Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 29 maart 2022, nr. IENW/BSK-2022/50452, houdende regels inzake aangewezen kunststofproducten voor eenmalig gebruik (Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik)
Gelet op artikel 9.5.2, zevende lid, van de Wet milieubeheer;
BESLUIT:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. (begripsbepalingen)
Voor de toepassing van de Regeling wordt verstaan onder:
- exploitant: natuurlijk persoon of rechtspersoon die zeggenschap heeft over: de exploitatie van de voedseluitgiftelocatie aangaande de bedrijfsmatige verstrekking van voedsel of dranken, waaronder tevens verstaan degene die de uitvoering van artikel 2.1, tweede lid, op grond van een overeenkomst, namens exploitanten uitvoert;
- hoogwaardige recycling: nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot materialen of voorwerpen die in de handel mogen worden gebracht op grond van de bij artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 4, tweede tot en met zesde lid, artikel 15, eerste, derde, vierde, zevende, achtste en negende lid, artikel 17 en de krachtens artikel 5, eerste lid, van verordening (EG) 1935/2004 gestelde voorschriften;
- kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik: kunststofproducten voor eenmalig gebruik, genoemd in bijlage, deel A, onder 1, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik;
- kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik: verpakking voor eenmalig gebruik, genoemd in bijlage, deel A, onder 2, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik;
- Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
- peiljaar: kalenderjaar waarover de producent de kosten verschuldigd is als bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, en 5, eerste lid, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik en 15f, tweede en derde lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014;
- voedseluitgiftelocatie: lokaliteit, waarin of waaruit bedrijfsmatig voedsel of dranken worden verstrekt, met de daarbij behorende terrassen of terreinen voor zover die terrassen of terreinen zijn bestemd voor gebruik van eten en drinken ter plaatse en door de exploitant van de lokaliteit zijn betrokken;
- zwerfafval kunststofproducten: afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet, genoemd in de bijlage, deel E, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, die:
- a. bewust of onbewust zijn achtergelaten of terechtgekomen op terreinen, in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, of in oppervlaktewateren in beheer bij een overheidsorganisatie, met uitzondering van bijbehorende niet-openbare tuinen, of
- b. zijn ingezameld door middel van openbare inzamelingsystemen die zijn bedoeld voor het inzamelen van de kunststofproductsoort genoemd in de bijlage, deel E, onder III, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik;
De artikelen 1 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik en het Besluit beheer verpakkingen 2014 zijn van toepassing.
Hoofdstuk 2. Reductiemaatregelen voor het verminderen van gebruik van kunststof drinkbekers en voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik
Artikel 2.1. (maatregelen voedseluitgiftelocaties met consumptie ter plaatse)
Het aanbieden van kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik of kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik door of vanwege de exploitant van een voedseluitgiftelocatie aan de eindgebruiker, voor consumptie binnen die voedseluitgiftelocatie, is verboden.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien een exploitant aantoonbaar de volgende percentages van de aangeboden kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik of kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik inzamelt voor hoogwaardige recycling:
- 1°. in 2024: 75 gewichtsprocent;
- 2°. in 2025: 80 gewichtsprocent;
- 3°. in 2026: 85 gewichtsprocent;
- 4°. in 2027 en verder: 90 gewichtsprocent.
De exploitant die kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik of kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik aanbiedt zorgt ervoor dat het aanbieden, bedoeld in het tweede lid, niet eerder aanvangt dan nadat hij dit aan de Minister heeft gemeld.
Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing:
- a. in die gevallen dat bij gemeentelijke verordening ten minste gelijkwaardige maatregelen zijn genomen voor de hoogwaardige recycling van of ter voorkoming van het gebruik van kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik of kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik; of
- b. indien het aanbieden:
- 1°. onderdeel uitmaakt van een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet marktordening gezondheidszorg, tandheelkundige zorg, waaronder de zorg die niet wordt genoemd inartikel 2.7 van het Besluit zorgverzekering en die wordt bekostigd door een zorgverzekeraar of
- 2°. geschiedt in een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Penitentiaire beginselenwet, een instelling als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdelen i en j, van de Wet forensische zorg of een gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Artikel 2.2. (maatregelen voedseluitgiftelocaties met consumptie om mee te nemen, af te halen of te bezorgen)
Het bedrijfsmatig aanbieden door de exploitant van kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik of kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik aan de eindgebruiker, voor de consumptie van een drank of voedsel buiten een voedseluitgiftelocatie, geschiedt voor een meerprijs ten opzichte van de prijs van het voedsel of de drank zelf.
Exploitanten bieden aan de eindgebruiker een herbruikbaar alternatief aan voor kunststof drinkbekers voor eenmalig gebruik of kunststof voedselverpakkingen voor eenmalig gebruik voor de consumptie van drank of voedsel buiten de voedseluitgiftelocatie, waar er verdere bereiding van de drank of voedsel plaatsvindt op die locatie. Exploitanten kunnen deze verplichting achterwege laten indien zij de eindgebruiker in de gelegenheid stellen de drank of het voedsel mee te nemen zonder verpakking of beker van de exploitant of met een verpakking of beker van de eindgebruiker.
Het eerste en tweede lid is niet van toepassing indien
- a. het aanbieden onderdeel uitmaakt van een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning of
- b. zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet marktordening gezondheidszorg of tandheelkundige zorg, waaronder de zorg die niet wordt genoemd in artikel 2.7 van het Besluit zorgverzekering en die wordt bekostigd door een zorgverzekeraar.
