Beleidsregel SARS-CoV-2 virus extra kosten Wlz 2022, Nederlandse Zorgautoriteit
Grondslag
Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.
Gelet op artikel 52, aanhef en onderdeel e, van de Wmg, worden tarieven die uit de voorliggende beleidsregel voortvloeien ambtshalve vastgesteld door de NZa.
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
- SARS-CoV-2 virus: SARS-CoV-2 is het severe acute respiratory syndrome coronavirus 2. De World Health Organisation heeft deze naam gegeven aan het novel coronavirus 2019-nCoV. Dit novel coronavirus (2019-nCoV) is aangemerkt als behorende tot groep A, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet publieke gezondheid. Covid-19 is een infectieziekte veroorzaakt door SARS-CoV-2.
- cohort-unit: met een cohort-unit wordt een voorziening bedoeld ter cohortverpleging en -verzorging van cliënten met een COVID-19 besmetting of een verdenking hiervan.
- zorgaanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg verleent, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1°, van de Wmg.
- productieafspraak: het totaalbedrag van de afspraken met betrekking tot de prestaties en tarieven ten laste van de contracteerruimte die door de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder zijn overeengekomen in de budgetronde of herschikkingsronde.
- ziekteverzuimpercentage: het ziekteverzuimpercentage is het totaal aantal ziektedagen van de werknemers, in procenten van het totaal aantal beschikbare (werk-/kalender)dagen van de werknemers in de verslagperiode. Het ziekteverzuimpercentage is inclusief het verzuim langer dan een jaar en exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof1Wat is de definitie van ziekteverzuim? (cbs.nl) Ziekteverzuimpercentage (cbs.nl)'zie CBS (https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/begrippen/ziekteverzuimpercentage).
- Stimuleringsregeling E-health Thuis: Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 december 2018, kenmerk 1457861-185083, houdende stimulering van activiteiten ten behoeve van het opschalen en borgen van het gebruik van e-health toepassingen die ondersteuning of zorg thuis faciliteren. Deze is uitgebreid, met het oog op extra inzet van digitale zorg op afstand voor mensen thuis vanwege SARS-CoV-2 (SET COVID-19).
Artikel 2. Doel van de beleidsregel
Met deze beleidsregel worden de voorwaarden voor vergoeding en wijze van indiening bij de NZa van extra kosten die het gevolg zijn van het SARS-CoV-2 virus vastgelegd. Het gaat hierbij om personele en materiële kosten die het directe gevolg zijn van de uitbraak van het coronavirus en noodzakelijk zijn om de zorg aan Wlz-cliënten veilig en verantwoord te kunnen leveren. Deze beleidsregel legt tevens vast op welke wijze wordt afgeweken van andere, in de beleidsregel nader genoemde, regelgeving. Deze beleidsregel is de uitwerking van de volgende brieven van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS):
- –. brief d.d. 16 april 2020, onderwerp Financiële zekerheid Wlz zorgaanbieders, met kenmerk 1672600-204097-Z;
- –. brief d.d. 26 juni 2020, onderwerp Financiële zekerheid Wlz: tweede aanvulling met kenmerk 1710203-207338-LZ;
- –. brief d.d. 18 november 2020, onderwerp Financiële maatregelen Wlz a.g.v. corona in 2021, met kenmerk 214244-FEZ;
- –. brief d.d. 19 januari 2021, onderwerp actualisatie beleidsregel corona Wlz, met kenmerk 217154-1813426-LZ;
- –. brief d.d. 15 december 2021 onderwerp Financiële compensatie extra kosten corona Wlz 2022, met kenmerk 3296644-1021813-FEZ;
- –. brief Stand van zakenbrief Covid-19 van Ministerie van VWS aan de Kamer, kenmerk 3306279-1022966-PDC19. Met daarin het onderwerp: ‘Zelftesten opnemen in meerkostenregelingen Wet langdurige zorg’.
Artikel 3. Reikwijdte
Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders.
