← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Klimaat en Energie van 21 april 2022, nr. WJZ/ 22056038, houdende aanwijzing categorieën van productie-installaties voor de productie van duurzame energieproductie en klimaattransitie in 2022 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022)

Geldende tekst a fecha 2022-06-01

Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies en de artikelen 1, eerste lid, onderdeel o, tweede en derde lid, 2, tweede, derde, vierde, vijfde en zevende lid, 3, eerste lid, onderdelen a, c en d, tweede lid, onderdelen a en c, derde lid, onderdelen a, c en d, vierde en zesde lid, 6, derde lid, 7, eerste lid, 8, 10, eerste en derde lid, 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, eerste lid, onderdeel c, en vijfde lid, 15, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 25, 27, eerste en derde lid, 28, eerste lid, 29, eerste lid, 31, eerste lid, onderdeel c, en vijfde lid, 32, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, 42, 43a, eerste en derde lid, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 47, eerste lid, onderdeel c, en vijfde lid, 48, derde, vierde, vijfde en zevende lid, 55c, 55e, eerste en derde lid, 55f, eerste lid, 55g, eerste lid, 55i, vierde lid, 55j, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 56, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 57, eerste lid, onderdeel b, 59, tweede en derde lid, 61, eerste, derde en vierde lid, en 62, vierde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Algemene bepalingen

Artikel 2
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 13.000.000.000 voor het verlenen van subsidies die worden aangevraagd in de periode van 28 juni 2022, 09:00 uur, tot 6 oktober 2022, 17:00 uur, voor:

2.

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van ontvangst van de aanvragen.

3.

Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

Artikel 3
1.

De maximale vermindering van broeikasgas in kg die in aanmerking komt voor subsidies voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide op grond van artikelen 85, eerste lid, en 87, eerste lid, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 2, eerste lid, bedraagt, gerekend voor de hele looptijd van die subsidies:

2.

Indien bij een subsidie als bedoeld in het eerste lid de koolstofdioxide deels afkomstig is als bijproduct van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en deels van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt alle koolstofdioxide toegerekend:

3.

De maximale vermindering van broeikasgas die in aanmerking komt voor subsidies voor de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof op grond van artikel 81, eerste lid, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 2, eerste lid, komt overeen met 7.100.000.000 kWh, gerekend voor de hele looptijd van de subsidies.

4.

De maximale productie in kWh die in aanmerking komt voor subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie of windenergie op grond van artikel 15, eerste lid, 17, eerste lid, 19, eerste lid, 21, eerste lid, of 23, eerste lid, die worden aangevraagd in de periode, genoemd in artikel 2, eerste lid, komt overeen met 37.500.000.000 kWh, gerekend voor de hele looptijd van de subsidies.

Artikel 4
1.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien:

2.

Bij het overleggen van de toestemming van de eigenaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gebruik gemaakt van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 5
2.

Voor het opstellen van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 1 opgenomen model.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998.

4.

Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het eerste lid bij elkaar opgeteld de subsidies die de subsidieontvanger ontvangt, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van het besluit of het Besluit SDE, van die beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt, nog niet is aangevangen.

5.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien sprake is van een combinatie van twee subsidies als bedoeld in de artikelen 85, tweede tot en met zevende lid, 87, tweede tot en met zevende lid en 89, tweede tot en met vierde lid, waardoor in totaal meer dan € 400.000.000,– aan subsidie wordt verleend.

Artikel 6
1.

Als te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, van het besluit worden aangewezen:

2.

Als productie-installaties die als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het besluit worden aangewezen:

3.

Als te renoveren productie-installaties waarvoor subsidie kan worden verstrekt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, van het besluit worden aangewezen:

4.

Als productie-installaties waarvoor subsidie wordt verstrekt indien deze geheel of deels bestaat uit gebruikte materialen als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het besluit worden aangewezen:

Artikel 7
1.

Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld in artikel 15, derde en vierde lid, van het besluit worden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 11, 13, 15, eerste lid, 17, eerste lid, 19, eerste lid, en 21, eerste lid. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

2.

Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld in artikel 15, derde en vierde lid, van het besluit worden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd als bedoeld in artikel 23, eerste lid. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt. Bij de benutting van de opgetelde kWh, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt de productie verdeeld in een deel netlevering en een deel niet-netlevering op basis van de verhouding tussen de geproduceerde energie die aan het net geleverd is en de energie die niet aan het net geleverd is in het voorgaande jaar.

3.

Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld in artikel 32, derde en vierde lid, van het besluit worden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 25, 27, 29, eerste lid, 31 en 33. Het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

4.

Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld in artikel 48, derde en vierde lid, van het besluit worden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 35, eerste lid, 37, 39, 41, eerste lid, 43, 45, 47, 49, 51, 53, 55, 57, eerste lid, 59, eerste lid, en 61.

5.

Voor de productie-installaties, bedoeld in het vierde lid, wordt het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het besluit, gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

6.

Als productie-installaties waarvoor het verschil in kWh kan worden opgeteld als bedoeld in artikel 55j, derde en vierde lid, van het besluit worden aangewezen:

7.

Voor de productie-installatie, bedoeld in het zesde lid, wordt het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 55j, vierde lid, van het besluit, gemaximeerd op 25% van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

Artikel 8
1.

Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld als bedoeld in artikel 32, zesde lid, van het besluit worden aangewezen productie-installaties waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 25, 27, 29, eerste lid, 31 en 33.

2.

Als productie-installaties waarvoor de producent kan aantonen dat hij hernieuwbaar gas heeft geproduceerd waarmee hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit is geproduceerd, als bedoeld in artikel 32, zevende lid, van het besluit worden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 37, 39 en 41, eerste lid.

Artikel 9
1.

Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld in artikel 15, zesde lid, van het besluit worden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt als bedoeld in de artikelen 11, 13, 15, eerste lid, 17, eerste lid, 19, eerste lid, 21, eerste lid, en 23, eerste lid.

2.

Als productie-installaties waarvoor het aantal kWh kan worden opgeteld waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering zijn verstrekt als bedoeld in artikel 48, zevende lid van het besluit worden productie-installaties aangewezen waarmee hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd als bedoeld in de artikelen 37, onderdelen b, d en f, 39, onderdelen b en d, 41, eerste lid, onderdeel b, 43, 45, 47, 49, 51, 53, 55 en 57, eerste lid.

Artikel 10

Als productie-installaties waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend als bedoeld in artikel 56, tweede lid, van het besluit worden aangewezen:

§ 3. Categorieën

§ 3.1. Hernieuwbare elektriciteit

§ 3.1.1. Waterkracht

Artikel 11

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële of kinetische energie van stromend water dat niet specifiek voor de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt:

Artikel 12
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 11, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.2. Osmose

Artikel 13

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s.

Artikel 14
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 13, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.3. Wind op land

Artikel 15
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in de artikelen 17, 19 en 21;

2.

De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone.

3.

Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien:

Artikel 16
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.4. Wind op land met hoogtebeperking

Artikel 17
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie met een tiphoogte kleiner dan of gelijk aan 150 meter;

2.

De productie-installatie is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone.

3.