Hoofdstuk 3. Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
Artikel 3.1. (bijdrage opruimen van zwerfafval)
Een producent of importeur dekt de kosten, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdeel b, en 5, eerste lid, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik en in artikel 15f, derde lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014, over een peiljaar, door voor elk door hem in het peiljaar in de handel gebrachte kunststofproduct, genoemd in de bijlage, deel E, bij de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, een bijdrage te betalen aan een door de Minister aangewezen organisatie.
De Minister stelt de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, vast. De hoogte van de bijdragen wordt voor elke kunststofproductsoort, genoemd in de bijlage, deel E, bij de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, bepaald. De hoogte van de bijdrage bedraagt het kostenaandeel zwerfafval per kunststofproductsoort, gedeeld door het aantal in de handel gebrachte kunststofproducten van die soort, rekening houdend met een jaarlijkse indexatie op basis van de consumentenprijsindex.
Het kostenaandeel zwerfafval kunststofproducten per kunststofproductsoort, bedoeld in het tweede lid, wordt door de Minister vastgesteld op basis van een, ten minste vierjaarlijks, kostenonderzoek, waarbij rekening wordt gehouden met een jaarlijkse onderzoek naar het aandeel in het zwerfafval kunststofproducten in het zwerfafval en in ieder geval de volgende kostencomponenten:
- a. opruimmodaliteit, waaronder in ieder geval onderscheiden handmatig en machinaal;
- b. transport- en verwerkingskosten;
- c. kosten ter ondersteuning van burgerparticipatie en participatie door vrijwilligersorganisaties bij het inzamelen;
- d. uitvoeringkosten van de door de Minister aangewezen organisatie, bedoeld in het eerste lid;
- e. indien het een kunststofproductsoort betreft die genoemd is in de bijlage, deel E, onder III, bij de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik, het beheer van openbare inzamelingsystemen voor het afval van die kunststofproductensoort; en
- f. bewustmakingsmaatregelen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik.
De Minister stelt jaarlijks voor 1 juni in het kalenderjaar na het peiljaar de hoogte van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, vast.
De bijdragen, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk voor 1 september van het kalenderjaar na het peiljaar betaald.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien:
- a. een producentenorganisatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid een afvalbeheerbijdrage int voor een kunststofproductsoort, genoemd in de bijlage, deel E, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik op grond van een overeenkomst over een afvalbeheerbijdrage als bedoeld in artikel 15.36 van de wet; en
- b. de te innen afvalbeheerbijdrage ten minste het door de Minister vastgestelde kostenaandeel zwerfafval kunststofproducten als bedoeld in het tweede lid, voor een kunststofproductsoort bedraagt.
Artikel 3.2. (vergoeding overheidsorganisaties opruimen zwerfafval)
Overheidsorganisaties die kosten maken voor het opruimen van het zwerfafval van kunststofproducten als bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdeel b, en 5, eerste lid, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik en artikel 15f, derde lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014 hebben recht op een vergoeding.
De vergoeding is het te ontvangen deel van de op grond van artikel 3.1 geïnde bijdrage. Het te ontvangen deel wordt bepaald door de vastgestelde wegingsfactor die maat is voor de kosten die de overheidsorganisatie maakt, bedoeld in het eerste lid, in verhouding tot alle andere overheidsorganisaties.
De wegingsfactor per overheidsorganisatie wordt, rekening houdend met het kostenonderzoek, bedoeld in artikel 3.1, derde lid, vastgesteld door, per overheidsorganisatie:
- a. het aantal gelijke gebiedskenmerken verbonden aan de overheidsorganisatie te vermenigvuldigen met de gemiddelde kosten die door de Minister zijn vastgesteld per gebiedskenmerk; of
- b. indien deze kosten worden onderscheiden, de gerealiseerde kosten voor het opruimen van het zwerfafval kunststofproducten te bepalen.
Indien het derde lid, onderdeel b, niet kan worden toegepast, stelt de Minister voor een overheidsorganisatie de gebiedskenmerken, bedoeld in het derde lid, vast, rekening houdend met het kostenonderzoek, bedoeld in artikel 3.1, derde lid.
De door de Minister aangewezen organisatie, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, keert de vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, uit, uiterlijk voor 1 november in het kalenderjaar na het peiljaar. Onbestede gelden worden door de organisatie tijdelijk aangehouden en geoormerkt voor uitbetaling.
De wegingsfactoren per overheidsorganisatie over het peiljaar, bedoeld in het tweede lid, worden jaarlijks voor 1 juni in het kalenderjaar na het peiljaar door de Minister gepubliceerd in de Staatscourant.
Artikel 3.3. (bewustmakingsmaatregelen)
De bewustmakingsmaatregelen, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik en artikel 15f, tweede lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014 worden met landelijk bereik, door de producent of importeur van kunststofproducten, bedoeld in de bijlage, deel G, van de EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik uitgevoerd en zien onder meer op:
- a. het bekendmaken van de markeringen, bedoeld in artikel 3 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik;
- b. het bewustmaken van consumenten over de afbreekbaarheid van producten in het milieu en de gevolgen van ongepaste afvalverwijdering voor het milieu en de riolering;
- c. het aanzetten van consumenten tot de gewenste manier van het zich ontdoen van afval; en
- d. de preventie van zwerfafval door het aanbieden van concrete handelingsperspectieven om de gevolgen van ongepaste afvalverwijdering voor het milieu en de riolering tegen te gaan.
De producent of importeur stelt elke drie jaren een plan vast over de voorgenomen bewustmakingsmaatregelen als bedoeld in het eerste lid.
In het plan gaat de producent of importeur ten minste in op:
- a. de wijze waarop en de locaties waar nadelige gevolgen worden ondervonden van het product in het milieu en welke doelgroepen consumenten hierbij relevant zijn;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.