Artikel 4. Financiering van extra gemaakte kosten
Zorgaanbieders maken mogelijk extra kosten in verband met het SARS-CoV-2 virus waardoor de zorg veilig en verantwoord kan worden geleverd. Deze extra kosten worden onderverdeeld in:
- –. personele kosten;
- –. materiële kosten.
Deze regeling voor het vergoeden van extra kosten ziet op de extra gemaakte kosten die worden gemaakt in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022.
Op basis van de RIVM-richtlijnen en Rijksbrede maatregelen is het mogelijk een vergoeding te verkrijgen voor de volgende onderdelen:
-
- Persoonlijke beschermingsmiddelen;
-
- Vaccinatiekosten (zowel personele als materiële meerkosten);
-
- Inzet vervangend personeel bij hoog ziekteverzuim;
-
- Extra kosten (vervoer naar) dagbesteding volgend uit het afstandscriterium;
-
- De kosten van zelftesten voor zorgpersoneel en bewoners;
-
- De extra personele kosten van het personeel dat beschikbaar moet zijn en werkt om cliënten op de cohort-units te verzorgen en de extra materiële kosten behorende bij cohort-units;
De mogelijkheden voor vergoeding zijn gekoppeld aan de LCI-richtlijn COVID-192https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19 van het RIVM (de RIVM-richtlijnen) en Rijksbrede maatregelen. Dit betekent dat de voorwaarden voor vergoeding veranderen indien deze richtlijnen wijzigen of Rijksbrede maatregelen worden genomen. Indien maatregelen en richtlijnen worden afgeschaald, worden de voorwaarden voor vergoeding beperkt.
- a. Onder personele kosten worden de volgende soorten van kosten verstaan: Het betreft de daadwerkelijke loonkosten of kosten van inhuur. Voor de loonkosten mogen de volgende kosten worden meegenomen:
- –. kosten van het zorgpersoneel;
- –. kosten van het niet-zorgpersoneel.
- –. directe loonkosten: salaris, vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en onregelmatigheidstoeslag;
- –. indirecte loonkosten: pensioenkosten, reiskosten, onkostenvergoedingen, secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals inkomenszekerheid bij arbeidsongeschiktheid of een Anw-gatverzekering, kosten voor eventuele personeelsverzekeringen, zoals een ziekteverzuimverzekering;
- –. verplichte premies en bijdragen: loonbelasting, premie volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz), premies werknemersverzekeringen (WW, WAO, WIA en ZW), inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) (werkgeversheffing en eventuele bijdrage Zvw) of BTW indien er geen vrijstelling is.
- b. Onder extra personele kosten worden verstaan de kosten die gemaakt zijn in de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 en het gevolg zijn van de uitbraak van het SARS-CoV-2 virus en samenhangen met de maatregelen van het kabinet of als gevolg van maatregelen die volgen uit RIVM-richtlijnen. De mogelijkheden voor vergoeding zijn gekoppeld aan de LCI-richtlijn COVID-193https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19 van het RIVM (de RIVM-richtlijnen) en Rijksbrede maatregelen. Het gaat hierbij om de extra kosten die nodig zijn om de gebruikelijke en (aanvullend) noodzakelijke zorg veilig en verantwoord te leveren.
- c. De personele kosten die voortvloeien uit de volgende omstandigheden komen voor vergoeding in aanmerking:
- 1°. extra personeelsinzet als gevolg van een hoger ziekteverzuim onder personeel ten opzichte van 2019, waaronder ook wordt verstaan het thuis blijven in afwachting van de uitslag van een corona-test of in verband met quarantaine. Het gaat hier om het ziekteverzuimpercentage van geheel 2019 en geheel 2022.