Op de locatie van de productie-installatie is sprake van een hoogterestrictie bij of krachtens landelijke wet- en regelgeving in verband met de aanwezigheid van een luchthaven in de omgeving waardoor de windturbine een tiphoogte heeft van kleiner dan of gelijk aan 150 meter.

4.

Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van een aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien:

Artikel 18
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 17, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.5. Wind op waterkering

Artikel 19
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie:

2.

Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van het indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien:

Artikel 20
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 19, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.6. Wind in meer

Artikel 21
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie;

2.

Indien de productie-installatie wordt opgericht op een locatie waar op het moment van indienen van de aanvraag een windturbine staat of heeft gestaan, verstrekt de minister de subsidie uitsluitend indien:

Artikel 22
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 21, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.7. Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 23
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A en:

2.

Voor de werking van dit artikel wordt onder gebouw tevens verstaan een aan de grond gebonden overkapping voor van het tegen weersinvloeden beschermd parkeren van voertuigen.

3.

Het additioneel gecontracteerde terugleververmogen voor een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, onderdeel b, subonderdeel 2°, en onderdeel c, subonderdelen 2° en 3°, bedraagt maximaal 50% van het piekvermogen van de zonnepanelen.

Artikel 24
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 23, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 1°, en onderdeel c, subonderdeel 1°, binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

4.

De subsidieontvanger neemt een productie-installatie als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, onderdeel c, subonderdelen 2° en 3°, en onderdeel d, subonderdelen 1°, 2° en 3°, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2. Hernieuwbaar gas

§ 3.2.1. Biomassavergisting

Artikel 25

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd:

Artikel 26
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 25, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.2.2. Biomassavergisting, verlengde levensduur

Artikel 27

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie die ingrijpend wordt gerenoveerd en waarmee:

Artikel 28
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 27, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

Een subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.2.3. Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 29
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij:

2.

De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd.

Artikel 30
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 29, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer hij minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in de productie-installatie met een totaal nominaal thermisch vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.2.4. Rioolwaterzuiveringsinstallaties bestaande slibgisting

Artikel 31

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht, nieuw is.

Artikel 32
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 31, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in de productie-installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.2.5. Biomassavergassing

Artikel 33

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas door middel van vergassing, waarbij ten minste de vergasser nieuw is, uit:

Artikel 34
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 33, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch vermogen van de gasopwaardeerinstallatie gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte overige biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.3. Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

§ 3.3.1. Zonthermie voor hernieuwbare warmte

Artikel 35
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die uitsluitend voorziet in de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie met een totaal thermisch vermogen:

2.

Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van afgedekte collectoren waarvan de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van kassen of fotovoltaïsche zonnepanelen, een geïntegreerd geheel vormt met de collector van een collectorsysteem of met collectoren waarbij het zonlicht met externe spiegels of lenzen wordt geconcentreerd.

3.

Het vermogen in kWth van de productie-installatie wordt berekend door de apertuuroppervlakte van de afgedekte collectoren of het aangestraalde oppervlakte van de spiegels of lenzen voor het concentreren van zonlicht in vierkante meter te vermenigvuldigen met een factor 0,7.

4.

De subsidie wordt niet verstrekt indien reeds op basis van artikel 4.5.2. van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies subsidie is verstrekt.

Artikel 36
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 35, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

§ 3.3.2. Biomassavergisting voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 37

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee:

Artikel 38
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 37, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.3.3. Biomassavergisting voor warmte en gecombineerde opwekking, verlengde levensduur

Artikel 39

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die ingrijpend wordt gerenoveerd en waarmee:

Artikel 40
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 39, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.3.4. Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 41
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering:

2.

De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, worden niet in gebruik genomen voordat de subsidie is aangevraagd.

Artikel 42
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 41, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag.

5.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie voor de opwekking van warmte of gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de broeikasgasemissiereductiecriteria bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.3.5. Ketel vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 43

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 512, 514, 517, 518, 543, 545, 550 tot en met 579, 587, 594, 595 en 800 tot en met 809 van de NTA 8003:2017, met een brander in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW.

Artikel 44
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 43, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.3.6. Kleine ketel vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 45

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017 in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MWth en kleiner dan 5 MWth waarbij ten minste de ketel nieuw is.

Artikel 46
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 45, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

5.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

6.

Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem.

§ 3.3.7. Grote ketel vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 47

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en waarbij het aantal subsidiabele vollasturen:

Artikel 48
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 47, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

5.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

6.

Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem.

§ 3.3.8. Grote ketel op B-Hout voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 49

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van biomassa als bedoeld in NTA 8003:2017, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth, en waarbij ten minste de ketel nieuw is.

Artikel 50
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 49, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

5.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

6.

Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem.

§ 3.3.9. Ketel op houtpellets voor warmte en gecombineerde opwekking voor verwarming van gebouwde omgeving

Artikel 51

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 10 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en waarin:

Artikel 52
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 51, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof, biogeen is.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

5.

De subsidieontvanger levert de warmte uitsluitend ten behoeve van de verwarming van gebouwde omgeving.

6.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling.

7.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem.

§ 3.3.10. Stoomketel op houtpellets voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 53

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets in een ketel, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de stoomketel nieuw is en waarin:

Artikel 54
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 53, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat ten minste 97% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

5.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling.

§ 3.3.11. Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 55

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets met een brander in een ketel, oven of fornuis, met een nominaal thermisch vermogen gelijk aan of groter dan 5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MWth en waarin:

Artikel 56
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 55, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling.

§ 3.3.12. Verlengde levensduur voor ketel vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 57
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003:2017, waarvoor reeds subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen in een ketel met een nominaal thermisch vermogen:

2.

De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde biogeen.

Artikel 58
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 57, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

5.

Als gebruik wordt gemaakt van houtige biomassa als bedoeld in de nummers 100 tot en met 199 van de NTA 8003:2017, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem.

§ 3.3.13. Composteringsinstallatie voor hernieuwbare warmte

Artikel 59
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte die vrijkomt bij het composteren van uitsluitend biomassa als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 300 tot en met 329 van de NTA 8003:2017 in een gesloten ruimte voor compostering onder geconditioneerde omstandigheden, met een vermogen van ten minste 500 kWth.

2.

De biomassa die in de productie-installatie wordt toegepast, is voor ten minste 97% van de energetische waarde biogeen.

Artikel 60
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 59, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

§ 3.3.14. Geothermie voor hernieuwbare warmte

Artikel 61

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door:

Artikel 62
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 61, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 61, onderdelen a, d, e en f, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 61, onderdelen b en c, binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte hernieuwbare warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende warmte.

§ 3.4. Andere technieken ter vermindering van broeikasgas

§ 3.4.1. Geothermie voor koolstofdioxide-arme warmte

Artikel 63

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die broeikasgas vermindert door:

Artikel 64
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 63, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 63, onderdeel a, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 63, onderdelen b en c, binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

4.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.2. Thermische energie uit oppervlaktewater

Artikel 65

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit oppervlaktewater of zeewater, waarbij de warmte wordt opgewaardeerd door middel van een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth en waarbij:

Artikel 66
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 65, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.3. Thermische energie uit afvalwater

Artikel 67
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit afvalwater of drinkwater door middel van een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth.

2.

