Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Staatssecretaris van Fiscaliteit en Belastingdienst van 19 april 2022, nr. IENW/BSK-2022/51234, houdende regels inzake in Nederland gelegen projecten welke in het belang zijn van de bescherming van het milieu (Regeling groenprojecten 2022)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende na overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister voor Klimaat en Energie;

Gelet op artikel 5.14, derde lid, onderdeel a, en achtste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

BESLUITEN:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Projectcategorieën

Artikel 2

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een groenverklaring afgeven voor projecten of categorieën van projecten, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, in de categorieën:

Hoofdstuk 3. De aanvraag van een groenverklaring

Artikel 3
1.

Een groenverklaring wordt aangevraagd door en afgegeven aan een groenfonds die voornemens is in belangrijke mate bij te dragen aan het verstrekken van kredieten ten behoeve van een project dan wel het direct of indirect beleggen van vermogen in bedoeld project.

2.

Een aanvraag wordt ingediend door middel van het daartoe bestemde aanvraagformulier bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

3.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kan een aanvrager verzoeken een accountantsverklaring te over leggen, waaruit de juistheid of aannemelijkheid van de in de aanvraag vermelde gegevens blijkt.

Artikel 4
1.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, op een volledige aanvraag binnen acht weken na de indiening ervan.

2.

Een volledige aanvraag is een aanvraag waarbij geen aanvullende informatie nodig is voor de beoordeling ervan.

3.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland verzendt een afschrift van het besluit aan de projectbeheerder.

Artikel 5
1.

Een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor:

2.

Een groenverklaring wordt niet afgegeven indien de aanvrager, na daartoe een verzoek ontvangen te hebben, niet binnen de gestelde termijn de gegevens verstrekt die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van het project.

Artikel 6
1.

De groenverklaring geldt ten hoogste voor de levensduur van een project, maar niet langer dan:

2.

De groenverklaring treedt maximaal negen maanden na de afgifte hiervan in werking.

3.

De groenverklaring vermeldt de aard van het project, het projectvermogen, de datum waarop de groenverklaring in werking treedt en de periode waarvoor de groenverklaring geldt.

4.

De groenverklaring voor een project als bedoeld in projectcategorie 1 van de bijlage vervalt indien binnen twee jaar na de dag van afgifte hiervan geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden.

5.

In de groenverklaring kunnen nadere voorschriften worden opgenomen.

Hoofdstuk 4. Het projectvermogen

Artikel 7
1.

Indien het projectvermogen het bedrag van € 75.000.000 te boven gaat, beperkt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat het projectvermogen tot € 75.000.000.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien naar het oordeel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een hoger projectvermogen toegestaan kan worden vanwege het uitzonderlijke karakter van het project.

Hoofdstuk 5. Overige bevoegdheden van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat

Artikel 8

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat maakt de gegevens, bedoeld in bijlage III van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening en de Visserij Groepsvrijstellingsverordening, van de begunstigde openbaar in de volgende gevallen:

Artikel 9
1.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de groenverklaring intrekken indien:

2.

Het besluit tot intrekking kan terugwerkende kracht hebben.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.