Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 1 april 2022, nummer 3936963, houdende regels voor de huisvesting en verzorging van ontheemden als gevolg van het oorlogsgeweld in Oekraïne (Regeling opvang ontheemden Oekraïne)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4, tweede lid, van de Wet verplaatsing bevolking;

Besluiten:

Treedt in werking op het tijdstip waarop het koninklijk besluit van 31 maart 2022, houdende inwerkingstelling van de artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking in werking treedt.

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de opvang van ontheemden. De in de eerste volzin bedoelde taak is niet van toepassing op alleenstaande minderjarige ontheemden.

2.

Het college van burgemeester en wethouders verstrekt aan de ontheemde die wordt opgevangen in een gemeentelijke opvangvoorziening of een particuliere opvangvoorziening, binnen een redelijke termijn, maar ten hoogste vijftien dagen na de aanvang van de opvang in een gemeentelijke of particuliere opvangvoorziening informatie over:

3.

Het college van burgemeester en wethouders zorgt ervoor dat de in het tweede lid bedoelde informatie schriftelijk wordt verstrekt in een taal die de ontheemde begrijpt of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze begrijpt. In voorkomende gevallen kan deze informatie tevens mondeling verstrekt worden zonder begeleider.

Hoofdstuk II. Toelating tot de opvang

Artikel 3

Het college van burgemeester en wethouders kan een tijdelijke alternatieve opvangvoorziening beschikbaar stellen die voldoet aan de minimumnormen zoals opgenomen in deze regeling indien:

Artikel 4
1.

Het college van burgemeester en wethouders kan een ontheemde uitsluiten van de opvang, bedoeld in het artikel 2, eerste lid, indien:

2.

Het recht op opvang van een ontheemde wiens asielaanvraag die recht op opvang heeft gegeven is afgewezen, eindigt indien de tijdelijke bescherming is geëindigd en de vertrektermijn als bedoeld in artikel 62 van de Vreemdelingenwet 2000 is verstreken.

Hoofdstuk III. Eisen aan de opvangvoorziening

Artikel 5
1.

De opvangvoorziening voldoet aan een toereikend huisvestingsniveau, waaronder ten minste wordt begrepen de aanwezigheid van een adequate bescherming tegen weersinvloeden, van verwarming, sanitaire voorzieningen en zit- en slaapgelegenheid.

2.

Indien mogelijk wordt voorzien in de gelegenheid tot het bereiden van maaltijden.

3.

Van de in het eerste lid genoemde criteria kan worden afgeweken gedurende de eerste acute opvang.

Hoofdstuk III. Eisen aan de opvangvoorziening

Artikel 6
1.

De opvang omvat in elk geval de volgende verstrekkingen:

2.

Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat tijdens de opvang:

3.

Het college van burgemeester en wethouders stelt voor elke opvangvoorziening een huishoudelijk reglement op waarin tenminste passende maatregelen zijn opgenomen om geweldpleging en gendergerelateerd geweld, met inbegrip van aanranding en seksuele intimidatie, te voorkomen en de verplichting van de ontheemde om:

Artikel 7
1.

Het college van burgemeester en wethouders kan de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, beperken of intrekken indien:

2.

Het college van burgemeester en wethouders trekt, met ingang van de eerstvolgende maand, de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, geheel of ten dele in, indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid:

3.

De intrekking bedraagt niet meer dan er is verstrekt.

4.

Het college van burgemeester en wethouders brengt, met ingang van de eerstvolgende maand, in de opvangvoorziening waarin de ontheemden niet zelf het eigen eten verzorgen, een bedrag ter hoogte van de financiële toelage als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, geheel of gedeeltelijk in rekening indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid:

5.

In geval van een gezin met meerdere meerderjarige gezinsleden wordt bij toepassing van het vierde lid een maximum gesteld van twee keer de financiële toelage als bedoeld in artikel 10, tweede lid.

6.

Het college van burgemeester en wethouders kan de verstrekkingen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, terugvorderen indien deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn verstrekt. Het college van burgemeester en wethouders vordert niet meer terug dan er is verstrekt.

Artikel 8
1.

Het college van burgemeester en wethouders brengt, met ingang van de eerstvolgende maand, een vergoeding in de kosten van de opvang van de meerderjarige ontheemde alsmede de opvang van diens meerderjarige gezinslid geheel of gedeeltelijk in rekening, indien de meerderjarige ontheemde of een meerderjarig gezinslid:

2.

De vergoeding bedraagt € 244,22 per maand per meerderjarige ontheemde en diens meerderjarige gezinslid tot een maximum van € 488,44.

Artikel 9
1.

Het college van burgemeester en wethouders bepaalt in welke opvangvoorziening binnen de gemeente een ontheemde wordt geplaatst en is bevoegd een ontheemde naar een andere voorziening binnen de gemeente over te plaatsen.

2.

Bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, zorgt het college van burgemeester en wethouders ervoor dat de eenheid van het gezin in de mate van het mogelijke en met instemming van de betrokken gezinsleden bewaard wordt.

Artikel 10
1.

De door de ontheemde te ontvangen financiële toelage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, van deze regeling, bestaat uit een bedrag ten behoeve van voedsel en een bedrag ten behoeve van kleding en andere persoonlijke uitgaven conform de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne.

2.

De hoogte van het bedrag ten behoeve van voedsel, bedoeld in het eerste lid, in de opvangvoorziening waarin de ontheemden volledig zelf het eigen eten verzorgen, wordt berekend aan de hand van de volgende bedragen per persoon, per maand:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.