De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, levert uitsluitend warmte aan gebouwde omgeving en wordt niet gebruikt voor koudelevering.

Artikel 68
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 67, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.4. Zonthermie voor warmte met toepassing in daglichtkas

Artikel 69
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie die integraal onderdeel uitmaakt van een nieuwe tuinbouwkas.

2.

De productie-installatie maakt gebruik van:

3.

De productie-installatie heeft een seizoensopslag van warmte.

4.

De productie-installatie wordt niet gebruikt voor koudelevering.

Artikel 70
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 69, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.5. Zonthermie voor warmte door middel van pvt-collectoren

Artikel 71
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie en buitenluchtwarmte door middel van zonnecollectoren die warmte en stroom produceren, waarbij de warmte wordt aangewend voor de verwarming van gebouwde omgeving.

2.

De productie-installatie maakt gebruik van een water-water-warmtepomp met een minimaal nominaal thermisch vermogen van 500 kWth en een COP-waarde van ten minste 3,0, waarbij de oppervlakte aan fotovoltaïsch-thermische panelen minimaal 1,2 m2 per kWth aan nominaal thermisch vermogen van de warmtepomp bedraagt.

Artikel 72
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 71, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.6. Elektroboiler voor warmte

Artikel 73
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van elektriciteit in een ketel.

2.

De productie-installatie heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 5 MWth, waarbij de geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100 °C in het stookseizoen of in een stoomsysteem.

3.

Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is ten minste even groot als het gezamenlijke vermogen van de op de locatie aanwezige elektroboilers.

4.

Het gezamenlijke vermogen van de op de locatie aanwezige elektroboilers en de nog te plaatsen elektroboilers is niet groter dan het thermisch vermogen van de op de locatie aanwezige boilers die gestookt worden op fossiele brandstoffen en het maximale thermische vermogen dat zij gelijktijdig kunnen leveren.

5.

De feitelijke productie van de productie-installatie bedraagt ten hoogste 7.000 productie-uren per jaar.

Artikel 74
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 73, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.7. Industriële warmtepomp

Artikel 75
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van:

2.

De productie-installatie produceert warmte die op dezelfde locatie wordt gebruikt voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, en levert geen koude.

3.

De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, bedraagt ten hoogste 4.000 productie-uren per jaar.

Artikel 76
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 75, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.8. Restwarmtebenutting

Artikel 77
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie met een thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarmee restwarmte wordt uitgekoppeld en naar een andere locatie wordt getransporteerd, waarbij ten minste de warmtewisselaar bij de uitkoppeling nieuw is, en:

2.

De levering van stoom wordt uitgesloten van subsidie.

Artikel 78
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 77, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de opgewekte koolstofdioxide-arme warmte die voor subsidie in aanmerking komt, wordt aangewend als nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte.

§ 3.4.9. Waterstof uit elektrolyse

Artikel 79
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van waterstof geproduceerd door een productie-installatie die waterstof produceert met behulp van elektrolyse met een nominale capaciteit van ten minste 500 kW met:

2.

De productie-installatie is in staat om, terwijl deze gereed is voor gebruik, minder dan 1% elektriciteit te verbruiken van het maximale vermogen van de productie-installatie.

3.

De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt ten hoogste 5.000 productie-uren per jaar.

4.

De subsidie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, wordt niet verstrekt indien:

Artikel 80
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 79, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.10. Geavanceerde hernieuwbare brandstof

Artikel 81
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van geavanceerde hernieuwbare brandstof die wordt geproduceerd door een productie-installatie waarmee:

2.

De geavanceerde hernieuwbare brandstof wordt in Nederland wordt geleverd aan wegvoertuigen of binnenvaartschepen en wordt ingeboekt in het register hernieuwbare energie vervoer, bedoeld in paragraaf 9.7.5 van de Wet milieubeheer.

3.

De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, maakt uitsluitend gebruik van grondstoffen als bedoeld in deel A van bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.

4.

De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en e, maakt uitsluitend gebruik van vaste grondstoffen als bedoeld onder o) met uitzondering van zwart residuloog, bruin residuloog, vezelslib, lignine en tallolie, en q) van deel A van Bijlage IX bij de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 82
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 81, eerste lid, onderdelen a, b en e, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidie, bedoeld in artikel 81, eerste lid, onderdelen c en d, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

3.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.11. Hybride glasoven

Artikel 83

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van koolstofdioxide-arme warmte door middel van elektriciteit in een hybride glasoven met een elektrisch aansluitvermogen van ten minste 500 kWe, en waarbij het elektrisch vermogen van de hybride glasoven ten minste 80% bedraagt van het nominaal thermisch vermogen van de hybride glasoven.

Artikel 84
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 83, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.12. Vermindering broeikasgas door afvang en permanente opslag van koolstofdioxide voor ETS-bedrijven

Artikel 85
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een broeikasgasinstallatie als bedoeld in artikel 16.5 van de Wet milieubeheer in een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij:

2.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g.

3.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, b, c, f, g, h, l of m, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021.

5.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, f, h of l, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021.

6.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2°.

7.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in, of artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel b, g of m, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021.

Artikel 86
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 85, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.13. Vermindering broeikasgas door afvang en permanente opslag van koolstofdioxide voor niet-ETS-bedrijven

Artikel 87
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die niet valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer, en die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning voor het exploiteren van een broeikasgasinstallatie als bedoeld in artikel 16.5 van de Wet milieubeheer in een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij:

2.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdelen a, c, d, e, f of g.

3.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, b, c, f, g, h, i, j, k, l of m van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021.

5.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, f, h, i, k, of l van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021.

6.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 89, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2°.

7.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel b, g, j of m van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2021.

Artikel 88
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 87, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.14. Vermindering broeikasgas door afvang en gebruik van koolstofdioxide

Artikel 89
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en gebruikt of doet gebruiken ter vermindering van broeikasgas door middel van nuttig aangewende koolstofdioxide, waarbij:

2.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, c, d, e, f of g, kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1° of artikel 87, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 1°.

3.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel c, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel d, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel e, subonderdelen 1° of 2°, onderdeel f, subonderdelen 1° of 2° of onderdeel g, subonderdeel 1° kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2° of artikel 87, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 2°.

4.

Een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°, onderdeel c, subonderdeel 3°, onderdeel d, subonderdeel 3°, onderdeel e, subonderdeel 3°, onderdeel f, subonderdeel 3° of onderdeel g, subonderdeel 2° kan worden gecombineerd met een productie-installatie als bedoeld in artikel 85, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3° of artikel 87, eerste lid, aanhef en onderdeel a, subonderdeel 3°.

Artikel 90
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 89, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4. Fasebedragen

Artikel 91
1.

Voor de fase, genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel, wordt:

1 2 3
fase periode openstelling fasebedrag in euro/1.000 kg broeikasgas
1 Van 28 juni 2022, 9:00 uur tot 11 juli 2022, 17:00 uur 65
2 Van 11 juli 2022, 17:00 uur tot 29 augustus 2022, 17:00 uur 75
3 Van 29 augustus 2022, 17:00 uur tot 12 september 2022, 17:00 uur 105
4 Van 12 september 2022, 17:00 uur tot 26 september 2022, 17.00 uur 165
5 Van 26 september 2022, 17:00 uur tot 6 oktober 2022, 17.00 uur 300
2.

