Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 april 2022, 2022-0000091000, tot vaststelling van een tijdelijke subsidieregeling gericht op het ontwikkelen, uitvoeren en onderzoeken van experimenten en het uitvoeren van wetenschappelijke onderzoek naar effectieve interventies inzake duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen (Tijdelijke subsidieregeling onderzoek en experimenten duurzame inzetbaarheidsinterventies)
Gelet op de artikelen 3, eerste en vijfde lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvraagtijdvak: een door de Minister vastgesteld tijdvak waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend;
- activiteit: een activiteit als bedoeld in artikel 4;
- brancheorganisatie: een organisatie die de belangen behartigt van leden die tot eenzelfde branche behoren;
- brutoloon: bruto salaris, inclusief eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werkenden als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende collectieve arbeidsovereenkomst of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief overige vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten;
- duurzame inzetbaarheid: het gemotiveerd, gezond en productief houden van werkenden om hen in staat te stellen tot aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, binnen of buiten een arbeidsorganisatie betaalde arbeid te verrichten;
- hoofdaanvrager: een organisatie als bedoeld in artikel 13, vierde lid;
- Kaderregeling subsidies: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- leven lang ontwikkelen: alle leeractiviteiten die gedurende het leven worden ontplooid om kennis, vaardigheden en competenties vanuit een persoonlijk, burgerlijk, sociaal of werkgelegenheidsperspectief te verbeteren;
- Minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- onderzoeksinstelling: een publieke of private organisatie die zich in hoofdzaak bezighoudt met het onafhankelijk verrichten van toegepast wetenschappelijk onderzoek of beleidsonderzoek, waarbij toepassingsgericht onderzoek van veelal gammawetenschappelijke aard wordt verricht ten behoeve van instanties die beleid voor de samenleving ontwikkelen, uitvoeren en evalueren;
- O&O-fonds: een stichting of vereniging die als doel heeft het optimaliseren van de werking van de arbeidsmarkt en die:
- a. is opgericht bij een bij de Minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst
- b. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties; of
- c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversorganisaties alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties;
- preadvies: advies dat vrijblijvend kan worden aangevraagd om een beknopte conceptaanvraag te toetsen, als bedoeld in artikel 11a;
- samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 13;
- subsidieaanvrager: samenwerkingsverband dat subsidie aanvraagt op grond van deze regeling;
- subsidieontvanger: samenwerkingsverband waaraan subsidie is verleend op grond van deze regeling;
- werkende: elke natuurlijke persoon die betaalde arbeid verricht, een band heeft met de Nederlandse arbeidsmarkt, achttien jaar of ouder is en de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, niet heeft bereikt;
- werkgeversorganisatie: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers, die krachtens haar statuten de belangenbehartiging van werkgevers beoogt;
- werknemersorganisatie: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers, die krachtens haar statuten de belangenbehartiging van werknemers beoogt.
Voor de toepassing van deze regeling wordt onder werkgeversorganisatie mede verstaan een beroepsorganisatie, zijnde een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van beroepsgenoten, die krachtens haar statuten de belangbehartiging van beroepsgenoten beoogt.
Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderregeling subsidies en benodigde formulieren
Op het aanvragen en verstrekken van subsidies op grond van deze regeling is de Kaderregeling subsidies, met uitzondering van de artikelen 3.1 en 7.1, van toepassing.
De formulieren, modellen en formats waarnaar in deze regeling wordt verwezen, zijn door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
Artikel 3. Doel en reikwijdte van de regeling
Het doel van de regeling is het stimuleren van het ontwikkelen of verder ontwikkelen van uitvoerbare, overdraagbare en gevalideerde praktijk- en wetenschappelijke kennis op het terrein van duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen teneinde de toepassing in bedrijven, sectoren en organisaties te vergroten en zo meer werkenden te bereiken.
