Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 22 april 2022, nr. WJZ/ 22038298, tot instelling van een specifieke uitkering gericht op de impulsaanpak winkelgebieden (Regeling specifieke uitkering impulsaanpak winkelgebieden)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-29
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. (begripsbepalingen)

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. (specifieke uitkering)

De minister verstrekt op aanvraag een specifieke uitkering aan een gemeente ten behoeve van de uitvoering van een project, in samenwerking met twee of meerdere rechtspersonen of natuurlijke personen, dat zich richt op de herstructurering van een projectgebied tot vitaal, toekomstbestendig en sociaaleconomisch gezond gebied, voor de volgende activiteiten:

Artikel 3. (hoogte van de uitkering)
1.

De specifieke uitkering bedraagt ten hoogste 25% van de realisatiekosten met een maximum van 50% van de onrendabele top en niet meer dan € 5.000.000 per project.

2.

De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over realisatiekosten die gemaakt worden voor de uitvoering van een project, voor zover de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.

3.

De huidige en de toekomstige marktwaarde van de verblijfsobjecten in de panden in het projectgebied wordt vastgesteld op basis van een taxatie uitgevoerd door een onafhankelijk taxateur.

Artikel 4. (uitkeringsplafond)

De minister verdeelt het uitkeringsplafond, opgenomen in de bijlage, op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 5. (aanvraag)
1.

Een specifieke uitkering wordt op aanvraag van een college verstrekt.

2.

De periode waarin de specifieke uitkering kan worden aangevraagd is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

3.

De aanvraag bevat in ieder geval de hoogte van de gevraagde specifieke uitkering.

4.

De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan.

5.

Het projectplan bevat in ieder geval:

6.

Een aanvraag voor een specifieke uitkering wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 6. (beslistermijn)

De minister verleent de specifieke uitkering binnen 13 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend. Indien niet binnen deze termijn kan worden beslist, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beslissing wel kan worden genomen.

Artikel 7. (realisatietermijn)

De maximale realisatietermijn van het project is zeven jaar, gerekend vanaf de datum waarop de specifieke uitkering is verleend.

Artikel 8. (afwijzingsgronden)

De minister besluit afwijzend op een aanvraag indien:

Artikel 9. (instelling adviescommissie)
1.

Er is een Adviescommissie impulsaanpak winkelgebieden die tot taak heeft de minister te adviseren over de rangschikking van de aanvragen, op basis van rangschikkingscriteria, bedoeld in artikel 10, eerste lid.

2.

De commissie bestaat uit ten minste 4 en ten hoogste 5 leden. De voorzitter en de leden zijn geen ambtenaren, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

3.

De voorzitter en de leden worden door de minister benoemd en ontslagen. Zij zijn telkens opnieuw benoembaar voor de termijn, bedoeld in het vierde lid.

4.

De voorzitter en de andere leden van de commissie worden door de minister voor een termijn van ten hoogste 4 jaar benoemd.

5.

De adviescommissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.

6.

De adviezen van de adviescommissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

7.

Een lid van de adviescommissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.

8.

De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de adviescommissie bij te wonen.

9.

In het secretariaat van de adviescommissie wordt door de minister voorzien.

10.

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de adviescommissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de adviescommissie bewaard in het archief van dat ministerie.

11.

De adviescommissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van de taak van de minister benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van de taak van de minister redelijkerwijs nodig is.

Artikel 10. (rangschikkingscriteria)
1.

De minister kent een aanvraag een hoger aantal punten toe naarmate:

2.

Het aantal punten bedraagt per onderdeel van het eerste lid ten hoogste 10 punten.

3.

Voor de rangschikking wordt het aantal punten gegeven voor het eerste lid, onderdeel a, vermenigvuldigd met 4, en voor het eerste lid, onderdelen b tot en met d, vermenigvuldigd met 2, en vervolgens opgeteld.

4.

De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.

5.

Indien aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, rangschikt de minister een aanvraag hoger naarmate meer punten zijn toegekend aan respectievelijk onderdeel a, b, c, en d, van het eerste lid.

Artikel 11. (verplichtingen)
1.

De gemeente voert de activiteiten uit overeenkomstig het projectplan.

2.

De gemeente besteedt de specifieke uitkering in de in de beschikking tot verlening opgenomen periode.

3.

De gemeente meldt aan de minister indien de kosten meer dan 25% afwijken van de begroting bij het projectplan.

4.

De gemeente draagt er zorg voor dat de bijdrage aan rechtspersonen of natuurlijke personen waarmee in het kader van het project wordt samengewerkt, niet meer bedraagt dan de onrendabele top van het project die samenhangt met hun investering.

5.

De gemeente sluit een samenwerkingsovereenkomst met de rechtspersonen en natuurlijke personen in het samenwerkingsverband.

6.

Binnen één jaar na de verlening van de specifieke uitkering is de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en de deelnemende rechtspersonen of natuurlijke personen ten behoeve van de uitvoering van het project definitief.

7.

De minister kan voor het vertragen of het essentieel wijzigen van de wijze waarop de activiteiten worden uitgevoerd op voorafgaand verzoek van de gemeente ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste en tweede lid, tenzij hierdoor afbreuk wordt gedaan aan de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstelling, bedoeld in artikel 2. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 12. (voorschot)
1.

Het voorschot bedraagt 100% van de specifieke uitkering en wordt ambtshalve verstrekt binnen 2 weken na de verlening van de specifieke uitkering.

2.

Indien de specifieke uitkering is verleend tussen 2 juli 2024 en 31 december 2024 kan een gemeente verzoeken tot het verstrekken van het voorschot overeenkomstig het eerste lid.

Artikel 13. (verantwoording en terugvordering)
1.

De gemeente legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig is besteed aan het project waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.

3.

De gemeente rapporteert jaarlijks op 1 maart over het voorafgaande jaar aan de minister. De rapportage bevat in ieder geval:

Artikel 14. (inwerkingtreding)

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15. (citeertitel)

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering impulsaanpak winkelgebieden.

Bijlage. behorende bij de artikelen 4 en 5, tweede lid, van de Regeling specifieke uitkering impulsaanpak winkelgebieden

Uitkeringsplafond Periode voor het aanvragen van de specifieke uitkering
€ 22.000.000 9 mei 9:00 2022 tot en met 30 mei 12:00 2022
€ 22.000.000 14 november 9:00 2022 tot en met 5 december 12:00 2022
€ 26.000.000 26 juni 9:00 2023 tot en met 4 september 12:00 2023
€ 28.000.000 21 mei 9:00 2024 tot en met 1 juli 2024 12:00

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.