Voor de fase 1 tot en met 5, bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid, het omgerekende fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, artikel 27, eerste lid, en 43a, eerste lid en 55e, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking en vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het respectievelijk in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag.

1 2 3 4 5 6 7
Artikel regeling Categorie Fasebedrag in euro/kWh Fasebedrag in euro/kWh Fasebedrag in euro/kWh Fasebedrag in euro/kWh Fasebedrag in euro/kWh
Categorie Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Fase 5
Artikel 11, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0547 0,0560 0,0599 0,0677 0,0852
Artikel 11, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0547 0,0560 0,0599 0,0677 0,0852
Artikel 11, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0547 0,0560 0,0599 0,0677 0,0852
Artikel 13 Osmose 0,0547 0,0560 0,0599 0,0677 0,0852
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0389 0,0393 0,0393 0,0393 0,0393
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0410 0,0410 0,0410
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0441 0,0441
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0482 0,0482
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0509
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0554
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0455 0,0455
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0481 0,0481
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0523
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0574
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0610
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0649
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0425 0,0425 0,0425
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0444 0,0444
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0475 0,0475
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0518
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0554
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0599
Artikel 21, eerste lid Wind in meer, water ≥ 1 km² 0,0389 0,0400 0,0433 0,0500 0,0592
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden 0,0705 0,0705 0,0705 0,0705 0,0705
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0643 0,0654 0,0670 0,0670 0,0670
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water 0,0656 0,0667 0,0699 0,0705 0,0705
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0461 0,0472 0,0504 0,0569 0,0668
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land 0,0656 0,0667 0,0677 0,0677 0,0677
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, op land 0,0461 0,0472 0,0504 0,0567 0,0567
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 MWp, op land 0,0425 0,0436 0,0468 0,0533 0,0538
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, zonvolgend op land 0,0461 0,0472 0,0504 0,0551 0,0551
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 15 MWp, zonvolgend op land 0,0425 0,0436 0,0468 0,0524 0,0524
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0460 0,0471 0,0502 0,0566 0,0646
Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0333 0,0351 0,0406 0,0516 0,0701
Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,0432 0,0466 0,0567 0,0768 0,0777
Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,0432 0,0466 0,0567 0,0768 0,1111
Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0333 0,0351 0,0406 0,0516 0,0608
Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0333 0,0351 0,0406 0,0516 0,0578
Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0432 0,0466 0,0567 0,0768 0,0974
Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas 0,0432 0,0466 0,0567 0,0768 0,0911
Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0333 0,0351 0,0406 0,0516 0,0763
Artikel 31 RWZI bestaande slibgisting (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0320 0,0320 0,0320 0,0320 0,0320
Artikel 33, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0337 0,0356 0,0413 0,0526 0,0683
Artikel 33, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0333 0,0351 0,0406 0,0516 0,0763
Artikel 35, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0523 0,0546 0,0613 0,0749 0,0949
Artikel 35, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0470 0,0493 0,0560 0,0696 0,0808
Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0470 0,0493 0,0560 0,0672 0,0672
Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0535 0,0557 0,0623 0,0749 0,0749
Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,0569 0,0607 0,0721 0,0821 0,0821
Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,0664 0,0701 0,0812 0,0977 0,0977
Artikel 37, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,0569 0,0607 0,0721 0,0948 0,1143
Artikel 37, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0831 0,0868 0,0980 0,1204 0,1671
Artikel 39, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0470 0,0493 0,0560 0,0609 0,0609
Artikel 39, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0535 0,0557 0,0623 0,0635 0,0635
Artikel 39, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 400 kW 0,0569 0,0607 0,0721 0,0822 0,0822
Artikel 39, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0831 0,0868 0,0980 0,1204 0,1222
Artikel 41, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0470 0,0493 0,0560 0,0685 0,0685
Artikel 41, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0571 0,0593 0,0659 0,0791 0,0936
Artikel 43 Ketel op vloeibare biomassa 0,0471 0,0494 0,0563 0,0657 0,0657
Artikel 45 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0475 0,0498 0,0568 0,0618 0,0618
Artikel 47, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0529 0,0529
Artikel 47, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0520 0,0520
Artikel 47, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0510 0,0510
Artikel 47, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0503 0,0503
Artikel 47, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0496 0,0496
Artikel 47, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0493 0,0493
Artikel 47, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0489 0,0489
Artikel 47, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0485 0,0485
Artikel 47, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0367 0,0390 0,0461 0,0480 0,0480
Artikel 49 Grote ketel op B-hout 0,0289 0,0289 0,0289 0,0289 0,0289
Artikel 51 Grote ketel op houtpellets voor gebouwde omgeving 0,0316 0,0339 0,0408 0,0547 0,0697
Artikel 53 Grote stoomketel op houtpellets 0,0364 0,0387 0,0456 0,0595 0,0685
Artikel 55 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0441 0,0464 0,0521 0,0521 0,0521
Artikel 57, eerste lid, onderdeel a Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0342 0,0342 0,0342 0,0342 0,0342
Artikel 57, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0367 0,0385 0,0385 0,0385 0,0385
Artikel 59, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0462 0,0462 0,0462 0,0462 0,0462
Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 1° en d, subonderdeel 1° Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0451 0,0494 0,0620 0,0620 0,0620
Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 2° en d, subonderdeel 2° Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0437 0,0437 0,0437 0,0437 0,0437
Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 3° en d, subonderdeel 3° Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0417 0,0417 0,0417 0,0417 0,0417
Artikel 61, onderdeel b Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0448 0,0491 0,0621 0,0882 0,1072
Artikel 61, onderdeel c Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0451 0,0494 0,0626 0,0888 0,0889
Artikel 61, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0310 0,0310 0,0310 0,0310 0,0310
Artikel 61, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0452 0,0496 0,0628 0,0681 0,0681
Artikel 63, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast, 0,0414 0,0452 0,0567 0,0768 0,0768
Artikel 63, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0414 0,0452 0,0567 0,0796 0,1160
Artikel 63, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0412 0,0450 0,0563 0,0790 0,0978
Artikel 65, onderdeel a Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0285 0,0303 0,0358 0,0468 0,0715
Artikel 65, onderdeel b Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0285 0,0303 0,0358 0,0468 0,0715
Artikel 65, onderdeel c Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0289 0,0308 0,0364 0,0478 0,0547
Artikel 65, onderdeel d Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, directe toepassing 0,0291 0,0311 0,0369 0,0484 0,0642
Artikel 67, eerste lid Thermische energie uit drink- en afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0288 0,0307 0,0364 0,0477 0,0731
Artikel 69, eerste lid Daglichtkas 0,0342 0,0362 0,0421 0,0540 0,0771
Artikel 71, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0441 0,0441 0,0441 0,0441 0,0441
Artikel 73, eerste lid Elektroboiler 0,0361 0,0384 0,0451 0,0587 0,0604
Artikel 75, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0337 0,0356 0,0381 0,0381 0,0381
Artikel 75, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0337 0,0356 0,0412 0,0526 0,0778
Artikel 75, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0349 0,0370 0,0395 0,0395 0,0395
Artikel 75, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0349 0,0370 0,0432 0,0556 0,0836
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0287 0,0306 0,0362 0,0474 0,0501
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0287 0,0306 0,0362 0,0473 0,0535
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0287 0,0306 0,0361 0,0473 0,0570
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0287 0,0305 0,0361 0,0473 0,0604
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0141 0,0141 0,0141 0,0141 0,0141
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0181 0,0181 0,0181 0,0181 0,0181
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0, 40 km/MWth 0,0221 0,0221 0,0221 0,0221 0,0221
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0261 0,0261 0,0261 0,0261 0,0261
Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld 0,0489 0,0512 0,0580 0,0718 0,1027
Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark 0,0489 0,0512 0,0580 0,0718 0,1027
Artikel 81, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-ethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0820 0,0849 0,0934 0,1106 0,1229
Artikel 81, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-methanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0797 0,0822 0,0897 0,1047 0,1070
Artikel 81 eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-LNG uit monomestvergisting 0,0527 0,0566 0,0685 0,0923 0,0940
Artikel 81, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-LNG uit allesvergisting 0,0427 0,0451 0,0524 0,0669 0,0873
Artikel 81, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,0795 0,0823 0,0907 0,1038 0,1038
Artikel 83 Hybride glasoven 0,0524 0,0536 0,0574 0,0651 0,0821
1 2 3 4 5 6 7
--- --- --- --- --- --- ---
Artikel regeling Categorie Fasebedrag in euro/1.000 kg CO2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO2 Fasebedrag in euro/1.000 kg CO2
Artikel regeling Categorie Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4 Fase 5
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 108,2214 108,2214 108,2214 108,2214 108,2214
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 119,1391 128,1562 136,9981 136,9981 136,9981
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 94,3260 94,3260 94,3260 94,3260 94,3260
Artikel 85, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 71,4435 71,4435 71,4435 71,4435 71,4435
Artikel 85, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 101,7694 101,7694 101,7694 101,7694 101,7694
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 98,5264 98,5264 98,5264 98,5264 98,5264
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 119,1391 125,6159 125,6159 125,6159 125,6159
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 119,0034 127,9996 131,8951 131,8951 131,8951
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 118,6908 127,6388 154,4829 161,0091 161,0091
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 114,2075 122,4658 131,4751 131,4751 131,4751
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 113,8948 122,1050 146,7356 157,7749 157,7749
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 79,7373 79,7373 79,7373 79,7373 79,7373
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 110,4629 110,4629 110,4629 110,4629 110,4629
Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 115,2358 115,3766 115,3766 115,3766 115,3766
Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 114,9231 123,2915 140,0336 140,0336 140,0336
Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 58,9233 67,9884 95,1838 108,2214 108,2214
Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 58,6106 67,6277 94,6787 136,9981 136,9981
Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 58,6106 67,6277 94,3260 94,3260 94,3260
Artikel 87, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 58,9233 67,9884 71,4435 71,4435 71,4435
Artikel 87, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 58,6106 67,6277 94,6787 101,7694 101,7694
Artikel 87, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 58,9233 67,9884 95,1838 98,5264 98,5264
Artikel 87, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 58,6106 67,6277 94,6787 125,6159 125,6159
Artikel 87, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 58,4749 67,4711 94,4595 131,8951 131,8951
Artikel 87, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 58,1623 67,1103 93,9544 147,6427 161,0091
Artikel 87, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 53,6790 61,9373 86,7122 131,4751 131,4751
Artikel 87, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 53,3663 61,5765 86,2071 135,4683 157,7749
Artikel 87, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 48,4199 55,8692 78,2168 122,9121 145,7642
Artikel 87, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 48,1073 55,5084 77,7118 122,1185 176,2205
Artikel 87, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 59,3199 68,4461 79,7373 79,7373 79,7373
Artikel 87, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 59,0073 68,0853 95,3194 110,4629 110,4629
Artikel 87, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 54,7073 63,1238 88,3733 115,3766 115,3766
Artikel 87, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 54,3946 62,7630 87,8682 138,0786 140,0336
Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 88,1004 88,1004 88,1004 88,1004 88,1004
Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 102,0525 102,0525 102,0525 102,0525 102,0525
Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 124,9445 133,2626 135,8253 135,8253 135,8253
Artikel 89, eerste lid, onderdeel b Extra CCU – Bestaande CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 84,8423 84,8423 84,8423 84,8423 84,8423
Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 56,2011 56,2011 56,2011 56,2011 56,2011
Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,1532 70,1532 70,1532 70,1532 70,1532
Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 111,1811 111,1811 111,1811 111,1811 111,1811
Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 120,0055 127,5638 145,6955 145,6955 145,6955
Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 120,0055 127,5638 150,2387 159,6476 159,6476
Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 119,6928 127,2030 149,7336 194,7948 195,4933
Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 114,5953 114,5953 114,5953 114,5953 114,5953
Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 121,0338 128,5474 128,5474 128,5474 128,5474
Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 120,7211 128,3895 151,3947 162,1859 162,1859
Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 114,7464 121,4957 141,7433 166,3267 166,3267
Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 114,7464 121,4957 141,7433 180,2788 180,2788
Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 114,4338 121,1349 141,2383 181,4450 220,3396
Artikel 89, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij biomassa-installatie, gasvormig 106,1462 112,8433 112,8433 112,8433 112,8433
Artikel 89, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij biomassa-installatie, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 104,8365 112,3688 134,9657 146,6503 146,6503
3.