Deze regeling beoogt door middel van onderzoek een verdere bijdrage te leveren aan de toepassing van praktische en wetenschappelijke kennis omtrent:
- a. het bevorderen van gezond, veilig en vitaal werken;
- b. het bevorderen van goed werkgeverschap en goed opdrachtgeverschap;
- c. het stimuleren van een leven lang ontwikkelen en arbeidsmobiliteit van werkenden; en
- d. het bevorderen van bewustwording bij werkenden en bedrijven of organisaties en van de eigen regie van werkenden op hun loopbaan.
Artikel 4. Subsidiabele activiteiten
De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten die passen bij het doel van deze regeling:
- a. het ontwikkelen, uitvoeren en onderzoeken van experimenten in bedrijven of organisaties om de ontwikkeling van nieuwe praktijken en inzichten te ondersteunen; of
- b. het breder toepasbaar maken van praktijkkennis of wetenschappelijke kennis via het implementeren van interventies, werkwijzen of methodieken, en het door middel van onderzoek bepalen van succesfactoren.
De activiteiten zijn gericht op werkenden dan wel de organisatie van het werk van werkenden, met het oog op de in artikel 3, tweede lid, genoemde doelen.
De activiteiten dragen bij aan het vergroten van de in artikel 3 bedoelde kennis, de werkzaamheid daarvan en het breder toepasbaar maken van die kennis voor andere bedrijven of organisaties en hun werkenden.
Artikel 5. Subsidieplafond en maximale hoeveelheid aanvragen
Het subsidieplafond bedraagt € 21,3 miljoen voor aanvragen in 2024.
Per samenwerkingsverband wordt in een aanvraagtijdvak voor maximaal twee aanvragen subsidie verleend.
Als een onderzoeksinstelling in meerdere samenwerkingsverbanden deelneemt wordt per aanvraagtijdvak aan maximaal vier aanvragen waarbij die onderzoeksinstelling betrokken is, subsidie verleend. Deze bepaling is niet van toepassing indien het beschikbare budget in een aanvraagtijdvak niet volledig wordt benut.
De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen voor subsidie bestaat slechts gedurende door de Minister vastgestelde aanvraagtijdvakken.
Artikel 6. Aanvraagtijdvakken
Het eerste aanvraagtijdvak loopt van 23 mei 2022 9.00 uur tot en met 24 juni 2022 17.00 uur.
Het tweede aanvraagtijdvak loopt van 27 mei 2024 9.00 uur tot en met 21 juni 2024 17.00 uur.
Artikel 7. Minimaal en maximaal aan te vragen subsidiebedrag
Het minimum aan te vragen subsidiebedrag bedraagt € 750.000 en het maximum aan te vragen subsidiebedrag bedraagt € 4 miljoen.
Artikel 8. Looptijd van de activiteiten
Activiteiten hebben een looptijd van minimaal een jaar en maximaal vier jaar.
Uiterlijk op de dag gelegen drie maanden voor het einde van de voor de subsidieontvanger geldende looptijd, kan de subsidieontvanger de Minister verzoeken de looptijd van zijn activiteiten te verlengen. De Minister bepaalt, bij inwilliging van het verzoek, een nieuwe einddatum.
Artikel 9. Subsidieaanvraag
Een subsidieaanvraag wordt ingediend door middel van een elektronisch aanvraagformulier ondertekend door een daartoe bevoegd functionaris van de hoofdaanvrager. Onderdeel van de aanvraag is in ieder geval:
- a. een activiteitenplan dat, in aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies, voldoet aan de eisen die worden gesteld in de bij deze regeling behorende bijlage;
- b. een beschrijving van de wijze waarop de activiteit door middel van een eenmalige subsidie als bedoeld in deze regeling, een eindproduct kan opleveren dat een bijdrage levert aan de overdracht van kennis als bedoeld in artikel 3, tweede lid, dat voor een ieder beschikbaar is;
- c. het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- d. een onderbouwing waarom subsidie door het Rijk in de gevraagde omvang noodzakelijk is voor de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd;
- e. een onderbouwde begroting van de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, met een financieringsplan waaruit blijkt hoe de activiteiten gefinancierd worden en hoe de verdeling van kosten en van de subsidie, waaronder de in artikel 16, eerste lid, onder c, bedoeld toeslag, tussen partijen in het samenwerkingsverband is; en
- f. een referentieproject van de onderzoekinstelling die deelneemt aan het samenwerkingsverband en waaruit blijkt dat de onderzoeksinstelling kennis en ervaring heeft met evaluatieonderzoek en met kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethodieken.