- 2°. extra personeelskosten noodzakelijk voor het veilig vaccineren van bewoners en/of medewerkers/vrijwilligers;
- 3°. kosten apothekers (inzet vaccinatie proces);
- 4°. extra personeelsinzet dagbesteding volgend uit de afstandsnorm van 1,5 meter omdat in kleinere en dus meerdere groepen dagbesteding wordt geleverd (in verband met de Rijksbrede maatregelen of RIVM-richtlijnen);
- 5°. de extra personele kosten van het personeel dat beschikbaar moet zijn en werkt om cliënten op de cohort-units te verzorgen;
- a. Onder materiële kosten worden de volgende soorten van kosten verstaan: kosten van voeding, hotelmatige kosten, cliënt- en bewonersgebonden kosten, vervoerskosten, algemene kosten, terrein- en gebouwgebonden kosten, en afschrijvingen/huur.
- b. Onder extra materiële kosten worden verstaan de kosten die gemaakt zijn in de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 en het gevolg zijn van de uitbraak van het SARS-CoV-2 virus en samenhangen met de maatregelen van het kabinet of als gevolg van maatregelen die volgen uit RIVM-richtlijnen. Het gaat hierbij om de extra kosten die nodig zijn om de gebruikelijke en (aanvullend) noodzakelijke zorg veilig, verantwoord te leveren. De mogelijkheden voor vergoeding zijn gekoppeld aan de LCI-richtlijn COVID-194https://lci.rivm.nl/richtlijnen/covid-19 van het RIVM (de RIVM-richtlijnen) en Rijksbrede maatregelen.
- c. De volgende materiële kostenposten komen, voor zover ze samenhangen met de omstandigheden geformuleerd onder artikel 4, tweede lid, onder b, van deze beleidsregel in elk geval voor vergoeding in aanmerking:
- –. kosten voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) volgens de daarvoor opgestelde RIVM-richtlijn5https://lci.rivm.nl/covid-19/PBMbuitenziekenhuis, COVID-19 | LCI richtlijnen (rivm.nl) om besmetting onder zorgpersoneel en kruisbesmetting tussen zorgpersoneel en bewoners te voorkomen;
- –. extra vervoerskosten dagbesteding volgend uit de afstandsnorm van 1,5 meter;
- –. (Huur)kosten van extra ruimtes voor de dagbesteding om de 1,5 meter te kunnen waarborgen;
- –. de kosten van zelftesten voor zorgpersoneel en bewoners;
- –. extra materiële kosten apothekers (inzet vaccinatie proces);
- –. extra materiële kosten noodzakelijk voor het veilig vaccineren van bewoners en/of medewerkers/vrijwilligers.
- –. extra diagnostiekkosten bewoners als gevolg van laboratoriumkosten;
- –. extra diagnostiekkosten personeel als gevolg van laboratoriumkosten;
- –. materiële kosten gerelateerd aan de inzet van cohort-units, voorzover deze kosten niet redelijkerwijs zijn verdisconteerd in bestaande vergoedingen zoals de nhc- en nic-component van het zzp.
- d. Indien sprake is van extra kosten waarbij de kosten/investering in meerdere jaren worden afgeschreven, worden de gebruikelijke afschrijvingstermijnen gehanteerd. De afschrijvingstermijnen van immateriële en materiële vaste activa worden gebaseerd op de verwachte economische levensduur van het vast actief. Hierbij zijn de uitgangspunten van toepassing zoals gesteld in de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ): Richtlijn 212 ‘Materiële vaste activa’. Waarbij alleen de afschrijvingskosten behorende bij het jaar 2022 voor vergoeding in aanmerkingen komen.
Een deel van de extra kosten die voortvloeien uit het SARS-CoV-2 virus wordt mogelijk al vergoed op grond van andere opbrengsten. Deze extra kosten zijn daardoor uitgesloten van vergoeding.
Alleen extra kosten worden vergoed die noodzakelijk zijn voor een veilige en verantwoorde levering van de zorg.