In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de artikelen 11, 13, 15, eerste lid, 17, eerste lid, 19, eerste lid, 21, eerste lid, 23, eerste lid, 25, 27, 29, eerste lid, 31, 33, 35, eerste lid, 37, 39, 41, eerste lid, 43, 45, 47, 49, 51, 53, 55, 57, eerste lid, 59, eerste lid, 61, 63, 65, 67, eerste lid, 69, eerste lid, 71, eerste lid, 73, eerste lid, 75, eerste lid, 77, eerste lid, 79, eerste lid, 81, eerste lid en 83, het fasebedrag in euro per kWh in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend.

4.

In afwijking van de fasebedragen, genoemd in de derde, vierde, vijfde, zesde of zevende kolom van de tabel in het tweede lid, geldt voor de productie-installaties, bedoeld in de artikelen 85, eerste lid, 87, eerste lid, en 89, eerste lid, het fasebedrag in euro per 1.000 kg broeikasgas in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, indien dat bedrag per 1.000 kg broeikasgas lager is dan het fasebedrag, genoemd in de respectievelijke derde, vierde, vijfde, zesde of zevende kolom van de tabel in het tweede lid, dat van toepassing is voor de fase waarin de aanvraag is ingediend.

Artikel 92
1.

Het rangschikkingsbedrag, bedoeld voor de vergelijking van de fasebedragen op grond van artikel 58, tweede lid, van het besluit, wordt berekend volgens de formule in het tweede lid en voor de uitdrukking in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas vermenigvuldigd met de factor 1.000 en afgerond op drie decimalen.

2.

