en
- e. bestemd is of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van bouwwerkzaamheden in de open lucht;
- CO2: koolstofdioxide;
- emissieloos: zonder uitlaatemissie van NOx, roetdeeltjes en broeikasgassen, uitgezonderd CO2 die vrijkomt bij gebruik van niet fossiele waterstofdragers in een brandstofcel;
- emissiearm: uitlaatemissies van NOx en roetdeeltjes die voldoen aan emissielimieten zoals aangegeven in bijlage 3;
- fijnstof: vaste stofdeeltjes die kleiner zijn dan 10 micrometer doorsnee;
- groep: groep, bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek;
- hermotorisering:
- 1°. inbouw van een nieuwe motor die voldoet aan de fase V emissienorm, als bedoeld in de NRMM-Verordening of op basis van de NRMM-Verordening als gelijkwaardig is erkend, in een in gebruik zijnd bouwwerktuig, of
- 2°. de inbouw van een nieuwe motor die voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm, in een in gebruik zijnd zeegaand bouwvaartuig;
- IMO MARPOL Tier III emissienorm: als bedoeld in voorschrift 13, paragraaf 5,1,1, bijlage VI, Hoofdstuk 3 van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij, Londen, 02-11-1973 en gepubliceerd in het Tractatenblad 1978, 187;
- in gebruik zijnd bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig: een bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig dat door de huidige of vorige eigenaar al is ingezet voor bouwwerkzaamheden;
- Kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;
- kleine of middelgrote onderneming: kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- netto investeringskosten: investeringskosten voor de subsidiabele bouwmachine of het zeegaand bouwvaartuig exclusief omzetbelasting;
- netto referentiekosten: investeringskosten voor de referentie-bouwmachine exclusief omzetbelasting;
- NOx: stikstofoxiden;
- NH3: ammoniak;
- NRMM-Verordening: verordening (EU) 2016/1628 van het Europees parlement en de Raad van 14 september 2016 inzake voorschriften met betrekking tot emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes en typegoedkeuring voor in niet voor de weg bestemde mobiele machines gemonteerde interne verbrandingsmotoren, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1024/2012 en (EU) nr. 167/2013, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn 97/68/EG;
- onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in artikel 2, onderdeel 83, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
- operational leasing: leasevorm, bedoeld in paragraaf 3.3 van het besluit Omzetbelasting, leasing;
- overeenkomst: schriftelijke overeenkomst tot koop, bedoeld in artikel 7:1 van het Burgerlijk Wetboek of een schriftelijke overeenkomst tot ‘financial leasing’, bedoeld in paragraaf 3.2 van het besluit Omzetbelasting, leasing, met de ontbindende voorwaarde dat subsidie wordt verleend;
- project experimentele ontwikkeling: een project inhoudende experimentele ontwikkeling, bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening waarbij sprake is van het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten;
- project haalbaarheidsstudie: een project inhoudende een haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 87, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van een onderzoek of analyse van het potentieel van een project experimentele ontwikkeling, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project, de kansen en risico’s in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat de uiteindelijke slaagkansen zijn;
- referentie-bouwmachine: bouwmachine met een verbrandingsmotor met dezelfde functie en prestatie als de te subsidiëren bouwmachine;
- roetdeeltjes: stof die ontstaat bij een onvolledige verbranding van koolstofhoudende brandstoffen;
- SCR-katalysator: nabehandelingssysteem voor selectieve katalytische reductie, dat overeenkomstig geldende standaarden op een motor van een bouwwerktuig kan worden geplaatst, teneinde emissies van NOx significant te verminderen;
- RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
- eerste inschrijving en tenaamstelling: eerste inschrijving en tenaamstelling, bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement;
- verkoopprijs: prijs van de emissieloze bouwmachine inclusief af-fabriekopties zoals vermeld op de overeenkomst verminderd met de daarin begrepen omzetbelasting;
- verstrekkingsvoorbehoud: registratie als bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement, van de rechtspersoon of natuurlijk persoon die over de tenaamstellingscode van een voertuig in het kentekenregister kan beschikken;
- voertuigkwalificatie N3: voertuigkwalificatie N3 als bedoeld in bijlage II, onderdeel A, van de Verordening (EU) 2018/858 van het Europees parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1–218);
- zeegaand bouwvaartuig: vaartuig dat mede wordt ingezet voor bouwwerkzaamheden in de Nederlandse exclusieve economische zone, waarvoor een geldig certificaat als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6 van het Schepenbesluit 2004 vereist is, dat is genoemd in bijlage 1, onderdeel D, bij deze regeling, niet zijnde een binnenvaartschip of drijvend werktuig als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG;
Artikel 1.2. Doel van de regeling
Deze regeling heeft als hoofddoel om de emissie van NOx in de bouwsector te verminderen en als nevendoel om de emissie van CO2 en fijnstof te verminderen, door:
- a. de aanschaf van emissieloze bouwmachines en bouwmachines met mono-fuel waterstofverbrandingsmotor voor bouwwerkzaamheden door ondernemingen in de bouwsector te stimuleren;
- b. de ombouw van bouwmachines en zeegaande bouwvaartuigen door middel van NOx-reducerende maatregelen door ondernemingen in de bouwsector te stimuleren;
- c. het ondersteunen van projecten gericht op technologie-, innovatie- en kennisontwikkeling in de pre-commerciële fase of aanschaf in het kader van een experimentele ontwikkeling, die een bijdrage leveren aan het bereiken van een reductie van met name de emissie van NOx, alsmede de emissies van CO2, en fijn stof, in de bouwsector, door het gebruik van bouwmachines zonder verbrandingsmotor of bouwmachines met mono-fuel waterstofverbrandingsmotor die in hun energiebehoefte worden voorzien door elektriciteit, waterstof of niet petrochemische waterstofdragers.