De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 13, tweede lid.
Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten of een deel daarvan ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
Door het indienen van een aanvraag stemt de subsidieaanvrager ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens en stukken met betrekking tot het preadvies, openbaar wordt gemaakt.
Artikel 10. Behandeling subsidieaanvragen
Het beschikbare subsidiebedrag wordt na beoordeling van de subsidieaanvragen en hun onderlinge afweging verdeeld, waarbij de Minister aan de hand van de criteria, opgenomen in artikel 11, eerste lid, voorrang geeft aan subsidieaanvragen voor activiteiten die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de regeling.
Indien er in een aanvraagtijdvak meer dan vijftien aanvragen worden ingediend, worden de aanvragen, in afwijking van het eerste lid, eerst op volgorde van binnenkomst in tranches verdeeld. De eerste tranche bestaat uit vijftien aanvragen, de daarop volgende tranche of tranches bestaan uit maximaal vijf aanvragen.
De aanvragen in een tranche worden, beginnend bij de eerste tranche, beoordeeld en het beschikbare subsidiebedrag wordt na onderlinge afweging binnen de tranche, op de wijze, bedoeld in het eerste lid, verdeeld.
Indien na deze verdeling, bedoeld in het derde lid, het beschikbare subsidieplafond nog niet wordt overschreden, worden de aanvragen in de daarop volgende tranche behandeld conform het derde lid.
Alleen volledige subsidieaanvragen worden in behandeling genomen.
Indien een aanvraag minimaal één week voor sluiting van het aanvraagtijdvak is ingediend, controleert de Minister of alle in artikel 9, eerste lid, genoemde stukken aanwezig zijn. Is de aanvraag onvolledig, dan deelt de Minister dat voor sluiting van het aanvraagtijdvak mee aan de aanvrager.
Een aanvraag kan tot sluiting van het aanvraagtijdvak worden aangepast of aangevuld. Na sluiting van het aanvraagtijdvak kan de aanvraag niet meer worden aangevuld of aangepast.
Als een aanvraag krachtens het zesde lid is aangevuld of aangepast, geldt bij de indeling in tranches de datum waarop de aangepaste of volledig aangevulde aanvraag is ontvangen, als de datum van ontvangst.
Artikel 11. Beoordeling subsidieaanvragen
De Minister kent, na advies van het adviespanel, bedoeld in artikel 12, aan een subsidieaanvraag een hoger aantal punten toe naarmate:
- a. de activiteit beter aansluit bij de doelen van de regeling, bedoeld in artikel 3;
- b. de omschreven kennisbehoefte meer urgentie heeft binnen één of meer sectoren;
- c. de activiteit en de kennis die de activiteit oplevert beter aansluiten bij de aangegeven kennisbehoefte;
- d. de kennis die de activiteit oplevert en het eindproduct meer toepasbaar en beter overdraagbaar zijn binnen en buiten de sector;
- e. de kwaliteit van het onderzoek in het kader van de activiteit beter is, waarbij gekeken wordt naar de methodiek en de uitvoerbaarheid;
- f. de mate waarin beschikbare middelen efficiënt worden ingezet; en
- g. het samenwerkingsverband dat de activiteit uitvoert meer geschikt is om de activiteit uit te voeren, blijkend uit de daarvoor benodigde competenties, de samenstelling van het samenwerkingsverband, de intrinsieke motivatie voor de activiteit en het externe draagvlak voor de activiteit bij bedrijven of organisaties.
De Minister kent per onderdeel van het eerste lid ten minste één en ten hoogste tien punten toe.
Voor de rangschikking worden de punten gegeven voor de onderdelen van het eerste lid opgeteld.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.