De formule voor de berekening van het rangschikkingsbedrag luidt:

1 2 3 4
Artikel regeling Categorie Langetermijn energieprijs of langetermijn broeikasgasbedrag in euro/kWh Omrekenfactor in kg CO2/kWh
Artikel 11, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0462 0,1300
Artikel 11, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0462 0,1300
Artikel 11, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0462 0,1300
Artikel 13 Osmose 0,0462 0,1300
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0317 0,1107
Artikel 21, eerste lid Wind in meer, water ≥ 1 km² 0,0317 0,1107
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden 0,0655 0,1077
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0573 0,1077
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water 0,0586 0,1076
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0391 0,1076
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land 0,0586 0,1076
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, op land 0,0391 0,1076
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 MWp, op land 0,0355 0,1076
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, zonvolgend op land 0,0391 0,1075
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 15 MWp, zonvolgend op land 0,0355 0,1075
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0391 0,1060
Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0214 0,1830
Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,0214 0,3358
Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,0214 0,3358
Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0214 0,1830
Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0214 0,1830
Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0214 0,3358
Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas 0,0214 0,3358
Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0214 0,1830
Artikel 31 RWZI bestaande slibgisting (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0214 0,1830
Artikel 33, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0214 0,1892
Artikel 33, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0214 0,1830
Artikel 35, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0376 0,2260
Artikel 35, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0323 0,2260
Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0323 0,2260
Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0391 0,2211
Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,0323 0,3788
Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,0422 0,3717
Artikel 37, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,0323 0,3788
Artikel 37, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0589 0,3725
Artikel 39, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0323 0,2260
Artikel 39, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0391 0,2211
Artikel 39, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 400 kW 0,0323 0,3788
Artikel 39, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0589 0,3725
Artikel 41, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0323 0,2260
Artikel 41, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0428 0,2200
Artikel 43 Ketel op vloeibare biomassa 0,0323 0,2281
Artikel 45 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0323 0,2334
Artikel 47, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0214 0,2350
Artikel 47, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0214 0,2350
Artikel 47, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0214 0,2350
Artikel 47, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0214 0,2350
Artikel 47, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0214 0,2350
Artikel 47, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0214 0,2350
Artikel 47, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0214 0,2350
Artikel 47, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0214 0,2350
Artikel 47, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0214 0,2350
Artikel 49 Grote ketel op B-hout 0,0214 0,2322
Artikel 51 Grote ketel op houtpellets voor gebouwde omgeving 0,0166 0,2308
Artikel 53 Grote stoomketel op houtpellets 0,0214 0,2308
Artikel 55 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0291 0,2308
Artikel 57, eerste lid, onderdeel a Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0323 0,2350
Artikel 57, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0214 0,2350
Artikel 59, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0323 0,2260
Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 1° en d, subonderdeel 1° Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0166 0,4377
Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 2° en d, subonderdeel 2° Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0166 0,4407
Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 3° en d, subonderdeel 3° Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0166 0,4395
Artikel 61, onderdeel b Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,4338
Artikel 61, onderdeel c Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,4377
Artikel 61, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0166 0,4402
Artikel 61, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0166 0,4403
Artikel 63, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast, 0,0166 0,3817
Artikel 63, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,3817
Artikel 63, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,3782
Artikel 65, onderdeel a Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,1831
Artikel 65, onderdeel b Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,1831
Artikel 65, onderdeel c Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,1888
Artikel 65, onderdeel d Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, directe toepassing 0,0166 0,1929
Artikel 67, eerste lid Thermische energie uit drink- en afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0166 0,1882
Artikel 69, eerste lid Daglichtkas 0,0214 0,1974
Artikel 71, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0376 0,1974
Artikel 73, eerste lid Elektroboiler 0,0214 0,2260
Artikel 75, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0214 0,1889
Artikel 75, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0214 0,1889
Artikel 75, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0214 0,2074
Artikel 75, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0214 0,2074
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0166 0,1866
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0166 0,1863
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0166 0,1861
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0166 0,1858
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0166 0,2256
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0166 0,2254
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0, 40 km/MWth 0,0166 0,2252
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0166 0,2249
Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld 0,0340 0,2290
Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark 0,0340 0,2290
Artikel 81, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-ethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0634 0,2860
Artikel 81, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-methanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,0634 0,2500
Artikel 81 eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-LNG uit monomestvergisting 0,0269 0,3964
Artikel 81, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-LNG uit allesvergisting 0,0269 0,2425
Artikel 81, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,0613 0,2798
Artikel 83 Hybride glasoven 0,0441 0,1270
1 2 3 4
--- --- --- ---
Artikel regeling Categorie Langetermijn broeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO2 Emissiefactor in kg CO2/1.000 kg CO2
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 60,5285 906,5120
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 901,7020
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 60,5285 901,7020
Artikel 85, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 60,5285 906,5120
Artikel 85, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 901,7020
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 60,5285 906,5120
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 901,7020
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 60,5285 899,6140
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 894,8040
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 60,5285 825,8300
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 821,0200
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 60,5285 912,6140
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 907,8040
Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 60,5285 841,6500
Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 60,5285 836,8400
Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 906,5120
Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 901,7020
Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 0,0000 901,7020
Artikel 87, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 906,5120
Artikel 87, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 901,7020
Artikel 87, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 906,5120
Artikel 87, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 901,7020
Artikel 87, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 899,6140
Artikel 87, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 894,8040
Artikel 87, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 825,8300
Artikel 87, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 821,0200
Artikel 87, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 744,9220
Artikel 87, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 740,1120
Artikel 87, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 912,6140
Artikel 87, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 907,8040
Artikel 87, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 0,0000 841,6500
Artikel 87, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 0,0000 836,8400
Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 70,8765 836,6250
Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,8765 836,6250
Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 70,8765 831,8150
Artikel 89, eerste lid, onderdeel b Extra CCU – Bestaande CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 70,8765 831,8150
Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 70,8765 842,5236
Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,8765 842,5236
Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 70,8765 837,7136
Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 70,8765 755,8300
Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,8765 755,8300
Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 70,8765 751,0200
Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 70,8765 771,6500
Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,8765 771,6500
Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 70,8765 766,8400
Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 70,8765 674,9220
Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,8765 674,9220
Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 70,8765 670,1120
Artikel 89, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij biomassa-installatie, gasvormig 55,8765 773,3800
Artikel 89, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij biomassa-installatie, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 55,8765 753,2300

§ 5. Maximaal aantal vollasturen, basiselektriciteits- en basisenergieprijzen, basisbedragen en correctiebedragen

