Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 26 april 2022, nr. IENW/BSK-2022/76068, houdende de vaststelling van tijdelijke regels voor het verlenen van een specifieke uitkering voor bodemopgaven voor het jaar 2022 (Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2022)
Gelet op de artikelen 17 van de Financiële-verhoudingswet, 3, eerste lid, onderdeel b, 4, eerste lid, en 5, onderdelen a tot en met h, van de Kaderwet subsidies I en M;
BESLUIT:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: provincie of gemeente als bedoeld in de Wet bodembescherming of gemeente als bedoeld in het Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten Wet bodembescherming, zoals die luidden voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden;
- buitenproportionele opgave: buitenproportionele opgave als bedoeld in artikel 13, tweede lid;
- convenant bodem en ondergrond: convenant bodem en ondergrond 2016–2020 zoals dat luidde op 31 december 2020;
- convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties: convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties zoals dat luidde op 31 december 2015;
- historische spoedopgave: aanpak van historische spoedeisende bodemverontreiniging als bedoeld in artikel 8, tweede lid;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- oude afspraken: aantoonbare financiële afspraken die in het verleden tussen een individueel bevoegd gezag en het Rijk zijn gemaakt over de sanering van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
De definities en begrippen van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2. Kaderbesluit subsidies I en M
De artikelen 2, eerste en derde lid, 4, eerste en tweede lid, 6, 8, 10, 11, 12, aanhef en onderdelen b, c, d, e, f, g, h, i en k, 13, 14, eerste en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, e en f, en tweede lid, 18, 21, 23, eerste en vijfde lid, en 24, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3. Doel
Het doel van deze regeling is om door middel van het verstrekken van specifieke uitkeringen bevoegde gezagen in staat te stellen een aantal taken op het gebied van bodemsanering goed af te ronden en nieuwe bodemkwaliteitsopgaven te signaleren en daarop te reageren met een passende aanpak.
Artikel 4. Uitkeringsplafonds
Het plafond voor de specifieke uitkeringen op grond van deze regeling bedraagt voor:
- a. historische spoedopgaven: maximaal € 17.556.924,–, exclusief compensabele btw;
- b. buitenproportionele opgaven: maximaal € 20.398.331,–, exclusief compensabele btw, waarvan:
- 1°. maximaal € 8.000.000,– exclusief compensabele btw beschikbaar is voor activiteiten met betrekking tot de aanpak van diffuus verspreid lood; en
- 2°. maximaal € 12.398.331,– exclusief compensabele btw beschikbaar is voor activiteiten met betrekking tot de aanpak van PFAS;
- c. oude afspraken: maximaal € 21.000.000,– exclusief compensabele btw; en
- d. de tweede aanvraagperiode voor de aanpak historische spoedopgaven, bedoeld in artikel 12a: maximaal € 19.329.778,–, exclusief compensabele btw.
Specifieke uitkeringen die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 5. Reikwijdte aanvraag specifieke uitkering
Een aanvraag voor een specifieke uitkering voor activiteiten als bedoeld in deze regeling wordt gedaan voor de aanpak van ofwel een historische spoedopgave, ofwel een buitenproportionele opgave, met inachtneming van artikel 15, ofwel een oude afspraak.
Artikel 6. Start activiteiten historische spoedopgave en buitenproportionele opgave
Een specifieke uitkering kan worden verleend voor activiteiten als bedoeld in artikel 8, artikel 12a of artikel 13 die in 2022 zijn gestart mits deze zijn opgenomen in de aanvraag voor de desbetreffende specifieke uitkering en aan de bestedingsvoorwaarden, bedoeld in de artikelen 11 respectievelijk 17, wordt voldaan.
Artikel 7. Aanvullende afwijzingsgrond
In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit subsidies I en M kan de minister afwijzend beslissen op een aanvraag om een specifieke uitkering als bedoeld in deze regeling, indien voor de activiteiten uit anderen hoofde Rijksmiddelen zijn of zullen worden verstrekt dan wel kunnen worden verstrekt.
§ 2. Historische spoedopgaven
Artikel 8. Verlening specifieke uitkering voor historische spoedopgaven
De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verlenen aan een bevoegd gezag voor de aanpak van een of meer historische spoedopgaven.
Een historische spoedopgave betreft een historische spoedopgave als bedoeld in de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden en betreft de start, voortzetting, afbouw of afronding door het bevoegd gezag van de aanpak van historische spoedsaneringen als bedoeld in het convenant bodem en ondergrond, bestaande uit:
- a. de aanpak van de individuele historische spoedlocaties die zijn opgenomen in de eindrapportage van het uitvoeringsprogramma van het convenant bodem en ontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties, gepubliceerd op de website van Bodemplus, alsmede van historische spoedlocaties waarvoor uiterlijk op 30 april 2022 een onherroepelijke beschikking tot spoedige sanering als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden is genomen;
- b. gebiedsgericht grondwaterbeheer in gebieden conform het beheer zoals dat uiterlijk op 30 april 2022 is vastgesteld door het bevoegd gezag;
- c. nazorg inclusief isoleren, beheer- en controlemaatregelen, van gesaneerde locaties dan wel de afbouw daarvan; of
- d. de aanpak van de waterbodems die zijn opgenomen in de monitoringsrapportage van het uitvoeringsprogramma van het convenant bodem en ondergrond over het jaar 2020, gepubliceerd op de website van Bodemplus.
De specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal het bedrag aangegeven in bijlage 1 bij deze regeling voor het daarbij genoemde bevoegd gezag.
Artikel 9. Aanvraag specifieke uitkering historische spoedopgave
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, kan een specifieke uitkering aanvragen voor activiteiten of voor financiële verplichtingen met betrekking tot de aanpak van een historische spoedopgave die in 2022 worden uitgevoerd respectievelijk worden aangegaan.
Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval de projecten of de locaties die onderdeel uitmaken van de historische spoedopgave van het bevoegd gezag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd, onderverdeeld naar:
- 1°. individuele spoedlocaties;
- 2°. gebiedsgericht grondwaterbeheer;
- 3°. nazorg inclusief isoleren, beheer- en controlemaatregelen; en
- 4°. de aanpak van waterbodems als bedoeld op lijst C van het convenant bodem en ondergrond.
In afwijking van artikel 10, vierde lid, onderdeel c, van het Kaderbesluit subsidies I en M vermeldt het bevoegd gezag bij de aanvraag aan welke projecten de gevraagde specifieke uitkering zal worden besteed.
Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 1 tot en met 31 mei 2022.
Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling.
Artikel 10. Maximumverlening specifieke uitkering historische spoedopgave
Indien een aanvrager een hogere specifieke uitkering aanvraagt dan het bedrag, bedoeld in artikel 8, derde lid, verleent de minister indien de aanvraag voor honorering in aanmerking komt ten hoogste het bedrag, bedoeld in dat lid.
Artikel 11. Besteding specifieke uitkering historische spoedopgave
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en artikel 12a, eerste lid, besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde projecten of locaties voor zover het gaat om kosten voor onderzoek, saneringsmaatregelen of andere activiteiten die nodig zijn voor het wegnemen of beheersen van onaanvaardbare humane, ecologische dan wel verspreidingsrisico’s bij die projecten of locaties, met dien verstande dat de uitkering mag worden besteed aan een ander project of een andere locatie binnen de aanpak van de historische spoedopgave, genoemd in die beschikking.
Onverminderd het eerste lid besteedt het bevoegd gezag de specifieke uitkering uitsluitend aan activiteiten waarvan de kosten niet kunnen worden verhaald op de veroorzaker van de bodemverontreiniging of aan activiteiten waarvan de kosten wegens onvoldoende draagkracht niet of niet volledig kunnen worden gedragen door de eigenaar van de locatie.
Indien er sprake is van een situatie waarin het bevoegd gezag onverwijld moet handelen vanwege risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging, mag de specifieke uitkering in afwijking van het tweede lid worden besteed aan de kosten daarvoor, vooruitlopend op het verhaal van die kosten op de veroorzaker van de verontreiniging of de eigenaar van de locatie.
Activiteiten als bedoeld in het eerste lid starten in 2022 en hebben een doorlooptijd van ten hoogste drie jaar te rekenen vanaf de datum opgenomen in de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering.
In geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering mogen in afwijking van het vierde lid de projecten uiterlijk op 31 december 2030 zijn uitgevoerd.
Artikel 12. Verplichting ontvanger specifieke uitkering voor historische spoedopgaven
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en artikel 12a, eerste lid, verstrekt jaarlijks voor het einde van het kalenderjaar informatie aan de minister over de voortgang van de activiteiten waarvoor de desbetreffende specifieke uitkering is verstrekt, waarbij wordt aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd of zijn afgerond.
§ 3. Buitenproportionele opgaven
Artikel 13. Verlening specifieke uitkering voor buitenproportionele opgaven
De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verlenen aan een bevoegd gezag voor het uitvoeren van een of meer buitenproportionele opgaven.
Een buitenproportionele opgave is een bodem- of grondwaterkwaliteitsopgave voor het bevoegd gezag:
- a. met betrekking tot het element diffuus verspreid lood of tot het element PFAS, waarbij sprake is van een dringende noodzaak om maatregelen te nemen vanwege risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging of omdat stagnatie dreigt van noodzakelijke maatschappelijke ontwikkelingen;
- b. waarvoor de aanpak vraagt om veel kennis, capaciteit en middelen van dat bevoegd gezag; en
- c. die niet valt onder afronding van historische spoedopgaven of onder oude afspraken.
Artikel 14. Kosten die in aanmerking komen voor een specifieke uitkering voor buitenproportionele opgaven
De kosten die voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 13 in aanmerking komen, zijn de kosten die rechtstreeks verband houden met onderzoek of bodemsanering in het kader van de aanpak van de buitenproportionele opgave.
Artikel 15. Aanvraag specifieke uitkering voor buitenproportionele opgaven
Voor ieder element, genoemd in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, wordt een separate aanvraag als bedoeld in artikel 13, eerste lid, ingediend.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.