Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren 2022

Type Beleidsregel
Publication 2022-04-09
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 8, eerste lid, van de Ontgrondingenwet en artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUIT:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. (toepassingsbereik)

Deze beleidsregels zijn van toepassing op de verlening van een vergunning voor een ontgronding in een rijkswater.

Artikel 2. (afstandsbepalingen)

Bij de ontgronding worden de in de tabel genoemde afstanden in acht genomen.

Type kunstwerk of project Locatie rijkswater Locatie rijkswater Locatie rijkswater Locatie rijkswater Locatie rijkswater
Noordzee Waddenzee IJsselmeergebied Rivieren, kanalen en havens Grote Zeeuwse en Zuid-Hollandse wateren
Waterkeringen Waterkeringen Waterkeringen Waterkeringen Waterkeringen Waterkeringen
Primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk 500 m 100 m
Archeologie en cultuurhistorie Archeologie en cultuurhistorie Archeologie en cultuurhistorie Archeologie en cultuurhistorie Archeologie en cultuurhistorie Archeologie en cultuurhistorie
Wettelijk beschermde monumenten van archeologische vondsten, locaties met melding van archeologische vondsten en wrakken 100 m 100 m 100 m 100 m 100 m
Overige objecten Overige objecten Overige objecten Overige objecten Overige objecten Overige objecten
Olie- en gasleidingen in de bodem van het betreffende rijkswater 500 m 500 m 500 m 100 m 500 m
In gebruik zijnde telecommunicatie-kabels in de bodem van of boven het betreffende rijkswater 500 m 500 m 500 m 100 m 500 m
Overige vaste objecten van het Rijk of van derden 500 m 500 m 500 m 100 m 500 m

§ 2. Schelpenwinning

Artikel 3. (ontgrondingsvergunning voor schelpenwinning)
1.

Een ontgrondingsvergunning voor schelpenwinning kan alleen worden verleend voor winning die plaatsvindt dieper dan vijf meter beneden NAP:

2.

Voor de verlening van een ontgrondingsvergunning voor de winning van schelpen in de gebieden, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, gelden kwantitatieve beperkingen. De ten hoogste in de vergunning toegestane hoeveelheid te winnen schelpen wordt bepaald op grond van door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde maximale hoeveelheden.

3.

Voor de verlening van een ontgrondingsvergunning voor de winning van schelpen in de gebieden, bedoeld in het eerste lid, onder c, geldt geen kwantitatieve beperking.

4.

Een ontgrondingsvergunning voor schelpenwinning wordt verleend voor ten hoogste drie jaar.

§ 3. Overige ontgrondingen

Artikel 4. (Waddenzee)

In de Waddenzee wordt geen vergunning verleend voor andere ontgrondingen dan voor die voor schelpenwinning.

Artikel 5. (Noordzee)
1.

Zeewaarts van de doorgaande NAP -20 meter dieptelijn in de Noordzee kan een ontgrondingsvergunning worden verleend, met dien verstande dat:

uitsluitend een vergunning kan worden verleend indien de ontgronding ten minste 2 kilometer zeewaarts van de doorgaande NAP -20 meter dieptelijn plaatsvindt.

2.

Landwaarts van de doorgaande NAP -20 meter dieptelijn in de Noordzee kan alleen een vergunning worden verleend voor:

3.

Aan een vergunning als bedoeld in het eerste of tweede lid worden de volgende voorschriften verbonden:

4.

Aan een vergunning als bedoeld in het tweede lid kunnen voorschriften worden verbonden ter behoud van de hoeveelheid van het ter plaatse verwijderde zand in het in de aanhef van dat lid bedoelde gebied.

Artikel 6. (IJsselmeergebied)
1.

Voor de ontgrondingen in het IJsselmeergebied geldt multifunctionaliteit.

2.

Voor de ontgrondingsvergunningen die primair betrekking hebben op de aanleg en verbetering van de vaargeulen in het IJsselmeergebied gelden de volgende windieptes.

3.

Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden die betrekking hebben op onder meer bodemtaluds, bodembreedtes, windieptes of opleverdieptes.

Artikel 7. (kanalen en rivieren)

Voor ontgrondingen in kanalen en in het zomerbedgedeelte van rivieren in beheer bij het Rijk, alsmede in de daarmee in open verbinding staande havens onder beheer van het Rijk kan een ontgrondingsvergunning worden verleend, waarbij de ontgronding in ieder geval:

Artikel 8. (Zeeuwse en Zuid-Hollandse wateren)
1.

Voor ontgrondingen in de Zeeuwse en Zuid-Hollandse wateren in beheer bij het Rijk en in de hiermee in open verbinding staande havens geldt multifunctionaliteit.

2.

Ontgrondingen in de in het eerste lid bedoelde wateren mogen alleen plaatsvinden:

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op ontgrondingen ten behoeve van het mogelijk maken of verbeteren van scheepvaartfuncties.

4.

Aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden ter behoud van het totale sedimentvolume in het betreffende rijkswater.

§ 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 9. (intrekking)

De Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren worden ingetrokken.

Artikel 10. (citeertitel)

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren 2022.

Artikel 11. (inwerkingtreding)

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

Bijlage. behorend bij artikel 3 van de Beleidsregels ontgrondingen in rijkswateren 2022

Deze beleidsregels worden met toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.