§ 5.1. Hernieuwbare elektriciteit

Artikel 93

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6 7
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in euro/kWh Voorlopige correctie elektriciteitsprijs in 2022 in euro/kWh Voorlopige correctie waarde garanties van oorsprong in 2022 in euro/kWh
Artikel 11, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0852 3.700 0,0308 0,0566 0,0000
Artikel 11, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0852 5.700 0,0308 0,0566 0,0000
Artikel 11, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0852 2.600 0,0308 0,0566 0,0000
Artikel 13 Osmose 0,0852 8.000 0,0308 0,0566 0,0000
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0393 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0410 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0441 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0482 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0509 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 15, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, < 6,75 m/s 0,0554 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8,5 m/s 0,0455 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0481 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0523 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0574 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 5° Wind op land, hoogtebeperkt ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0610 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 6° Wind op land, hoogtebeperkt < 6,75 m/s 0,0649 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Wind op waterkering, ≥ 8,5 m/s 0,0425 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Wind op waterkering, ≥ 8 en < 8,5 m/s 0,0444 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Wind op waterkering, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0475 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4° Wind op waterkering, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0518 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 5° Wind op waterkering, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0554 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 19, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 6° Wind op waterkering, < 6,75 m/s 0,0599 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 21, eerste lid Wind in meer, water ≥ 1 km² 0,0592 P50 0,0211 0,0444 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden 0,0705 900 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, gebouwgebonden 900 Niet-netlevering: 0,0698 Niet-netlevering: 0,0815 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0670 850 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 850 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water 0,0705 950 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, drijvend op water 950 Niet-netlevering: 0,0698 Niet-netlevering: 0,0815 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0668 890 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp, drijvend op water 890 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land 0,0677 950 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 15 kWp en < 1 MWp aansluiting > 3*80 A, op land 950 Niet-netlevering: 0,0698 Niet-netlevering: 0,0815 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, op land 0,0567 890 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, op land 890 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 MWp, op land 0,0538 890 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 15 MWp, op land 890 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, zonvolgend op land 0,0551 1.045 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° Zon-PV ≥ 1 MWp en < 15 MWp, zonvolgend op land 1.045 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 15 MWp, zonvolgend op land 0,0524 1.045 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° Zon-PV ≥ 15 MWp, zonvolgend op land 1.045 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0646 1.190 Netlevering: 0,0237 Netlevering: 0,0354 Netlevering: 0,0020
Artikel 23, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° Zon-PV ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 1.190 Niet-netlevering: 0,0599 Niet-netlevering: 0,0716 Niet-netlevering: 0,0000

§ 5.2. Hernieuwbaar gas

Artikel 94

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2022 in euro/kWh
Artikel 25, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0701 8.000 0,0143 0,0191
Artikel 25, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,0777 8.000 0,0143 0,0191
Artikel 25, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,1111 8.000 0,0143 0,0191
Artikel 27, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0608 8.000 0,0143 0,0191
Artikel 27, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0578 8.000 0,0143 0,0191
Artikel 27, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0974 8.000 0,0143 0,0191
Artikel 27, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur ≤ 400 kW, gas 0,0911 8.000 0,0143 0,0191
Artikel 29, eerste lid RWZI verbeterde slibgisting, gas 0,0763 8.000 0,0143 0,0191
Artikel 31 RWZI bestaande slibgisting (nieuwe gasopwaardeerinstallatie) 0,0320 8.000 0,0143 0,0191
Artikel 33, onderdeel a Biomassavergassing (inclusief B-hout) 0,0683 7.500 0,0143 0,0191
Artikel 33, onderdeel b Biomassavergassing (exclusief B-hout) 0,0763 7.500 0,0143 0,0191

§ 5.3. Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

Artikel 95

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6 7
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in euro/kWh Voorlopige correctie energieprijs in 2022 in euro/kWh Andere correcties in 2022 in euro/kWh
Artikel 35, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kWth en < 1 MWth 0,0949 600 0,0288 0,0348 0,0093
Artikel 35, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MWth 0,0808 600 0,0235 0,0295 0,0093
Artikel 37, onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0672 7.000 0,0235 0,0295 0,0093
Artikel 37, onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0749 7.625 0,0271 0,0427 0,0048
Artikel 37, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,0821 6.000 0,0235 0,0295 0,0093
Artikel 37, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,0977 6.060 0,0287 0,0487 0,0027
Artikel 37, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,1143 6.500 0,0235 0,0295 0,0093
Artikel 37, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,1671 4.989 0,0459 0,0645 0,0034
Artikel 39, onderdeel a Allesvergisting verlengde levensduur, warmte 0,0609 7.000 0,0235 0,0295 0,0093
Artikel 39, onderdeel b Allesvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking 0,0635 7.625 0,0271 0,0427 0,0048
Artikel 39, onderdeel c Monomestvergisting verlengde levensduur, warmte ≤ 400 kW 0,0822 6.500 0,0235 0,0295 0,0093
Artikel 39, onderdeel d Monomestvergisting verlengde levensduur, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,1222 4.989 0,0459 0,0645 0,0034
Artikel 41, eerste lid, onderdeel a RWZI verbeterde slibgisting, warmte 0,0685 7.000 0,0235 0,0295 0,0093
Artikel 41, eerste lid, onderdeel b RWZI verbeterde slibgisting, gecombineerde opwekking 0,0936 5.728 0,0300 0,0479 0,0037
Artikel 43 Ketel op vloeibare biomassa 0,0657 7.000 0,0235 0,0295 0,0093
Artikel 45 Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,0618 3.000 0,0235 0,0295 0,0093
Artikel 47, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0529 4.500 0,0143 0,0191 0,0093
Artikel 47, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0520 5.000 0,0143 0,0191 0,0093
Artikel 47, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0510 5.500 0,0143 0,0191 0,0093
Artikel 47, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0503 6.000 0,0143 0,0191 0,0093
Artikel 47, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0496 6.500 0,0143 0,0191 0,0093
Artikel 47, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0493 7.000 0,0143 0,0191 0,0093
Artikel 47, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0489 7.500 0,0143 0,0191 0,0093
Artikel 47, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0485 8.000 0,0143 0,0191 0,0093
Artikel 47, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0480 8.500 0,0143 0,0191 0,0093
Artikel 49 Grote ketel op B-hout 0,0289 7.500 0,0143 0,0191 0,0093
Artikel 51 Grote ketel op houtpellets voor gebouwde omgeving 0,0697 6.000 0,0111 0,0148 0,0093
Artikel 53 Grote stoomketel op houtpellets 0,0685 8.500 0,0143 0,0191 0,0093
Artikel 55 Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0521 3.000 0,0212 0,0265 0,0093
Artikel 57, eerste lid, onderdeel a Kleine ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0342 3.000 0,0235 0,0295 0,0093
Artikel 57, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa verlengde levensduur 0,0385 8.000 0,0143 0,0191 0,0093
Artikel 59, eerste lid Composteringsinstallatie, warmte 0,0462 5.200 0,0235 0,0295 0,0093
Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 1° en d, subonderdeel 1° Diepe geothermie < 12 MWth, basislast 0,0620 6.000 0,0111 0,0148 0,0093
Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 2° en d, subonderdeel 2° Diepe geothermie ≥ 12 MWth en < 20 MWth, basislast 0,0437 6.000 0,0111 0,0148 0,0093
Artikel 61, onderdelen a, subonderdeel 3° en d, subonderdeel 3° Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0417 6.000 0,0111 0,0148 0,0093
Artikel 61, onderdeel b Diepe geothermie, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1072 3.500 0,0111 0,0148 0,0093
Artikel 61, onderdeel c Diepe geothermie, middenlast, verwarming gebouwde omgeving 0,0889 5.000 0,0111 0,0148 0,0093
Artikel 61, onderdeel e Diepe geothermie, basislast, aanvullende put 0,0310 6.000 0,0111 0,0148 0,0093
Artikel 61, onderdeel f Ultradiepe geothermie, basislast 0,0681 7.000 0,0111 0,0148 0,0093

§ 5.4. Andere technieken ter vermindering van broeikasgas

Artikel 96
1.