Artikel 1.3. Maximale verlening per jaar
Per aanvrager of groep wordt per kalenderjaar ten hoogste € 1.500.000 aan subsidie als bedoeld in de artikelen 2.1 en 3.1 verleend.
Hoofdstuk 2. Aanschafsubsidie
Artikel 2.1. Subsidiabele activiteit
De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij dit hoofdstuk en artikel 1.3, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor de aanschaf van één of meerdere emissieloze bouwmachines, of van één of meerdere bouwmachines met een mono-fuel waterstofverbrandingsmotor, die voor het eerst in gebruik worden genomen na productie dan wel die voor datum vaststelling subsidie voor het eerst zijn ingeschreven en tenaamgesteld.
Artikel 2.2. Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt per emissieloos bouwwerktuig en emissieloze hulpfunctie ten hoogste een percentage van de meerkosten ten opzichte van een referentie-bouwwerktuig of hulpfunctie, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000 als het een emissieloos bouwwerktuig of emissieloze hulpfunctie betreft met een continu elektrisch motorvermogen tot 300 kW en ten hoogste € 500.000 als het een emissieloos bouwwerktuig of emissieloze hulpfunctie betreft met een continu elektrisch motorvermogen groter of gelijk aan 300 kW, waarbij dit percentage 30% voor kleine en middelgrote ondernemingen en 25% voor grote ondernemingen is.
De meerkosten, bedoeld in het eerste lid, worden per bouwwerktuig of hulpfunctie als volgt bepaald:
- a. in het geval van een emissieloos bouwwerktuig of emissieloze hulpfunctie met uitsluitend een batterijpakket als energiedrager, met een continu elektrisch motorvermogen tot 100 kW, door toepassing van de formule: AkWh + MkW + O, waarbij: A = € 700, kWh = accucapaciteit in kilowattuur, M = € 300, kW = continu elektrisch motorvermogen in kilowatt van op het bouwwerktuig of hulpfunctie beschikbare elektromotoren, O = € 7.000;
- b. indien de hulpfunctie bedoeld in onderdeel a, energie krijgt van het batterijpakket dat dient voor aandrijving van het emissieloos voertuig waarop de hulpfunctie is aangebracht, wordt voor 'accucapaciteit in kilowattuur' nul gerekend;
- c. in het geval van overige emissieloze bouwwerktuigen en hulpfuncties, op basis van de netto investeringskosten verminderd met de netto referentiekosten, waarbij ten hoogste twee verwisselbare batterijpakketten tot de subsidiabele meerkosten worden gerekend en de kosten voor extra verwisselbare uitrustingsstukken zijn uitgesloten, behalve uitrustingsstukken die alleen geschikt zijn voor de elektrische variant van het bouwwerktuig of de hulpfunctie;
- d. in het geval een emissieloos bouwwerktuig gebruik maakt van verwisselbare batterijpakketten, door ten hoogste twee verwisselbare batterijpakketten tot de subsidiabele meerkosten te rekenen.
De subsidie bedraagt per emissieloos bouwvoertuig en bouwvoertuig met mono-fuel waterstofverbrandingsmotor:
- a. bij grote ondernemingen 11,1% van de verkoopprijs van het bakwagenchassis exclusief opbouw tot een maximum van € 43.900;
- b. bij kleine of middelgrote onderneming 21% van de verkoopprijs van het bakwagenchassis exclusief opbouw tot een maximum van € 83.200.
In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummers A2.2 en A2.7, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000:
- a. voor een grote onderneming € 60 per kWh opslag;
- b. voor een kleine of middelgrote onderneming € 85 per kWh opslag.
In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie voor bouwmachines als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.13, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000:
- a. voor een grote onderneming 20% van de investeringskosten met een maximum van:
- 1°. € 1.500 per DC laadstation met een vermogen vanaf 20 kW;
- 2°. € 3.700 per DC laadstation met een vermogen vanaf 50 kW;
- 3°. € 6.600 per DC laadstation met een vermogen vanaf 100 kW of tweemaal 50 kW;
- 4°. € 9.200 per DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW of tweemaal 75 kW;
- 5°. € 11.700 per DC laadstation met een vermogen vanaf 220 kW of tweemaal 110 kW;
- 6°. € 14.000 per DC laadstation met een vermogen vanaf 350 kW of tweemaal 175 kW;
- 7°. € 33.000 per DC laadstation met een vermogen vanaf 550 kW of tweemaal 275 kW.
- b. voor een kleine of middelgrote onderneming 40% van de investeringskosten met een maximum van:
- 1°. € 2.900 per DC laadstation met een vermogen vanaf 20 kW;
- 2°. € 7.300 per DC laadstation met een vermogen vanaf 50 kW;
- 3°. € 13.500 per DC laadstation met een vermogen vanaf 100 kW of tweemaal 50 kW;
- 4°. € 18.300 per DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW of tweemaal 75 kW;
- 5°. € 23.300 per DC laadstation met een vermogen vanaf 220 kW of tweemaal 110 kW;
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.