Tot de vergoeding van extra kosten worden de volgende kosten in elk geval niet gerekend:
- –. alle kosten die vergoed kunnen worden als gevolg van een door de zorgaanbieder afgesloten verzekering. Bijvoorbeeld de kosten van ziekteverzuim waarvoor de zorgaanbieder een (loondoorbetalings)vergoeding ontvangt als gevolg van een afgesloten ziekteverzuimverzekering;
- –. het deel van de kosten waarvoor een subsidie is aangevraagd en toegekend, bijvoorbeeld op grond van de Stimuleringsregeling E-health Thuis of de Subsidieregeling coronabanen in de zorg (COZO);
- –. het deel van de kosten dat op grond van andere wet- en regelgeving of door een andere instantie wordt vergoed, omdat de cliënt dit vanwege de gekozen leveringsvorm niet op grond van de Wlz bekostigd krijgt. Bijvoorbeeld geneesmiddelen bij afname van een modulair pakket thuis (mpt), vpt of zzp exclusief behandeling.
De vergoeding van extra gemaakte kosten is geen onderdeel van de productieafspraak.
De NZa zal de vergoeding voor de extra kosten als gevolg van het SARS-CoV-2 virus opnemen in het sluittarief.
Artikel 5. Berekening en verantwoording
De berekening van de onder artikel 4 van deze beleidsregel genoemde kosten en de verantwoording/verslaglegging hiervan steunt zoveel als mogelijk op de handreiking die in samenwerking door brancheorganisaties en Fizi wordt gepubliceerd.
Voor de toerekening van de financiering van extra gemaakte kosten in artikel 4 van deze beleidsregel naar de producten/prestaties van diverse domeinen (Wlz, Zvw, Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), Subsidieregeling behandeling, etcetera) worden verdeelsleutels gehanteerd.
Voor de toerekening van de financiering van extra gemaakte kosten in artikel 4 van deze beleidsregel naar de verschillende zorgkantoorregio’s worden verdeelsleutels gehanteerd.
Artikel 6. Procedure
Opgave extra kosten 2022 in herschikking
De zorgaanbieder kan de extra gemaakte kosten die het gevolg zijn van het SARS-CoV-2 virus gezamenlijk met het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder opnemen in de herschikkingsronde 2022.
De NZa stelt binnen het herschikkingsformulier 2022 een afzonderlijk onderdeel beschikbaar voor extra kosten 2022 ten gevolge van SARS-CoV-2 virus. Hierbij wordt aangesloten bij de kostencategorieën. Hiermee kunnen Wlz-zorgaanbieders een aanvraag doen voor een voorlopige vergoeding inzake de Beleidsregel SARS-CoV-2 virus. Het gebruik hiervan is verplicht.
In artikel 4 van deze beleidsregel staan de extra gemaakte kosten die als gevolg van het SARS-CoV-2 virus voor vergoeding in aanmerking komen, vermeld.
Een aanvraag om vergoeding van extra gemaakte kosten kan uitsluitend tweezijdig bij de NZa worden ingediend.
De zorgaanbieder moet voor genoemde onderdelen in het formulier de kosten opgeven en specificeren conform beschreven in artikel 4 van deze beleidsregel.
Het totaalbedrag van deze onderdelen zal als voorlopige mutatie SARS-CoV-2 worden verwerkt in de aanvaardbare kosten 2022 en in het sluittarief worden opgenomen.
Het formulier, waarin het verzoek om vergoeding van extra kosten is vastgelegd (herschikkingsformulier) moet vóór 1 november 2022 (herschikkingsronde) bij de NZa worden ingediend.
Extra kosten door zorgaanbieder gemaakt na of bij de NZa opgegeven na de uiterste indieningsdatum van 31 oktober 2022 kunnen niet meer worden meegenomen in de herschikkingsronde. Deze kosten zullen moeten worden opgegeven bij de nacalculatie-opgave 2022.
Nacalculatie
De zorgaanbieder kan de kosten die het gevolg zijn van het SARS-CoV-2 virus gezamenlijk met het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder opnemen in de nacalculatie-opgave 2022.
De NZa stelt binnen het nacalculatieformulier 2022 een afzonderlijk onderdeel beschikbaar voor extra kosten SARS-CoV-2 virus 2022. Het gebruik hiervan is verplicht.
In artikel 4 van deze beleidsregel staan de kosten vermeld die als extra gemaakte kosten als gevolg van het SARS-CoV-2 virus voor vergoeding in aanmerking komen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.