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabellen genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6 7 8
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisbroeikasgasbedrag in euro/kWh Voorlopige correctie productprijs in 2022 in euro/kWh Voorlopige correctie ETS in 2022 in euro/kWh Voorlopige correctie andere correcties in 2022 in euro/kWh
Artikel 63, onderdeel a Ondiepe geothermie met warmtepomp, basislast, 0,0768 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 63, onderdeel b Ondiepe geothermie met warmtepomp, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,1160 3.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 63, onderdeel c Diepe geothermie met warmtepomp, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0978 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 65, onderdeel a Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0715 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 65, onderdeel b Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, geen basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0715 3.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 65, onderdeel c Thermische energie uit oppervlaktewater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0547 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 65, onderdeel d Thermische energie uit oppervlaktewater met seizoensopslag, directe toepassing 0,0642 3.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 67, eerste lid Thermische energie uit drink- en afvalwater, basislast, verwarming gebouwde omgeving 0,0731 6.000 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 69, eerste lid Daglichtkas 0,0771 3.850 0,0143 0,0191 0,0093 0,0000
Artikel 71, eerste lid Zon-PVT systeem 0,0441 3.500 0,0288 0,0348 0,0093 0,0000
Artikel 73, eerste lid Elektroboiler 0,0604 4.300 0,0143 0,0191 0,0093 0,0000
Artikel 75, eerste lid, onderdeel a Industriële gesloten warmtepomp (8.000 uur) 0,0381 8.000 0,0143 0,0191 0,0093 0,0000
Artikel 75, eerste lid, onderdeel b Industriële gesloten warmtepomp (3.000 uur) 0,0778 3.000 0,0143 0,0191 0,0093 0,0000
Artikel 75, eerste lid, onderdeel c Industriële open warmtepomp (8.000 uur) 0,0395 8.000 0,0143 0,0191 0,0093 0,0000
Artikel 75, eerste lid, onderdeel d Industriële open warmtepomp (3.000 uur) 0,0836 3.000 0,0143 0,0191 0,0093 0,0000
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0501 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0535 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,30 en < 0,40 km/MWth 0,0570 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 77, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 4° Restwarmtebenutting met warmtepomp, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0604 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,10 en < 0,20 km/MWth 0,0141 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0,20 en < 0,30 km/MWth 0,0181 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 3° Restwarmtebenutting, transportleiding ≥ 0, 30 en < 0, 40 km/MWth 0,0221 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 77, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 4° Benutting restwarmte, transportleiding ≥ 0,40 km/MWth 0,0261 5.500 0,0111 0,0148 0,0093 0,0000
Artikel 79, eerste lid, onderdeel a Waterstof uit elektrolyse, netgekoppeld 0,1027 4.200 0,0251 0,0311 0,0000 0,0000
Artikel 79, eerste lid, onderdeel b Waterstof uit elektrolyse, directe lijn met windpark 0,1027 6.154 0,0251 0,0311 0,0000 0,0000
Artikel 81, eerste lid, onderdeel a Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-ethanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1229 8.000 0,0423 0,0653 0,0000 0,0935
Artikel 81, eerste lid, onderdeel b Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-methanol uit vaste lignocellulosehoudende biomassa 0,1070 8.000 0,0423 0,0653 0,0000 0,0935
Artikel 81 eerste lid, onderdeel c Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-LNG uit monomestvergisting 0,0940 8.000 0,0190 0,0244 0,0000 0,0935
Artikel 81, eerste lid, onderdeel d Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, bio-LNG uit allesvergisting 0,0873 8.000 0,0190 0,0244 0,0000 0,0935
Artikel 81, eerste lid, onderdeel e Geavanceerde hernieuwbare transportbrandstoffen, diesel- en benzinevervangers uit vaste lignocellulose houdende biomassa 0,1038 8.000 0,0409 0,0607 0,0000 0,0935
Artikel 83 Hybride glasoven 0,0821 8.760 0,0294 0,0441 0,0101 0,0000
1 2 3 4 5 6 7 8
--- --- --- --- --- --- --- ---
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/1.000 kg CO2 Vollasturen Basisbroeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO2 Voorlopige correctie productprijs in 2022 in euro/1.000 kg CO2 Voorlopige correctie ETS in 2022 in euro/1.000 kg CO2 Voorlopige correctie andere correcties in 2022 in euro/1.000 kg CO2
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 108,2214 4.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 136,9981 4.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport 94,3260 4.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties, gasvormig transport 71,4435 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 101,7694 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 98,5264 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 125,6159 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, gasvormig transport 131,8951 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 161,0091 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 131,4751 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 157,7749 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 79,7373 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 110,4629 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 115,3766 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 85, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 140,0336 8.000 40,3523 0,0000 41,3852 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 108,2214 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 136,9981 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCS – Gedeeltelijke CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport 94,3260 4.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 71,4435 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2° CCS – Volledige CO2-opslag bij bestaande installaties niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 101,7694 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 98,5264 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 125,6159 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 131,8951 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang bij waterstofproductie uit restgassen voor ondervuring niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 161,0091 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 131,4751 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 157,7749 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 145,7642 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande afvalverbrandingsinstallatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 176,2205 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 79,7373 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 110,4629 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 1° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, gasvormig transport 115,3766 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 87, eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 2° CCS – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie niet-ETS-bedrijf, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 140,0336 8.000 0,0000 0,0000 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 88,1004 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 102,0525 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 135,8253 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel b Extra CCU – Bestaande CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 84,8423 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 56,2011 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 70,1532 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe pre-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 111,1811 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport 145,6955 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 159,6476 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, bestaande installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 195,4933 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport 114,5953 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 128,5474 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang, nieuwe installatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 162,1859 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport 166,3267 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, gasvormig transport, nieuwe transportleiding 180,2788 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij bestaande afvalverbrandingsinstallatie, vloeibaar transport, nieuwe vervloeiingsinstallatie 220,3396 4.000 52,2510 52,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 1° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij biomassa-installatie, gasvormig 112,8433 4.000 37,2510 37,2510 0,0000 0,0000
Artikel 89, eerste lid, onderdeel g, subonderdeel 2° CCU – Nieuwe post-combustion CO2-afvang bij biomassa-installatie, vloeibaar, nieuwe vervloeiingsinstallatie 146,6503 4.000 37,2510 37,2510 0,0000 0,0000

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 97

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2022.

Artikel 98

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022.

Bijlage 1. behorende bij artikel 5, tweede lid (model uitvoeringsovereenkomst)

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide, de afvang en het gebruik van koolstofdioxide en van activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2022

(hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Artikel 1. Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61, eerste lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Artikel 2. Inhoud en omvang van de garantie

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen vier weken nadat de Beschikking is afgegeven ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33, 49 en 55k van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

Artikel 3. Vrijval van de garantie

Artikel 4. Boetes

Artikel 5. Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

Artikel 6. Domiciliekeuze en berichtgevingen

Artikel 7. Rechtskeuze

Artikel 8. Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie en klimaattransitie Staat/..........’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te..........

Ondernemer

te ’s-Gravenhage op..........

De Minister voor Klimaat en Energie,

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

.........., gevestigd te.........., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

VERKLAART ALS VOLGT

Getekend te

op

De Bank

Bijlage 2. behorende bij de artikelen 15, 17 en 19 (lijst windsnelheden per gemeente)

Lijst van gemeenten volgens de gemeentelijk indeling per 1 januari 2022

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.